Corona en de gevolgen voor onze samenleving en onze organisatie in 2022

INLEIDING

Dit hoofdstuk is een bijzonder hoofdstuk met ingang van de programmabegroting 2021-2024.  De ontwikkelingen rond de pandemie wijzen erop dat we in een situatie komen waarin we met corona kunnen leven en grotendeels ons normale sociale leven weer kunnen oppakken. Dit hoofdstuk borduurt voort op het hoofdstuk Relevante ontwikkelingen bij de Kadernota dat ook ingaat op de gevolgen van het virus voor onze gemeente. Omdat corona nog steeds vrijwel elke dag in het nieuws is laten we een bredere analyse achterwege. We focussen ons op de gevolgen voor de Schouwen-Duivelandse samenleving op basis van de gegevens die we de afgelopen periode verzameld hebben, wat daarvan te leren is en distilleren daaruit het meest waarschijnlijke scenario voor 2022 en verder. Dat scenario staat, gelet op de ontwikkelingen rondom de vaccins en de vaccinatiegraad, vooral in het teken van herstel en groei van de negatieve ontwikkelingen in onze lokale samenleving als gevolg van de pandemie.  

PLANNEN EN BEGROTEN MET VEEL ONZEKERHEID

Of het vaccin blijft werken bij opkomende varianten van het coronavirus is nog onduidelijk. De virologen en farmaceuten zijn alert en volgen de ontwikkelingen nauwgezet. Verwacht mag worden dat snel wordt ingegrepen op het moment dat vaccins niet meer in voldoende mate werken tegen varianten. Op grond van de aan dag gelegde deskundigheid en de inmiddels verzamelde kennis mag ook verwacht worden dat er dan snel een nieuw vaccin beschikbaar komt. Wat betreft de sociaal, maatschappelijk en economisch ontstane schade is duidelijk dat het kabinet niet meer zal kiezen voor algehele lockdowns maar die op een intelligenter manier gaat instellen. Testbewijzen en de corona-app zullen voorlopig belangrijk blijven om besmettingen zoveel mogelijk te voorkomen.  

We gaan er daarom van uit dat we een herstel- en groeiplan kunnen inzetten. Hiervoor heeft de raad met een amendement bij het vaststellen van de Programmarekening 2020 een bedrag van € 2.000.000 opzij gezet. 

SCOPE

Voor de programmabegroting 2022-2025 kijken we in dit hoofdstuk vooruit naar de jaarschijf 2025. Het uitgangspunt op basis waarvan we vooruit kijken is hierboven vermeld.  Vervolgens beschouwen we de risico’s en de gevolgen of mogelijke consequenties voor onze samenleving en economie. Tenslotte brengen we, indien van toepassing, de mogelijke financiële gevolgen voor onze gemeente in beeld. Op nationaal niveau verschijnen positieve berichten over het het opleven van de economie. Op macroniveau presenteren het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) mooie groeicijfers. Op microniveau, het niveau van lokale ondernemingen en en het midden- en kleinbedrijf ligt dit veel genuanceerder. Veel ondernemers geven aan nog schade te ondervinden en moeite te hebben met hun financiële situatie. Enerzijds door het interen op eigen vermogen en anderzijds door het ontbreken van voldoende liquide middelen.  Mede door het beëindigen van de ondersteuningsregelingen verwachten we nadelige effecten in 2022 en na-ijl effecten in 2023. Hiervoor waarschuwen ook het CBS en De Nederlandse Bank (DNB). 

DOEL

Wij hebben dit hoofdstuk aan de programmabegroting 2022-2025 toegevoegd om de raad te voorzien van de meest relevante en actuele informatie (1 september 2021) rondom corona. Dit hoofdstuk kunt u leggen naast de amendementen die de raad met de behandeling van de Kadernota heeft aangenomen. Het doel hiervan is de raad van een zo compleet mogelijk pallet aan informatie te voorzien om de politieke prioriteiten te kunnen bepalen.

DE UITGANGSPUNTEN

Bij het vooruit kijken hebben we ons voor het bepalen van de verwachtingen voor 2022 gebaseerd op twee bronnen:

1. De Juniraming 2021 van het Centraal Planbureau (CPB).

Het CPB heeft in juni een voorspelling gemaakt van de invloed van de coronacrisis. Deze voorspelling bestaat uit een aantal onderdelen:

Het probleem van deze raming is dat deze is gemaakt op macroniveau. Op macroniveau is er in economisch opzicht niet zo veel aan de hand.

2. De resultaten van de twee enquête die de OSD met alle ondernemersverenigingen en brancheorganisaties heeft uitgevoerd. De resultaten geven een beeld op microniveau:

De meest in het oog springende resultaten zijn:

  1. Veel ondernemers ervaren liquiditeitsproblemen om weer op te kunnen starten en vinden de arrangementen voor leningen die worden aangeboden duur vanwege de flinke rentepercentages die gerekend worden. Bovendien zijn niet alle banken even meewerkend.
  2. Een aantal ondernemers maakt zich zorgen over uitgestelde betalingen. Het percentage is overigens, zeker afgezet tegen het landelijke beeld op dit onderdeel, erg klein. Veel Schouwen-Duivelandse ondernemers zijn belastingen en heffingen blijven betalen. Wel zijn veel ondernemers ingeteerd op eigen vermogen of hebben moet voorzien in additionele middelen door het afsluiten van een hypotheek. 
  3. Vrijwel alle ondernemers ervaren een tekort aan arbeidskrachten en moeilijk invulbare functies. Dat levert in een aantal gevallen de situatie op dat men wel kan herstarten maar niet volledig omdat de benodigde menskracht voor het volledig exploiteren van de onderneming niet voorhanden is. 
  4. Veel ondernemers bezinnen zich op het voortzetten van hun bedrijf. Niet omdat dit financieel niet meer kan maar omdat ze tijdens corona andere activiteiten hebben ontplooid die hen meer bevallen.
  5. De belangrijkste rol die de gemeente kan vervullen is een goed promotie- en marketingbeleid op het gebied van werk- en leefklimaat, aantrekkelijke bedrijven en toerisme. 

Op grond van de constateringen op microniveau richt het gemeentelijke herstel- en groeiplan zich daarom op:

  • gemeentelijke arrangementen die mogen op grond van het wettelijk kader om ondernemers te helpen met goedkopere oplossingen voor het liquiditeits- en evt. schuldenprobleem;
  • intensieve en maatwerk begeleiding van ondernemers die schuldhulpverlening behoeven;
  • inzet op een aantrekkelijke Schouwen-Duivelandse arbeidsmarkt, perspectieven voor jaarrond betrekkingen en een leven lang leren en (tijdelijke) huisvesting;
  • doorgaand investeren in aantrekkelijke verblijfsgebieden wat betreft centrum- en koopgebieden in kernen, ingezet met de stads- en dorpsvisies en masterplannen;
  • ondersteuning van het breed mkb om weerbaar te worden voor invloeden van buitenaf door hulp bij ict, logistiek, product markt combinaties, korte ketens en verduurzaming van het bedrijf (minder kosten)
  • intensivering van de promotie en marketing van onze gemeente. 

Sociaal-maatschappelijk zetten we in op:

  • de achterstanden maar ook gebrek aan sociale contacten die jeugdigen hebben opgelopen;
  • sociaal-maatschappelijke effecten als eenzaamheid, gebrek aan sociale contacten en aanvullend netwerk bij de diverse inwonersgroepen in onze gemeente;
  • extra ondersteuning van scholieren en studenten;
  • goede bereikbaarheid van en toegang tot voorzieningen ten behoeve van actieve(re) participatie, ook in bijzondere situaties als een pandemie (toekomstige weerbaarheid); 
  • inzet op het herstel en behoud van onze culturele voorzieningen en belangrijke evenementen met voorbereid op en weerbaar zijn voor bijzondere situaties zoals een pandemie (toekomstige weerbaarheid).

DE EFFECTEN OP DE SCHOUWEN-DUIVELANDSE SAMENLEVING

We maken een inschatting om de risico’s en effecten voor onze gemeentelijke samenleving zo goed mogelijk in beeld te houden zodat de raad deze kan betrekken in de afwegingen bij de begrotingsbehandeling. Voor het gemeentelijke herstel- en groeiplan halen we nauwgezet op wat in onze lokale samenleving speelt. Dit met als doel om met steun en hulp zo goed mogelijk en met maatwerk in te spelen op de problematiek die wordt ervaren. 

Uiteraard houden we hierbij de CPB-prognoses in de gaten. Dit om rekening te houden met de meeste voorzienbare ontwikkelingen voor de conjunctuurontwikkeling en mondiale, Europese en nationale aspecten zoals de ontwikkeling van het virus, de wereldhandel, kosten voor logistiek, effecten van de (wegvallende) ondersteuningsmaatregelen, werkloosheid of tekort aan arbeidskrachten en sociaal-maatschappelijke effecten. Omdat dit vooral macro-gegevens zijn laten we de informatie en gegevens die we uit de lokale samenleving hebben opgehaald en blijven ophalen prevaleren. Dit om zo gericht mogelijk de ondersteuning te geven die op lokaal niveau voor ondernemers, maatschappelijke en culturele instellingen, verenigingen en inwonersgroepen nodig is. 

ECONOMISCH

In het algemeen kunnen we stellen dat de steunmaatregelen van het Rijk goed gewerkt hebben. De meeste ondernemingen hebben de coronacrisis kunnen overleven. Wat betreft her- en doorstart maken veel ondernemers zich wel zorgen over de terugbetalingsverplichtingen en de door het Rijk aangekondigde termijnen om uitgestelde betalingen te voldoen. 

Daarnaast is vanaf het 3e kwartaal van 2021 de steun vanuit het Rijk voor vrijwel alle sectoren beëindigd. De verwachting is dat de echte klappen pas daarna gaan vallen. Om die op te vangen is het nationale herstel- en groeiplan aangekondigd door het kabinet, aansluitend daarop een provinciaal fonds beschikbaar en is de inzet van het college om hier met het lokale herstel- en groeiplan zoveel mogelijk op aan te sluiten om een zo groot mogelijk budget aan financiering te verkrijgen. 

SOCIAAL-MAATSCHAPPELIJKE EFFECTEN

Optisch lijkt er in onze samenleving niet zoveel aan de hand. In de kernen blijven we omzien naar elkaar en zijn hulpkringen actief. Vrijwilligersinitiatieven hebben het financieel moeilijk, activiteiten met ontmoeting blijven lastig. Tegelijkertijd ontstaan in onze samenleving allerlei nieuwe initiatieven waaruit blijkt dat onze samenleving ook in sociaal-maatschappelijk opzicht weerbaar is.

We zien echter dat bij kwetsbare groepen en jongeren sociale en psychische problemen ontstaan door de lange perioden van beperkt sociaal contact. Dit uit zich in verschillende soorten klachten. 

 Culturele voorzieningen en organisaties, sportverenigingen en andere sociale verbanden hebben flink te lijden gehad onder de lockdowns. Ook hier zijn de problemen nog niet over en is een herstart nog niet zo simpel. 

Zorgmedewerkers en mantelzorgers komen bij van de inspanningen van het afgelopen jaar maar zien ook de werklast voor het inhalen van uitgestelde zorg op zich afkomen.  Hetzelfde geldt voor de leerkrachten in het primair en voortgezet onderwijs. Scholen gaan, mede door aanpassingen aan ventilatiesystemen en versoepeling van de maatregelen, weer over tot de reguliere vormen van onderwijs maar er is extra inzet nodig voor kinderen die achterstanden hebben opgelopen of waarbij sociale of psychische problemen zijn ontstaan. 

De voorspelde dreiging van werkloosheid lijkt nog niet aan de orde. Het tegenover gestelde lijkt eerder aan de hand. De uitwerking van de het stoppen van de ondersteuningsmaatregelen voor bedrijven is nog niet duidelijk. Er is sprake van stevige tekorten op de arbeidsmarkt. Voor mensen die kunnen werken maar geen werk hebben is vaak sprake van het feit dat kwalificaties niet goed aansluiten of dit een deel van het jaar geldt vanwege seizoensarbeid. 

CONCLUSIE

Concluderend is het goed om rekening te houden met een aantal maatregelen en risico’s:

  • In aanvulling op en samenhang met het landelijke en provinciale pakket uitvoeren van een lokaal herstel- en groeipakket corona, dat gericht is op maatwerk voor ondernemers, sociale en maatschappelijke instellingen, culturele voorzieningen en organisaties en verenigingen. 
  • In samenwerking met de Arbeidsmarktregio Zeeland en ondernemers wegnemen van mismatches tussen arbeid en potentiële medewerkers. Dit kan bereikt worden door op een creatievere manier om te gaan met kwalificaties, learning on the job, stages en gecombineerde functies waardoor seizoengebondenheid wegvalt. Aanvullend wordt (tijdelijke) huisvesting steeds belangrijker als in te vullen voorwaarde.
  • Rekening houden met extra ondersteuning van sociaal-maatschappelijke en culturele initiatieven of instellingen die bij omvallen een duidelijk gemis opleveren in termen van preventie in het sociaal domein (inclusie, eenzaamheidsbestrijding, vroegsignalering, te beschermen kunst of cultuur). De door de raad gevoteerde reservering aanwenden als cofinanciering voor ondersteuningsregelingen van andere partijen (Rijk, provincie, sociale fondsen, kunst- en cultuurfondsen, legaten).
  • Zoveel mogelijk inzetten en gebruik maken van de Europese en nationale herstelfondsen om orderportefeuilles voor weg-, water-, utiliteits- en woningbouw zo goed mogelijk gevuld te houden en (maatschappelijke) ondernemers in andere sectoren, in combinatie met de Zeeuws brede regelingen, perspectief te bieden.  Reguliere onderhoudsbudgetten (eventueel hiervoor naar voren te halen) en gereserveerde budgetten voor de uitvoering van activiteiten en projecten uit het collegeprogramma zijn hierbij in te zetten als cofinanciering.

DE GEVOLGEN VOOR ONZE ORGANISATIE

De augustusraming 2021 van het CPB gaat uit van een veerkrachtig herstel van de economie.  Dit wil zeggen dat, mits nieuwe beperkende maatregelen uitblijven, de economie blijft groeien.  Volgens de raming duurt het echter nog jaren (tot na 2026) voordat we opnieuw op het niveau van voor de corona uitbraak komen en de impact op het bruto binnenlands product hebben goedgemaakt. 

De impact van corona op het bruto binnenlands product 2020 was -3,8% ten opzichte van een raming van voor het uitbreken van de pandemie van +1,4%. De onzekerheid door corona blijft. Indien opnieuw beperkende maatregelen nodig zijn kan dit effect zich herhalen.  Doordat er nu een vaccin is zal de impact kleiner zijn dan in 2020.  Of en zo ja wat dit dan voor de gemeente betekent kan niet worden ingeschat. Wel weten we dat we door het Rijk gecompenseerd zijn voor de meerkosten corona in 2020 en 2021 en zijn er de komende jaren meerdere regelingen waar wij aanspraak op kunnen maken. Wel vergt de uitvoering hiervan mogelijk extra capaciteit. Sowieso vergt het uitvoeren van het gemeentelijk corona herstel- en groeiplan, waarvoor de raad al € 2.000. 000,-- beschikbaar heeft gesteld extra uitvoeringskracht.

Als het Rijk ons de komende jaren in geval van een crisis weer compenseert dan kunnen wij de gevolgen goed opvangen.

Op basis van het AEF-onderzoeksrapport (mei 2021) 'nieuw inzicht in de 'financiële bijwerkingen van corona' verwachten we verder het volgende.

a) meer druk het sociaal domein door tijdelijk meer werkeloosheid;

In de meerjarenbegroting 2022-2025 is nog geen rekening gehouden met meer werkeloosheid. Mocht die situatie zich voordoen op grond van een algemeen landelijk beeld dan worden we extra gecompenseerd via de specifieke gebundelde uitkering inkomensvoorzieningen gemeenten.  Wegens een stukje historisch aandeel voor gemeenten zijn we wel voor een klein aandeel risicodrager. Hier is via het weerstandsvermogen (zie separate paragraaf) rekening mee gehouden.

b) rekening houden met de soms onzekere toekomst van ondernemers;

Waar mogelijk blijven wij ondernemers steunen. Dit krijgt vorm via het door de raad ingestelde Coronafonds.

c) aandacht voor de aantrekkelijkheid van de binnenstad;

Hier was en blijft doorlopend aandacht voor.  Wij trekken dit overigens breder naar alle centrumgebieden van onze kernen. De aandacht dient hierbij uit te gaan naar het realiseren van aantrekkelijke verblijfsgebieden.  

d) werknemers werken meer thuis.

In de meerjarenbegroting 2022-2025 is rekening gehouden met de toename van thuiswerken van onze ambtelijke organisatie.

Een gevolg dat nu ontstaat, maar dat geldt voor heel Nederland, is dat wij verwachten moeilijker gekwalificeerd personeel te kunnen werven vanwege de verhitte situatie op de arbeidsmarkt. Of en hoe lang dit blijft voortduren is nog niet in te schatten. 

Voor calamiteiten is in ons weerstandsvermogen rekening gehouden met de financiële gevolgen van bijvoorbeeld een epidemie met mogelijk nadelige gevolgen voor een bedrag van € 600.000, --. Hiermee achten wij onze risico's 2022-2025 afdoende afgedekt.