Overzicht van de kosten van overhead

Gemeenten zijn verplicht om de kosten van overhead apart inzichtelijk te maken via het overzicht van de kosten van overhead. Deze kosten worden daarom niet meer opgenomen in de sub-programma’s. Uitzondering hierop zijn de grondexploitaties, investeringen en subsidieprojecten. Op grond van de notitie Overhead van de Commissie BBV mogen hieraan wel overheadkosten worden toegerekend.

In het BBV zijn de kosten van overhead als volgt gedefinieerd:

Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.

Wat heeft het gekost?

De wijze waarop de toerekening van overhead aan grondexploitaties, investeringen en subsidieprojecten, maar ook aan de kostenonderbouwing van leges plaatsvindt is in het BBV vrijgelaten. In onze systematiek vindt toerekening plaats door het aandeel van de kosten overhead in de totale apparaatskosten exclusief direct aan taakvelden toe te rekenen materieel en externe huisvestingskosten. Ons overheadpercentage komt hiermee uit op 40%. 
Exploitatie Begroting primitief 2021 Begroting na wijziging 2021 Realisatie 2021 Resultaat 2021
Bestuursondersteuning -262.754 -282.704 -267.158 15.546
Facilitaire zaken en huisvesting -2.270.579 -2.442.391 -2.476.141 -33.750
Informatievoorziening en automatisering -1.296.788 -1.526.690 -1.467.723 58.967
Juridische kosten -175.000 -351.000 -289.365 61.635
Management -1.126.618 -1.145.154 -1.137.916 7.238
Overige personeelskosten -258.696 -581.130 -417.741 163.389
Personeelskosten bedrijfsvoering -6.837.518 -6.898.283 -6.828.854 69.429
Subtotaal -12.227.953 -13.227.352 -12.884.898 342.454
Toegerekende overhead bouwgrond en projecten 174.435 188.816 212.600 23.784
Totale kosten van overhead -12.053.518 -13.038.536 -12.672.298 366.238

Toelichting exploitatie

Juridische- en procedurekosten, incidenteel voordeel van € 61.000
Bij de eerste financiële rapportage 2021 hebben we, met een doorkijk naar het eind van het jaar, € 160.000 bijgeraamd omdat er een aantal grote dossiers speelden waarbij juridische ondersteuning nodig was. Achteraf is dit bedrag lager uitgevallen. 
De consequenties voor het budget 2022 verwerken we bij de eerste financiële rapportage 2022.

Opleidingskosten, incidenteel voordeel van € 86.000
Met name door Corona is het opleidingsbudget in 2021 niet volledig benut. Een gedeelte van dit budget is bij de tweede financiële rapportage  2021 al door geschoven naar 2022.
We bekijken bij de eerste financiële rapportage 2022 of er ook nog een gedeelte van het het restant uit 2021 nodig is in 2022.

Advieskosten RenM, incidenteel voordeel van € 51.000
De advieskosten voor de Moermondse Gravelinge zijn volledig in 2021 geraamd, terwijl de werkzaamheden doorlopen naar 2022. Het benodigde bedrag in 2022 verwerken we in de eerste financiële rapportage 2022.

Doorbelaste salarislasten en lasten van ingehuurd personeel, incidenteel voordeel van € 93.000
Voor deze afwijking verwijzen wij u naar de centrale toelichting hieronder.

Centrale toelichting personeelslasten en lasten voor ingehuurd personeel

Alle salarislasten van het ambtelijk personeel worden in eerste instantie geraamd op de overhead (met uitzondering van het ambtelijke personeel van de Zuidhoek). Omdat de afdelingen Openbare Werken, Wonen, Werken en Leven en Ruimte en Milieu uitvoering geven aan de taken op de sub-programma’s, verdelen we de salarislasten van deze medewerkers op basis van tijdsbesteding door naar de betreffende sub-programma’s. Dit gebeurt in de begroting op basis van capaciteitsramingen en in de jaarrekening grotendeels op basis van werkelijke tijdsbesteding. In 2021 bleef een deel van het salarisbudget onbenut als gevolg van niet vervulde vacatures. Deze middelen werden ingezet ter dekking van personeel dat hier tijdelijk voor werd ingehuurd. Ook de lasten van ingehuurd personeel ramen we in eerste instantie op de overhead en verdelen we via grotendeels tijdsbesteding door naar de betreffende sub-programma’s. De budgetten voor personeel en inhuur derden werken derhalve als communicerende vaten.
Omdat de werkelijke tijdsbesteding van zowel het eigen personeel als het ingehuurd personeel afwijkt van de begrote tijdsbesteding, leidt dit op de betreffende sub-programma’s tot verschillen. Om inzicht te geven in de totale raming versus de werkelijke salarislasten en de lasten van ingehuurd personeel, brengen wij in onderstaande tabel deze ramingen en werkelijke lasten bij elkaar. Hieruit blijkt dat er op de totale budgetten voor personeel en inhuur bijna € 0,4 miljoen over is gebleven. Dit wordt hoofdzakelijk verklaard door lagere kosten voor woon-werkverkeer en piketvergoedingen. Daarnaast ontvingen wij van het UWV ziektekostenvergoedingen, die niet waren begroot.

Subprogramma/onderdeel Begroting na wijziging 2021 Realisatie 2021 Afwijking
1.1 Economie sterk water gerelateerd 75.054 143.307 -68.253
1.2 Innovatieve landbouw en aquacultuur 0 9.668 -9.668
1.3 Florerende kleinschalige bedrijvigheid 264.922 185.734 79.188
1.4 Arbeidsmarkt in balans 906.177 870.285 35.892
2.1 Goed+realistisch voorzieningenniveau 1.245.099 1.240.082 5.017
2.2 Wonen naar wens 10.303.281 9.816.489 486.792
2.3 Leefbare kernen met betrokken inwoners 261.533 142.581 118.952
2.4 Goed+betaalbaar aanbod zorg-welzijn 4.177.195 4.015.852 161.343
3.1 Schouwen-Duiveland vakantie-eiland 177.174 167.201 9.973
3.2 Krachtige toeristische hoofdstructructuur 427.869 547.923 -120.054
3.3 Toerisme divers+profiteert van water 0 7.749 -7.749
3.4 Evenementen+activiteiten aan water 497.428 547.862 -50.434
4 Bestuur 2.092.662 1.999.625 93.037
Algemene dekkingsmiddelen -192.438 125.584 -318.022
Overhead 7.661.008 7.567.443 93.565
Investeringen 246.346 369.089 -122.743
28.143.310 27.756.472 386.838