Paragraaf 4 Financiering

In deze financieringsparagraaf lichten we de beleidsuitvoering op het gebied van treasury toe. De onderdelen van deze paragraaf zijn een onderdeel van de rapportage en verantwoording van wettelijke richtlijnen met betrekking tot treasury.  

4.1 RENTERISICOBEHEER

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is ingesteld als instrument om de renterisico’s bij de vlottende schuld te beheersen. Het Rijk stelt een maximum bij het gebruik van korte financiering (looptijd maximaal één jaar). De wettelijke toegestane omvang bedraagt 8,5% van de jaarbegroting bij aanvang van het dienstjaar. 

In 2021 is per kwartaal de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet getoetst aan de wettelijke norm. Hieruit bleek dat wij binnen de gestelde norm bleven met de afgesloten kasgeldleningen. De kasgeldleningen werden afgesloten in januari (€ 6 miljoen), maart (€ 9,5 miljoen) en juni (€ 6 miljoen).

Berekening van de kasgeldlimiet begrotingsjaar 2021 (x € 1.000):

Toegestane kasgeldlimiet 2021 Bedragen x € 1.000
a) Begrotingstotaal per 1-1-2021 115.437
b) Vastgestelde percentage 0
c) Kasgeldlimiet a x b 9.812

Renterisiconorm
De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm ziet vooruit en is direct gerelateerd aan het budgettaire risico. Het doel van de renterisiconorm is hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij renteherzieningen. Binnen de Wet Financiering decentrale overheid (Fido) is een bindend kader vastgesteld om bij een overschrijding van de renterisiconorm maatregelen te treffen.

Onderstaande tabel geeft aan dat de renterisiconorm in 2021 niet is overschreden.

Stap Variabelen Begroting 2021 bedragen x € 1.000 Jaarrekening 2021 bedragen x € 1.000
1 Renteherzieningen 2.400 2.400
2 Aflossingen 5.276 5.506
3 Renterisico (1+2) 7.676 7.906
4 Bepaling renterisiconorm:
4a Begrotingstotaal 115.437 122.580
4b % in de regeling 20% 20%
4 = (4ax4b/100) Renterisiconorm 23.087 24.516
5a=(4>3) Ruimte onder renterisiconorm 15.411 16.610

4.2 KOERSRISICOBEHEER

Koersrisico is het risico dat de financiële vaste activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Op basis van artikel 6 van het Treasurystatuut van onze gemeente wordt dit risico beperkt doordat alle uitzettingen een hoofdsomgarantie aan het einde van de looptijd en vastrentende waarde hebben. 

4.3 KREDIETRISICOBEHEER

Kredietrisico is het risico op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door financiële instellingen. Op basis van artikel 7 van het Treasurystatuut van onze gemeente wordt dit risico beperkt doordat alle financiële instellingen zijn gevestigd in een lidstaat met ten minste een AA-rating en dat alle uitzettingen ten minste AA-minus rating hebben. De leningen uit de huidige portefeuille zijn volledig afgesloten bij instellingen in Nederland.

4.4 INTERN LIQUIDITEITSRISICOBEHEER

In 2021 is, overeenkomstig de begroting 2021 een lening van € 34 miljoen aangetrokken. Uit de analyse van de liquiditeit in 2021 blijkt dat eind 2021 nog € 20 miljoen liquide middelen aanwezig waren. Dit is voornamelijk voor € 8 miljoen veroorzaakt door uitgestelde investeringen, voor € 11 miljoen door hogere ontvangsten van met name algemene uitkering, belastingen, verkoop van bouwgrond en lagere exploitatie-uitgaven en voor €0 ,5 miljoen aan lagere uitgaven aan groot onderhoud.

De per eind 2021 resterende liquide middelen zijn benodigd om de uitgestelde investeringsplannen in 2022 (begroot op € 26 miljoen) te kunnen uitvoeren.  De begroting 2022 voorziet in een nog op te nemen lening van € 16 miljoen ter dekking van de benodigde liquide middelen voor de uitvoering van het investeringsprogramma.

Vanaf medio 2021 startten wij met een verbeterde opzet van de liquiditeitsplanning. Ook budgethouders betrokken wij actiever bij het inschatten van de geldstromen van de investeringen en de voorzieningen.  zodat het inzicht en de bewustwording verder toeneemt in het plannen van onze geldstromen. In 2022 onderzoeken wij de aanschaf van een applicatie die ons helpt het proces efficiënter te laten verlopen en ons meer real time inzicht verschaft. 

Rentekosten in 2021

Rentekosten Raming bedrag rente in 2021 (primitief) Werkelijk bedrag rente in 2021 Verschil
Kortgeld 0 -15.617 -15.617
Langgeld 1.707.867 1.702.737 -5.130
Totaal 1.707.867 1.687.120 -20.747

Leningenportefeuille
De onderhandse leningen vormen een belangrijk deel van het totale vreemd vermogen van de gemeente. De reguliere aflossingen en de gemiddelde rente in 2021 zijn in onderstaande tabel weergegeven. In 2021 is  de rente herzien op een bestaande lening met een restant hoofdsom van 2,4 miljoen, het oude percentage bedroeg 3,27% en het nieuwe percentage bedraagt -0,15%.

Mutaties in de leningenportefeuille Bedrag in € Gemiddelde rente in %
Stand per 1 januari 2021 67.598.075 2,56
Nieuwe lening 34.000.000
Reguliere aflossingen 5.506.074
Vervroegde aflossingen 0
Stand per 31 december 2021 96.092.001 2,08

Uitzettingen kortgeld
Bij het tijdelijk verstrekken van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen spreekt men van uitzettingen. Vanaf 17 december 2013 is het schatkistbankieren in werking getreden, waardoor wij uitzettingen per kwartaal van kortgeld boven de 0,75% van het begrotingstotaal alleen mogen uitzetten bij de schatkist. 

Uit een evaluatie door het Rijk bleek dat de drempel voor het schatkistbankieren te krap was vastgesteld. In plaats van dat alleen overtollige liquide middelen in de schatkist belandden, werden gemeenten met grote regelmaat gedwongen om bij de drempel van 0,75% ook geld voor het normale betalingsverkeer bij de schatkist te stallen. Daarom is de drempel voor het schatkistbankieren per 1 juli 2021 gewijzigd van 0,75 naar 2% van het begrotingstotaal – met een minimum van € 1 miljoen. 

Uit onderstaande tabel blijkt dat er geen overschrijdingen van het drempelbedrag hebben plaatsgevonden.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000) inclusief de Zuidhoek

Nr. Omschrijving, bedragen x €1.000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
1 Drempelbedrag 866 866 2.309 2.309
2 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 146 371 267 301
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 720 495 2.042 2.008
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag 0 0 0 0

Aandelen
Het deelnemen in aandelenkapitalen heeft in 2021 geleid tot de volgende opbrengsten:

Instantie Nominaal bedrag van de deelneming in € Dividenduitkering of renteopbrengst in €
BNG Bank 59.475 43.060
PZEM ( voorheen Delta NV) 270.907 0
Zuidhoek BV’s 36.302 0
GBE/Aqua 39.140 0
Totaal 371.194 43.060

Relatiebeheer
Sinds 2019 hebben we op de rekening-courant van de BNG een kredietfaciliteit van € 4 miljoen en een intra-daglimiet van € 10 miljoen. Doelstelling is om de hoogte van de kredietlimiet te verlagen om op het ongebruikte deel van de kredietlimiet kosten te besparen. Daarbij is een intra-daglimiet geïntroduceerd als aanvulling op de kredietlimiet. Deze intra-daglimiet is één kalenderdag beschikbaar ter overbrugging om overstanden op de kredietfaciliteit te voorkomen.   

4.5 RENTESCHEMA

Conform het Besluit Begroting en Verantwoording maken wij een renteschema op. Deze geeft inzicht in de totale rentelasten en de wijze van toerekening aan de grondexploitaties en taakvelden.

Renteschema 2021 Bedrag Bedrag
a. Rentelasten korte en lange financiering 1.726.559
b. Externe rentebaten -54.909
Totaal door te rekenen externe rente 1.671.650
c1. Rente die aan de grondexploitatie wordt doorgerekend -96.454
c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld wordt toegerekend -853.038
Saldo totaal door te rekenen externe rente 722.158
d1. Rente over eigen vermogen en voorzieningen 548.398
Aan taakvelden toe te rekenen rente 1.270.556
e. Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente 1.306.521
Renteresultaat op taakveld Treasury -35.965

Ad b. De externe rentebaten betreffen voornamelijk de ontvangen rente van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. Deze worden doorbelast naar het desbetreffende taakveld.

Ad c1 en c2. Er mag geen rente over het eigen vermogen en voorzieningen worden toegerekend aan grondexploitaties en investeringen waarbij sprake is van projectfinanciering.  Er is sprake van projectfinanciering voor de bouw van het sportcentrum in Zierikzee en de Pontes.

Ad d1. Het rentepercentage over het eigen vermogen en de voorzieningen mag maximaal het rentepercentage zijn dat door ons aan rentelasten over de extern aangetrokken korte en lange financiering wordt betaald (= 2,08% in 2021, zie onderdeel 4.4). In 2021 rekenen we met 1,0% zoals vastgesteld bij de Kadernota 2021.

Ad e. De resterende rente wordt via het rente-omslagpercentage toegerekend aan de taakvelden. De notitie rente van de BBV stelt dat het niet is toegestaan om op taakvelden te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage (behalve aan bouwgronden en investeringen die met projectfinanciering zijn gefinancierd). Aan deze uitspraak voldoen wij. 

Renteresultaat
De afwijking tussen de werkelijke rentelasten en de toegerekende rentelasten bedraagt 2,83%. Op grond van de notitie rente 2017 van de Commissie BBV is een correctie verplicht indien de afwijking groter is dan 25%. Omdat de afwijking beneden deze norm ligt, hebben wij vanuit efficiency geen correctie toegepast. 

4.6 VALUTARISICOBEHEER

Het valutarisico is in onze gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.

4.7 INFORMATIEVOORZIENING

Aan de toezichthouder (provincie Zeeland) verstrekken wij verantwoordingsinformatie over de treasury-activiteiten:


1.    bij overschrijding van de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartaalrapportages (Staat A).
2.    jaarlijks bij de begroting en de jaarstukken via de paragraaf financiering.
3.    de leningsbesluiten bij het aantrekken van leningen.