Paragraaf 8 Demografische ontwikkeling

8.1 DEMOGRAFISCHE VERANDERINGEN

Schouwen-Duiveland is sinds 2014 één van de elf anticipeerregio’s in Nederland. Dit zijn regio’s waarvan naar verwachting de totale bevolkings- en huishoudensomvang in een periode van 10 jaar gaat afnemen. De vraag is of dit nog steeds het geval is, nu sinds ruim drie jaar sprake is van een gemiddeld lichte, maar gestage, bevolkingsgroei. In 2020 is de bevolkingsgroei harder toegenomen dan normaal. Dit is te verklaren uit de herwaardering van rust, ruimte, natuur en lagere woondichtheid als gevolg van corona (aantal inwoners per 01-01-2020: 33.839, aantal inwoners per 31-12-2020: 34.061; toename van 222 inwoners).  Ook in 2021 zet deze ontwikkeling zich door (aantal inwoners per 01-06-2021: 34.129, toename van 68 inwoner).  Wat wel aandachtspunten blijven is dat de samenstelling van de bevolking en huishoudens verandert. De bevolking bestaat hierdoor uit relatief meer ouderen en minder jongeren en met name oudere 1- en 2- persoonshuishoudens en dat levert specifieke vraagstukken op. Bijvoorbeeld op het domein van wonen, voorzieningen, zorg, mobiliteit en onderwijs. 

Zowel het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) als provincie Zeeland hebben in 2019 nieuwe prognoses gepubliceerd over de voorziene bevolkingsontwikkeling. Begin 2021 heeft de provincie de notitie Bevolking en huishoudens uitgebracht, stand van zaken tot 2021. Daaruit blijkt dat de natuurlijke aanwas van de Schouwen-Duivelandse bevolking nog steeds negatief is en de groei vooral moet worden toegeschreven aan het binnenlandse migratiesaldo, dus verhuizingen binnen Nederland. Daarbij valt op dat er een licht vestigingsoverschot is door verhuizingen binnen Zeeland, aangevuld met een vestigingsoverschot van huishoudens afkomstig uit de Randstad en provincie West-Brabant. De laatste twee jaar valt hierbij op dat er ook sprake is van een vestigingsoverschot vanuit provincies Friesland en Groningen. 

8.2 LANDELIJKE BEELD

De landelijke programma Bevolkingsdaling is in 2019 tegen het licht gehouden en geëvalueerd. Uit de evaluatie blijkt de inwoneraantallen in met name de anticipeerregio’s de afgelopen jaren minder hard dalen dan oorspronkelijk geprognosticeerd en er in een aantal gevallen zelfs sprake is van groei.

Bevolkingsontwikkeling krimp- anticipeerregio’s 2019 en verder

Kijken we naar de ontwikkeling van het aantal huishoudens in krimp- en anticipeerregio’s dan blijkt dat het aantal huishoudens vrijwel in alle gebieden is toegenomen. Dit is toe te schrijven gezinsverdunning als gevolg van echtscheidingen en het langer zelfstandig thuis wonen, ook door alleenstaanden. De verwachting is dat deze ontwikkelingen voortduren. Er is een vervolgprogramma Krimp- en anticipeerregio's in ontwikkeling. Daarin worden deze ontwikkelingen als belangrijk uitgangspunt voor beleid gehanteerd.

2014 2015 2016 2017 2018 2019
1 Eemsdelta 47.958 47.560 47.111 46.850 46.396 46.051
2 Oost-Groningen 136.686 136.769 136.350 135.231 134.770 134.822
3 Hoogeland 48.819 48.489 48.346 48.188 48.019 47.888
4 Parkstad-Limburg 261.237 259.730 258.819 258.099 257.358 256.863
5 Maastricht-Mergelland 207.565 207.236 207.354 207.609 207.829 206.954
6 Westelijke Mijnstreek 135.352 135.072 134.687 134.329 133.838 133.551
7 Zeeuws-Vlaanderen 105.917 105.684 105.668 105.641 105.438 105.499
8 Achterhoek 298.118 297.696 297.992 298.193 298.534 298.788
9 Noordoost-Friesland 124.847 124.555 124.543 124.306 123.996 123.736
10 Noordwest-Friesland 62.485 62.223 62.050 61.911 61.884 61.797
11 Friese Waddeneilanden 10.410 10.446 10.483 10.518 10.624 10.637
12 Zuidoost-Friesland 186.355 186.777 186.650 186.764 187.013 187.255
13 Oost-Drenthe 194.805 194.015 193.579 193.417 193.232 193.354
14 Kop van Noord-Holland 163.629 163.747 163.554 163.358 163.404 163.519
15 Schouwen-Duiveland 33.852 33.821 33.735 33.765 33.687 33.779
16 Walcheren 113.954 114.024 114.284 114.313 114.655 114.750
17 Hoeksche Waard 84.548 84.636 84.968 85.678 86.115 86.656
18 Krimpenerwaard 53.853 54.208 54.653 55.204 55.644 56.048
19 Noord-Limburg 280.517 280.552 279.971 281.514 281.486 282.067
20 Midden-Limburg 235.335 235.351 235.429 235.995 236.687 236.702

Huishoudensontwikkeling krimp- en anticipeerregio’s 2014–2019

2014 2015 2016 2017 2018 2019
1 Eemsdelta 21.523 21.504 21.528 21.469 21.433 21.384
2 Oost-Groningen 61.179 61.888 61.857 61.507 61.788 61.993
3 Hoogeland 21.171 21.163 21.214 21.331 21.317 21.391
4 Parkstad-Limburg 124.783 124.555 124.709 125.377 125.480 125.793
5 Maastricht-Mergelland 105.115 105.838 106.245 107.441 108.143 107.899
6 Westelijke Mijnstreek 62.875 63.311 63.488 63.787 63.745 64.085
7 Zeeuws-Vlaanderen 48.692 48.792 48.921 49.192 49.332 49.575
8 Achterhoek 125.306 126.105 126.836 127.639 128.218 129.156
9 Noordoost-Friesland 51.484 51.610 51.762 51.953 52.039 52.280
10 Noordwest-Friesland 27.167 27.281 27.406 27.442 27.506 27.606
11 Friese Waddeneilanden 5.131 5.210 5.278 5.310 5.284 5.325
12 Zuidoost-Friesland 80.734 81.182 81.192 81.835 82.206 82.602
13 Oost-Drenthe 84.701 84.928 85.006 85.638 85.872 86.146
14 Kop van Noord-Holland 72.374 72.750 72.824 73.124 73.406 74.028
15 Schouwen-Duiveland 15.223 15.314 15.257 15.358 15.318 15.434
16 Walcheren 53.520 53.619 53.821 54.100 54.394 54.766
17 Hoeksche Waard 35.357 35.544 35.739 36.159 36.470 36.825
18 Krimpenerwaard 22.433 22.635 22.808 23.182 23.388 23.587
19 Noord-Limburg 120.041 121.085 121.865 123.404 123.963 124.677
20 Midden-Limburg 103.781 104.500 105.137 105.926 106.591 107.257

8.3 WERKELIJKE CIJFERS VERSUS PROGNOSES

De bevolkingsontwikkeling van onze gemeente loopt in de pas met de bevolkingsontwikkeling van de overige Zeeuwse plattelandsgemeenten. In vergelijking met andere Zeeuwse gemeenten zien we wel dat er sinds drie jaar in een vrij gelijkmatige trend zo’n 8% meer kinderen worden geboren en het geboortecijfer daardoor in de Zeeuwse context relatief hoog is.

Op grond van de door de raad aangenomen motie Actuele demografische cijfers zijn de bevolkingsprognoses, inclusief leerlingenprognoses, nader onder loep genomen. Daaruit blijkt dat het aantal zelfstandige huishoudens op Schouwen-Duiveland de afgelopen tien jaar in een vrij gelijkmatige trend met 550 is toegenomen. Deze stijging zet tot 2030 door en daarmee ook de vraag naar extra woningen. Na die tijd wordt een daling voorzien en zullen er minder nieuwe huizen nodig zijn. De raad is in kennis gesteld van de uitwerking van de motie met onze raadsbrief van 14 juli 2020, kenmerk 302184. Hierbij is belangrijk aan te geven dat in 2020 een zeer afwijkende ontwikkeling is gevolgd als gevolg van de coronacrisis en er meer belangstelling is ontstaan om in meer rurale gebieden te wonen.  Inmiddels is ook in onze gemeente sprake van een verhitte woningmarkt met stijgende prijzen. Door de stijgende prijzen, ook voor nieuwbouwwoningen, hebben starters het steeds moeilijker om toe kunnen treden tot de woningmarkt. Daarnaast stagneert de doorstroming van woningbezitters. Daarom is samen met de provincie in het eerste kwartaal van 2021 een heroriëntatie op de regionale woningmarktafspraken gestart, waarbij voor de zomer toegewerkt wordt naar vaststelling hiervan. Tevens heeft de raad in mei 2021 een raadsbrede motie aangenomen om in het kader van de verdringing op de woningmarkt de effecten van bestaand en nieuw beleid / instrumenten tegen het licht te houden en in september met een commissievoorstel hiervoor te komen naar de raad.  

8.4 WAT GAAN WE HIERVOOR DOEN

Als verdere uitvoering van het in 2019 uitgevoerde Kwalitatief Woononderzoek Zeeland (KWOZ), de actuele Woningmarktanalyse Schouwen-Duiveland 2020 en de huidige situatie rondom de woningmarkt is in 2021 gestart met het opstellen van kernprofielen voor alle kernen van Schouwen-Duiveland. Een kernprofiel is een analyse met feitelijke gegevens over de kern (demografisch, sociaal en economisch) en relevant voor wonen.  Dit kernprofiel dient als basis om het gesprek te voeren met de stakeholders over de woonuitdagingen van die kern in de bestaande woningvoorraad en nieuwbouw.  Met als doel om vraag en aanbod beter in balans te brengen om de huidige verhitting tegen te gaan. Daarnaast zoeken we naar creatieve mogelijkheden om in de vraag naar woningen te voorzien, zoals het bieden van tijdelijke oplossingen in de vorm van tiny houses. Eén van de onderzoeklocaties daarvoor is de kern Bruinisse.

In het kader van het landelijke programma Bevolkingsdaling blijven wij input leveren en met voorstellen komen om de gevolgen van demografische ontwikkelingen voor met name plattelandsgebieden zo goed mogelijk op te vangen. Bijvoorbeeld op het gebied van behoud van voorzieningen, goede bereikbaarheid en mobiliteit en nieuwe sociaaleconomische perspectieven. Via lobby proberen wij daar relevante punten voor onze gemeente, vergelijkbare Zeeuwse gemeenten en P10 gemeenten een belangrijke plaats in te geven. Momenteel brengen we via beleidsbeïnvloeding en lobby prominente vraagstukken zoals (digitale) bereikbaarheid, voorzieningenniveau, aanpak bestaande woningvoorraad, bereikbaarheid van onderwijs en zorg en (sociale) mobiliteit in.

In het kader van de subsidieregeling Aantrekkelijk vestigingsklimaat op basis van de Regiodealgelden stimuleren we organisaties en instellingen in onze gemeente om aanvragen in te dienen om de leefbaarheid en sociale cohesie in kernen te verbeteren.

We volgen nadrukkelijk de uitrol van het 5G-netwerk en de verglazing van het kabelnetwerk om een zo hoog mogelijk dekkings- en aansluitpercentage voor onze inwoners en bedrijven te realiseren. Te meer belangrijk omdat met de coronacrisis is gebleken dat voor werk fysieke aanwezigheid op locatie in veel gevallen minder noodzakelijk is. Hierdoor ontstaat er een ander perspectief op werken op afstand en de wensen die mensen voor wonen hebben (meer aandacht voor rust en ruimte).

Om te binden en te boeien blijven we inzetten op de vernieuwende onderwijsvormen en kennisontwikkeling via Living Labs.  De actiepunten uit “Onderwijs nabij” en het gesloten convenant tussen onderwijs, ondernemers en overheid zijn verder uitgewerkt en de eerste resultaten zijn zichtbaar zoals de opzet van bedrijfsscholen en toeristische opleidingen op locatie.

We blijven in nauwe samenwerking met provincie Zeeland, Connexxion, lokale ondernemers en Pieter Zeeman werken aan concepten om de scholen beter bereikbaar te maken en te houden. 

Bestuurlijk en ambtelijk is ingezet op betere en vooral relevantere verbindingen met en tussen kernen. Aan de hand van de provinciale Slimme Mobiliteitsstrategie zetten we in op een betere ontsluitingen van de kernen en toegang tot voorzieningen. Vanuit het principe "vraag gestuurd" in plaats van "aanbodgericht". Door het opstellen en uitvoeren van dorpsvisies en masterplannen met grote betrokkenheid van de lokale bevolking in de betreffende kern krijgt inwoners meer waardering voor de directe eigen leefomgeving. Dit levert sociale effecten op als het oprichten van hulpkringen en lokale initiatieven waarbij omzien naar elkaar centraal staat.

Tot slot blijven we ook in 2022 inzetten op samenwerking met de P10 en de VNG, de landelijke werkgroep anticipeerregio’s, de provincie en andere Zeeuwse gemeenten die antipeer- of krimpregio zijn. We werken samen om van elkaar te leren en om de problematiek van plattelandsgemeenten te agenderen bij het rijk. De landelijke samenwerking levert voordelen op zoals bijvoorbeeld het aansluiten bij de Greendeal Autodelen en plattelandsvraagstukken hoger op de agenda van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Bevorderen van leefbaarheid in de kernen en onderlinge verbondenheid van de lokale samenleving in kernen blijkt een belangrijk antwoord te zijn op demografische ontwikkelingen. Het plattelandsonderzoek dat P10 in het kader van het 10 jarig jubileum heeft uitgevoerd levert goede aanknopingspunten op om lokale initiatieven die de leefbaarheid en verbondenheid bevorderen verder te faciliteren en te ondersteunen. De eerste stappen om het bijbehorende vijf punten plan concreet uit te werken naar een programmalijn voor P10 zijn gezet.