In deze financieringsparagraaf lichten we de beleidsuitvoering op het gebied van de treasury toe. De onderdelen van deze paragraaf zijn een onderdeel van de rapportage en verantwoording van wettelijke richtlijnen met betrekking tot treasury.
Voortgang activiteiten
Paragraaf 4 Financiering
Voortgang activiteiten
4.1 Renterisicobeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.1 RenterisicobeheerKasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is ingesteld als instrument om de renterisico’s bij de vlottende schuld te beheersen. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) stelt een maximum bij het gebruik van korte financiering (looptijd maximaal één jaar). De wettelijke toegestane omvang bedraagt 8,5% van de jaarbegroting bij aanvang van het dienstjaar.
In 2025 is per kwartaal de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet getoetst aan de wettelijke norm en in dit jaar behoefden er geen kasgeldleningen te worden afgesloten.
Berekening van de kasgeldlimiet begrotingsjaar 2025 (x € 1.000):
| Toegestane kasgeldlimiet 2025 | Bedragen x € 1.000 |
|---|---|
| a) Begrotingstotaal per 1-1-2025 | 174.424 |
| b) Vastgestelde percentage | 8,5% |
| c) Kasgeldlimiet a x b | 14.826 |
Renterisiconorm
De renterisiconorm, eveneens op basis van de Wet FIDO, geeft aan dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm ziet vooruit en is direct gerelateerd aan het budgettaire risico. Het doel van de renterisiconorm is hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij renteherzieningen. Bij een overschrijding van de renterisiconorm dienen maatregelen te worden getroffen ter voorkoming van het budgettaire risico.
Onderstaande tabel geeft aan dat de renterisiconorm in 2025 niet is overschreden.
| Stap | Variabelen | Begroting primitief 2025 x € 1.000 |
|---|---|---|
| 1 | Renteherzieningen | 0 |
| 2 | Aflossingen | 8.963 |
| 3 | Renterisico (1+2) | 8.963 |
| 4 | Bepaling renterisiconorm: | |
| 4a | Begrotingstotaal | 174.424 |
| 4b | % in de regeling | 20% |
| 4 = (4ax4b/100) | Renterisiconorm | 34.885 |
| 5a=(4>3) | Ruimte onder renterisiconorm | 25.922 |
4.2 Koersrisicobeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.2 KoersrisicobeheerKoersrisico is het risico dat de financiële vaste activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Op basis van artikel 6 van het Treasurystatuut van onze gemeente is het risico beperkt, doordat alle uitzettingen een hoofdsomgarantie aan het einde van de looptijd een vastrentende waarde hebben.
In dit artikel is bepaald dat de gemeente ter voorkoming van de risico’s slechts een rekening courant, spaarrekening, daggeldlening, onderhandse geldlening of deposito’s bij financiële instellingen aangaat.
4.3 Kredietrisicobeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.3 KredietrisicobeheerKredietrisico is het risico dat ziet op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door financiële instellingen. Op basis van artikel 7 van het Treasurystatuut van onze gemeente wordt dit risico beperkt, doordat alle financiële instellingen zijn gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie met ten minste een A-rating en dat alle uitzettingen ten minste een A-minus rating hebben. De leningen uit de huidige portefeuille zijn volledig afgesloten bij bankinstellingen of overheden in Nederland. Om het risico verder te beheersen c.q. te beperken worden de uitzettingen slechts verstrekt waarbij de hoofdsom tenminste aan het einde van de looptijd nog intact is. Ook kunnen zekerheden worden gesteld.
4.4 Intern liquiditeitsrisicobeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.4 Intern liquiditeitsrisicobeheerIn 2025 zijn twee leningen tegen het einde van de looptiijd afgelost en is voor de restant bedragen een nieuwe lening aangetrokken. Verder blijkt uit de analyse van de liquiditeit dat eind 2025 een groot deel van de liquide middelen zijn gedaald als gevolg van investeringen. Daarnaast zijn rentebaten en dividenden ontvangen.
De huidige beschikbare liquide middelen zullen worden ingezet voor de investeringen in 2026 en daarop volgende jaren.
Rentekosten in 2025
| Rentekosten bedragen x € 1.000 | Raming bedrag rente in 2025 (primitief) | Werkelijk bedrag rente in 2025 | Verschil |
|---|---|---|---|
| Kortgeld | 0 | 0 | 0 |
| Langgeld | 1.663 | 1.547 | -116 |
| Totaal | 1.663 | 1.547 | -116 |
Leningenportefeuille
De onderhandse leningen vormen een belangrijk deel van het totale vreemd vermogen van de gemeente. De reguliere aflossingen en de gemiddelde rente in 2025 zijn in onderstaande tabel weergegeven. Alle leningen hebben verschillende vaste rente over de gehele looptijd.
| Mutaties in de leningenportefeuille | Bedrag in € | Gemiddelde rente in % |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2025 | 92.485 | 1,76 |
| Nieuwe lening | 3.200 | |
| Reguliere aflossingen | 8.963 | |
| Vervroegde aflossingen | ||
| Stand per 31 december 2025 | 86.722 | 1,76 |
Uitzettingen kortgeld
Bij het tijdelijk verstrekken van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen spreekt men van uitzettingen. Wij mogen uitzettingen per kwartaal van kortgeld boven de 2% (met een minimum van € 1 miljoen) van het begrotingstotaal alleen uitzetten bij de Rijks schatkist. Om binnen het drempelbedrag te blijven wordt dagelijks het saldo dat boven de norm uitkomt automatisch overgeboekt naar de schatkist.
Benutting drempelbedrag schatkistbankieren
Voor de berekening van de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren verwijzen wij naar de toelichting op de balans.
Aandelen
De gemeente neemt deel in aandelenkapitalen en/of heeft bij verschillende organisatie een kapitaal gestort. In onderstaande tabel is de deelname weergegeven en het in 2025 ontvangen dividend.
Sinds het jaar 2024 neemt de gemeente ook deel in het kapitaal van Stedin holding N.V. In het afgelopen jaar met betrekking tot de deelneming in GBE Aqua een bedrag van afgerond € 6,1 miljoen bijgestort.
| Instantie jaar 2025 | Nominaal bedrag van de deelneming in € | Dividenduitkering of renteopbrengst in € |
|---|---|---|
| BNG Bank | 59.475 | 50.756 |
| PZEM ( voorheen Delta NV) | 270.907 | |
| Zuidhoek BV’s | 36.302 | |
| GBE/Aqua | 12.837.297 | |
| Stedin Holding | 450.000 | |
| Certificaten Dataland | 0 | |
| Aandelen Economische Impuls Zeeland | 2.310 | |
| Totaal | 13.656.291 | 50.756 |
Relatiebeheer
Sinds 2019 hebben we op de rekening-courant van de BNG een kredietfaciliteit van € 4 miljoen en een intra-daglimiet van € 10 miljoen. Doelstelling is om de hoogte van de kredietlimiet te verlagen om op het ongebruikte deel van de kredietlimiet kosten te besparen. Daarbij is een intra-daglimiet geïntroduceerd als aanvulling op de kredietlimiet. Deze intra-daglimiet is één kalenderdag beschikbaar ter overbrugging om overstanden op de kredietfaciliteit te voorkomen.
4.5 Rente visie en renteschema
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.5 Rente visie en renteschemaRente visie
De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in het jaar 2025 de rente bijgesteld naar 2 procent. De wijzigingen vloeien voert uit de dalende inflatie binnen Europa. De ECB streeft naar gemiddeld percentage van 2 procent. Op dit moment bestaat veel onzekerheid over de renteontwikkelingen. Door de economische situatie in de wereld als gevolg van de oorlogen in het Midden-Oosten en de Oekraïne zal de inflatie gaan toenemen. De huidige rente op de geld- en kapitaalmarkt varieert afhankelijk van de looptijd van de leningen thans tussen 3,0 en 4,0 procent en zal naar verwachting stijgen.
De gemeente beschikt op dit moment over een behoorlijke financiële buffer en behoeft in de komende perioden geen nieuwe leningen aan te gaan.
Conform het Besluit Begroting en Verantwoording maken wij een renteschema op. Deze geeft inzicht in de totale rentelasten en de wijze van toerekening aan de diverse taakvelden binnen de programma’s.
| Renteschema 2025 | Projectfinanciering | Bedrag | Bedrag | |
|---|---|---|---|---|
| a. | Rentelasten korte en lange financiering | 1.556.342 | ||
| b. | Externe rentebaten | -1.226.422 | ||
| Totaal door te rekenen externe rente | 329.920 | |||
| c1. | Rente die aan de grondexploitatie wordt doorgerekend opgenomen onder e | 182.214 | ||
| c2. | Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld wordt toegerekend opgenomen onder e | 753.142 | ||
| Saldo totaal door te rekenen externe rente | 329.920 | |||
| d1. | Rente over eigen vermogen en voorzieningen | 1.733.151 | ||
| Aan taakvelden toe te rekenen rente | 2.063.071 | |||
| e. | Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente | 2.431.092 | ||
| Renteresultaat op taakveld Treasury | -368.021 |
Externe rentebaten ad b.
De externe rentebaten betreffen voornamelijk de ontvangen rente vanuit Rijks schatkist. Ultimo 2025 stond het rentepercentage op van 2,0 %.
Door te berekenen rente ad c1 en c2.
Er mag geen rente aan het eigen vermogen en voorzieningen worden toegerekend. Dit geschiedt wel aan de grondexploitaties en investeringen, waarbij sprake is van projectfinanciering. Dit geldt voor het sportcentrum in Zierikzee en de Pontes.
Rente over eigen vermogen en voorzieningen ad d1.
Het rentepercentage over het eigen vermogen en de voorzieningen mag maximaal het rentepercentage zijn dat door ons aan rentelasten over de extern aangetrokken korte en lange financiering wordt betaald. Voor het jaar 2025 is dit 1,76 %. Zie onderdeel 4.4, Leningenportefeuille.
Werkelijk aan taakvelden toegerekende ad e.
De rente wordt via het rente-omslagpercentage toegerekend aan de taakvelden. De notitie rente van het BBV stelt dat het niet is toegestaan om op taakvelden te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage (behalve indien aan bouwgronden en investeringen die met projectfinanciering zijn gefinancierd). Aan deze uitspraak voldoen wij.
Renteresultaat
Het verschil tussen de werkelijke rentelasten en de toegerekende rentelasten blijft met een percentage van 15,1 binnen de grens van 25% vanuit de BBV-voorschriften.
4.6 Valutarisicobeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.6 ValutarisicobeheerHet valutarisico is in onze gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in Euro’s.
4.7 Informatievoorziening
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.7 InformatievoorzieningAan de toezichthouder (Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland) verstrekken wij verantwoordingsinformatie over de treasury. Dit doen wij op basis van onderstaande activiteiten:
1. bij overschrijding van de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartaalrapportages.
2. jaarlijks bij de begroting en de jaarstukken via de paragraaf financiering.
3. de leningsbesluiten bij het aantrekken van leningen
4.8 EMU-saldo
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.8 EMU-saldo| Omschrijving | Jaarrekening 2024 | Begroting 2025 | Jaarrekening 2025 |
|---|---|---|---|
| 1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking aan reserves | 26.960 | 7.188 | 12.474 |
| 2 Mutaties (im-) materiële activa | -10.540 | -13.234 | -16.961 |
| 3 Mutaties voorzieningen | 3.263 | -1.235 | 2.294 |
| 4 Mutaties voorraden | 65 | 2.055 | 1.933 |
| 5 Boekwinst bij verkoop effecten en (im-)materiële vaste activa | - | - | - |
| Berekend EMU-saldo | 19.748 | -5.226 | -260 |