Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

2.1 INLEIDING

De  paragraaf Weerstandsvermogen gaat in op het gemeentelijke beleid rondom Risicomanagement, op het beschikbare weerstandsvermogen, de ontwikkeling van de risico's en op de financiële positie van de gemeente. 

 

2.2 ONS BELEID

Op 4 juli 2019 stelde de raad de Kadernota 2019-2023 Risicomanagement & Rechtmatigheidsverantwoording (hierna genoemd Kadernota Risicomanagement) vast. Deze Kadernota Risicomanagement beperkt zich niet tot financiële risico’s, maar gaat ook over niet-financiële risico’s, zoals bestuurlijke en juridische risico’s, imago- en frauderisico’s en risico’s in de bedrijfsvoering op het gebied van personeel en Informatie- en Communicatietechnologie. Deze hebben weliswaar niet (altijd) direct een financiële impact, maar kunnen op termijn wel grote gevolgen hebben voor de gemeente. Met deze nota zetten we een belangrijke stap in het versterken van risicomanagement en de verbetering van de interne administratieve organisatie en interne controle. In deze Kadernota ligt het gemeentelijk risicoprofiel vast, als ook de normen voor de weerstandsratio en streefwaarden voor financiële kengetallen aan de hand waarvan wij kunnen monitoren dat we als gemeente financieel gezond blijven.  Daarnaast richten wij met deze Kadernota ons op het bereiken van de volgende doelstellingen:

  1. We voeren integraal risicomanagement uit: het signaleren van de risico’s en het beheersen ervan maakt onderdeel uit van de integrale verantwoordelijkheid.
  2. Vanaf 2022 beheersen wij de financieel impactvolle processen zodanig, dat we voldoen aan de minimale eis voor afgifte van de rechtmatigheidsverantwoording en dat risico's worden beperkt.

Uitgangspunt voor de ontwikkeling en invoering van risicomanagement is om niet alleen de mogelijke risico’s te analyseren en in kaart te brengen, maar om tevens de methodiek van risicomanagement in te voeren. Hierbij betrekken wij ook de adviezen van de accountant en de auditcommissie. 

De raad evalueerde in februari 2022 de streefwaarden voor de financiële kengetallen en concludeerde dat de bestaande normen de organisatie, het college en de raad scherp houden op de ontwikkeling van de financiële positie en daarom niet behoeven te worden aangepast.

2.3 VOORZIENING OM RISICO’S AF TE WENDEN

Voorziening dubieuze debiteuren 
Bij de bepaling van de omvang van de voorziening (exclusief dubieuze debiteuren afdeling Werken, Wonen en Leven) hanteren we de volgende uitgangspunten:
•    Vorderingen uit het jaar 2021 zijn voor 100% inbaar (inclusief dwangsommen);
•    Vorderingen uit de jaren 2020 en daarvoor zijn 100% dubieus. Vorderingen boven de € 5.000 met een betalingsregeling (loopt veelal over meerdere jaren) brengen we in mindering;
•    Dwangsommen uit de jaren 2020 en daarvoor beschouwen we voor 25% dubieus. Dit omdat de betalingstermijnen veelal over meerdere jaren lopen; 
•    Om de nadelige effecten van de economische ontwikkelingen op te kunnen vangen, hanteren we een toeslagpercentage. We passen het maximale percentage van 25% toe vanwege de financiële gevolgen van COVID-19 voor diverse groepen belastingplichtigen. 

Daarnaast zijn de grote individuele vorderingen beoordeeld. Hiervoor zijn geen extra dotaties aan de voorziening nodig.
In overleg met de Samenwerking belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland voegen we op dit moment geen extra bedrag toe aan de voorziening in het kader van COVID-19. Over 2021 was het betalingsbedrag van onze debiteuren goed en er waren minder faillissementen dan andere jaren. 
Bovenstaande leidt tot de volgende financiële vertaling:

Openstaande vorderingen per 31-12-2020 Bedrag in € / percentage Bedrag in €
Vorderingen tot en met 2019 108.500
Dwangsommen tot en met 2019 (totaal) 1.500
Oninbaar 25% 500
Subtotaal 109.000
Toeslag economische situatie 25% 27.000
Totaal dubieuze debiteuren 136.000

Op 31 december 2021 bevat de voorziening dubieuze debiteuren € 136.000. In 2021 verklaarden we voor € 68.000 aan vorderingen oninbaar. Voeding van de voorziening vindt plaats ten laste van de voorziening vuilverwerking (afvalstoffenheffing), de voorziening gemeentelijk rioleringsplan (rioolrecht) en de exploitatie. De toevoeging via de exploitatie beoordelen we jaarlijks. Dat geldt ook voor het toeslagpercentage voor economische ontwikkelingen. 

Voorziening dubieuze debiteuren afdeling Werken, Wonen en Leven (WWL) 
De afdeling WWL heeft een registratie van dubieuze debiteuren van bijstandsuitkeringen waarbij sprake is van teveel betaalde uitkeringen. Dit op basis van het uitgevoerde beleid “terugvordering & verhaal en de fraudewet”. Periodiek beoordelen we de voortgang (inbaarheid) van de openstaande vorderingen en de financiële omvang van de voorziening. Vanwege de specifieke doelgroep (de inkomens- en vermogenssituatie kan wijzigen) boeken we geen vorderingen af. Per 31 december 2021 is de voorziening  € 246.000 groot.

2.4 ONZE RISICO’S

Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een gevolg voor de organisatie. Met behulp van een risicomanagementinformatiesysteem prioriteert, analyseert en beoordeelt de gemeentelijke organisatie risico's op systematische wijze. Door een goed systeem van risicomanagement kunnen we vervolgens voor risico’s, die het behalen van de doelstellingen van de organisatie bedreigen, passende beheersmaatregelen nemen. Alle ons bekende risico's zijn opgetekend. We onderzochten vervolgens welke risico's met welke beheersmaatregelen zijn afgedekt. Niet door beheersmaatregelen afgedekte risico's nemen we op in deze paragraaf en geven ons inzicht in hun invloed op onze financiële positie. Deze risico's zijn op basis van hun financiële omvang gecategoriseerd in vijf rubrieken qua impact op onze financiële positie: oplopend van 1: minimaal ( tot € 25.000) tot en met 5: catastrofaal (groter dan € 500.000). Daarnaast stellen we ons ook de vraag: wat is de verwachte frequentie dat het risico zich voordoet in een bepaalde periode (kans/waarschijnlijkheid). Ook deze frequenties categoriseren wij in 5 rubrieken:

Verwachte frequentie dat het risico zich voordoet Kans
Risico doet zich minder dan 1 maal per 10 jaar voor 1
Risico doet zich 1 maal per 5-10 jaar voor 2
Risico doet zich 1 maal per 2-5 jaar voor 3
Risico doet zich 1 maal per 1-2 jaar voor 4
Risico doet zich 1 maal per jaar voor 5

Door deze twee parameters (impact en kans/waarschijnlijkheid) met elkaar te vermenigvuldigen en in onderstaande risicokaart weer te geven, wordt inzicht verkregen in de spreiding van de risico’s naar kans, optreden en gevolg. De nummers geven de aantallen risico’s weer die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Dit maakt inzichtelijk hoe de risico’s zijn verdeeld over het groene, oranje en rode gebied. Een risicoscore in het groene gebied, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Risico’s die in het oranje gebied zitten vragen om aandacht. Ze vormen individueel nog geen reëel gevaar voor de continuïteit van de organisatie, maar naarmate de tijd vordert, kan het risico wel een bedreiging gaan vormen. Het is aan te raden niet te lang te wachten met het uitvoeren van beheersmaatregelen.

Risicomatrix
Risico Impact 5 - Catastrofaal 2
4 - Substantieel 4 1 1
3 - Matig 1 1
2 - Gering 4 1 2 2
1 - Minimaal 15 2 2 5 3
1 - Onwaarschijnlijk 2 - Mogelijk 3 - Aannemelijk 4 - Waarschijnlijk 5 - Zeker
Risico Waarschijnlijkheid

 

Het onderstaande overzicht toont de tien grootste financiële risico's en de som van de overige risico’s die niet door beheersmaatregelen zijn afgedekt. Per risico geven wij aan wat de waarschijnlijkheid is dat deze zich voordoet.

Risico Omschrijving Waarschijnlijkheid Financieel gevolg in € Financieel gevolg weging in €
Schadeclaims Betreft verwachte en/of neergelegde schadeclaims, waaronder Brouwerseiland 10.105.000
Gevolgschade door bestrijding van een ramp of incident Er kunnen incidenten voorkomen die niet voorzien zijn, waaronder brand in een natuurgebied, oude binnensteden en incidenten met een grote maatschappelijke impact zoals een infectieziekten. Het toeristische karakter van onze gemeente en het aantal grote evenementen brengen risico’s met zich mee. Vervuiling van het strand brengt grote economische schade met zich mee. Voor de ondernemers een daling van inkomsten en minder personeel. Voor onze gemeente is de schade ook groot door daling van de toeristenbelasting, parkeerheffingen en verhoging van sociale uitkeringen en extra lasten voor inzit van (extra) menskracht alsmede verhoging van de bijdrage van de uitvoeringslasten van de Veiligheidsregio en/of GGD. 30% - Mogelijk 2.000.000 600.000
Bescherming persoonsgegevens De organisatie heeft vanuit de Algemene verordening Gegevensbescherming de verplichting om inbreuken op de bescherming van persoonsgegevens te voorkomen (datalek). 70% - Waarschijnlijk 750.000 525.000
Gegevensbescherming We voldoen niet aan de plicht persoonsgegevens goed te verwerken en te beschermen. 70% - Waarschijnlijk 750.000 525.000
Onderhoud havens Door uit- en/of afstel renovatie van de Oude Haven kunnen we de rijkssubsidie voor het onderhoud mislopen omdat we niet voldoen aan de voorwaarden. 30% - Mogelijk 1.700.000 510.000
Uitvoering Jeugdwet De lasten van Jeugdhulp blijft in een stijgende lijn terwijl het aantal jeugdigen met een hulpvraag daalt. 70% - Waarschijnlijk 500.000 350.000
Onvoldoende orderportefeuille De Zuidhoek Wegvallen van opdrachten, waardoor er een omzetverlies volgt met doorlopende kosten. Het gevolg is een negatief bedrijfsresultaat. 30% - Mogelijk 1.000.000 300.000
Borg- en garantstellingen rente en aflossing leningen De gemeente staat garant voor geldleningen van woningeigenaren ter bevordering van het eigen woningbezit. 10% - Onwaarschijnlijk 2.887.000 289.000
Gegevensbescherming Gemeente en ketenpartners lopen bedrijfsrisico’s bij verlies van gegevens, uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van bepaalde informatie. 10% - Onwaarschijnlijk 2.000.000 200.000
Overige risico's 164.000
 Totaal 13.568.000

Ten opzichte van de meest recente risico-inventarisatie (programmabegroting 2022-2025) is de totale impact van de financiële risico's toegenomen van € 7,7 miljoen naar € 13,6 miljoen. Dit is met name toegenomen door de stijging van de schadeclaims met € 5,7 miljoen van € 4,4 miljoen naar € 10,1 miljoen als gevolg van de verhoogde schadeclaim voor Brouwerseiland. Het risico van de COVID-19 pandemie is geen expliciet risico meer.


Als alle risico's zich gelijktijdig zouden voordoen, treedt in één keer een nadeel op van € 13,6 miljoen. Het reserveren van een dergelijk groot bedrag als buffer voor alle risico's is echter niet noodzakelijk, omdat het niet waarschijnlijk is dat alle risico's zich in 2022 gelijktijdig voordoen. Daarom wordt voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit uitgegaan van een kans van 90% dat alle risico's zich gelijktijdig voordoen. Dit maakt dat de benodigde weerstandscapaciteit € 12,2 miljoen is. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door alle risico's waarvoor geen of onvoldoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

2.5 BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT

De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om financiële tegenvallers te dekken. Het gaat om buffers in het eigen vermogen respectievelijk in de exploitatie. Buffers die we vrij kunnen maken, dan wel beschikbaar laten komen om niet-begrote kosten, die substantieel zijn, te dekken, zonder dat dit gevolgen heeft voor het beleid en de uitvoering van taken. De weerstandscapaciteit is eind 2021 als volgt:

Weerstandscapaciteit Bedragen in €
Resterende belastingcapaciteit:
·         Onroerende-zaakbelastingen 2.612.000
·         (Water)toeristenbelasting 0
·         Forensenbelasting 0
·         Lijkbezorgingsrechten 19.000
·         Parkeerbelasting 0
·         Scheepvaartrechten 657.000
·         Leges 316.000
Totale resterende belastingcapaciteit 3.604.000
Vrij aanwendbare reserves:
·         Algemene reserve 19.457.000
·         Reserve strategische visie 5.369.000
·         Algemene reserve De Zuidhoek 273.000
·         Egalisatiereserve algemene uitkering 897.000
·         Algemene reserve Ontwikkelingsbedrijf 2.307.000
Totaal weerstandscapaciteit vermogen 28.303.000
Totale weerstandscapaciteit 31.907.000

Toelichting weerstandscapaciteit 
Resterende belastingcapaciteit 
Belastingcapaciteit is de ruimte om de belastingen en heffingen te verhogen of in te voeren. Voor de heffingen gelden regels: de tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn.
Voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB) hanteert het Rijk de zogenaamde artikel 12-norm (voor financieel armlastige gemeenten). Dit is het tarief dat een gemeente moet hanteren als zij voor een eventuele aanvullende uitkering uit het gemeentefonds in aanmerking wil komen. Dit speelt voor onze gemeente niet, maar het tarief zien wij als bovengrens die wij kunnen hanteren voor de OZB. Het normtarief is voor 2021 vastgesteld op 0,1809 % van de waarde volgens de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Ons gewogen gemiddelde tarief is 0,1457%. Op basis van de werkelijke WOZ-waarde 2021 resulteert dit in een resterende belastingcapaciteit OZB van € 2.612.000.

Voor de (water-)toeristenbelasting, forensenbelasting en parkeerbelasting gelden geen maximum- of normtarieven. Voor de overige heffingen verwijzen wij u naar de Paragraaf lokale heffingen, onderdeel 1.5 (Kostenonderbouwing heffingen).

Vrij aanwendbare reserves
Algemene reserve 
De algemene reserve dient primair als buffer om in jaren waarin een sluitende begroting niet mogelijk is bij te springen en ter opvanging van negatieve jaarresultaten. 
Op 11 november 2011 is bij amendement door de raad besloten € 12 miljoen binnen de algemene reserve te oormerken voor uitvoering van de Strategische Visie. Deze kan bij het zich voordoen van de risico's worden ingezet. Ultimo 2021 is het saldo van de reserve strategische visie nog € 5,4 miljoen. 

Egalisatiereserve algemene uitkering 
Deze reserve zetten we in om mutaties vanuit het gemeentefonds op te vangen. De reserve bedraagt eind 2021 € 0,9 miljoen. Het plafond is € 2 miljoen.

Reserves Ontwikkelingsbedrijf 
De algemene reserve van het ontwikkelingsbedrijf, waarin onze grondexploitatie is ondergebracht, is betrokken bij het weerstandsvermogen. 

2.6 WEERSTANDSVERMOGEN

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.


Ratio weerstandsvermogen =     Beschikbare weerstandscapaciteit =     31.907.000 = 2,6   
                                                                       Benodigde weerstandscapaciteit              12.200.000

In de kadernota Risicomanagement is voor de weerstandsratio een minimale norm bepaald van 1,5. 

2.7 RATIO’S EN KENGETALLEN

Deze paragraaf bevat op basis van wettelijke verantwoordingsregels de eerste vijf financiële kengetallen. De zesde is geen verplicht kengetal, maar vloeit voort uit de eigen Kadernota risicomanagement. De kengetallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente.

Kengetallen Jaarrekening 2020 Begroting 2021 Jaarrekening 2021
1a Netto schuldquote 50,2% 80,7% 55,0%
1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 45,8% 76,4% 50,6%
2 Solvabiliteitsratio 27,4% 18,4% 24,2%
3 Structurele exploitatieruimte 1,0% 1,6% 1,4%
4 Grondexploitatie 4,4% 2,9% 3,4%
5 Belastingcapaciteit 122,3% 120,1% 119,1%
6 Weerstandsratio 2,8 2,1 2,6

Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Op deze manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De Vereniging Nederlandse Gemeenten adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Bij verstrekte leningen kan er onzekerheid bestaan of deze worden terugbetaald. Bij de berekening van de netto schuldquote maken we onderscheid door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Inclusief alle verstrekte leningen volgt hieronder.
De verwachte stijging in 2021 is niet doorgezet. Er is weliswaar een nieuwe lening aangetrokken, maar een groot deel hiervan is nog niet besteed als gevolg van doorschuiving van investeringen.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre er sprake is van doorlenen en geeft de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Hieruit blijkt het aandeel van de verstrekte leningen en wat dit betekent voor de schuldenlast.

Solvabiliteitsratio
Dit is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen: welk deel van het bezit niet met schulden is belast. Het zegt iets over het vermogen om zowel de kortlopende alsook de langlopende schulden te kunnen terugbetalen en is daarmee een indicator over “de financiële gezondheid” van de gemeente. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (solvabiliteitsratio), hoe financieel gezonder de gemeente.

Structurele exploitatieruimte
Dit geeft een beeld of de begroting en jaarrekening in evenwicht zijn. Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. 

Grondexploitatie
Dit is de verhouding van de grondwaarde tot de totale baten. De afgelopen jaren bleek dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van onze gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend. De gronden zijn tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel lagere marktwaarde opgenomen. Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Hoe lager de ratio is, hoe beter.

Belastingcapaciteit
Dit geeft inzicht in de belastingdruk ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk van de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij is een percentage van 100% precies gelijk aan het landelijk gemiddelde. Bij gemeenten zijn hierin de OZB-lasten, rioolheffing, afvalstoffenheffing en een eventuele heffingskorting betrokken. 

Weerstandsratio
Dit geeft de verhouding aan tussen het bedrag waarover we risico’s lopen en de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet-voorziene financiële tegenvallers te bekostigen. Het gaat om buffers in het eigen vermogen en exploitatie. In de Kadernota risicomanagement is de minimale omvang op 1,5 vastgesteld. 
In vergelijking met de ratio van de begroting 2021 zien we een verschuiving in positieve zin van 2,1 naar 2,6. De ratio is onder andere verbeterd, doordat de raad heeft besloten tot het vergroten van de beschikbare weerstandscapaciteit.

Beoordeling van de kengetallen
Bij de beoordeling van de waarde van de financiële kengetallen sluiten we aan bij de zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+ gemeenten en die zijn afgesproken door alle provinciale toezichthouders in het Vakberaad Gemeentefinanciën. Daarbij bepaalde uw raad via de vaststelling van de Kadernota risicomanagement dat de minimale omvang van het weerstandsvermogen 1,5 moet zijn.  

In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) behoren, waarbij categorie A het meest financieel gezond is en categorie C het minst.

Kengetal Waarde kengetal Categorie A Waarde kengetal Categorie B Waarde kengetal Categorie C
1.   Netto schuldquote <90% 90-130% >130%
2.   Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%
3.   Structurele exploitatieruimte Begroting èn meerjarenbegroting Begroting of meerjarenbegroting Begroting en meerjarenbegroting
> 0% > 0% < 0%
4.   Grondexploitatie <20% 20-35% >35%
5.   Belastingcapaciteit <95% 95-105% >105%
6.   Weerstandsratio >1,5 <1,5 <1,5

In de Kadernota Risicomanagement is als norm bepaald dat:

Onze gemeente is financieel gezond als:
•    Kengetal structurele exploitatieruimte (meerjaren-)begroting in categorie A zit, en
•    Drie van de overige kengetallen zitten in categorie A, of 
•    Twee kengetallen zitten in categorie A en twee in categorie B.

Onze gemeente is matig financieel gezond als:
•    Drie kengetallen zitten in categorie A gecombineerd met structurele exploitatieruimte (begroting en meerjarenraming) en weerstandsvermogen beide in B of
•    Drie kengetallen zitten in categorie B of 
•    Eén kengetal zit in categorie B en één in categorie C. 

Onze gemeente is financieel het minst gezond als: 
•    Twee of meer kengetallen zitten in categorie C. 

Onze kengetallen scoren in de volgende categorieën:

Kengetallen Jaarrekening 2020 Begroting 2021 Jaarrekening 2021
Netto schuldquote A A A
Solvabiliteitsratio B C B
Structurele exploitatieruimte A A A
Grondexploitatie A A A
Belastingcapaciteit C C C
Weerstandsratio A A A

2.8 EMU-SALDO

In het Besluit Begroting en Verantwoording is de verplichting opgenomen dat gemeenten het EMU-saldo verstrekken. De bedragen zijn x € 1.000:

Omschrijving Jaarrekening 2020 Begroting 2021 Jaarrekening 2021
1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking aan reserves 3.531 90 2.814
2 Mutaties (im-) materiële activa -6.764 28.454 16.684
3 Mutaties voorzieningen 3.133 1.299 3.080
4 Mutaties voorraden 499 -1.014 -314
5 Boekwinst bij verkoop effecten en (im-)materiële vaste activa 0 0
Berekend EMU-saldo 399 - 26.051 - 10.476

Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven met derden van de overheid op transactiebasis in een bepaalde periode. Eenvoudig gezegd geeft het EMU-saldo aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven is dan er in dat jaar is binnengekomen of dat er netto geld overgehouden is. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van de gemeente.

Het EMU-saldo voor 2021 komt uit op minus € 10,4 miljoen, wat betekent dat in EMU-termen de inkomsten € 10,4 miljoen lager zijn dan de uitgaven. Er was een negatief saldo verwacht van € 26,1 miljoen; een verschil dus van € 15,7 miljoen. Het verschil wordt onder andere veroorzaakt door vertraagde uitgaven op diverse investeringen.

Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). In dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Het jaarlijkse aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden is gesteld op -0,4% van het BBP. Het aandeel van de gemeenten is gesteld op -0,27% van het BBP. Het aandeel in het EMU-tekort betreft een inspanningsverplichting, er staat momenteel geen sanctie op een eventuele overschrijding van het toegestane EMU-tekort.
Zoals eerder aangegeven werkt de EMU-systematiek op een andere manier dan het baten- en lastenstelsel dat gemeenten hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. 

2.9 CONCLUSIES

De paragraaf weerstandsvermogen is direct verbonden met alle programma’s en de gehele bedrijfsvoering (paragrafen) van de gemeente. Feitelijk is deze paragraaf hiervan een dwarsdoorsnede. De confrontatie tussen het weerstandsvermogen en de risico’s geeft een positief getal, in die zin dat de weerstandsratio boven de 1,5 ligt. Omdat van de financiële kengetallen er een score is in de categorie B en in de categorie C, is de gemeente Schouwen-Duiveland, conform de vastgestelde Kadernota risicomanagement, matig financieel gezond. Om financieel gezond te worden is inzet nodig om de vaste schulden en de belastingdruk te verlagen. 

De impact van de oorlog in Oekraïne op de wereldwijde economie zal groot zijn en is op dit moment nog niet precies in te schatten. Directe gevolgen voor onze gemeente zijn bijvoorbeeld de opvang van Oekraïense vluchtelingen, de impact van economische sancties op burgers en ondernemers, maar ook de afhankelijkheid en eventuele contracten voor afname van Russisch gas (Gazprom). Ook zijn er macro-economisch ingrediënten aanwezig voor een recessie (stijgende inflatie, tekort aan grondstoffen, tekort aan fossiele brandstoffen, verstoring van productielijnen en oplopende rente). Dit kan mogelijk impact hebben op de financiële positie van de gemeente, bijvoorbeeld voor de haalbaar- en financierbaarheid van meerjarige investeringen, maar ook op het sociaal domein (uitkeringen, vluchtelingen, jeugdhulp, etc.).