Paragraaf 9 Sociaal Domein

9.1 INLEIDING

Terug naar navigatie - 9.1 INLEIDING

In de paragraaf sociaal domein beschrijven we in onderlinge samenhang de belangrijkste ontwikkelingen in het brede sociaal domein en geven een totaalbeeld van de uitgaven. De transformatie die we willen realiseren is omvangrijk en vraagt om een lange adem om de gewenste effecten te bereiken. Ook is de opgave complex, omdat we alleen in samenwerking met veel en verschillende partijen de doelstellingen kunnen bereiken. Dit alles gaat gepaard met teruglopende financiën en een groeiende doelgroep kwetsbare inwoners, vooral onder ouderen. Ons doel blijft: de inwoners krijgen de ondersteuning die ze nodig hebben, er is veel aandacht voor preventie en vroegsignalering en de financiën zijn beheersbaar. Om dit te bereiken moeten we als gemeente (meer) regie kunnen voeren op het totale proces van zorg en ondersteuning: adequate financiering, vastleggen van de rol en verantwoordelijkheid van alle partijen en samenwerking tussen alle partijen in de keten beter vormgeven: onderwijs, huisartsen, zorgverzekeraars, zorgaanbieders en werkgevers (zie ook visierapport gemeenten 2024, VNG).

In de sub-programma's 1.4, 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 van deze begroting vindt u een gedetailleerde uitwerking van de geplande activiteiten en uitgaven.

De definitie van het sociaal domein die wij hanteren is breder dan de drie decentralisaties per 2015. Naast de taken voor maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en participatie verstaan wij onder het sociaal domein ook de taken op het gebied van volksgezondheid, onderwijs, minimabeleid, schuldhulpverlening, inburgering en welzijn en preventie.

9.2 WAAR STAAN WE MET DE TRANSFORMATIE IN HET SOCIAAL DOMEIN?

Terug naar navigatie - 9.2 WAAR STAAN WE MET DE TRANSFORMATIE IN HET SOCIAAL DOMEIN?

In de periode 2015–2020 zijn we aan de slag gegaan met:

• Het neerzetten van de kaders – het integraal dienstverleningsmodel en de 5 maatschappelijke resultaten;
• De basis op orde brengen: processen, procedures, organisatie en mensen;
• Op beleids- en uitvoeringsniveau het vormgeven van de lokale structuur van zorg en ondersteuning met onze partners op provinciaal, regionaal en lokaal niveau;
• Het realiseren van een integraal loket Samenleving en Zorg;
• Het werken aan goede informatievoorziening, met aandacht voor privacy.

Brede evaluatie sociaal domein
Aan het eind van de eerste fase, 2015-2019 van het programma sociaal domein, voerden we een brede evaluatie van het sociaal domein uit. De evaluatie heeft opgeleverd dat het in Schouwen-Duiveland is gelukt om de continuïteit van de dienstverlening aan de inwoners te waarborgen na de invoering van de decentralisaties. Inwoners weten in het algemeen de weg te vinden naar advies of hulp en zijn tevreden over de hulp die zij krijgen en over de bejegening. Voor de komende jaren liggen er echter ook nog de nodige uitdagingen:

  • Verbeteren van de gemeentelijke informatievoorziening voor mensen met minder taalbeheersing en/of minder digitale vaardigheden;
  • Bereiken van inwoners die advies of hulp nodig hebben, maar de weg niet kunnen of willen vinden;
  • Inzetten op meer samenspel tussen informele en formele voorzieningen. Meer gebruik maken van beschikbare voorliggende voorzieningen in de eigen leefomgeving van de inwoner;
  • Beter benutten van de informatie die bij aanbieders beschikbaar is;
  • De toegang voor inwoners zo organiseren dat meer inwoners vroegtijdig en met lichte ondersteuning geholpen kunnen worden, waardoor zij zo snel mogelijk weer in staat zijn de eigen regie op te pakken;
  • Bij begeleiding of hulp nog beter aansluiten op de vraag van inwoners en bij betrokkenheid van meerdere hulpverleners duidelijk hebben wie het voortouw heeft;
  • Bereikbaar houden van voorzieningen voor het vergroten van de zelfredzaamheid, terugdringen van eenzaamheid en participatie van de inwoners in de samenleving. De toegang tot voorzieningen voor ouderen hangt in belangrijke mate af van de fysieke bereikbaarheid van die voorzieningen;
  • Passende huisvesting is nodig voor verschillende leeftijdsgroepen;
  • Terugdringen van de forse overschrijding op het jeugdbudget en maatschappelijke ondersteuning.

De uitkomsten van deze evaluatie gebruiken we voor de verdere transformatie van het sociaal domein.

9.3 LANDELIJK EN LOKAAL BEELD DECENTRALISATIES

Terug naar navigatie - 9.3 LANDELIJK EN LOKAAL BEELD DECENTRALISATIES

Wmo
We zagen in 2021 het beroep op de Wmo-voorzieningen toenemen. Een belangrijke oorzaak hiervoor ligt in demografische ontwikkelingen: we worden ouder en hebben meer zorg nodig. De extramuralisering speelt hierbij ook een rol: mensen wonen langer zelfstandig en worden indien nodig ambulant ondersteund, waardoor het beroep op de voorzieningen vanuit de gemeente toeneemt. Ook de impact van het abonnementstarief speelde in 2021 een rol, met name op de toename van de uitgaven voor de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. De kosten voor begeleiding namen niet toe. Mogelijk waren hier de eerste effecten merkbaar van de inspanningen van de gemeenten om grip op de kosten te krijgen met het plan Aanpak Wmo tekorten. Deze inspanningen bestonden uit een startbijeenkomst voor zorgaanbieders in onze gemeenten en de gerichte gesprekken met zorgaanbieders over onze werkwijze van doelgericht beschikken, waarbij het doel van de begeleiding voor de cliënt concreet wordt vastgelegd en wordt geëvalueerd. 

In 2021 heeft de cliëntondersteuning verder vorm gekregen. Cliëntondersteuning kan inwoners helpen om hun vraag te verduidelijken en mogelijk oplossingen in eigen kring te vinden. Naast de bestaande organisaties voor cliëntondersteuning zijn vrijwilligers getraind tot Meedenker. We zijn gestart met de pilot Meedenkers. De pilot laat al positieve ontwikkelingen zien waarbij vragen van inwoners eerder worden ondersteund en de inzet van maatwerkvoorzieningen wordt voorkomen.

Voor het ondersteunen van kwetsbare inwoners, met name met psycho-sociale problematiek, heeft Stichting HerstelTalent in samenwerking met onze gemeente een subsidie ontvangen voor het ontwikkelen van een Zelfregiecentrum. De oriëntatie voor drie locaties om een laagdrempelige inloop te organiseren is gestart.

In februari 2021 stelde uw raad de Beleidsvisie zorglandschap en de Beslisboom zorglandschap vast. Aan de hand hiervan zijn enkele nieuwe zorginitiatieven, initiatieven tot verplaatsing en uitbreiding beoordeeld.  

Met een drietal huisartsenpraktijken is in 2021 een pilot gestart voor sociaal medisch overleg. Het doel daarbij is om een werkbare overlegvorm op te zetten tussen sociaal domein en de huisartsenpraktijk waarbij ouderen adequaat en passend geholpen worden met hun wens om zo lang mogelijk thuis te wonen. Veel vragen die leven bij (kwetsbare) ouderen die bij de huisartsenpraktijk komen, raken de gemeentelijke taken binnen het sociaal domein. Door elkaar goed te kennen is de verwachting dat de zorgketen beter op elkaar wordt afgestemd. In de pilot vindt samenwerking plaats tussen huisartsen, wijkverpleegkundigen en Wmo-consulenten. 

Jeugd 
De behoefte aan specialistische jeugdhulp blijft bij onze jeugdigen onveranderd hoog. Uit de voorlopige cijfers van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland zien we vooral een toename bij jeugdhulp uitgevoerd door de GGZ (geestelijke gezondheid zorg) en een stijging bij het product "verblijf zonder behandeling". Dit product wordt uitgevoerd door zorgboerderijen en gezinshuizen. Daarnaast zien we een stijging van het product (LTA) Landelijk transitie arrangementen, aangeboden door de Viersprong. De stijging GGZ hulp laat zich verklaren door een aantal oorzaken. Enerzijds zien we dat de behandelduur binnen de GGZ is toegenomen. Dit kan het gevolg zijn van de gewijzigde manier van toekennen van deze vorm van jeugdhulp. Deze verloopt vanaf 2019 aspecifiek. Dat wil zeggen dat er geen behandelduur en tijd bij aanvang wordt afgesproken. Aspecifiek toewijzen moest een antwoord geven op de toegenomen administratieve last. Anderzijds verwachten we dat corona er mede voor heeft gezorgd dat de vraag is toegenomen.

De toenemende vraag naar gezinshuizen laat zich verklaren door een ontwikkeling die in 2020 is ingezet en zich in 2021 heeft doorgezet. Onderzoek naar de ontwikkelingen van gezinshuizen in onze provincie heeft onder andere aangetoond dat een aantal pleeggezinnen hun aanbod hebben omgezet van pleegzorg naar gezinshuis. 

In 2021 werkten we aan het naar voren halen van kennis en expertise. Dit hebben we gedaan in het project Vaart in Veiligheid waarbij de betrokken organisaties Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, de gecertificeerde instellingen en het voorliggend veld in één team samenwerken. 

Tot slot is samen met jeugdzorgaanbieder Juvent en de kinderopvangorganisatie Kibeo gewerkt aan het ontwikkelen van een inclusief aanbod. Hierbij wordt naschoolse dagbehandeling in een reguliere buitenschoolse opvang aangeboden.  

Participatiewet
In 2021 hebben we te maken gehad met de gevolgen van de coronacrisis. In 2020 werd nog gedacht dat de economie meerdere jaren te lijden zou hebben onder de gevolgen van corona met als gevolg veel instroom in de uitkeringen. In werkelijkheid trok de economie aan zodra de maatregelen versoepeld werden en stroomden er vanaf het voorjaar 2021 weer veel mensen uit de uitkering. Gedurende het jaar bleef dit een stijgende lijn met als gevolg een dalende lijn van het aantal mensen dat een uitkering ontvangt.

Aan het eind van 2021 is het aantal mensen dat een bijstandsuitkering heeft zelfs iets lager dan het aantal mensen met een uitkering eind 2019, vlak voor de uitbraak van de pandemie. De personen die in 2021 niet aan het werk konden gaan en blijvend gebruik maken van de uitkering zijn personen die vaak al langdurig (meerdere jaren) een uitkering ontvangen. Deze personen zijn, als ze hiertoe al in staat zijn, aangewezen op ontwikkeltrajecten, werkervaringsplaatsen, beschut werkplaatsen en loonkostensubsidies. Deze trajecten zijn voorhanden binnen de Zuidhoek in de vorm van Startbloq en Participatielab en elders in de vorm van de Ruilwinkel en vele maatwerktrajecten bij reguliere werkgevers.

In 2021 zijn nieuwe trajecten specifiek voor de doelgroep statushouders- en anderstaligen ontwikkeld en ingezet. Dit als voorbereiding op de nieuwe wet Inburgering. 

Daarnaast zijn er ook inwoners die (langdurig) gebruik maken bijstandsuitkeringen waarbij bovenstaande instrumenten (nog) niet kansrijk zijn. Voor hen zijn trajecten gericht op het versterken van sociale zelfredzaamheid van belang, denk hierbij aan vrijwilligerswerk, dagbesteding en empowermentcursussen. Hierbij is in 2021 de samenwerking met de domeinen jeugd en Wmo opgezocht en versterkt. 

9.4 WAAR GAAN WE NAAR TOE MET DE TRANSFORMATIE IN HET SOCIAAL DOMEIN?

Terug naar navigatie - 9.4 WAAR GAAN WE NAAR TOE MET DE TRANSFORMATIE IN HET SOCIAAL DOMEIN?

In deze jaarrekening kunt u op veel verschillende onderwerpen lezen hoe we verder werken aan de gestelde transformatiedoelen. De hoofdlijnen van  het programma sociaal domein zijn:

1. Een (nog) betere kwaliteit van zorg en ondersteuning

a. Doorontwikkeling lokale toegang met partners
b. Gericht op meer betrokkenheid en zelfredzaamheid van inwoners

2. Integraal samenwerken

a. Werken vanuit een nieuwe beleidsagenda, opgesteld met en door partners en gericht op het versterken van samenwerking in de keten
b. Versterken van de samenwerking tussen beleid en uitvoering
c. De klantvraag staat centraal, niet het wettelijke regime van waaruit de vraag gesteld wordt

3. Grip op financiën
Naast de inhoudelijke agenda ligt de focus op het beheersen van de oplopende kosten binnen het sociaal domein. Door integraal (vanuit de gezamenlijke transformatieopgave) te kijken naar kwaliteit van ondersteuning en kostenefficiency, zetten we de beschikbare middelen zo effectief mogelijk in. De middellange termijn acties in het actieplan Jeugd zijn opgestart door voorliggende activiteiten te versterken, bijvoorbeeld door het plan BSO+, jongerenwerk uit te breiden en onderzoek naar integrale hulpverlening 16-27 jarigen. Het onderzoek naar de kostenontwikkelingen Wmo voeren we uit binnen de Oosterschelderegio. We voeren het actieplan 'Grip op de kosten Wmo' uit, waarmee we de groei proberen te beteugelen om zo de kosten terug te dringen. In 2021 zijn we lokaal in gesprek gegaan met de zorgaanbieders om op basis van feiten te bespreken wat beter kan. Ook zijn verschillende plannen om het voorliggend veld te versterken uitgevoerd, zoals het zelfregiecentrum en de scholing en inzet van vrijwillige meedenkers die de onafhankelijk cliëntondersteuners bijstaan. De financiële ontwikkelingen binnen de Participatiewet zijn ondanks de coronacrisis, gunstig uitgepakt. 

4. Monitoren en analyseren
In 2021 hebben we nieuwe stappen gezet in het monitoren en analyseren om zo beter te kunnen sturen. We doen dit in nauw overleg met de uitvoeringsorganisaties SWVO en Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland. Het prognosemodel voor jeugdhulp is ingebouwd in de jeugdmonitor voor de dertien gemeenten. Tot slot is inzichtelijk gemaakt op welke wijze de datakwaliteit nog verder moet worden verbeterd.

Terug naar navigatie - 9.6 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

Wet verplichte GGZ
De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is per 1 januari 2020 in werking getreden. De wet beschermt de rechten van psychiatrische patiënten die te maken hebben met verplichte zorg. De wet maakt het mogelijk om ook buiten het psychiatrisch ziekenhuis verplichte zorg te geven (ambulantisering) en biedt meer instrumenten voor zorg op maat: verplichte zorg zo kort als mogelijk en zo lang als noodzakelijk. Vanaf 2020 is structureel € 20 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds.

Sinds 2020 vindt monitoring plaats. Dit geeft inzicht in het aantal cliënten voor wie een zorgmachtiging aangevraagd wordt. Monitoring geeft eveneens zicht op de benodigde formatie en kosten die gepaard gaan met de implementatie van deze  taak. De kosten worden in de jaarlijkse verantwoording uitgesplitst in vaste kosten en incidentele kosten, en waar nodig positief of negatief bijgesteld na akkoord door ons college of indien nodig uw gemeenteraad. In 2021 is de rapportage Wvggz met cijfers van geheel 2020 en het eerste halfjaar van 2021 met uw raad gedeeld.

Beschermd Wonen
In 2021 is landelijk een uitname gedaan van € 495 miljoen uit de centrumgemeentemiddelen Beschermd Wonen, wegens de openstelling van de Wet langdurige zorg voor mensen met een psychische stoornis.

Volgens de laatste afspraken zou vanaf 2022 Beschermd wonen worden gedecentraliseerd van de centrumgemeenten naar de individuele gemeenten, met een ingroeipad van 10 jaar. Op 7 december 2020 hebben het Ministerie van VWS en Binnenlandse zaken besloten de decentralisatie van de middelen Beschermd Wonen met een jaar uit te stellen. Het financieel verdeelmodel is vertraagd en de invoering is nu vooralsnog vastgesteld op 1 januari 2023. Tot die tijd blijft de huidige situatie, waarbij centrumgemeente Vlissingen verantwoordelijk is voor het budget Beschermd Wonen, bestaan. Ook de voorgenomen invoering van het woonplaatsbeginsel (daarbij blijft de gemeente van herkomst financieel verantwoordelijk als een inwoner in een andere gemeente beschermd gaat wonen) zal tot die datum worden uitgesteld.

In 2021 is door het Rijk een voorlopig objectief verdeelmodel gepubliceerd. Daarin zou onze regio er financieel nagenoeg hetzelfde voor blijven staan, waarbij het budget dekkend is voor de kosten die we maken. Het is nog niet zeker dat de voorlopige uitkomsten uiteindelijk ook de werkelijke verdeling wordt, maar het is voor nu een goede uitgangspositie. Vooralsnog voorzien we in Zeeland geen financiële problemen. Ondanks het uitblijven van deze financiële duidelijkheid gaan alle dertien Zeeuwse gemeenten door met de inhoudelijke voorbereidingen van de doordecentralisatie zoals de ambulantiseringsopgave. Met de ambulantiseringsopgave wordt bedoeld dat meer mensen blijven wonen in de wijk met passende ondersteuning in plaats van in een instelling. Ook is er in 2021 in Zeeuws verband een Regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang opgesteld, waarin de regionale samenwerkingsafspraken en financiële kaders zijn opgenomen voor de periode 2022-2025.  Dit plan gaat in op de volgende onderwerpen:

  1. Preventie en vroegsignalering
  2. Toegang
  3. Wonen
  4. Voorzieningen en ondersteuningsbehoefte
  5. Inkoop, contractbeheer, toezicht en kwaliteit
  6. Bekostiging en partnerschap
  7. Governance
  8. Monitoring en evaluatie

In Q4 van 2021 is besloten om per 1 januari 2022 een herinrichting van de Toegang Beschermd Wonen te realiseren. Vanaf 2022 vindt de toegang tot Beschermd Wonen lokaal plaats. Dit houdt in dat inwoners zich bij hun eigen gemeente kunnen melden voor een aanmelding Beschermd Wonen. Tot 31 december 2021 moesten inwoners zich melden bij het CZW-bureau die door centrumgemeente Vlissingen gemandateerd was voor het in behandeling nemen van aanmeldingen en afgeven van beschikkingen Beschermd Wonen. Door de toegang lokaal te organiseren beogen we nog beter aan te kunnen sluiten op de lokale zorginfrastructuur en de zorg tijdiger te kunnen op- en afschalen.

Nieuwe Wet inburgering
In de loop van 2021 is de invoering van de Wet inburgering nog verder uitgesteld tot 1 januari 2022. Daarnaast is deze wet, met raakvakken met alle aspecten van het Sociaal Domein, ook nadrukkelijker verbonden aan het proces van flexibilisering van de asielketen. Met deze beweging is tevens de urgentie tot afstemming op lokaal en regionaal niveau verder toegenomen. Vanuit dit oogpunt is gedurende 2021 een netwerkorganisatie ontwikkeld waarin diverse organisaties, onder coördinatie van de gemeente, hun rol vervullen in de uitvoering van de verschillende onderdelen van de wet. Ten aanzien van de regionale afstemming zijn tevens op het niveau van de Oosterschelderegio een aantal zaken gezamenlijk ontwikkeld, zoals de inkoop van de inburgeringstrajecten, de beleidsregels voor de Wet inburgering en afstemming tussen asielopvang en huisvesting van statushouders.

Eind 2021 heeft uw raad de kadernota Wet inburgering vastgesteld. De Kadernota Wet inburgering biedt een overzicht van de regionale afspraken rond de invoering van de nieuwe wet en geeft een eerste aanzet tot een vertaalslag hiervan naar het lokale niveau. De Kadernota vormt hiermee de basis voor een verdere uitwerking naar het operationele niveau. Deze uitwerking wordt vormgegeven via overeenkomsten tussen de verschillende uitvoerende partijen en de gemeente, waarbij de onderlinge verantwoordelijkheden en de te bereiken doelen op de verschillende onderdelen van het inburgeringsproces worden vastgelegd. 

Daarnaast zijn in de loop van 2021 diverse trajecten uitgevoerd om de statushouders, vallend onder de Wet inburgering 2013 en met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, beter te laten participeren en toe te leiden naar werk. Dergelijke trajecten worden voor de jaren 2022 en 2023 verder gecontinueerd. 

Kwetsbaarheid zorginstellingen in Zeeland en krapte arbeidsmarkt
De afgelopen jaren hebben diverse grote Zeeuwse zorginstellingen moeilijkheden gekend in hun voortbestaan. Het zijn organisaties die voor het zorgaanbod in Zeeland ‘too big to fail’ zijn en waar we als gemeenten de verantwoordelijkheid voor voelen en nemen om het voortbestaan veilig te stellen. De decentralisaties met nieuwe contractafspraken, de gevraagde transformatie, het verloop van personeel en de moeilijkheid om aan nieuw personeel te komen zorgen voor een grote opgave voor een aantal grote zorgorganisaties om een kwalitatief goed en qua omvang voldoende zorgaanbod aan te blijven bieden.

De krappe arbeidsmarkt in de zorgsector werkt door in heel Zeeland. Het is lastig om deskundig personeel naar Zeeland te halen en jongeren te binden. In de zorg ontstaan hierdoor personeelstekorten en wachtlijsten, maar ook de opvolging van huisartsen is een groot vraagstuk. Om de zorg in Zeeland toegankelijk te houden en daarmee de leefbaarheid voor de Zeeuwen te borgen, heeft een groot aantal partijen de krachten gebundeld in de Zeeuwse Zorg Coalitie. Het samenwerkingsverband wil een oplossing vinden voor de gevolgen van de vergrijzing en ontgroening, met problemen als personeelstekorten, een toename van het aantal kwetsbare ouderen en lange aanrijtijden voor acute zorg. Inmiddels zijn ook Provincie en gemeenten aangesloten bij de initiatiefnemers. In 2021 is toegewerkt naar de ondertekening van een pact door de Zeeuwse Zorg coalitie. Daarin ligt het accent vooral op preventie: het voorkomen van hulp. Daarnaast is er aandacht voor een aantrekkelijk werkklimaat. Inzet van technologie en innovatie moet zorgpersoneel ontlasten.

Mede door de krapte op de arbeidsmarkt zien we ook een positieve ontwikkeling: toename inzet loonkostensubsidies Wet Banenafspraak.  In 2021 heeft de gemeente Schouwen-Duiveland een flinke toename van personen die door middel van een loonkostensubsidie in het kader van de Wet banenafspraak aan de slag zijn gegaan. Er zijn steeds meer bedrijven die hier medewerking aan verlenen. Dit wordt mede veroorzaakt door de zeer grote spanning op de arbeidsmarkt. Bedrijven staan open voor deze regeling wanneer zij moeite hebben om aan personeel te komen. 
De toename aan loonkostensubsidies zorgt voor een positief effect op het aantal uitkeringen, dit neemt hierdoor af. Dit zorgt voor een besparing op de uitkeringslast. Op deze manier zien we dat werken en de inzet van deze instrumenten echt loont. De kosten wegen op tegen de baten. 

Toezicht Wmo
Vanaf de inwerkingtreding van de Wmo 2015 is er in toenemende mate landelijk aandacht voor het voorkomen van fraude bij zorginstellingen en de noodzaak van adequaat toezicht op zorg die door de gemeente in het kader van de Wmo wordt verstrekt. Landelijk wordt de wet ‘Bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg’ voorbereid. Hiermee wordt ingezet op een verbetering van de samenwerking tussen verschillende instanties bij het aanpakken van zorgfraude. Het wetsvoorstel regelt dat gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren gegevens over fraudeurs in een Waarschuwingsregister kunnen registreren op één centrale plek.  In 2021 is een overzicht opgesteld van de vormen van toezicht bij de zorg die vanuit de Wmo respectievelijk de Wlz wordt verstrekt.  Voor inwoners en zorgaanbieders is de informatie opgenomen op de gemeentelijke website.

Corona
Corona heeft ook in 2021 een flinke wissel getrokken op onze samenleving en zal ook de komende maanden en mogelijk jaren nog de nodige inventiviteit en flexibiliteit vragen hoe om te gaan met vraagstukken die door corona worden veroorzaakt. Maar het brengt ook kansen. De verwachting is dat in de komende jaren digitalisering van zorg, beeldbellen en technologische oplossingen in de zorg een enorme impuls krijgen. Voor het sociaal domein kan het een impuls geven aan het verhogen van de efficiëntie in de zorg, met behoudt van kwaliteit. We leren van en stimuleren deze ontwikkeling binnen het e-Health programma, waarvoor door het SWVO subsidie is ontvangen vanuit de Europese commissie.

In 2021 is door uw raad corona-compensatiegeld vrijgemaakt voor de jaren 2021 en 2022 ter ondersteuning en stimulering van onze inwoners en verenigingen. Deze middelen zijn in 2021 op verschillende manieren besteed:

In 2021 heeft Emergis Preventie/1NUL1 extra uren ingezet op alcohol- en drugspreventie. Er is onder andere meer inzet gepleegd op voorlichting op straat aan jongeren. Daarnaast zijn meer uren ingezet op individuele casuïstiek, waarbij ook ouders zijn betrokken. Ook zijn er, toen de scholen weer open gingen, meer spreekuren gedraaid.
Het lokale uitvoeringsprogramma gezondheid Schouwen-Duiveland Vitaal heeft extra uren voor buurtsportcoaches (via SMWO) ingezet voor het tot stand brengen van beweegtuinen, als onderdeel van het project Vitale Kernen.
Sportverenigingen hebben de mogelijkheid gekregen om sportclinics aan te bieden. Hier is door een aantal verenigingen gebruik van gemaakt.

Ontwikkelingen TOZO, TONK en BBZ
Voor veel bedrijven, ondernemers en werkenden is het de afgelopen periode een enorme uitdaging geweest en heeft deze twee jaar veel gevraagd.  Het generieke steunpakket heeft in deze periode de klap voor bedrijven, ondernemers en werkenden voor een groot gedeelte opgevangen. Wij hebben ingezet op een snelle uitvoering van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) en de Tijdelijke ondersteuning  noodzakelijke kosten (TONK). Deze laatste maatregel hebben wij verlengd vanuit de Bijzondere Bijstand. Met in gang van 1 oktober geven wij uitvoering aan het vereenvoudigde Besluit Bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). Ter verbetering van de directe en duurzame inzetbaarheid van werkzoekenden en werkenden op de arbeidsmarkt is zowel door de gemeente zelf, als regionaal samengewerkt. Dit laatste in het regionale mobiliteitsteam. De intensieve begeleiding en ondersteuning werd hierbij geholpen door een krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt ingezet op het bieden van snelle ondersteuning aan inwoners die vanwege de coronamaatregelen te maken krijgen met schulden- en armoedeproblematiek. 

Uitkeringen
In 2021 hebben we nog altijd te maken gehad met gevolgen van de coronapandemie. Deze situatie heeft een veel minder grote invloed gehad op het aantal uitkeringsgerechtigden dan in 2020. In 2020 en aan het begin van 2021 zagen wij een duidelijke piek aan uitkeringsontvangers. In de loop van 2021 is dit teruggezakt naar het niveau van eind 2019, vlak voordat Corona uitbrak.