Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

2.1 BEGRIPPEN, PROVINCIAAL TOEZICHT EN REGELGEVING

De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing bestaat uit:

  • het gemeentelijke beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • een overzicht van reserves en voorzieningen om risico’s af te wenden;
  • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • een inventarisatie van de risico’s.

In deze paragraaf van de begroting gaan we in op de ontwikkelingen over deze vier punten.

2.2 ONS BELEID

Op 4 juli 2019 is de Kadernota 2019-2023 Risicomanagement & Rechtmatigheidsverantwoording  (hierna genoemd Kadernota Risicomanagement) vastgesteld. Deze Kadernota Risicomanagement beperkt zich niet tot financiële risico’s, maar gaat ook over niet-financiële risico’s zoals bestuurlijke en juridische risico’s, imago- en frauderisico’s en risico’s in de bedrijfsvoering op het gebied van personeel en Informatie- en Communicatietechnologie. Deze hebben weliswaar niet (altijd) direct een financiële impact, maar kunnen op termijn wel grote gevolgen hebben voor de gemeente.

Met deze nota zetten we een belangrijke stap in het versterken van risicomanagement en de verbetering van de interne administratieve organisatie en interne controle. Hierbij richten wij ons op het bereiken van de volgende doelstellingen:

  1. Het vaststellen van het gemeentelijk risicoprofiel, normen voor de weerstandsratio en streefwaarden voor financiële kengetallen om zo de risico’s te bewaken en te monitoren dat we als gemeente financieel gezond (worden en) blijven.
  2. We voeren integraal risicomanagement uit: het signaleren van de risico’s en het beheersen ervan maakt onderdeel uit van de integrale verantwoordelijkheid.
  3. Vanaf 2022 beheersen wij de financieel impactvolle processen zodanig dat we voldoen aan de minimale eis voor afgifte van de rechtmatigheidsverantwoording en dat de risico's worden beperkt.
  4. Het periodiek inzicht geven in de ontwikkeling van de risico’s in relatie tot de norm voor de weerstandsratio en de financiële kengetallen.

Uitgangspunt voor de ontwikkeling en invoering van risicomanagement is om niet alleen de mogelijke risico’s te analyseren en in kaart te brengen, maar om tevens de methodiek van risicomanagement in te voeren. Hierbij betrekken wij ook de adviezen van de accountant en de auditcommissie. Met de uitvoering van deze nota is gestart in augustus 2019. 

2.3 VOORZIENING OM RISICO’S AF TE WENDEN

Voorziening dubieuze debiteuren

Bij de bepaling van de omvang van de voorziening (exclusief dubieuze debiteuren afdeling Werken, Wonen en Leven) hanteren we de uitgangspunten uit de jaarrekening 2020:

  • Vorderingen uit de jaren 2020 en 2021 zijn voor 100% inbaar (inclusief dwangsommen).
  • Vorderingen uit de jaren 2019 en daarvoor zijn 100% dubieus. Vorderingen boven de € 5.000 met een betalingsregeling (loopt veelal over meerdere jaren) brengen we in mindering.
  • Dwangsommen uit de jaren 2019 en daarvoor beschouwen we voor 25% dubieus. Dit omdat de betalingstermijnen veelal over meerdere jaren lopen.
  • Om de nadelige effecten van de economische ontwikkelingen op te kunnen vangen, hanteren we een toeslagpercentage. Dit is vanwege de COVID-19 pandemie verhoogd naar 25%.

Daarnaast zijn de grote individuele vorderingen beoordeeld. Hiervoor zijn geen extra dotaties aan de voorziening nodig. 

Dit leidt tot de volgende financiële vertaling:

Openstaande vorderingen per 31-12-2021 Bedrag in € / percentage Bedrag in €
Vorderingen tot en met 2019 97.000
Dwangsommen tot en met 2019 (totaal) 2.000
Oninbaar 25% 500
Subtotaal 97.500
Toeslag economische situatie 25% 24.375
Totaal dubieuze debiteuren 121.875

De begrote stand van de voorziening is voldoende om het saldo van de berekende dubieuze debiteuren op te vangen.

De voeding van de voorziening tot de noodzakelijk gewenste omvang komt ten laste van de exploitatie. De noodzaak en omvang hiervan beoordelen we bij de tussenrapportages en de jaarrekening. Dat geldt ook voor het toeslagpercentage voor economische ontwikkelingen.

Voorzieningen dubieuze debiteuren afdeling Werken, Wonen en Leven (WWL)

De afdeling WWL heeft een registratie van dubieuze debiteuren van bijstandsuitkeringen waarbij sprake is van teveel betaalde uitkeringen. Dit op basis van het uitgevoerde beleid “terugvordering & verhaal en de fraudewet”. Periodiek beoordelen we de voortgang (inbaarheid) van de openstaande vorderingen en de financiële omvang van de voorziening. Vanwege de specifieke doelgroep (de inkomens- en vermogenssituatie kan wijzigen) boeken we geen vorderingen af.  

Wij kennen twee voorzieningen. Een voor de langlopende en een voor de kortlopende debiteuren. Per 31 december 2021 bedraagt naar verwachting het saldo van de voorziening kortlopende debiteuren € 261.000 en van de voorziening langlopende debiteuren € 93.000. Wij verwachten geen verschillen met 2022.

2.4 ONZE RISICO’S

Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een gevolg voor de organisatie. Met behulp van een risicomanagementinformatiesysteem prioriteert, analyseert en beoordeelt de gemeentelijke organisatie risico's op systematische wijze. Door een goed systeem van risicomanagement kunnen we vervolgens voor risico’s, die het behalen van de doelstellingen van de organisatie bedreigen, passende beheersmaatregelen nemen. Op basis van de inventarisatie is een risicoprofiel opgesteld. Het onderstaande overzicht toont de tien grootste financiële risico's en de som van de overige risico’s. Onderaan de tabel is het totaalbedrag voor de overige risico’s opgenomen.

Al ons bekende risico's zijn opgetekend. Er is onderzocht wat de beheersmaatregelen zijn en wat vervolgens de restrisico's zijn (impact). De restrisico's zijn qua hoogte gecategoriseerd in vijf rubrieken, oplopend van 'tot € 25.000' tot en met 'groter dan € 500.000'. We hebben ons ook de vraag gesteld: hoe vaak kan zich het risico voordoen in een bepaalde periode (kans).

Verwachte frequentie dat het risico zich voordoet Kans
Risico doet zich minder dan 1 maal per 10 jaar voor 1
Risico doet zich 1 maal per 5-10 jaar voor 2
Risico doet zich 1 maal per 2-5 jaar voor 3
Risico doet zich 1 maal per 1-2 jaar voor 4
Risico doet zich 1 maal per jaar voor 5

Met deze twee parameters is de kans maal impact te berekenen en dus ook dat risico dat afgedekt zou moeten worden met eigen vermogen. Om meer inzicht te krijgen in de spreiding van de risico’s naar kans, optreden en gevolg, gebruiken we de risicokaart (zie hieronder). De nummers geven de aantallen risico’s weer die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Dit maakt inzichtelijk hoe de risico’s zijn verdeeld over het groene, oranje en rode gebied.

Risicomatrix
Risico Impact 5 - Catastrofaal 1 2 1
4 - Substantieel 1 2 1
3 - Matig 1 1 1
2 - Gering 3 2 4 2 1
1 - Minimaal 10 2 1 2 2
1 - Onwaarschijnlijk 2 - Mogelijk 3 - Aannemelijk 4 - Waarschijnlijk 5 - Zeker
Risico Waarschijnlijkheid

Een risicoscore in het groene gebied, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Risico’s die in het oranje gebied zitten vragen om aandacht. Ze vormen individueel nog geen reëel gevaar voor de continuïteit van de organisatie, maar naarmate de tijd vordert, kan het risico wel een bedreiging gaan vormen. Het is aan te raden niet te lang te wachten met het uitvoeren van beheersmaatregelen.

Risico Omschrijving Waarschijnlijkheid Financieel gevolg in € Financieel gevolg weging in €
Schades Betreft verwachte en/of neergelegde schadeclaims (waaronder Brouwerseiland) 4.370.500
Gevolgschade door bestrijding van een ramp of incident Er kunnen incidenten voorkomen die niet voorzien zijn, waaronder brand in een natuurgebied, oude binnensteden en incidenten met een grote maatschappelijke impact zoals een infectieziekten. Het toeristische karakter van onze gemeente en het aantal grote evenementen brengen risico’s met zich mee. Vervuiling van het strand brengt grote economische schade met zich mee. Voor de ondernemers een daling van inkomsten en minder personeel. Voor onze gemeente is de schade ook groot door daling van de toeristenbelasting, parkeerheffingen en verhoging van sociale uitkeringen en extra lasten voor inzit van (extra) menskracht alsmede verhoging van de bijdrage van de uitvoeringslasten van de Veiligheidsregio en/of GGD. 30% - Mogelijk 2.000.000 600.000
Gegevensbescherming Gebleken gegevenslekken melden we niet tijdig melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. 70% - Waarschijnlijk 750.000 525.000
Onderhoud havens Door uit- en/of afstel renovatie van de Oude Haven kunnen we de rijkssubsidie voor het onderhoud mislopen omdat we niet voldoen aan de voorwaarden. 30% - Mogelijk 1.700.000 510.000
Uitvoering Jeugdwet De lasten voor jeugdzorg kunnen stijgen door verandering wet- en regelgeving in het kader van het woonplaatsbeginsel. Het Rijk gaat er vooralsnog vanuit dat onze lasten 600.000 euro lager zullen zijn. 30% - Mogelijk 1.200.000 360.000
Uitvoering Jeugdwet De lasten van Jeugdhulp blijven in een stijgende lijn terwijl het aantal jeugdigen met een hulpvraag daalt. 70% - Waarschijnlijk 500.000 350.000
Onvoldoende orderportefeuille De Zuidhoek Wegvallen van opdrachten, waardoor er een omzetverlies volgt met doorlopende kosten. Het gevolg is een negatief bedrijfsresultaat. 30% - Mogelijk 1.000.000 300.000
Borg- en garantstellingen rente en aflossing leningen De gemeente staat garant voor geldleningen van woningeigenaren ter bevordering van het eigen woningbezit. 10% - Onwaarschijnlijk 2.887.000 288.700
Gegevensbescherming Gemeente en ketenpartners lopen bedrijfsrisico’s bij verlies van gegevens, uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van bepaalde informatie. 10% - Onwaarschijnlijk 2.000.000 200.000
Verandering omvang Gemeentefonds Het Rijk bouwt de gaswinning verder af. Hierdoor nemen de baten uit gaswinning af op de rijksbegroting. 70% - Waarschijnlijk 242.000 169.400
Rest 40.400
 Totaal 7.714.000

Ten opzichte van de meest recente risico-inventarisatie (jaarrekening 2020) is de totale impact van de financiële risico's afgenomen van € 9,9 miljoen naar € 7,7 miljoen. Het bedrag van financiële claims is afgenomen met € 3,4 miljoen. De risico's rondom gegevensbescherming en onderhoud Oude Haven te Zierikzee (nieuw) zijn toegenomen. 

Als alle risico's zich gelijktijdig in hun volle omvang zouden voordoen zou een nadeel optreden van € 7,7 miljoen. Het reserveren van een dergelijk groot bedrag als buffer voor alle risico's is echter ongewenst omdat het niet waarschijnlijk is dat alle risico's zich in 2022 gelijktijdig en in hun maximale omvang voordoen. Daarom is op basis van de ingevoerde risico's een risicosimulatie uitgevoerd. Bij deze simulatie is gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. Het resultaat is dat met een benodigde weerstandscapaciteit van € 6,9 miljoen het voor 90% zeker is dat alle risico's die in 2022-2025 zouden kunnen optreden kunnen worden afgedekt. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door alle risico's waarvoor geen of onvoldoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

2.5 BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT

De weerstandscapaciteit is de verzamelterm van alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet-voorziene financiële tegenvallers te bekostigen. Het gaat om buffers in het eigen vermogen respectievelijk in de exploitatie, die we kunnen vrijmaken/ beschikbaar komen om niet-begrote kosten die substantieel zijn te dekken zonder dat dit gevolgen heeft voor het beleid en de uitvoering van taken. De weerstandscapaciteit en de daarmee samenhangende risico’s drukken we vervolgens uit in geld.

De weerstandscapaciteit is eind 2022 als volgt:

Weerstandscapaciteit in €
Resterende belastingcapaciteit:
·         Onroerende-zaakbelastingen 1.851.000
·         (Water)toeristenbelasting 0
·         Forensenbelasting 0
·         Lijkbezorgingsrechten 169.000
·         Parkeerbelasting 0
·         Scheepvaartrechten 789.000
·         Leges 0
·         Afvalstoffenheffing 0
·         Reinigingsheffing 0
·         Rioolheffing 0
Totale resterende belastingcapaciteit 2.809.000
Vrij aanwendbare reserves:
·         Algemene reserve 10.732.000
·         Uitvoering strategische visie 1.661.000
·         Algemene reserve De Zuidhoek 267.000
·         Egalisatiereserve algemene uitkering 1.506.000
·         Algemene reserve Ontwikkelingsbedrijf 3.180.000
Totaal vrij aanwendbare reserves 17.346.000
Totale weerstandscapaciteit 20.155.000

Toelichting weerstandscapaciteit

Resterende belastingcapaciteit

Belastingcapaciteit is de ruimte om de belastingen en heffingen te verhogen of in te voeren. Voor de heffingen gelden regels: de tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn.

Voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB) hanteert het Rijk de zogenaamde artikel 12-norm (voor financieel armlastige gemeenten). Dit is het tarief dat een gemeente moet hanteren als zij voor een eventuele aanvullende uitkering uit het gemeentefonds in aanmerking wil komen. Dit speelt voor onze gemeente niet, maar het tarief zien wij als bovengrens die wij kunnen hanteren voor de OZB. Het normtarief is voor 2022 vastgesteld op 0,1800% van de waarde volgens de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Ons gewogen gemiddelde tarief is 0,1549%. Op basis van de werkelijke WOZ-waarde 2021 resulteert dit in een resterende belastingcapaciteit OZB van € 1.851.000.

Voor de (water-)toeristenbelasting en forensenbelasting gelden geen maximum- of normtarieven. Voor de overige heffingen verwijzen wij u naar de Paragraaf lokale heffingen, onderdeel 1.5 (Kostenonderbouwing heffingen).

Vrij aanwendbare reserves

Algemene reserve

De algemene reserve dient primair als buffer om in jaren waarin een sluitende begroting niet mogelijk is bij te springen en ter opvanging voor negatieve jaarresultaten. Hiervoor geldt een minimumbedrag van € 4 miljoen. Alles boven dit bedrag (inclusief het geoormerkte deel voor het uitvoeringsprogramma strategische visie) is in principe vrij aanwendbaar en beschikbaar voor de weerstandscapaciteit. Hier valt ook de € 2 miljoen onder als buffer om de ongewisse risico's vanwege de COVID-19 pandemie op te vangen.

Op 11 november 2011 is bij amendement door de raad besloten € 12 miljoen te oormerken voor uitvoering van de Strategische Visie. De komende jaren staan voor de uitvoering van de strategische visie nog diverse plannen met uit deze reserve beschikbaar gestelde budgetten op de agenda. Ultimo 2025 is het verwachte saldo van de reserve strategische visie € 2 miljoen.

Egalisatiereserve algemene uitkering

De reserve zetten we in om mutaties vanuit gemeentefonds op te vangen. Met ingang van 2018 ging het Rijk verder met de normeringssystematiek. Hierbij is het systeem van ‘Netto gecorrigeerde rijksuitgaven’ losgelaten en vervangen door ‘Netto uitgaven’. De verwachting was dat de algemene uitkering hierdoor meerjarig een minder grillig verloop zou hebben. Door een achttal omstandigheden vinden wij het nodig de reserve in stand te houden:

  1. regionale opgaven op het gebied van klimaat en krimp;
  2. fluctuerende accressen;
  3. oplopende korting apparaatskosten tot en met 2025;
  4. efficiencykortingen binnen het sociaal domein;
  5. volume-ontwikkeling maatstaven;
  6. de verwachte overheveling van centrumgemeentegelden naar individuele gemeenten voor taken sociaal domein waarvan de exacte herverdeeleffecten onbekend zijn;
  7. tijdelijk opvangen gevolgen herijking Financiële verhoudingswet;
  8. ontwikkeling btw-compensatiefonds.

Bij de behandeling van de decembercirculaire 2020 is er een reserveplafond van 6% van Algemene uitkering vastgesteld. Dit is in 2025 6% van € 58,6 miljoen is € 3,5 miljoen. De reserve bedraagt eind 2025 € 2,7 miljoen. 

Reserves Ontwikkelingsbedrijf

De algemene reserve van het ontwikkelingsbedrijf, waarbij onze grondexploitatie is ondergebracht, is betrokken bij het weerstandsvermogen.

2.6 WEERSTANDSVERMOGEN

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit = 20.155.000 = 2,9

Benodigde weerstandscapaciteit                                                                           6.900.000

Wij streven een weerstandsvermogen na dat tenminste ruim voldoende is. Dit vereist een ratio weerstandsvermogen dat gelijk is of hoger is dan 1,5.

2.7 RATIO’S EN KENGETALLEN

De paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing bevat op basis van de vereisten in de Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vijf financiële kengetallen. De berekeningswijze van de kengetallen is vastgelegd in een ministeriële regeling. Mede op basis van deze kengetallen dient de paragraaf een analyse te geven van de financiële positie van de gemeente. De zesde is geen verplicht kengetal, maar vloeit voort uit de Kadernota Risicomanagement. 

Kengetallen Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
1a Netto schuldquote 48,00% 80,90% 64,60% 68,80% 66,60% 66,70%
1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 44,40% 76,60% 60,20% 64,30% 62,00% 62,20%
2 Solvabiliteitsrisico 29,60% 17,30% 19,00% 19,90% 21,10% 21,60%
3 Structurele exploitatieruimte 0,80% 1,60% 2,20% 1,90% 1,70% 1,30%
4 Grondexploitatie 4,40% 2,9% 2,10% 1,80% 1,20% 1,10%
5 Belastingcapaciteit 122,30% 120,10% 120,10% 120,00% 119,90% 119,80%
6 Weerstandsratio 3,1 2,1 2,9 3,0 3,2 3,2

 

Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van baten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Op deze manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De Vereniging Nederlandse Gemeenten adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Bij verstrekte leningen kan er onzekerheid bestaan of deze worden terugbetaald. Bij de berekening van de netto schuldquote maken we onderscheid door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Inclusief alle verstrekte leningen volgt hieronder.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre er sprake is van doorlenen en geeft de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Hieruit blijkt het aandeel van de verstrekte leningen en wat dit betekent voor de schuldenlast.

Solvabiliteitsrisico

Dit is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Het zegt iets over het vermogen om zowel de kortlopende alsook de langlopende schulden te kunnen terugbetalen en is daarmee een indicator over “de financiële gezondheid” van de gemeente. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (solvabiliteitsratio), hoe financieel gezonder de gemeente.

Structurele exploitatieruimte

Dit geeft een beeld of de begroting en meerjarenraming structureel en reëel in evenwicht zijn. Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Grondexploitatie

Dit is de verhouding van de grondwaarde tot de totale baten. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van onze gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend. De gronden zijn tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel lagere marktwaarde opgenomen. Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Hoe lager de ratio is, hoe beter.

Belastingcapaciteit

Dit geeft inzicht in de belastingdruk ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk van de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij is een percentage van 100% precies gelijk aan het landelijk gemiddelde. Bij gemeenten zijn hierin de OZB-lasten, rioolheffing, afvalstoffenheffing en een eventuele heffingskorting betrokken.

De belastingcapaciteit daalt ten opzichte van het voorgaande jaar. Reden hiervoor is dat in onze gemeente de belastingtarieven minder hard stijgen dan het landelijk gemiddelde.

Weerstandsratio

Dit geeft de verhouding aan tussen het bedrag waarover we risico’s lopen en de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet-voorziene financiële tegenvallers te bekostigen. Het gaat om buffers in het eigen vermogen en exploitatie. 

Beoordeling van de kengetallen

Bij de beoordeling van de waarde van de financiële kengetallen sluiten we aan bij de zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+ gemeenten en die zijn afgesproken door alle provinciale toezichthouders in het Vakberaad Gemeentefinanciën. Daarnaast heeft de raad met de vaststelling van de Kadernota risicomanagement bepaald dat de minimale omvang van het weerstandsvermogen 1,5 moet zijn.

In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) behoren, waarbij categorie A het meest financieel gezond is en categorie C het minst.

Kengetal Waarde kengetal Categorie A Waarde kengetal Categorie B Waarde kengetal Categorie C
1.   Netto schuldquote <90% 90-130% >130%
2.   Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%
3.   Structurele exploitatieruimte Begroting èn meerjarenbegroting Begroting of meerjarenbegroting Begroting en meerjarenbegroting
> 0% > 0% < 0%
4.   Grondexploitatie <20% 20-35% >35%
5.   Belastingcapaciteit <95% 95-105% >105%
6.   Weerstandsratio >1,5 <1,5 <1,5

In de Kadernota Risicomanagement heeft de raad voor de bepaling van de financiële gezondheid van onze gemeenten de volgende kaders vastgelegd:

Onze gemeente is financieel gezond als:

  • Kengetal structurele exploitatieruimte (meerjaren-)begroting in categorie A zit, en
  • Drie van de overige kengetallen zitten in categorie A, of
  • Twee kengetallen zitten in categorie A en twee in categorie B.

Onze gemeente is matig financieel gezond als:

  • Drie kengetallen in categorie A gecombineerd met structurele exploitatieruimte (begroting en meerjarenraming) en weerstandsvermogen beide in B of
  • Drie kengetallen zitten in categorie B of
  • Eén kengetal in categorie B en één in categorie C.

Onze gemeente is financieel ongezond als:

  • Twee of meer kengetallen zitten in categorie C.

De volgende tabel geeft weer in welke categorie onze kengetallen vallen:

Kengetallen Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Netto schuldquote A A A A A A
Solvabiliteitsrisico B C C C B B
Structurele exploitatieruimte A A A A A A
Grondexploitatie A A A A A A
Belastingcapaciteit C C C C C C
Weerstandsratio A A A A A A

Conclusie

Voor de conclusie verwijzen wij u naar paragraaf 2.9 hieronder.

COVID-19 Pandemie

In het voorjaar van 2020 zijn we in ons land geconfronteerd met het coronavirus. De negatieve effecten daarvan hebben ons minder financieel geraakt dan verwacht. In een aparte paragraaf in deze programmabegroting 2022-2025 geven wij hierover een meer actueel beeld van de gevolgen en risico's van de pandemie. 

2.8 EMU-SALDO

In het BBV (artikel 19) is de verplichting opgenomen dat de gemeenten ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken over het voorafgaande jaar, het actuele jaar en het volgende jaar (x € 1.000):

Omschrijving Realisatie tot en met september 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking aan reserves 6.527 -14 -1.971
2 Mutaties (im-) materiële activa -2.143 16.643 6.144
3 Mutaties voorzieningen 1.676 387 1.698
4 Mutaties voorraden -1.095 1.995 -405
5 Boekwinst bij verkoop effecten en (im-)materiële vaste activa 0 0 0
Berekend EMU-saldo 11.441 -14.275 -2.070

Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven met derden van de overheid op transactiebasis in een bepaalde periode. Eenvoudig gezegd geeft het EMU-saldo aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven is dan er in dat jaar is binnengekomen, of dat er netto geld overgehouden is. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van de gemeente. Het EMU-saldo heeft een vergelijkbare functie als het kasstroomoverzicht in het bedrijfsleven.

Het EMU-saldo kan gezien worden als een extra financieel kengetal, naast de andere vijf verplichte financiële kengetallen zoals de solvabiliteit en de (netto) schuldquote. Een structureel negatief EMU-saldo is reden tot zorg; dit geeft aan dat we jaar-op-jaar meer geld uitgeeft dan we ontvangen.  We krijgen daardoor een lagere flexibiliteit van de exploitatie (er zijn immers structureel hogere afschrijvings- en rentelasten) te nemen.

Het saldo voor 2021 komt uit op € -14 miljoen, wat betekent dat in EMU-termen de uitgaven € 14 miljoen groter zijn dan de inkomsten als gevolg van investeringen in herinrichtingen van openbare terreinen, de bouw van de school en restauraties van havens.

2.9 CONCLUSIES

De paragraaf weerstandsvermogen is direct verbonden met alle programma’s en de gehele bedrijfsvoering (paragrafen) van de gemeente. Feitelijk is deze paragraaf hiervan een dwarsdoorsnede. De confrontatie tussen het weerstandsvermogen en de risico’s geeft een positief getal, in de zin dat het weerstandsratio ruim boven de 1,5 ligt. Hiermee voldoen we aan het hiervoor gestelde kader in de Kadernota Risicomanagement. De solvabiliteitsratio ontwikkelt zich in de komende jaren van C naar B, de belastingcapaciteit is in deze jaren blijvend een C.  Met de waarden van deze kengetallen is onze gemeente overeenkomstig het kader voor het bepalen van de financiële gezondheid, ook vastgesteld in de Kadernota Risicomanagement, in 2022 en 2023 financieel ongezond. Vanaf 2024 verbetert de situatie zich tot matig financieel gezond. Om financieel gezonder te worden is inzet nodig om de waarden van deze kengetallen te verbeteren. Met de auditcommissie en de accountant vindt er eind 2021 ook een evaluatieplaats op de in de Kadernota Risicomanagement vastgestelde kaders.