Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen

3.1 OVERZICHT

Onderstaand overzicht geeft een beeld van de wijze waarop onze kapitaalgoederen zijn ondergebracht in beheerplannen en zijn vertaald in de jaarrekening.

Beheerplannen/MJOP Door de raad vastgesteld in Looptijd Financiële vertaling in de begroting Achterstallig onderhoud
Wegen 2017 Tot en met 2021 Ja Nee
Riolering 2015 Tot en met 2021 Ja Nee
Groen 2014 Tot en met 2018 Ja Nee
Speeltoestellen 2017 Tot en met 2026 Ja Nee
Gebouwen 2019 Tot en met 2030 Ja Nee
Openbare verlichting 2019 Tot en met 2023 Ja Nee
Kunstwerken en overige elementen Niet van toepassing Niet van toepassing Ja Nee
Havens en waterwegen 2019 Tot en met 2028 Ja Nee
Baggerbeheersplan 2019 Tot en met 2028 Ja Nee

Toelichting

Voor kunstwerken en overige elementen is er een uitvoeringsplan gebaseerd op inspecties.

Voor het onderhoud van de havens en het baggeren is een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) opgesteld en vastgesteld voor een periode van tien jaar.

Het beheerplan Riolering vindt zijn basis in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, waarbij vanwege de integratie met het Omgevingsplan gekozen is voor een verlenging van het vGRP 2015-2019 voor de jaren 2020 en 2021.  Omdat het nog ontbreekt aan een vastgestelde omgevingswet, zijn we voornemens om  op basis van de huidige situatie een nieuw meerjarig GRP op te stellen voor de periode 2022 en verder. Een belangrijk speerpunt hierin is het treffen van klimaat adaptieve maatregelen bij projecten in de openbare ruimte.

Het integraal beheren van de openbare ruimte wordt verder geoptimaliseerd, de aanwezige kennis en kunde van zowel het Uitvoeringsbedrijf Openbare ruimte (UOR), Handhaving, Reiniging, Ruimte en Milieu als Infra, allen met hun eigen specialisten, zal komend jaar verder worden uitgebouwd. De kwaliteit om samen de juiste eenduidige en gedragen keuzes te maken is aanwezig en zal worden benut om nieuwe inrichtingsvraagstukken van alle kanten te bekijken en hierin de juiste keuzes te maken.

3.2 WEGEN

Algemeen

Wegbeheerders hebben vanuit de Wegenwet de zorgplicht voor wegverhardingen. Dit betekent dat wij als wegbeheerder altijd verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit (onderhoudstoestand) van de verhardingen die de gemeente in beheer heeft. Deze zorgplicht moet waarborgen dat het gebruik van de wegen veilig plaats kan vinden en schades en/of ongevallen door gebreken aan de wegverharding zoveel mogelijk worden voorkomen. Verreweg het grootste deel van de gemeentelijke wegverhardingen ligt binnen de bebouwde kom van de kernen.

In 2021 startten we met het opstellen met het Beheer- en Beleidsplan Wegen 2022 – 2026. Dit plan geeft in hoofdlijnen het kwalitatieve en financiële niveau aan waarop het college haar taak als wegbeherende instantie wenst uit te voeren. Daarnaast kijkt het beleidsplan vooruit en is het bepalend voor het stellen van prioriteiten en het beschikbaar stellen van budgetten. Hierbij betrekken we ook de aangedragen bezuiniging als gevolg van besluitvorming Bestuursopdracht creëren budgettaire ruimte.

Uitgangspunten bij het gemeentelijke wegbeheer voor 2022 zijn:

• Het gebruik van wegen moet te allen tijde veilig kunnen plaatsvinden. Bij calamiteiten wordt direct ingegrepen.

• Alle gemeentelijke wegen worden, conform de landelijke standaard van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW), op minimaal kwaliteitsniveau "C” gehouden.  De verlaging van het kwaliteitsniveau is een direct gevolg van het besluit in het kader van de Bestuursopdracht creëren budgettaire ruimte.

• Overlast van wegenonderhoud voor de burger wordt zoveel mogelijk beperkt.

Uitvoeringsplannen

In het kader van integraal werken combineren we de uitvoeringsplannen zoveel mogelijk met rioolvervanging en groenonderhoud. Groot onderhoud aan wegen die binnen de Masterplannen stads- en dorpsvisies vallen stellen we uit tot uitvoering in het kader van de Masterplannen stads- dorpsvisies aan de orde is. Tot die tijd onderhouden we deze wegen dusdanig dat de veiligheid is gewaarborgd. Veelal betekent dit dat we alleen klein onderhoud uitvoeren. 

In het nieuw op te stellen wegenbeheerplan wordt het budget voor onderhoud geborgd voor het areaal dat buiten de Masterplannen stads- en dorpsvisies valt.

Wortelopdruk

De afgelopen jaren hebben we enorm veel overlast gehad van wortelopdruk. Door onder andere de droge zomers zijn veel wortels onder de bestrating op zoek gegaan naar vocht. Ook voor 2022 verwachten we veel overlast door wortelopdruk bij bestaande bomen. Bij het plaatsen van nieuwe bomen wordt geanticipeerd op eventuele latere wortelopdruk.

Kwaliteit

Het wegbeheer voeren we uit volgens de CROW-methodiek. Vanaf 2022 vindt de inspectie van de in beheer zijnde verhardingen iedere twee jaar plaats en verkrijgen we een actueel beeld van de conditie van het wegennet. 

Financiën

Bij de vaststelling van het Beheer- en Beleidsplan Wegen 2017-2021 hebben we aangegeven dat we vanaf 2017 niet meer werken met een voorziening, maar dat we de kosten van het wegenonderhoud als exploitatiebudgetten verantwoorden. Of we dit op deze wijze voorzetten komt terug in het nieuw op te stellen Beheer- en Beleidsplan Wegen. 

Op de lijst te honoreren prioriteiten is een budget opgenomen van €50.000 voor het actualiseren van de wegenlegger. Een wegenlegger is een boekwerk waarin staat vermeld wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van een openbare weg. De Wegenwet bepaalt dat elke gemeente verplicht is om een wegenlegger op te stellen. De wegenlegger geeft juridische duidelijkheid over de openbaarheid van de weg en de onderhoudsplichtige. Een wegenlegger wordt opgesteld door de gemeente. De wegenlegger wordt vastgesteld door de provincie.

Risico’s

Er blijft altijd een klein risico dat door niet tijdig gesignaleerde gebreken aan de weg schades of ongevallen kunnen ontstaan. Het risico op schades en ongevallen door gebreken aan de verhardingen ondervangen we zoveel mogelijk door het uitvoeren van weginspecties, waarbij schadebeelden worden vastgelegd. Gebreken van ernstige aard worden vervolgens direct verholpen. Uit de inspecties blijkt dat een derde deel van de maatregelen opgepakt kan worden, dat betekent vervolgens dat het risico twee derde deel van de maatregelen betreft. 

3.3 RIOLERING

Algemeen

De zorg voor de gemeentelijke riolering is vastgelegd in de wet Milieubeheer. In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) is het beleid met betrekking tot onderhoud, uitbreiding en verbetering van het rioleringsstelsel vastgelegd en wordt de gewenste situatie met betrekking tot de toestand en het functioneren van het gemeentelijk rioolstelsel beschreven. De kosten voor aanleg van nieuwe riolering en aanpassingen als gevolg van uitbreidingen van woonwijken of bedrijventerreinen komen ten laste van de betreffende grondexploitaties. Daarna worden de rioleringen via een areaaluitbreiding overgedragen aan beheer.

Wegens de introductie van de nieuwe omgevingswet is in 2020 een verlenging van het vGRP tot 2021 vastgesteld. Inmiddels is de laatste stand van zaken dat de omgevingswet per 1 juli 2022 in werking treedt. 

Uitvoeringsplannen

De geplande activiteiten in het begrotingsjaar 2022 zijn:

  • Verdere completering van de rioolbeheerdata voor 31 december 2022;
  • Definiëren en uitvoeren van maatregelen voor onderhoud, reparatie of vervanging van hoofdriolen op basis van de inspectieresultaten en vastgesteld beleid;
  • Afstemmen van het vervangingsplan voor de binnenstad van Zierikzee op overige ontwerptaken / beleidsstukken zoals het Programmaplan Zierikzee, diverse stads- en dorpsvisies, het uitvoeringsprogramma Tij van de Toekomst, de Visie Openbare Ruimte Zierikzee en diverse herstructureringsopgaven van Zeeuwland;
  • Metingen aan overstorten ter controle van de vuilemissie uit het rioolstelsel;
  • Continueren en monitoren van het afkoppelbeleid;
  • We zetten in op een beheersbaar riool voor de binnenstad Zierikzee. Hiertoe wordt het rioleringsplan van de binnenstad en Malta geactualiseerd. In overleg met de bewoners wordt, met name voor riolering op particulier terrein, desnoods een oplossing op maat verzorgd;

Kwaliteit

We inspecteren jaarlijks een gedeelte van onze riolering met putvideo’s. Daar waar er vanuit de putvideo’s aanleiding voor is, worden complete rioolstrengen geïnspecteerd. Hierdoor houden we de kwaliteit in de gaten en op basis van deze resultaten maken wij onze planning.

Betreffende de riolering binnenstad Zierikzee worden aan de hand van het te actualiseren rioleringsplan en de inspecties stapsgewijs rioolstrengen vervangen en de oude gewelven buitengebruik gesteld c.q. voorzien van een nieuwe kleinere rioolbuis.

Ontwikkelingen

Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland +
Het pilotproject genaamd SORBET (Samenwerken in de OndeRgrond en BuitEnruimTe) van de SAZ+, waarin belanghebbenden, gemeenten en netbeheerders hun projecten voor de komende jaren aanmelden, is afgerond en omgezet in een convenant.

We streven naar uitbreiding van het aantal partijen (disciplines) die hieraan deelnemen, zoeken naar verbeteringen in de (proces-)afspraken en bepalen in hoeverre we dit in gezamenlijkheid met andere gemeenten voortzetten.

OAS Westerschouwen
De uitvoering van het maatregelenplan van de Optimalisatiestudie Afvalwatersysteem (OAS) voor het afvalwatersysteem in Westerschouwen is zowel qua planning als financiën in het vGRP geborgd. Fase A van het maatregelenplan is uitgevoerd. In 2020 heeft de evaluatie plaatsgevonden en de maatregelen die nog genomen moeten worden om te kunnen voldoen aan de doelstellingen van het convenant zijn bepaald. (= Fase B)

Financiën

Voorziening groot onderhoud riolering
Binnen de voorziening groot onderhoud riolering ramen we voor de begrotingsjaren de volgende mutaties:

Bedragen in € 2022 2023 2024 2025
Toevoeging 457.000 469.000 482.000 495.000
Geraamde lasten binnen voorziening 488.000 500.000 512.000 525.000

Binnen de voorziening vervangingsinvesteringen riolering ramen we voor de begrotingsjaren de volgende mutaties:

Bedragen in € 2022 2023 2024 2025
Toevoeging 2.826.000 2.868.000 2.929.000 2.991.000
Geraamde lasten binnen voorziening 2.405.000 2.412.000 1.711.000 1.742.000

Deze cijfers komen uit de kostenopstelling van het verlengde vGRP 2015-2019 dat is vastgesteld in de raad van 4 juni 2020.

De toereikendheid van de voorzieningen wordt jaarlijks bij het opstellen van de begroting en jaarrekening tegen het licht gehouden. Bij de afwijkingenrapportages passen we indien nodig de jaarschijven aan.

Risico’s

De risico’s zijn te overzien. Er blijven echter onzekerheden met betrekking tot de oude gewelf-riolen in de binnenstad van Zierikzee, die ook nog vaak in de achtertuinen van particulieren gelegen zijn.  

Daarbij is een andere onzekerheid de klimatologische ontwikkelingen. Hierbij bestaat het risico op wateroverlast, ondanks de theoretische berekeningen met neerslagintensiteiten op grond waarvan het stelsel in theorie voldoende afvoercapaciteit moet hebben.

3.4 GROEN

Algemeen

Het openbaar groen is ons natuurlijk kapitaal. Groen kleedt de buitenruimte aan en zorgt ervoor dat we ons buiten prettig voelen. Wetenschappelijk is aangetoond dat groen in de openbare ruimte effect heeft op het welbevinden en de gezondheid van mensen. Ook is groen een belangrijk instrument in de klimaatadaptatie, bijvoorbeeld in wateropvang en –berging en het tegengaan van hittestress. Openbaar groen speelt ook een rol in het streven naar een grotere biodiversiteit, wat noodzakelijk is om een evenwichtige en veerkrachtige leefomgeving voor mens en dier te realiseren.

Kwaliteit

Vanuit de visie Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) werken we aan een duurzame en veilige omgeving. We werken volgens de gouden driehoek inrichting, beheer en gebruik. Voor het openbaar groen betekent dit, dat we het onderhoud in centra en accenten op kwaliteitsniveau A uitvoeren (volgens de CROW kwaliteitscatalogus). In de woon- en verblijfsgebieden hanteren we kwaliteitsniveau B.  In nauw overleg met onze groenpartners en met behulp van intensieve kwaliteitsmetingen houden we de vinger aan de pols wat betreft beeldkwaliteit en bepalen we of we ons ambitieniveau halen.  

Uitvoeringsplannen

Zoals verwoord in de visie Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) werken we zoveel mogelijk integraal. Werkzaamheden in de openbare ruimte stemmen we op elkaar af. Hiermee voorkomen we overlast voor de inwoners en gaan we efficiënt om met de beschikbare middelen. We werken aan een efficiënt te beheren areaal, door een evenwicht te zoeken in dagelijks onderhoud en groot onderhoud. Wanneer regulier onderhoud niet langer effectief is vervangen we het groen of vormen we het groen om, met als uitgangspunt kwaliteitsverbetering (groenactieplannen). Aanleiding kan zijn gebieds- en/of interdisciplinaire projecten of vervanging/renovatie in verband met niet functioneren, ziektes en plagen of leeftijd van de beplanting.

In vrijwel alle projecten die openbare werken oppakt zit een onderdeel groen. De aanleiding voor de gebiedsprojecten is in veel gevallen civiel (riolering en/of verharding). In deze projecten loopt groen mee in de onder Wegen en Riolering geplande projecten. Ook kan herinrichting onderdeel vormen van uitvoering van een masterplan stad- of dorpsvisie.

In de onder 3.2 Wegen en 3.3 Riolering geplande projecten en uitvoeringsprojecten in het kader van de stads- en dorpsvisies is eveneens aandacht voor groen.

Speelruimtes

In 2022 voeren we een jaarfase van het speelruimtebeleid uit. Speelplekken worden omgevormd naar het streefbeeld, waarbij speeltoestellen vervangen worden. Niet langer functionerende speellocaties worden omgevormd naar groen.

Het speelruimtebeleid vormt tevens het toetsingskader voor burgerinitiatieven, waarbij ruimte is voor cofinanciering. Vanuit de wettelijke zorgplicht en voor een veilig gebruik van onze speelvoorzieningen voeren we ook in 2022 twee keer per jaar een inspectie van de speeltoestellen uit.

Bomenbeleid

In 2022 ronden we de actualisatie van het Bomenbeleidsplan (2009) af, waarin we het beleid ten aanzien van ons bomenbestand aanscherpen. Naast het behouden en ontwikkelen van groene (hoofd-)structuren is er aandacht voor bescherming van cultuurhistorisch waardevolle bomen, richtlijnen voor ontwerp, aanleg en beheer van bomen, veiligheid en zorgplicht, wet- en regelgeving, ziekten en plagen en de waarde van bomen in het kader van biodiversiteit.

Begraafplaatsen
Bomen en beplanting zijn belangrijk op een begraafplaats en vormen mede de sfeer. In de loop van de jaren kunnen bomen zodanig uitgroeien dat begraven of bijzetten in de directe nabijheid van (monumentale) bomen tot problemen kan leiden. We gaan in beeld brengen waar de combinatie (monumentale) bomen - begraven tot problemen kan leiden en hoe we hier in de toekomst mee om gaan.

Beheer oppervlaktewater bebouwd gebied

In 2017 is de overeenkomst Beheer Oppervlaktewater Bebouwd gebied (BOB) tussen het waterschap en de Zeeuwse gemeentes verlengd. Het baggeren en in stand houden van de oevers is noodzakelijk voor een goed functionerend watersysteem. Het eiland is opgedeeld in acht delfblokken. Ieder jaar wordt er één blok gebaggerd, hiermee willen we achterstallig onderhoud voorkomen.

In 2022 baggeren we het delfblok Brouwershaven/Scharendijke. Naast baggeren vervangen we ook beschoeiing. De beschoeiing in slechte toestand wordt de komende acht jaar gefaseerd vervangen.

Ontwikkelingen: verbod gewasbeschermingsmiddelen

In de openbare ruimte mogen geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen meer gebruikt worden. Met name op verhardingen hebben we de afgelopen jaren geïnvesteerd in een acceptabel alternatief. We hebben gekozen voor intensief vegen; een schone straat biedt weinig ruimte aan kiemend onkruidzaad. We volgen deze beheersingsmethode intensief en stellen onze veegfrequentie hierop af. Vanaf 2020 is het verbod op het gebruik van chemische onkruidbestrijding ook van toepassing op sportvelden. Tot 2022 is sprake van een overgangsperiode met uitzonderingen voor een beperkt aantal plagen. We volgen de wet- en regelgeving op dit onderwerp en maken bij alternatieve methoden van onkruidbestrijding op sportvelden gebruik van de ervaringen van andere gemeenten en adviezen van brancheorganisaties. 

Ontwikkelingen: invasieve exoten

Invasieve exoten zijn planten die van nature niet voorkomen in Nederland. Zij bedreigen de biodiversiteit en kunnen grote economische schade veroorzaken. De laatste jaren komt ook op Schouwen-Duiveland de Japanse Duizendknoop steeds meer voor, met name in de Westhoek. Het beleid is om verspreiding te voorkomen door gericht te maaien of handmatig te verwijderen, afhankelijk van de locatie en intensiteit. In samenwerking met overige terreinbeheerders houden we de locaties in beeld. Naast de Japanse Duizendknoop houden we ook de opkomst van Ambrosia en Reuzenbereklauw in de gaten.  Waar nodig zetten we  in 2022 structurele maatregelen in om invasieve exoten terug te dringen.

Ontwikkelingen: ziekten en plagen

Essentaksterfte komt al een aantal jaren voor in Nederland. Essentaksterfte is een schimmel; er is weinig tegen te doen. Wij zien in ons areaal dat de gezondheid van de essen terugloopt. Bij herplant kiezen we voor andere of resistente soorten; meer diversiteit is bovendien positief voor de biodiversiteit.

De kastanjebloedingsziekte is een andere ziekte die ook op Schouwen-Duiveland voorkomt. We houden de verspreiding van deze ziekte zo goed mogelijk in beeld en nemen per geval passende maatregelen. De eikenprocessierups komt tot nu toe relatief weinig voor. We inventariseren de betreffende locaties en volgen de ontwikkelingen op het kennisplatform eikenprocessierups. We verwachten dat we in 2022 door snel lokaliseren van ziekten en plagen en maatwerk in bestrijding de schade beperkt kunnen houden en verdere verspreiding kunnen voorkomen. We werken hierbij samen met de overige beherende instanties in het buitengebied.

Ontwikkelingen: biodiversiteit

In 2019 heeft onze gemeente de Zeeuwse bijenstrategie ondertekend. Daarmee bevestigen we dat we maatregelen willen nemen om de biodiversiteit te bevorderen. In het buitengebied doen we dat door budget beschikbaar te stellen voor het realiseren van bloemenranden langs akkers. In 2021 is de eerste pilot van 3 jaar beëindigd. Ook de komende jaren willen we inzetten op duurzame akkerranden, onder andere als onderdeel van het te realiseren ecoraster.  Binnen de bebouwde kom, waar het zwaartepunt ligt van ons groenbeheer, ontwikkelen we in nauwe samenwerking met de imkersvereniging Schouwen-Duiveland en Zeeuwland diverse projecten, waarbij biodiversiteit centraal staat. Bij (her-)inrichting van projecten kiezen we waar mogelijk voor soorten die meerwaarde hebben voor bestuivende insecten. Daarnaast verkennen we hoe we in het groenbeheer onze maatregelen zodanig kunnen aanpassen dat de biodiversiteitswaarde toeneemt. Kansen liggen hierbij met name in het aanpassen van maaibeheer. Het bevorderen van tijdelijke natuur is ook een kans om de biodiversiteit te vergroten: braakliggende terreinen tijdelijk een natuurbestemming geven en zodanig inrichten dat deze terreinen in ieder geval tijdelijk een zekere natuurwaarde hebben, zonder dat de uiteindelijke bestemming hierdoor beperkt wordt. Daarnaast gaan we actief op zoek naar locaties voor dorpsbosjes en buurtboomgaarden.

Voor de ondersteuning van initiatieven voor het bevorderen van biodiversiteit is voor de pilot ecologisch bermbeheer in 2022 tot en met 2023 een extra jaarlijks budget opgenomen van € 15.000 op de lijst te honoreren prioriteiten. Ook voeren we een inventarisatie uit voor de kansen van biodiversiteit met behulp van de meetlat biodiversiteit (of vergelijkbaar). 

Ontwikkelingen: bewegen en ontmoeten

Bij het opstellen van stads- en dorpsvisies inventariseren we de behoefte aan buitenlocaties die kunnen functioneren als ontmoetings- en beweegruimte voor jong en oud. Groene plekken met beweegtoestellen kunnen de leefbaarheid van een kern opwaarderen. Ook burgerinitiatieven zijn vaak gericht op gebruik van het groen in de buurt. Ideeën over inrichting en beheer, met als insteek ontmoeten/bewegen voor ouderen en/of jongeren, vragen afstemming in beleid.  De bestaande sport- c.q. ontmoetingsplaatsen, zoals Jeu de Boulesbanen en ijsbanen, worden in kaart gebracht en beoordeeld op behoefte en gebruik.  We stellen een kader op waaraan we nieuwe aanvragen kunnen toetsen. 

Ontwikkelingen: klimaatadaptatie

Groene ontwikkelingen in de buitenruimte hebben een rol in de klimaatadaptatie. Bomen en groen hebben een positief effect op de leefomgeving. Ze verbeteren de waterhuishouding, beperken opwarming en hittestress en dragen bij aan een betere luchtkwaliteit. Daarnaast herbergt groen biodiversiteit.  Bij het ontwikkelen van groenbeleid en - beheer worden deze aspecten meegenomen.

De effecten van klimaatverandering met hevige buien en zeer droge zomers heeft met name effect op het sportveldenonderhoud. Bij aanhoudende droogte moet, om blijvende schade aan de grasmat te voorkomen, beregend worden. Omdat op de meeste sportvelden geen zoet water voorhanden is, betekent dit aanvoer van water met tankwagens, wat een kostbare aangelegenheid is. Tot nu toe is er nog geen passende en betaalbare oplossing. In 2022 zoeken we verder naar alternatieve oplossingen om de velden wat betreft waterbalans in goede conditie te houden.  De kwetsbaarheid van natuurgrasvelden leidt daarnaast tot een toenemende vraag naar kunstgrasvelden.  Hierbij wordt steeds meer de nadruk gelegd op de betekenis van een sportcomplex voor de leefbaarheid van een kern. We verkennen de mogelijkheden en scherpen het beleid aan.

Financiën

We werken op dit moment voor het groenonderhoud met exploitatiebudgetten. De verdere vertaling vanuit het IBOR voor de benodigde budgetten op het gebied van groen, maken we definitief in het nieuwe beheerplan Groen 2022-2025. 

Speelruimtes

Binnen de voorziening speelruimtes zijn voor de begrotingsjaren de volgende mutaties geraamd:

Bedragen in € 2022 2023 2024 2025
Toevoeging 103.000 103.000 103.000 103.000
Geraamde lasten binnen voorziening 128.000 145.000 132.000 115.000

Dit zijn mutaties op basis van het vastgestelde beleid. De voorziening is meerjarig toereikend.

Risico’s

Risico’s in de openbare ruimte bestaan hoofdzakelijk uit aansprakelijkheid bij schade door gebreken aan elementen of objecten. Van belang is dat de gemeente voldoet aan haar wettelijke zorgplicht. Om hieraan te voldoen, keuren we de speeltoestellen en inspecteren we de bomen (BVC). Door het uitvoeren van inspecties en keuringen en het nemen van adequate maatregelen blijven de risico’s beperkt.

3.5 GEBOUWEN

Algemeen
Wij bezitten een relatief groot aantal gebouwen. Deze gebouwen moeten op een adequate manier worden beheerd, geëxploiteerd en onderhouden. Het complete beheer is gecentraliseerd, onder andere via TOPdesk. Het cluster Centrale Beheersorganisatie Gebouwen (CBG) is hiervoor verantwoordelijk. Voor het onderhoud wordt gewerkt met een meerjarenonderhoudsplan per gebouw. In de begroting zijn alle kosten en baten die behoren tot de centrale beheersorganisatie bij elkaar gezet zodat hiervoor de (budget)verantwoordelijkheid is gewaarborgd.

Kwaliteit
De raad heeft het kwaliteitsniveau van het uit te voeren onderhoud vastgesteld. Uitgangspunt hierbij is vervanging van het bestaande, sober en doelmatig. Dit houdt in dat we per gebouw bekijken welke onderhoudsactiviteiten uitgevoerd moeten worden om het huidige gebruik ongehinderd voortgang te laten vinden en geen achterstallig onderhoud te laten ontstaan.
Uiteraard doen we dat binnen deze kaders zo duurzaam mogelijk en kijken we bij geplande vervangingen naar de meest duurzame en energiezuinige oplossing die binnen de beschikbare financiële middelen mogelijk is. Ook proberen we door in de uitvoering verschillende zaken gecombineerd uit te laten voeren door onderdelen door te schuiven of juist naar voren te halen, in de planning zo veel mogelijk voordeel te halen, zodat op het gebied van verduurzaming binnen de voorziening gebouwenonderhoud al zo veel mogelijk gerealiseerd kan worden.
Het hoofddoel binnen de voorziening gebouwenonderhoud blijft echter het onderhouden van de gebouwen die we in bezit hebben en verduurzamen via de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed.

Uitvoeringsplannen 
De uitvoeringsplannen voor de meeste gebouwengroepen in 2022 volgen uit het onderhoudsplan, de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed en het (toekomstige) gebruik. Het voldoen aan de minimale wettelijke kaders is daarin geborgd.

Doordat de verantwoording voor het beheer nu is gecentraliseerd, kunnen we steeds beter kijken naar de optimale situatie per gebouw.

Bij de gebouwengroepen molens en gemeentehuis wordt afgeweken van het in 2019 vastgestelde onderhoudsplan.
Bij de molens is in het verleden een behoorlijke onderhoudsachterstand ontstaan. Deze is inhoudelijk toegelicht in de verantwoording jaarrekening 2020 evenals hoe de overschrijding binnen de voorziening gebouwenonderhoud gemeentelijke panden is opgelost. In 2022 wordt op molen de Haas in Zierikzee een noodzakelijke dakrenovatie uitgevoerd. Voor de molens van Zonnemaire, Nieuwerkerk en de Hoop in Zierikzee wordt het resterende beschikbare budget binnen de voorziening gebouwenonderhoud gebruikt voor het op stellen van restauratieplannen en als eigen dekkingsmiddel voor een aanvraag restauratiesubsidie bij de provincie Zeeland. De hoogte van deze restauratiesubsidie bedraagt maximaal 70% van de totale restauratiekosten. Bij toekenning hiervan kan hiermee het nu al zekere tekort op de drie resterende molens gefinancierd worden en kan een beroep op de algemene middelen voor dit te kort of nog verdere spreiding in de tijd, waarmee ook verder verval in zal treden, naar verwachting voorkomen worden. 

Bij het gemeentehuis hebben we in 2021 op een natuurlijk vervangingsmoment, zonder (grote) extra investering een gasloos gemeentehuis gerealiseerd. En voldoen we op het gebied van verduurzaming, vooruitlopend op de landelijke wettelijke verplichtingen vanaf 2030, en wordt tevens een mooie stap gezet richting onze eigen algemene doelstelling 'een energieneutraal Schouwen-Duiveland' in 2040. 

Financiën
Binnen de voorziening Onderhoud gemeentelijke gebouwen zijn voor de begrotingsjaren de volgende mutaties geraamd:

Bedragen in € 2022 2023 2024 2025
Toevoeging 390.000 390.000 390.000 392.000
Geraamde lasten binnen voorziening 303.000 633.000 225.000 491.000

Deze cijfers zijn gebaseerd op de actualisatie van het gebouwenonderhoud over de periode 2019-2028. De voorziening is toereikend. Om hierbij geen beroep te hoeven doen op de budgettaire ruimte is in de actualisatie over de periode 2019-2028 wel een taakstelling opgenomen van ruim € 42.000 per jaar, welke gerealiseerd dient te worden met efficiencymaatregelen of (meer) te ontvangen subsidie. 

Binnen de voorziening onderhoud gebouwen Reiniging zijn voor de begrotingsjaren de volgende mutaties geraamd:

Bedragen in € 2022 2023 2024 2025
toevoeging 32.000 32.000 32.000 32.000
geraamde lasten 19.000 15.000 19.000 40.000

De actualisatie van de meerjarige onderhoudsplanning voor de Reiniging over de periode 2019- 2028 verwerken we via de tweede financiële rapportage 2021.

De voorziening is toereikend.

Risico’s

Binnen het gebouwenonderhoud bepaalt de beleidsmatige afdeling in principe wat er wordt uitgevoerd aan onderhoud aan een gebouw binnen zijn/haar beleidsveld. Het is bij een aantal gebouwen zo, dat er bepaald is om alleen het hoogstnoodzakelijke aan onderhoud uit te voeren, aangezien nog niet duidelijk is wat er met het gebouw gaat gebeuren (bijvoorbeeld afstoting). Als er een behoorlijke periode te weinig onderhoud wordt uitgevoerd, ontstaat er achterstallig onderhoud en krijgt het gebouw een verpauperd uiterlijk, wat weer vandalisme in de hand werkt.

De herstelkosten achteraf, indien een gebouw toch niet wordt afgestoten, zijn vele malen hoger dan de oorspronkelijke reguliere onderhoudskosten. Daarnaast worden er ook geen duurzaamheidsmaatregelen doorgevoerd waardoor mogelijk bij een verandering van het gebruik door aangescherpte wetgeving grote investeringen noodzakelijk zijn om het beoogde gebruik conform die aangescherpte wetgeving toch mogelijk te maken.

Met achterstallig onderhoud loop je tevens het risico dat het verval van het gebouw sneller gaat dan verwacht met alle gevolgen van dien (lekkage, kortsluiting et cetera).

3.6 OPENBARE VERLICHTING

Algemeen

In het Beheer- en Beleidsplan Openbare Verlichting 2019 - 2023 zijn onder andere de volgende uitgangspunten opgenomen:

  • Het in stand houden van de huidige openbare verlichting, waarbij vervanging plaats vindt op basis van inspectie. Alle masten die de technische levensduur van veertig jaar hebben bereikt worden iedere vijf jaar geïnspecteerd en indien afgekeurd vervangen;
  • De beleidsdoelstelling “Aanpassen van de openbare verlichting conform Richtlijn Openbare verlichting NPR 13201 op plaatsen waar projectmatige vervangingen worden uitgevoerd (renovaties, herinrichting en groot wegonderhoud)”, continueren. In bestaande situaties, waar nog geen openbare verlichting aanwezig is, plaatsen we geen lichtmasten. Uitzonderingen hierop zijn locaties waar het college of de raad dit noodzakelijk vinden, of de politie of de beleidsmedewerker Openbare Orde en Veiligheid nadrukkelijk verzoekt verlichting te plaatsen. Vanuit het beleidsstuk “Licht en Donker” bestaat ook de mogelijkheid om de openbare verlichting aan te passen. Hiervoor is in 2015 het advies “Maatstaven openbare verlichting buitengebied” vastgesteld.

Uitvoeringsplannen 

Uitvoering van onderhoud en aanpassingen gebeurt conform het vastgestelde beleid.

Ontwikkelingen

Het onderhoud van de openbare verlichting, uitgevoerd door het bedrijf Dynniq, werpt zijn vruchten af. Het aantal lampstoringen is beduidend minder dan in de voorgaande jaren en zijn vaak oude conventionele lampen. Een groot gedeelte van de storingen zit voor 25% in het netwerk van Enduris. De ontwikkeling in dynamische LED-verlichting heeft daar mede aan bijgedragen en is standaard bij vervangingen.

Kwaliteit

De huidige openbare verlichtingsinstallaties hebben een basisniveau. Eventuele vervanging vindt plaats op basis van inspectie. Masten die de technische levensduur hebben bereikt maar nog in goede staat verkeren, worden niet vervangen. Energie onzuinige armaturen vervangen we door LED. Deze leveren weer een energiebesparing op. De beschikbare middelen zijn afgestemd op het vastgelegde kwaliteitsniveau.

Financiën

Conform het nieuwe beleidsplan Openbare Verlichting verantwoorden we alle lasten op het gebied van openbare verlichting op exploitatiebudgetten. De voorziening is opgeheven.

Vanuit de bestuursopdracht Creëren budgettaire ruimte zijn de besparingsmogelijkheden op het gebied van energie en onderhoud  in de begroting verwerkt.

Verlichting sportvelden

De bestaande sportveldverlichting is verouderd en binnen een aantal jaren niet meer leverbaar. Daarom gaan we over op Ledverlichting. In het vierde kwartaal van 2021 is het onderzoek naar de stand van zaken van de bestaande sportveldverlichting gereed en aan de hand daarvan stellen we in 2022 een meerjarenplan op om de bestaande verlichting op buitensportaccommodaties te vervangen. Het gaat hierbij om de trainingsvelden, bij de wedstrijdvelden zijn de masten en armaturen in beheer en onderhoud bij de verenigingen.

Risico’s

Op plaatsen waar geen openbare verlichting staat zijn altijd zekere risico’s ten aanzien van verkeersveiligheid en sociale veiligheid. In het beleid is hier voldoende aandacht voor.

3.7 KUNSTWERKEN EN OVERIGE ELEMENTEN

Algemeen

De grotere objecten in de openbare ruimte, zoals bruggen en steigers in binnenwateren, muren, trappen en hekwerken worden structureel geïnspecteerd en onderhouden.  

Daar waar geen kwaliteitsniveau is vastgelegd, betreft het feitelijk het schoon, heel en veilig houden van de objecten. Alle (elektrische) installaties moeten voldoen aan de NEN-normen.

Uitvoeringsplannen

Op basis van jaarlijkse inspecties vindt onderhoud plaats. Hierbij worden bij diverse bruggen en steigers slijtlagen, leuningen, dekplanken en dergelijke vervangen en schilderwerkzaamheden uitgevoerd. Wanneer uit inspecties blijkt dat ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn, bedden we dat projectmatig in.

Kwaliteit

In 2020 zijn we begonnen om de technische staat van alle objecten in de buitenruimte in beeld te brengen. Bij de jaarrekening 2020 hebben we op basis van deze lijst al een voorziening getroffen voor het achterstallig onderhoud.

Objecten waarvan we weten dat deze in de begrotingsperiode 2022  en verder, renovaties nodig zijn, hebben we financieel in deze begroting vertaald. In 2021 volgt nog een voorstel waarin deze renovaties zijn opgenomen en waarbij ook een vergelijking gemaakt tussen het jaarlijkse benodigde onderhoud wat op basis van de inventarisatie noodzakelijk is en het nu al in de begroting opgenomen bedrag.

Financiën

Op dit moment hebben we een exploitatiebudget voor het onderhoud in de begroting opgenomen. Of dit bedrag toereikend is, wordt duidelijk op basis van het hiervoor genoemde voorstel.

De onderhoudstoestand van de Zuidhavenpoortbrug in het algemeen is matig en specifiek van het houtwerk en de elektrische installatie is deze zelfs slecht. Dit laatste leidt regelmatig tot storingen waardoor de brug soms niet open of dicht kan met stremmingen tot gevolg. De renovatie van de brug is een omvangrijke klus omdat de brug moet worden gedemonteerd en vervolgens moet worden vervoerd naar een locatie waar het onderhoud plaatsvindt. Het houtwerk en staalwerk moet opnieuw worden geconserveerd en de elektrische installatie moet deels worden vervangen inclusief het vervangen van een zinker onder de brug waarin zich zes stuurkabels bevinden om de brug te bedienen. Deze omvangrijke operatie is kostbaar. Hiervoor is een afzonderlijk investeringskrediet van €360.000 opgenomen op de lijst te honoreren prioriteiten.

Risico’s

De kwaliteit van de meeste kunstwerken is in beeld. Om risico’s te beheersen voeren we periodiek inventarisaties en inspecties uit en volgen we advies. Het is echter zo dat inspecties op non destructieve manier worden uitgevoerd en verrassingen hiermee niet zijn uitgesloten. Het blijft van belang, zeker bij oude kunstwerken, de juiste onderzoeken tijdig uit te voeren.

3.8 HAVENS EN WATERWEGEN

Algemeen.

In het meerjarenperspectief is het onderhoud opgenomen om de havens op een adequaat niveau te houden aan de hand van een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) voor de periode 2020 tot en met 2040. Daarbij spelen we ook in op prioriteiten die vooral in een onderhoudsgevoelig gebied als havens voorkomen. Het dagelijks beheer van de havens berust bij de gemeentelijke havenmeesters, het reguliere onderhoud wordt uitgevoerd door een gespecialiseerde aannemer.

Uitvoeringsplannen

Het regulier onderhoud voeren we met onze partner Aquavia uit op basis van het beginsel en de resultaatafspraak schoon, heel en veilig.

In 2022 vinden de volgende projecten plaats:

  • Het vervangen van steigers in de jachthaven te Brouwershaven.
  • Het conserveren van een damwand in de jachthaven te Brouwershaven.
  • (Zuidelijke) Glooiing Vluchthaven te Bruinisse
  • Renovatie twee steigers aan zuidelijke strekdam Vluchthaven te Bruinisse.

De restauratie van de kademuren van de Oude Haven is wegens het uitvoeren van een geo-hydrologisch onderzoek gedurende vier seizoenen uitgesteld.

Baggeren

Op basis van het beheersplan Baggeren vindt in 2022 het baggeren van de jachthaven te Brouwershaven plaats in combinatie met het vervangen van de steigers en elektrische installatie.

Ontwikkelingen

We participeren als gemeente in project inzake de kansen van het toepassen van kathodische bescherming op stalen damwanden. We proberen daarmee de levensduur van de stalen damwanden te verlengen en deze ervaringen in ons eigen areaal toe te passen.

Er wordt een Plan van aanpak (PVA) opgesteld om het beheer en onderhoud aan de glooiingen in onze havens inzichtelijk te maken. Hieruit volgen de maatregelen voor herstel. Het eerste project op basis van dit PVA, is de (zuidelijke) glooiing Vluchthaven te Bruinisse.

Financiën

Havens

In de raad van december 2019 is besloten om, conform het advies onderhoud havens en baggeren, vanaf 2020 te stoppen met het werken met een onderhoudsvoorziening. Het saldo van de voorziening is toegevoegd aan de algemene reserve. Het onderhoud verantwoorden we vanaf 2020 op exploitatiebudgetten. Via het ook in de raadsvergadering van december 2019 vastgestelde investeringsplan zijn bovendien investeringskredieten geraamd voor de komende periode.

Baggeren

Binnen de voorziening baggerbeheerplan zijn voor de begrotingsjaren de volgende mutaties geraamd:

Bedragen in € 2022 2023 2024 2025
Toevoeging 596.000 536.000 536.000 536.000
Geraamde lasten binnen voorziening 891.000 193.000 928.000 294.000

De voorziening is meerjarig toereikend. Actualisatie heeft plaatsgevonden via het advies onderhoud havens en baggeren dat in de raad van december 2019 is vastgesteld.

Risico’s

Er blijft altijd een klein risico dat door niet tijdig gesignaleerde gebreken in de havens schades of ongevallen kunnen ontstaan. Het risico op schades en ongevallen door gebreken in de havens wordt zoveel mogelijk ondervangen door controle van de havenmeesters en Aquavia op eventuele calamiteiten.

3.9 CONCLUSIE

Het noodzakelijke inzicht in de consequenties van beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is voldoende. In 2022 is het verder optimaliseren van het beheersproces wederom het speerpunt.

Voor het onderdeel wegen, riolering en groen starten we met een nieuwe beleidsperiode. Ook met betrekking tot kunstwerken wordt een beleidsnota opgesteld.