Voortgang activiteiten

Paragrafen

Voortgang activiteiten

Paragraaf 1 Lokale heffingen

1.2 GEMEENTELIJK BELEID 2024-2027

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - 1.2 GEMEENTELIJK BELEID 2024-2027

Voor het belastingjaar 2024 is uitgegaan van de door u vastgestelde tarieven (raadsbesluit 21 december 2023). In het kader van de begroting 2024-2027 besloot u op de belastingtarieven een inflatoire correctie van 4,55% toe te passen. Dit met uitzondering van de (water)toeristenbelasting en de rioolheffingen. Bij de behandeling van de kadernota 2024-2027 zijn deze tarieven voor (water)toeristenbelasting vastgesteld gelijk aan 2023. De tarieven rioolheffingen volgen uit het Gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) 2022 – 2026 en zijn met 1.9% verhoogd.  

1.3 GEREALISEERDE INKOMSTEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - 1.3 GEREALISEERDE INKOMSTEN

Hieronder treft u een tabel aan met de gerealiseerde inkomsten van de belangrijkste lokale heffingen. Wij presenteren dit overzicht aan de hand van de begrote en de werkelijke opbrengsten over verschillende boek- c.q. belastingjaren. Ter vergelijk hebben wij de begrote cijfers van 2025 erbij vermeld. Omdat deze paragraaf betrekking heeft op het jaar 2024 gaan we daar niet verder op in.

Belastingopbrengsten (bedragen in €) Realisatie dienstjaar 2023 Begroot na wijziging 2024 Realisatie dienstjaar 2024 Begroot 2025
Onroerende-zaakbelastingen 11.004.150 11.480.548 11.652.850 12.098.748
Afvalstoffenheffing/Reinigingsrecht 4.662.219 4.847.727 4.925.547 5.522.276
Rioolheffing 7.300.868 7.421.495 7.481.409 7.565.694
Landtoeristenbelasting 9.823.002 9.671.098 9.474.184 10.047.403
Watertoeristenbelasting 346.819 403.143 347.257 355.749
Forensenbelasting 3.569.615 3.825.614 4.051.467 3.819.692
Parkeergelden/parkeervergunningen 2.574.674 2.307.127 2.585.112 2.421.265
Bedrijfsinvesteringszone (BIZ) 299.870 323.875 352.395 116.063
Precariobelasting 37.052 85.456 86.398 162.704
Totaal 39.618.269 40.366.083 40.956.619 42.109.594

De daadwerkelijke gerealiseerde opbrengsten over het dienstjaar 2024 lopen niet gelijk met de opbrengsten over het belastingjaar 2024. Immers, in 2024 zijn ook nog aanslagen opgelegd en verminderd over oude belastingjaren. Hieronder een tabel met de onderverdeling van de bedragen vanuit de jaarrekening 2024 naar de verschillende belastingjaren.

Onderverdeling bedragen jaarrekening 2024 naar belastingjaar (bedragen in €) Realisatie oude belastingjaren < 2024 Realisatie belastingjaar 2024 Totaal dienstjaar 2024 (vanuit jaarrekening)
Onroerende-zaakbelastingen -1.297 11.654.147 11.652.850
Afvalstoffenheffing/Reinigingsrecht 29.895 4.895.652 4.925.547
Rioolheffing -34.058 7.515.467 7.481.409
Landtoeristenbelasting -7.252 9.481.436 9.474.184
Watertoeristenbelasting 1.773 349.030 350.803
Forensenbelasting 182.400 3.869.067 4.051.467
Parkeergelden/parkeervergunningen 0 2.585.112 2.585.112
Bedrijfsinvesteringszone (BIZ) -520 352.915 352.395
Precariobelasting -1.636 88.034 86.398

1.4 BELEIDSVOORNEMENS PER HEFFING

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - 1.4 BELEIDSVOORNEMENS PER HEFFING

In dit onderdeel geven wij een toelichting op de belangrijkste tariefsaanpassingen en realisaties van beleidsvoornemens voor het begrotingsjaar 2024. Hierbij hebben wij rekening gehouden met de eerdergenoemde verhogingen. Hierna allereerst een tabel met de ontwikkeling van de belangrijkste belastingtarieven.

Afvalstoffenheffing
Tarieven in hele euro (€) 2021 2022 2023 2024
Eenpersoonshuishouden 185,91 188,61 188,61 197,19
Meerpersoonshuishouden 236,39 239,82 239,82 250,73
Bedrag per lediging van de rolcontainer 6,28 6,37 6,37 6,66
Bedrag per aanbieding ondergrondse container 1,57 1,59 1,59 1,66
Rioolheffingen
Tarieven in hele euro (€) 2021 2022 2023 2024
Zakelijk recht (per eigendom) 180,21 184,25 184,25 187,75
Gebruiker 71,19 72,54 72,54 73,92
+ per m3 boven 200m3 2,49 2,54 2,54 2,59
Onroerende-zaakbelastingen
Tarieven (in % van de WOZ-waarde) 2021 2022 2023 2024
Zakelijk recht woningen 0,1294% 0,1187% 0,1050% 0,0985%
Zakelijk recht niet-woningen 0,2128% 0,2386% 0,2375% 0,2443%
Gebruik niet-woningen 0,1643% 0,1922% 0,1913% 0,1967%
Forensenbelasting
Tarieven in hele euro (€) 2021 2022 2023 2024
economische waarde <= € 51.300 268,64
economische waarde > € 51.300 108,43+0,33%
economische waarde <= € 54.425 278
economische waarde > € 54.425 110,00+0,3037%
economische waarde <= € 52.000 288,88
economische waarde > € 52.000 115,00+0,3242%
tarief (in % van de WOZ-waarde) 0,3072%
drempeltarief 288,88
(Water)toeristenbelasting
Tarieven in hele euro (€) 2021 2022 2023 2024
Per persoon per nacht hoogseizoen 1,46 1,95 2,04 2,04
Per persoon per nacht laagseizoen 1,46 1,75 1,83 1,83
Per persoon per nacht minicamping 1,46 1,50 1,57 1,57
Vaste jaar- of seizoenplaats 268,64 347,80 364,67 363,81
Vaste jaar- of seizoenplaats minicamping 268,64 276,00 289,39 288,88
Voorseizoenarrangement 119,72 151,70 159,06 158,67
Voorseizoenarrangement minicamping 119,72 123,00 128,97 128,74
Verlengd voorseizoenarrangement 148,04 187,95 196,86 n.v.t.
Verlengd voorseizoenarrangement minicamping 148,04 151,50 158,85 n.v.t.
Naseizoenarrangement 93,44 112,00 117,43 117,12
Naseizoenarrangement minicamping 93,44 96,00 100,66 100,48
Maandarrangement juni 36,79 49,14 51,52 51,41
Maandarrangement september 36,79 44,10 46,24 39,56
Maandarrangement juni minicamping 36,79 37,80 39,63 46,12
Maandarrangement september minicamping 36,79 37,80 39,63 39,56
Winterarrangement 1 49,06 35,00 36,70 n.v.t.
Winterarrangement 2 49,06 24,50 25,69 n.v.t.
Winterarrangement 1 minicamping 49,06 30,00 31,46 n.v.t.
Winterarrangement 2 minicamping 49,06 21,00 22,02 n.v.t.
Parkeerbelasting
Tarieven in hele euro (€) 2021 2022 2023 2024
Tarief 1 2,65 2,65 2,65 2,65
Tarief 2 2,00 2,00 2,00 2,00
Bewonersvergunning 30,00 30,60 30,25 33,50

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
Hieronder vindt u het financiële verloop over het belastingjaar 2024 schematisch weergegeven:

Begroot na wijziging € 11.490.426
Werkelijke opbrengst € 11.654.147
Afwijking €        163.721

Toelichting afwijking
De reden van deze meeropbrengst is een nieuwe taxatiemethodiek voor een aantal camping/bungalowparken. Hier was in de raming geen rekening mee gehouden. Daarnaast is er sprake van hogere areaaluitbreiding dan geraamd. 

Over oude jaren melden wij nog een minderopbrengst van € 1.297 bij een raming van een minderopbrengst van € 9.878 .

Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten
Afvalstoffenheffing
Hieronder vindt u het financiële verloop over het belastingjaar 2024 schematisch weergegeven:

Begroot na wijziging €   4.660.249
Werkelijke opbrengst €   4.702.255
Afwijking €          42.006

Toelichting afwijking
Het aantal ledigingen is hoger dan voorgaande jaren. Hierdoor is er sprake van een hoger opbrengst voor de afvalstoffenheffing. Dit komt door areaaluitbreiding en meer ledigingen per adres.
Voor oude jaren noteren we een meeropbrengst van € 23.590. Dit heeft te maken met het aantal ledigingen, deze zijn hoger dan waarmee is rekening gehouden.

Reinigingsrechten

Begroot na wijziging €       187.478
Werkelijke opbrengst €       193.397
Afwijking €             5.919

Toelichting afwijking
Deze geringe afwijking is niet verder onderzocht.
Over oude jaren melden wij nog een meeropbrengst van €  6.305. 

Alle mutaties van het onderdeel reiniging lopen overigens budgettair neutraal via de voorziening vuilverwerking.

Rioolheffingen
Hieronder vindt u het financiële verloop over het belastingjaar 2024 schematisch weergegeven:                

Primitief begroot €   7.421.495
Werkelijke opbrengst €   7.515.467
Afwijking €          93.972

Toelichting afwijking
Het totale waterverbruik wat de grondslag is voor de heffing voor de aanslag rioolheffing gebruik was hoger dan voorgaande jaren, hierdoor valt de opbrengst ook hoger uit. Daarnaast blijkt onvoldoende rekening gehouden met areaaluitbreiding.
Over oude jaren melden wij nog een minderopbrengst van € 34.058. Deze is grootendeels veroorzaakt door een forse verlaging van de grondslag voor het waterverbruik voor een bepaald object.

Alle mutaties van het onderdeel riolering lopen overigens budgettair neutraal via de voorziening GRP.

Forensenbelasting
Hieronder vindt u het financiële verloop over het belastingjaar 2024 schematisch weergegeven:

Begroot na wijziging €   3.697.669
Werkelijke opbrengst €   3.869.067
Afwijking €       171.398

Toelichting afwijking
In de werkelijke opbrengst is een bedrag van € 355.000 als nog te ontvangen bedrag opgenomen voor forensen-verhuur. Dit bedrag is gebaseerd op de opbrengst van 2023, omdat er bij het opstellen van deze jaarstukken nog geen duidelijkheid was over het werkelijk aantal objecten waar meer dan 90 dagen eigen gebruik plaatsvindt.

Over oude jaren melden we nog een opbrengst van € 182.400 bij een raming van € 127.945, derhalve een meeropbrengt van € 54.455. Ook hiervoor geldt dat we bij de jaarrekening een inschatting van de te verwachten opbrengst voor forensen-verhuur, dit is elk jaar afhankelijk van het aantal dagen verhuur van een recreatiewoning. Dit is op voorhand moeilijk in te schatten. 

Toeristenbelasting
Hieronder vindt u het financiële verloop over het belastingjaar 2024 schematisch weergegeven:                

Begroot na wijziging €   9.722.716
Werkelijke opbrengst €   9.481.436
Afwijking €     -241.280

Toelichting afwijking
Doordat 2024 is zijn geheel zeer nat is verlopen, hebben we te maken met een daling van het aantal overnachtingen. Dit betreft met name de campings.
Over oude jaren melden we een minderopbrengst van € 7.252 bij een geraamde minderopbrengst van € 51.618. Reden hiervoor is met name dat we deze raming abusievelijk als begrotingswijziging  in 2024 meenamen, terwijl deze minderopbrengst al in de baten waren verantwoord met de jaarrekening 2023.  Zie ook de toelichting bij de opbrengst oude jaren van de watertoeristenbelasting, de respectievelijke ramingen vallen nagenoeg geheel tegen elkaar weg. 

Watertoeristenbelasting
Hieronder vindt u het financiële verloop over het belastingjaar 2024 schematisch weergegeven:

Begroot na wijziging €        344.384
Werkelijke opbrengst €        349.030
Afwijking €             4.646

Toelichting afwijking
Deze geringe afwijking is niet verder onderzocht. We merken wel op dat we de gevolgen van het natte weer in 2024 in tegenstelling tot bij de toeristenbelasting opvallend genoeg niet terugzien bij de baten watertoeristenbelasting.
Over oude jaren melden we een minderopbrengst van € 1.773 bij een geraamde meeropbrengst van  € 58.759.  Reden hiervoor is dat we deze raming abusievelijk als begrotingswijziging  in 2024 meenamen, terwijl de baten al waren verantwoord met de jaarrekening 2023. Zie ook de toelichting bij de opbrengst oude jaren van de toeristenbelasting, de respectievelijke ramingen vallen nagenoeg geheel tegen elkaar weg. 

Parkeergelden/parkeervergunningen
Hieronder vindt u het financiële verloop over het boekjaar 2024 schematisch weergegeven:

Begroot na wijziging €   2.307.127
Werkelijke opbrengst €   2.585.112
Afwijking €       277.985

Het opleggen van naheffingsaanslagen parkeerbelasting en het heffen van leges parkeervergunningen loopt via de Belastingsamenwerking Walcheren Schouwen-Duiveland. Daarvoor kunnen we over het boekjaar 2024 de volgende onderverdeling maken:

Naheffingen parkeerbelasting

Primitief begroot €       304.868
Werkelijke opbrengst €       316.828
Afwijking €          11.690

Parkeervergunningen

Primitief begroot €       161.118
Werkelijke opbrengst €       182.811
Afwijking €          21.693

Toelichting afwijking
Voor een algemene toelichting op deze afwijkingen verwijzen we u naar sub-programma 3.1.

Bedrijfsinvesteringszone Zierikzee (BIZ)
Hieronder vindt u het financiële verloop over het belastingjaar 2024 schematisch weergegeven:

Primitief begroot €          61.220
Werkelijke opbrengst €         60.420
Afwijking €              -800

Toelichting afwijking
Deze geringe afwijking is niet verder onderzocht.
Over oude jaren melden we een minderopbrengst van € 1.920.

Bedrijfsinvesteringszone Renesse (BIZ)
Hieronder vindt u het financiële verloop over het belastingjaar 2024 schematisch weergegeven:

Begroot na wijziging €       148.500
Werkelijke opbrengst €       180.030
Afwijking €          31.530

Toelichting afwijking
We constateren dat de raming te laag was. 
Over oude jaren melden we een opbrengst van € 1.550

Bedrijfsinvesteringszone Burgh-Haamstede (BIZ)
Hieronder vindt u het financiële verloop over het belastingjaar 2024 schematisch weergegeven:

Begroot na wijziging €          60.605
Werkelijke opbrengst €          59.915
Afwijking €               -690

Toelichting afwijking
Deze geringe afwijking is niet verder onderzocht.
Over oude jaren melden we een minderopbrengst van € 150.

Bedrijfsinvesteringszone Bruinisse (BIZ)
Hieronder vindt u het financiële verloop over het belastingjaar 2024 schematisch weergegeven:

Begroot na wijziging €          53.550
Werkelijke opbrengst €          52.550
Afwijking €           -1.000

Toelichting afwijking
Deze geringe afwijking is niet verder onderzocht.

Precariobelasting
Hieronder vindt u het financiële verloop over het belastingjaar 2024 schematisch weergegeven:

Begroot na wijziging €          87.756
Werkelijke opbrengst €          88.034
Afwijking €                 278

Toelichting afwijking
Deze geringe afwijking is niet verder onderzocht.
Over oude jaren melden we nog een minderopbrengst van € 1.636 bij een raming van € 2.300.

1.5 KOSTENONDERBOUWING HEFFINGEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - 1.5 KOSTENONDERBOUWING HEFFINGEN

Op grond van het bepaalde in het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) is het verplicht in de paragraaf lokale heffingen een overzicht op hoofdlijnen op te nemen van de diverse heffingen. Bij onze gemeente gaat het om: 
•    Scheepvaartrechten 
•    Rioolheffingen 
•    Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 
•    Lijkbezorgingsrechten
•    Leges

Hierna maken wij per heffing het percentage kostendekkendheid inzichtelijk en geven we een korte tekstuele toelichting.

Scheepvaartrechten

De gemeente Schouwen-Duiveland beheert een aantal havens. Dit brengt een veelheid aan kosten met zich mee. De voornaamste zijn de salarissen van de havenmeesters, onderhoudskosten en kapitaallasten. Daartegenover staan vooral baten uit scheepvaartrechten en vergoedingen voor nutsvoorzieningen. Het dekkingspercentage is iets hoger dan begroot, namelijk 44% (begroot was 41%).  

Bij deze percentages merken we op dat deze exclusief privaatrechtelijke baten zijn, zoals verhuurde en verpachte gedeelten van de havens. Deze maken geen onderdeel uit van de fiscale kostendekkendheid. Daarom zijn de cijfers hier onvergelijkbaar met overzichten die bijvoorbeeld te relateren zijn aan de Wet Markt en Overheid.

Kostenonderbouwing scheepvaartrechten 2024 Bedragen in €
Opbrengst heffingen 394.958
Lasten taakvelden
2.3 Recreatieve havens 356.900
2.4 Economische havens en waterwegen 132.526
5.7 Openbaar groen-(openlucht) recreatie 356.612
Netto lasten taakvelden 846.038
Toe te rekenen kosten:
Overhead 48.583
Totale lasten 894.621
Dekkingspercentage 44%

Rioolheffingen

Op grond van het vGRP worden de lasten en baten voor riolering budgettair neutraal verwerkt.  

Kostenonderbouwing rioolheffingen 2024 Bedragen in €
Opbrengst heffingen 7.515.467
Lasten taakvelden:
2.1 Verkeer en vervoer 286.794
6.3 Inkomensregelingen 0
7.2 Riolering 6.124.241
Netto lasten taakvelden 6.411.035
Toe te rekenen kosten:
Overhead 183.538
BTW 517.141
Kwijtschelding rioolheffingen 35.020
Dotatie voorziening 334.675
Totale lasten 7.481.409
Dekkingspercentage 100%

Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten

De lasten en baten voor gemeentereiniging verwerken we budgettair neutraal via de voorziening vuilverwerking.

Kostenonderbouwing afvalstoffenheffing 2024 Bedragen in €
Opbrengst heffingen 4.702.255
Lasten taakvelden:
6.3 Inkomensregelingen 119.180
7.3 Afval 3.701.063
7.4 Milieubeheer 62.572
Netto lasten taakvelden 3.882.815
Toe te rekenen kosten:
Overhead 423.551
BTW 531.319
Kwijtschelding afvalstoffenheffing 114.411
Onttrekking voorziening -100.156
Totale lasten 4.851.941
Dekkingspercentage 97%
Kostenonderbouwing reinigingsrechten 2024 Bedragen in €
Opbrengst heffingen 193.397
Lasten taakvelden:
7.3 Afval 195.980
Netto lasten taakvelden 195.980
Toe te rekenen kosten:
Overhead 15.351
BTW 0
Onttrekking voorziening -23.314
Totale lasten 188.017
Dekkingspercentage 103%

Lijkbezorgingsrechten

Met 87% ligt het percentage kostendekking aanzienlijk hoger dan de begrote 76%. Dat wordt met name veroorzaakt door een lagere toerekening van kosten van eigen personeel.

Kostenonderbouwing lijkbezorgingsrechten 2024 Bedragen in €
Opbrengst heffingen 648.563
Lasten taakvelden:
7.5 Begraafplaatsen en crematoria 627.157
Netto lasten taakvelden 627.157
Toe te rekenen kosten:
Overhead 121.073
Totale lasten 748.230
Dekkingspercentage 87%

Leges 
Leges worden over tal van producten geheven. In onderstaande tabel presenteren wij de kostendekking per hoofdstuk in de legesverordening. In de daaropvolgende tabel is het gemiddelde kostendekkingspercentage aangegeven. We hanteren bij de leges de toegestane regels van kruissubsidiëring, waarbij binnen een titel een percentage boven de 100% op hoofdstukniveau is toegestaan onder voorwaarde dat het gemiddelde percentage per titel niet boven de 100% uitkomt. Uitzondering daarop is Titel III. Deze bevat namelijk de leges die onder de Europese Dienstenrichtlijn vallen. Binnen Titel III is kruissubsidiëring mogelijk, doch is deze beperkt binnen een cluster van samenhangende vergunningstelsels. Deze stelsels zijn binnen deze Titel hoofdstuksgewijs opgenomen.

Bij deze jaarrekening blijkt dat het percentage over het niveau van de gehele verordening uitkomt op 99%. Dat verschilt nauwelijks van de raming van 101%.

Kostenonderbouwing leges 2024 Bedragen in €
Opbrengst heffingen 3.175.592
Lasten:
Uren 1.804.536
Overige kosten 702.105
Netto lasten 2.506.641
Toe te rekenen kosten:
Overhead 706.118
Totale lasten 3.173.518
Dekkingspercentage 100%
Hoofdstuk  Naam hoofdstuk Totale kosten Opbrengsten Percentage
Titel I Algemene dienstverlening 945.036 857.958 91%
Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand 83.621 85.673 102%
Hoofdstuk 2 Reisdocumenten 330.692 477.426 144%
Hoofdstuk 3 Rijbewijzen incl. eigen verklaringen 234.303 138.201 59%
Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen 27.263 16.211 59%
Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister
Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens
Hoofdstuk 7 Bestuursstukken
Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie
Hoofdstuk 8a Milieu
Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken 49.369 31.349 64%
Hoofdstuk 10 Gemeentearchief
Hoofdstuk 11 Huisvestingswet
Hoofdstuk 12 Leegstandswet 641 411 64%
Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie
Hoofdstuk 14 Marktstandplaatsen
Hoofdstuk 15 Winkeltijdenwet
Hoofdstuk 16 Kansspelen 2.377 401,5 17%
Hoofdstuk 17 Kinderopvang
Hoofdstuk 18 Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren - AVOI 79.399 50.411 63%
Hoofdstuk 19 Verkeer en vervoer 126.632 54.471 43%
Hoofdstuk 20 Diversen 10.741 3.403 32%
Titel II Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving omgevingsvergunning 1.926.755 2.234.996 116%
Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen
Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag
Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning 1.816.881 2.174.243 120%
Hoofdstuk 4 Vermindering
Hoofdstuk 5 Teruggaaf
Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning
Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project
Hoofdstuk 7a Overdracht omgevingsvergunning
Hoofdstuk 8 (Principe) uitspraak 109.874 60.752 55%
Hoofdstuk 9 Bestemmingswijzigingen
Hoofdstuk 10 Sloopmelding
Hoofdstuk 11 In deze titel niet benoemde beschikking
Titel III Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 301.727 82.638 27%
Hoofdstuk 1 Horeca 70.141 18.603 27%
Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten 231.586 64.034 28%
Hoofdstuk 3 Seksbedrijven
Hoofdstuk 4 Splitsingsvergunning woonruimte
Hoofdstuk 5 Leefmilieuverordening
Hoofdstuk 6 Brandbeveiligingsverordening
Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
Totaal 3.173.518 3.175.592 100%

1.6 KWIJTSCHELDINGSBELEID

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - 1.6 KWIJTSCHELDINGSBELEID

Gemeenten kunnen met inachtneming van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding verlenen voor gemeentelijke heffingen, waarbij zij zelf kunnen beslissen voor welke heffingen kwijtschelding mogelijk is.

Op 30 oktober 2018 stelde u de gewijzigde verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen vast. Het doel hiervan was tweeledig:
•    Een zo ruim mogelijk kwijtscheldingsbeleid toepassen voor inwoners die door hun inkomenspositie niet of moeilijk in staat zijn de aanslagen gemeentelijke heffingen te voldoen.
•    Een efficiënte toepassing van de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken door conformatie aan de uniforme normen van de deelnemers binnen Sabewa Zeeland.

Kwijtschelding kan voor de volgende belastingen worden verleend:
•    Afvalstoffenheffing, behalve op extra aangevraagde emmers.
•    Rioolheffing gebruikersdeel, behalve op extra afgenomen kubieke meters water.
•    Het aantal ledigingen is gemaximeerd tot 10 voor eenpersoonshuidhouden en 11 voor tweepersoonshuishouden. Een meerpersoonshuishouden krijgt kwijtschelding tot maximaal 13 ledigingen.

Daarnaast zijn de volgende aanvullende voorwaarden vastgesteld:
•    Alleen natuurlijke personen komen in aanmerking voor kwijtschelding.
•    De normbedragen voor kwijtschelding worden gesteld op 100%.

Sabewa Zeeland voert voor ons de toetsing van kwijtscheldingverzoeken uit en neemt deel aan de automatische beoordeling van een deel van de kwijtscheldingsaanvragen. Dit gebeurt bij de Stichting Inlichtingenbureau, opgericht door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Uitvoering 2024
Voor het belastingjaar 2024 waren de uitgaven aan kwijtschelding van afvalstoffenheffing begroot op €138.116. De werkelijk verleende kwijtschelding bedraagt € 95.916 (2024) en € 23.263 (oude jaren).
Voor de rioolheffing waren de uitgaven begroot op € 40.690. De werkelijk verleende kwijtschelding bedraagt € 31.831 (2024) en € 3.188 (oude jaren).

Geautomatiseerde kwijtschelding
In 2024 is voor zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing in 260 gevallen geautomatiseerde kwijtschelding verleend. Het betreft hierbij een bedrag van € 71.000.

Handmatig beoordeelde kwijtschelding
Daarnaast zijn door Sabewa Zeeland handmatig kwijtscheldingsverzoeken beoordeeld. Er zijn voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing 122 verzoeken over 2024 ingediend. Het betreft hierbij een bedrag van € 37.000.

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

2.1 BEGRIPPEN, PROVINCIAAL TOEZICHT EN REGELGEVING

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.1 BEGRIPPEN, PROVINCIAAL TOEZICHT EN REGELGEVING

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bestaat uit:

  • Het gemeentelijke beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • Een overzicht van reserves en voorzieningen om risico’s af te wenden;
  • Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • Een inventarisatie van de risico’s.

In deze paragraaf gaan we in op de ontwikkelingen van deze vier punten.

2.2 ONS BELEID

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.2 ONS BELEID

In juli 2019 stelde de raad de Kadernota 2019-2023 Risicomanagement & Rechtmatigheidsverantwoording (hierna genoemd Kadernota) vast. Deze Kadernota beperkt zich niet tot financiële risico’s, maar gaat ook over niet-financiële risico’s, zoals bestuurlijke en juridische risico’s, imago- en frauderisico’s en risico’s in de bedrijfsvoering op het gebied van personeel en informatie- en communicatietechnologie.  In de Kadernota ligt het gemeentelijk risicoprofiel vast, als ook de normen voor de weerstandsratio en streefwaarden voor financiële kengetallen, aan de hand waarvan wij kunnen monitoren dat we als gemeente financieel gezond blijven.  

Uitgangspunt voor de ontwikkeling en invoering van risicomanagement is om niet alleen de mogelijke risico’s te analyseren en in kaart te brengen, maar ook om de methodiek van risicomanagement in te voeren. Hierbij betrekken wij ook de adviezen van de accountant en de auditcommissie.

De raad evalueerde in februari 2022 de streefwaarden voor de financiële kengetallen en concludeerde dat de bestaande normen de organisatie, het college en de raad scherp houdt op de ontwikkeling van de financiële positie en daarom niet behoeven te worden aangepast.

2.3 VOORZIENING OM RISICO’S AF TE WENDEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.3 VOORZIENING OM RISICO’S AF TE WENDEN

We voorzien risico’s in het niet ontvangen van betalingen voor geleverde diensten, belastingen en andere baten of terugbetalingen van uitkeringen voor bijvoorbeeld levensonderhoud. Hiervoor zijn twee financiële voorzieningen gevormd die gezamenlijk rond de € 330.000 zijn. Op basis van vaste rekenmethodieken wordt de omvang bepaald en gevoed uit de exploitatie.
Verder is er een voorziening gevormd ter dekking van kwantificeerbare financiële risico’s binnen de bouwgrondexploitatie.

2.4 ONZE RISICO’S

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.4 ONZE RISICO’S

Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een gevolg voor de organisatie. Met behulp van een risicomanagementinformatiesysteem prioriteert, analyseert en beoordeelt de gemeentelijke organisatie risico's op systematische wijze. Op basis van de inventarisatie is een risicoprofiel opgesteld. Het onderstaande overzicht toont de negen grootste financiële risico's en de som van de overige risico’s. Onderaan de tabel is het totaalbedrag voor deze overige risico’s opgenomen.

Al ons bekende relevante risico's zijn opgetekend. Wij onderzochten wat de beheersmaatregelen zijn en wat vervolgens de restrisico's zijn (impact). De restrisico's zijn qua hoogte gecategoriseerd in vijf rubrieken:
5   > € 500.000
4       € 250.000 - ≤ € 500.000
3       € 100.000 -≤ € 250.000
2       €    25.000 -≤ € 100.000
1   < € 25.000
We hebben ons ook de vraag gesteld: hoe vaak kan zich het risico voordoen in een bepaalde periode (kans)?

Verwachte frequentie dat het risico zich voordoet Kans
Risico doet zich minder dan 1 maal per 10 jaar voor 1
Risico doet zich 1 maal per 5-10 jaar voor 2
Risico doet zich 1 maal per 2-5 jaar voor 3
Risico doet zich 1 maal per 1-2 jaar voor 4
Risico doet zich 1 maal per jaar voor 5

Met deze twee parameters is de kans maal impact te berekenen en dus ook de hoogte van de totale risico's dat afgedekt moet worden met eigen vermogen. Om meer inzicht te krijgen in de spreiding van de risico’s naar kans, optreden en gevolg, gebruiken we de risicokaart (zie hieronder). De nummers geven de aantallen risico’s weer die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Dit maakt inzichtelijk hoe de risico’s zijn verdeeld over het groene, oranje en rode gebied.

Risicomatrix
Risico Impact 5 - > € 500.000 1 1 1
4 - € 250.000 - ≤ € 500.000 1
3 - € 100.000 - ≤ € 250.000 2 1
2 - € 25.000 - ≤ € 100.000 2 4
1 - < € 25.000 7 1 1
1 - Onwaarschijnlijk 2 - Mogelijk 3 - Aannemelijk 4 - Waarschijnlijk 5 - Zeker
Risico Waarschijnlijkheid

Een risicoscore in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Risico’s die in het oranje gebied zitten vragen om aandacht. Ze vormen individueel nog geen reëel gevaar voor de continuïteit van de organisatie, maar naarmate de tijd vordert, kan het risico wel een bedreiging gaan vormen. Risico's in het rode gebied hebben door de financiële omvang een grote impact. Door beheersmaatregelen te treffen houden we zoveel als mogelijk grip op de risico's. 

Risico Waarschijnlijkheid Financieel gevolg in € Financieel gevolg weging in €
1 Schadeclaims nvt nvt 1.111.000
2 Als gevolg van incidenten zoals branden,ernstige ongelukken en infectieziekten is de kans dat de economische impact groot is doordat toeristen het eiland mijden en/of onze bedrijvigheid staakt. Als gevolg hiervan bestaat het risico dat de inkomsten van toeristenbelasting en parkeerheffingen dalen en de lasten van sociale uitkeringen in verband langdurige werkloosheid verhogen. 50% - Aannemelijk 1.750.000 875.000
3 Als gevolg van het niet betalen van rente en aflossing door woningeigenaren bestaat de kans dat de geldverstrekker ons aanspreekt uit hoofde van de garantstelling, waardoor wij gehouden zijn voor de betaling. 10% - Onwaarschijnlijk 6.971.000 697.000
4 Als gevolg van onvoldoende goede technische en organisatorische maatregelen, bestaat de kans dat een inbreuk op de bescherming van persoonsgegevens (datalek) (risico) ontstaat, waardoor schade onstaat voor de organisatie en betrokkenen. 70% - Waarschijnlijk 800.000 560.000
5 Als gevolg van het instorten/doorzakken van rioolbuizen bestaat de kans dat het riool niet kan doorstromen én schade ontstaat aan de bovengrond (terrein, gebouwen e.d.), waardoor er herstelwerkzaamheden moeten gebeuren aan het riool en verplichting tot schadeherstel. 30% - Mogelijk 1.000.000 300.000
6 Als gevolg van de uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van bepaalde informatie, is het risico dat wij gegevens verliezen. 10% - Onwaarschijnlijk 2.000.000 200.000
7 Als gevolg van het niet meer hebben van het vertrouwen van de raad bestaat de kans een burgemeester, één of meerdere wethouders of het gehele college moet aftreden, waardoor er een een wachtgeldverplichting ontstaat. 10% - Onwaarschijnlijk 1.341.000 134.000
8 Als gevolg van het niet behalen van de doelstellingen om het aantal uren voor hulp in de huishouding en begeleiding te verlagen bestaat de kans dat we niet binnen de bestaande budgetten de zorg kunnen leveren. 30% - Mogelijk 385.000 116.000
9 Als gevolg conjunctuurwisselingen bestaat de kans dat opdrachten wegvallen bij het sociaal werkbedrijf De Zuidhoek waardoor er een omzetverlies volgt met doorlopende kosten. Het gevolg is een negatief bedrijfsresultaat. 10% - Onwaarschijnlijk 1.000.000 100.000
10 Rest 1.485.000 303.000
 Totaal 4.396.000

Toelichting

1. Schadeclaims
Betreft verwachte en/of neergelegde schadeclaims. 

2. Rampen en incidenten
Elk incident kan zich elk moment voltrekken. Maatregelen zijn taken op het gebied van preventie, waaronder vergunningverlening en handhaving, alsook bestrijding van infectieziekten (preventie/opsporing/inenten). Daarnaast is er planvorming voor crisisbeheersing en oefening.

3. Borg- en garantstellingen rente en aflossing leningen van woningeigenaren en woningcorporaties
De gemeente staat garant of borg voor geldleningen van woningeigenaren en -corporaties. Het risico dat wij worden aangesproken is miniem, doordat eerst het Nationaal Hypotheek Garantie fonds worden aangesproken en achtervang bij corpororaties  staat. Daarna komt pas de de gemeente.  

4. Datalekken
Het is niet uit te sluiten dat bijvoorbeeld met ransomware onze gegevens worden gegijzeld of dat informatie bij onbevoegden terecht komt of toegang  is geven tot informatiedragers. De schade kan materieel, immaterieel, juridisch, financieel zijn of betrekking hebben op imagoschade.
Een inbreuk op de bescherming van persoonsgegevens kan zijn: het onbedoeld inzien, het verwijderen, het verliezen, het versturen en wijzigen van persoonsgegevens. Wij proberen het risico steeds meer te verkleinen met technische maatregelen en organisatorische maatregelen, waaronder beschreven werkprocessen, beleidsdocumenten, administratie, scholing, bewustwording en de procedures over het melden van incidenten en datalekken (met alle vervolgacties die dat met zich meebrengt).

5. Onderhoud rioleringen
Ondanks preventie-onderzoeken één keer per acht jaar kunnen er inzakkingen bestaan. Deze extra lasten zijn niet voorzien in de gevormde financiële voorziening en vormt een financieel risico. De gemeente is verantwoordelijk voor een goed functionerend gemeentelijk riool. Als zij het onderhoud daarvan laat afweten of als de riolering beschadigd raakt, door bijvoorbeeld werkzaamheden of verzakkingen, dan kan de gemeente aansprakelijk gesteld worden voor gevolgschade.  Deze laatste schade is niet verzekerd. Er komt een beheerplan voor de binnenstad Zierikzee, waarmee we slecht riool in kaart brengen en verhelpen door vervanging/verleggen enzovoorts. De duur van het plan is vijf jaar (gelijk oplopend met het wegenbeheerplan).

6.  Bescherming gegevens
Het is niet uit te sluiten dat bijvoorbeeld met ransomware onze gegevens worden gegijzeld. De kosten van een dergelijke aanval en werking van ransomware kunnen oplopen tot € 2 miljoen. We nemen maatregelen die volgen uit de zelfevaluatie Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en door opvolging van de aanbevelingen van de externe audits volgens de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) op de informatie-uitwisseling DigiD, Suwinet, BRP en reisdocumenten en Geobasisadministraties. In 2022 zijn risicobeperkende maatregelen getroffen met de Multifactor-authenticatie (MFA). Verder is een security-assessment opgesteld: een stand van zaken van informatiebeveiliging op technisch vlak. In 2023 wordt dat assessment overgezet naar een roadmap met acties. Ook stellen we een beveiligingsbeleid op en starten we met de uitvoering daarvan.  Verder zijn er doelgroepgerichte trainingen voor informatiebeveiliging en privacy.

7. Wachtgeldverplichtingen dagelijks bestuur
De kans dat het hele bestuur door de raad wordt weggestuurd of op eigen initiatief opstapt, is klein. Naast een wachtgeldverplichting verlamt dit wel de voortgang van de werkzaamheden van de gemeente door een bestuursvacuüm. 

8.  Kosten verstrekkingen maatschappelijke ondersteuning
We nemen maatregelen om het aantal uren voor hulp in de huishouding en begeleiding te verlagen. De kans bestaat dat we niet binnen de bestaande budgetten de zorg kunnen leveren.

9.  WSW bedrijf De Zuidhoek
Als gevolg conjunctuurwisselingen bestaat de kans dat opdrachten wegvallen. We vermijden dit risico door een continue acquisitie.  We houden een risicoreserve aan om schommelingen in de omzet op te vangen. Het aantal SW-werkers zal in de jaren afnemen. Het aan te nemen werk zal daarmee langzaam minder worden. De bedrijfsvoering wordt hierop aangepast.

10. Overige risico's  
Onder deze categorie zijn het veelal risico's van ondergeschikte aard, die we wel monitoren en waar we maatregelen voor treffen om het risico te verkleinen.

Ten opzichte van de meest recente risico-inventarisatie (programmabegroting 2025) is de totale impact van de financiële risico's  gedaald  met € 0,7 miljoen van € 5,1 naar 4,4 miljoen.

Als alle risico's zich gelijktijdig in hun volle omvang zouden voordoen zou een nadeel optreden van € 4,4 miljoen. Het reserveren van een dergelijk groot bedrag als buffer voor alle risico's is echter ongewenst, omdat het niet waarschijnlijk is dat alle risico's zich in 2024 gelijktijdig en in hun maximale omvang voordoen. Daarom is op basis van de ingevoerde risico's een extra weging gedaan op 90%. Het resultaat is dat met een benodigde weerstandscapaciteit van € 4,0 miljoen het voor 90% zeker is dat alle risico's die in 2025-2028 zouden kunnen optreden kunnen worden afgedekt. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door alle risico's waarvoor geen of onvoldoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

2.5 BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.5 BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT

De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om financiële tegenvallers te dekken. Het gaat om buffers in het eigen vermogen respectievelijk in de exploitatie. Buffers die we vrij kunnen maken, dan wel beschikbaar laten komen om niet-begrote kosten, die substantieel zijn, te dekken, zonder dat dit gevolgen heeft voor het beleid en de uitvoering van taken. De weerstandscapaciteit is eind 2024 als volgt:

Weerstandscapaciteit Bedragen in €
Resterende belastingcapaciteit:
·         Onroerende-zaakbelastingen 3.602.000
·         (Water)toeristenbelasting 0
·         Forensenbelasting 0
·         Lijkbezorgingsrechten 100.000
·         Parkeerbelasting 0
·         Scheepvaartrechten 500.000
·         Leges 37.000
Totale resterende belastingcapaciteit 4.239.000
Vrij aanwendbare reserves:
·         Algemene reserve 31.451.000
·         Uitvoering strategische visie 17.504.000
·         Algemene reserve De Zuidhoek 1.000.000
·         Egalisatiereserve algemene uitkering 2.139.000
·         Algemene reserve Ontwikkelingsbedrijf 2.005.000
·         Kabels en leidingen 1.904.000
·         GBE Aqua 12.798.000
Totaal weerstandscapaciteit vermogen 68.801.000
Totale weerstandscapaciteit 73.040.000

Toelichting weerstandscapaciteit 
Resterende belastingcapaciteit 

Belastingcapaciteit is de ruimte om de belastingen en heffingen te verhogen of in te voeren. Voor de heffingen gelden regels: de tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn.

Voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB) hanteert het Rijk de zogenaamde artikel 12-norm (voor financieel armlastige gemeenten). Dit is het tarief dat een gemeente moet hanteren als zij voor een eventuele aanvullende uitkering uit het gemeentefonds in aanmerking wil komen.  Bij deze berekening is de resterende belastingcapaciteit OZB € 3.602.000.

Voor de (water-)toeristenbelasting en forensenbelasting gelden geen maximum- of normtarieven. Voor de overige heffingen verwijzen wij u naar de Paragraaf lokale heffingen, onderdeel 1.5 (Kostenonderbouwing heffingen).

Vrij aanwendbare reserves
Algemene reserve
De algemene reserve dient primair als buffer om in jaren waarin een sluitende begroting niet mogelijk is bij te springen en ter opvanging voor negatieve jaarresultaten. Hiervoor geldt een minimumbedrag van € 4 miljoen. Alles boven dit bedrag (inclusief het geoormerkte deel voor het uitvoeringsprogramma strategische visie en het coronaherstelfonds) is in principe vrij aanwendbaar en beschikbaar voor de weerstandscapaciteit. 

Bij de vaststelling van de begroting 2012-2015 heeft de raad besloten binnen de algemene reserve een bedrag van € 12 miljoen te oormerken voor de uitvoering van de Strategische visie. Het geoormerkte bedrag stelt ons in staat (tot 2040) te investeren in projecten en activiteiten die bijdragen aan het behalen van de doelen en die niet met ‘regulier’ geld (volledig) bekostigd kunnen worden. De reserve wordt de komende jaren gevoed met de jaarlijks eventueel resterende middelen voor de uitvoering van de masterplannen voor stads- en dorpsvisies. 

Algemene reserve Zuidhoek
De reserve is in het verleden gevormd door een bijdrage van de gemeente. Deze reserve is een onderdeel van de weerstandscapaciteit van de Zuidhoek en dient ter egalisatie van toekomstige exploitatieresultaten van de Zuidhoek.

Egalisatiereserve algemene uitkering 
Deze reserve zetten we in om mutaties vanuit het Gemeentefonds op te vangen. De reserve bedraagt eind 2024 € 2 miljoen. Het plafond is € 2 miljoen.

Reserves Ontwikkelingsbedrijf 
De algemene reserve van het ontwikkelingsbedrijf, waarin onze grondexploitatie is ondergebracht, is betrokken bij het weerstandsvermogen. 

Reserve Kabels en leidingen
De reserve is ontstaan door de opbrengsten van precariorechten.  De reserve wordt  ingezet voor nog nader te onderzoeken maatregelen ter compensatie aan inwoners en bedrijven als gevolg van de hoge inflatie, waaaronder het Project Koopkracht.

Reserve GBE Aqua
Deze bestemmingsreserve betreft de overwaarde door deelneming aan deze N.V. GBE Aqua. 

2.6 WEERSTANDSVERMOGEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.6 WEERSTANDSVERMOGEN

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.


Ratio weerstandsvermogen =      Beschikbare weerstandscapaciteit  =         73.040.000 = 18,5  
                                                                          Benodigde weerstandscapaciteit                  3.956.400

 

Wij streven een weerstandsvermogen na dat tenminste ruim voldoende is. Dit vereist een ratio weerstandsvermogen dat gelijk is of hoger is dan 1,5.

2.7 RATIO’S EN KENGETALLEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.7 RATIO’S EN KENGETALLEN

Deze paragraaf bevat op basis van wettelijke verantwoordingsregels de eerste vijf financiële kengetallen. De zesde is geen verplicht kengetal, maar vloeit voort uit de eigen Kadernota risicomanagement. De kengetallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente.

Deze paragraaf bevat op basis van wettelijke verantwoordingsregels de eerste vijf financiële kengetallen. De zesde is geen verplicht kengetal, maar vloeit voort uit de eigen Kadernota risicomanagement. De kengetallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente.

Kengetallen Realisatie 2023 Begroting 2024 Realisatie 2024
1a Netto schuldquote 32,7% 44,3% 20,4%
1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 29,8% 41,6% 16,9%
2 Solvabiliteitsratio 30,3% 26,6% 37,5%
3 Structurele exploitatieruimte 4,2% 4,6% 1,8%
4 Grondexploitatie 1,2% 1,1% 1,6%
5 Belastingcapaciteit 109,0% 108,4% 106,9%
6 Weerstandsratio 8,8 2,8 18,5

Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van baten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Op deze manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre er sprake is van doorlenen en geeft de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Hieruit blijkt het aandeel van de verstrekte leningen en wat dit betekent voor de schuldenlast.

Solvabiliteitsratio
Dit is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen: welk deel van het bezit niet met schulden is belast. Het zegt iets over het vermogen om zowel de kortlopende alsook de langlopende schulden te kunnen terugbetalen en is daarmee een indicator over “de financiële gezondheid” van de gemeente. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (solvabiliteitsratio), hoe financieel gezonder de gemeente.

Structurele exploitatieruimte
Dit geeft een beeld of de begroting en jaarrekening in evenwicht zijn. Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. 

Grondexploitatie
Dit is de verhouding van de grondwaarde tot de totale baten. De afgelopen jaren bleek dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van onze gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend. De gronden zijn tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel lagere marktwaarde opgenomen. Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Hoe lager de ratio is, hoe beter.

Belastingcapaciteit
Dit geeft inzicht in de belastingdruk ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk van de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij is een percentage van 100% precies gelijk aan het landelijk gemiddelde. Bij gemeenten zijn hierin de OZB-lasten, rioolheffing, afvalstoffenheffing en een eventuele heffingskorting betrokken. 

Weerstandsratio
Dit geeft de verhouding aan tussen het bedrag waarover we risico’s lopen en de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet-voorziene financiële tegenvallers te bekostigen. Het gaat om buffers in het eigen vermogen en exploitatie. 
De ratio is sterk verbeterd ten opzichte van van de begroting (van 2,8 naar 18,5) vanwege de verlaging van de risico's (van 14 naar 4 miljoen euro) en een hoger  weerstandsvermogen door de vorming van de reseves Kabels en leidingen en GBE Aqua (samen bijna 14 miljoen euro). 

Beoordeling van de kengetallen
Bij de beoordeling van de waarde van de financiële kengetallen sluiten we aan bij de zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+ gemeenten en die zijn afgesproken door alle provinciale toezichthouders in het Vakberaad Gemeentefinanciën. Daarbij bepaalde uw raad via de vaststelling van de Kadernota risicomanagement dat de minimale omvang van het weerstandsvermogen 1,5 moet zijn.  

In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) behoren, waarbij categorie A het meest financieel gezond is en categorie C het minst.

Kengetal Waarde kengetal Categorie A Waarde kengetal Categorie B Waarde kengetal Categorie C
1.   Netto schuldquote <90% 90-130% >130%
2.   Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%
3.   Structurele exploitatieruimte Begroting èn meerjarenbegroting Begroting of meerjarenbegroting Begroting en meerjarenbegroting
> 0% > 0% < 0%
4.   Grondexploitatie <20% 20-35% >35%
5.   Belastingcapaciteit <95% 95-105% >105%
6.   Weerstandsratio >1,5 <1,5 <1,5

In de Kadernota Risicomanagement is als norm bepaald dat:

Onze gemeente is financieel gezond als:
•    Kengetal structurele exploitatieruimte (meerjaren-)begroting in categorie A zit, en
•    Drie van de overige kengetallen zitten in categorie A, of 
•    Twee kengetallen zitten in categorie A en twee in categorie B.

Onze gemeente is matig financieel gezond als:
•    Drie kengetallen zitten in categorie A gecombineerd met structurele exploitatieruimte (begroting en meerjarenraming) en weerstandsvermogen beide in B of
•    Drie kengetallen zitten in categorie B of 
•    Eén kengetal zit in categorie B en één in categorie C. 

Onze gemeente is financieel het minst gezond als: 
•    Twee of meer kengetallen zitten in categorie C. 

Onze kengetallen scoren in de volgende categorieën:

Kengetallen Realisatie 2023 Begroting 2024 Realisatie 2024
Netto schuldquote A A A
Solvabiliteitsratio B B B
Structurele exploitatieruimte A A A
Grondexploitatie A A A
Belastingcapaciteit C C C
Weerstandsratio A A A

2.8 CONCLUSIES

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.8 CONCLUSIES

De paragraaf weerstandsvermogen is direct verbonden met alle programma’s en de gehele bedrijfsvoering van de gemeente. Feitelijk is deze paragraaf hiervan een dwarsdoorsnede. De confrontatie tussen het weerstandsvermogen en de risico’s geeft een positief getal, in die zin dat de weerstandsratio boven de 1,5 ligt. Omdat van de financiële kengetallen er een score is in de categorie B en in de categorie C, is de gemeente Schouwen-Duiveland, conform de vastgestelde Kadernota risicomanagement, matig financieel gezond. Om financieel gezonder te worden is inzet nodig om de vaste schulden en de belastingdruk te verlagen. 

Naast de genoemde gekwantifeerde risico's die de normale bedrijfsvoering kunnen beïnvloeden, is ook van belang te noemen dat het behalen van onze doelen steeds meer afhankelijk zijn van voldoende beschikbare menskracht (intern als extern) en grondstoffen. Daarbij speelt dat schaarste op deze fronten en energie de prijzen opdrijven.

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen

3.1 OVERZICHT

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.1 OVERZICHT

Onderstaand overzicht geeft een beeld van de wijze waarop onze kapitaalgoederen zijn ondergebracht in beheerplannen en zijn vertaald in de jaarrekening.

Beheerplannen/MJOP Door de raad vastgesteld in Looptijd Financiële vertaling in de begroting Achterstallig onderhoud
Wegen 2023 Tot en met 2027 Ja Ja
Riolering 2022 Tot en met 2026 Ja Nee
Groen 2024 Tot en met 2033 Ja Nee
Speeltoestellen 2017 Tot en met 2026 Ja Nee
Gebouwen 2019 Tot en met 2030 Ja Nee
Openbare verlichting 2024 Tot en met 2033 Ja Nee
Kunstwerken en overige elementen N.v.t. N.v.t. Ja Ja
Havens en waterwegen 2019 Tot en met 2028 Ja Nee
Baggerbeheersplan 2019 Tot en met 2028 Ja Nee

Toelichting

In 2024 is het Beleids- en beheerplan Groen opgesteld en vastgesteld. Hierin is een integrale plan uitgewerkt met duidelijk doelstellingen voor ons openbaar groen.

Tevens is in 2024 het  beleidsplan Openbare verlichting opgesteld en vastgesteld waarbij we de  verduurzaming van onze verlichting doorzetten  onder andere door Led - armaturen en en  een slimme aansturing voor o.a. het dimmen van verlichting.

Voor "Kunstwerken en overige elementen" is er in 2024 de actualisatie van de objecten verder uitgewerkt en geinspecteerd in 2025 wordt het beleids- en uitvoeringplan opgesteld.

3.2 WEGEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.2 WEGEN

Algemeen

Wegbeheerders hebben vanuit de Wegenwet de zorgplicht voor wegverhardingen. Dit betekent dat wij als wegbeheerder altijd verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit (onderhoudstoestand) van de verhardingen die de gemeente in beheer heeft. Deze zorgplicht moet waarborgen dat het gebruik van de wegen veilig plaats kan vinden en schades en/of ongevallen door gebreken aan de wegverharding zoveel mogelijk worden voorkomen. Verreweg het grootste deel van de gemeentelijke wegverhardingen ligt binnen de bebouwde kom van de kernen.

In 2023 het is het Beheer- en Beleidsplan Wegen 2023-2027 vastgesteld door de raad. Dit plan geeft in hoofdlijnen het kwalitatieve en financiële niveau aan waarop het college haar taak als wegbeherende instantie wenst uit te voeren. 

Uitgangspunten bij het gemeentelijke wegbeheer voor 2025 zijn:

• Het gebruik van wegen moet te allen tijde veilig kunnen plaatsvinden. Bij calamiteiten wordt direct ingegrepen.

• Alle gemeentelijke wegen worden, conform de landelijke standaard van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW), op minimaal kwaliteitsniveau "B” gehouden. 

• Overlast van wegenonderhoud voor de burger wordt zoveel mogelijk beperkt.

  • Projecten worden zo veel als mogelijk integraal aangepakt. Dit betekent dat alle beheersdisciplines vanaf de initiatieffase intensief samenwerken.

Uitvoeringsplannen

In het kader van integraal werken combineren we de uitvoeringsplannen zoveel mogelijk met rioolvervanging en groenonderhoud. Hiervoor is in 2023 het project “Wijkgerichte aanpak” gestart. Groot onderhoud aan wegen die binnen de Masterplannen stads- en dorpsvisies vallen stellen we uit tot uitvoering in het kader van de Masterplannen stads- dorpsvisies aan de orde is. Tot die tijd onderhouden we deze wegen dusdanig dat de veiligheid is gewaarborgd. Veelal betekent dit dat we alleen klein onderhoud uitvoeren. Ook is er begonnen met de uitrol van glasvezel in de kernen. We plegen onderhoud zoveel als mogelijk nadat de aanleg van kabels en leidingen en glasvezel gelegd is.

Wortelopdruk

In 2024 is er meer overlast veroorzaakt door wortelopdruk. In het groenbeleidsplan is duiding gegeven aan de te nemen maatregelen om wortelopdruk te verminderen bij bestaande en nieuwe bomen.

Kwaliteit

Het wegbeheer voeren we uit volgens de CROW-methodiek. Deze inspectie is tweedelig. Het ene jaar elementenverharding en het andere jaar asfaltverharding. In 2023 is begonnen met het herindelen van onze wegvakonderdelen zodat een inspectie een veel betere kwaliteitsindicatie laat zien en er is begonnen met een meer gerichte formulering van de opdracht naar de inspecteur.  

In 2024 is een nieuwe inspectie uitgevoerd. De resultaten van deze inspectie zijn geanalyseerd en verwerkt in een planning die achterstanden in beeld. Daarnaast is een planjaar gekoppeld aan de wegvakken die onderhoud nodig hebben.

Financiën

Zie de toelichting op het overzicht van baten en lasten bij sub-programma 2.2. Per saldo is er sprake van een incidenteel voordeel van € 127.000.  

Het achterstallig onderhoud, dat we verantwoorden op de voorziening achterstallig onderhoud wegen, is in 2024 gedeeltelijk weggewerkt. De rest gebeurt in 2025. Dit is in de tweede financiële rapportage 2024 al gemeld.

Risico's

Er bestaat altijd een risico dat door niet tijdig gesignaleerde gebreken aan de weg schades of ongevallen ontstaan. Het risico op schades en ongevallen door gebreken aan de verhardingen ondervangen we zoveel mogelijk door het uitvoeren van weginspecties, waarbij schadebeelden worden vastgelegd. Gebreken van ernstige aard worden vervolgens direct verholpen. Uit de inspecties blijkt dat een derde deel van de maatregelen opgepakt kan worden. Dat betekent vervolgens dat het risico twee derde deel van de maatregelen betreft.  Ook de aanleg van kabels en leidingen, waaronder glasvezel is een zeker risico, omdat werken misschien uitgesteld worden. Om dit zoveel mogelijk te beperken voeren we klein onderhoud uit op postzegelniveau waar de glasvezel nog ingegraven moet worden.

3.3 RIOLERING

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.3 RIOLERING

Omschrijving (toelichting)

Algemeen

De zorg voor de gemeentelijke riolering is vastgelegd in de wet Milieubeheer. In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) is het beleid met betrekking tot onderhoud, uitbreiding en verbetering van het rioleringsstelsel vastgelegd en wordt de gewenste situatie met betrekking tot de toestand en het functioneren van het gemeentelijk rioolstelsel beschreven. De kosten voor aanleg van nieuwe riolering en aanpassingen als gevolg van uitbreidingen van woonwijken of bedrijventerreinen komen ten laste van de betreffende grondexploitaties. Daarna worden de rioleringen via een areaaluitbreiding overgedragen aan beheer.

Uitvoeringsplannen

De volgende activiteiten zijn in het begrotingsjaar 2024 uitgevoerd:

Verdere completering van de rioolbeheerdata; 
Continueren van het vervangingsplan Binnenstad Zierikzee;
Uitvoeringsplan tot 2028 verder invulling gegeven.

Kwaliteit

Om de kwaliteit van riolering in beeld te houden worden inspecties uitgevoerd. In 2024 werd 1/10e deel van ons areaal geïnspecteerd. 

Ontwikkeling 

Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland + (SAZ+)
Eén van de belangrijkste speerpunten van de SAZ+ is vroegtijdige afstemming tussen alle Zeeuwse gemeenten, Enduris en Evides. We streven naar uitbreiding van het aantal partijen (disciplines) die hieraan deelnemen, zoeken naar verbeteringen in de (proces-)afspraken en bepalen in hoeverre we dit in gezamenlijkheid voortzetten.

Financiën

Voorziening groot onderhoud riolering
Binnen de voorziening zijn in 2024 bijna geen uitgaven gedaan. Bij de tweede financiële rapportage 2024  is de raming al bijgesteld. 

Voorziening riool vervangingsinvesteringen
Bij de vervangingsinvestering is bij de tweede financiële rapportage 2024 al een groot gedeelte doorgeschoven naar 2025. Aanvullend vindt nu bij de jaarrekening een doorschuiving plaats van € 356.000. Zie hiervoor ook de toelichting bij subprogramma 2-2.

Toereikendheid
Beide voorzieningen zijn meerjarig toereikend

Risico’s

De risico’s zijn te overzien. Er blijven echter onzekerheden met betrekking tot de oude gewelf-riolen in de binnenstad van Zierikzee, die ook nog vaak in de achtertuinen van particulieren gelegen zijn.  

Een andere onzekerheid zijn de klimatologische ontwikkelingen. Hierbij bestaat het risico op wateroverlast, ondanks de theoretische berekeningen met neerslagintensiteiten op grond waarvan het stelsel in theorie voldoende afvoercapaciteit moet hebben.

Excel-tabel

3.4 GROEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.4 GROEN

Omschrijving (toelichting)

Algemeen

Het openbaar groen is ons natuurlijk en levend kapitaal.  Groen kleedt de buitenruimte aan en zorgt ervoor dat we ons buiten prettig voelen. Wetenschappelijk is aangetoond dat groen in de openbare ruimte effect heeft op het welbevinden en de gezondheid van mensen. Het participeren in groen is rustgevend. Ook is groen een belangrijk instrument in de klimaatadaptatie, bijvoorbeeld in wateropvang en –berging en het tegengaan van hittestress. Openbaar groen kan een grote rol spelen in het vergroten van  de biodiversiteit, wat noodzakelijk is om een evenwichtige en veerkrachtige leefomgeving voor mens en dier te realiseren.

Groenbeleidsplan & groenbeheerplan Schouwen-Duiveland 

In maart 2024 is het groenbeleidsplan & groenbeheerplan Schouwen-Duiveland vastgesteld door de gemeenteraad.
Naast de nieuwe ambities / kansen (“vergroenen”) en uitgangspunten die worden meegenomen bij herinrichtingsprojecten / stads-en dorpsvisies en nieuwbouwprojecten hebben we in 2024 de volgende onderdelen opgepakt.

Nulmeting technische staat

In 2024 is een nulmeting technische staat plantvakken en half verhardingen uitgevoerd. Op basis hiervan kunnen we voor de komende vijf jaar een renovatieplanning opstellen. Deze planning wordt integraal opgesteld met de beheerdisciplines civiel en riool. Als deze beide disciplines geen opgaven hebben binnen een termijn van vijf jaar komen we als groen zelf in de lead. Belangrijk uitgangspunt bij renovatie is een doelmatig en effectief onderhoud en om de biodiversiteit te vergroten.

Nulmeting grasvegetaties

In 2024 is het halve eiland (westkant) geïnventariseerd. Dit omdat het seizoensgebonden werk is en het een groot beheergebied is. Onder grasvegetaties verstaan we gazons en bermen. Mede op basis van de nulmeting en andere uitgangspunten zoals verkeersveiligheid hebben we per woonkern het maaibeheer herzien. In 2025 wordt dit geïmplementeerd in de dorpen aan de westkant van het eiland. Hierover wordt actief richting de inwoners gecommuniceerd en vanaf begin 2025 kunnen bewoners via de website zien hoe en wanneer er gemaaid wordt in hun buurt. In 2026 is heel het maaibeheer aangepast in het totale beheerareaal.

Nulmeting biodiversiteit houtige beplanting en waterpartijen

Doel hiervan is om eerst in beeld te brengen wat de huidige staat is. Op basis daarvan kunnen we gericht acties uit gaan voeren op het gebied van beheer, uitbreiding en omvormingen om de biodiversiteit te vergroten.

Exoten

In 2024 hebben we twee proeven uitgevoerd voor de bestrijding van de Japanse Duizendknoop.  In 2025 gaan we dit verder monitoren. Daarnaast hebben we een start gemaakt met het opstellen van een beheerplan beheersing invasieve exoten. Dit beheerplan  zal in de eerste helft van 2025 worden opgeleverd.

Kwaliteit

Met het vaststellen van het nieuwe groenbeleidsplan zijn de kwaliteitszones voor het onderhoudsniveau hetzelfde gebleven. Dit houdt in dat de ambitie voor het onderhoud in centra en accenten  kwaliteitsniveau A is (volgens de CROW-kwaliteitscatalogus). In de woon- en verblijfsgebieden hanteren we de ambitie voor kwaliteitsniveau B.  In 2024 is wederom structureel de behaalde kwaliteit door een externe partij getoetst.

Uitvoeringsplannen

Bij het opstellen van herinrichtingsplannen  of dorpsvisies wordt gekeken naar de kansen en ambities uit het groenbeleidsplan. Ook wordt gekeken of we kunnen 'vergroenen'. In 2024 zijn de groenstroken langs de Nieuwe Jachthaven in Brouwershaven  verbreedt en opnieuw ingericht en zijn de bomen vervangen. Hiermee behalen we twee doelstellingen: het bestaande groen wordt vervangen en er wordt extra groen aangebracht door het verwijderen van verharding. In 2024 zijn voor 3 straten (Schipperslaan, Schoolstraat en Noordstraat) in Bruinisse ontwerpen opgesteld. Naast de herinrichtingsopgave voor riool en civiel is ingezet op de vergroeiing van de openbare ruimte. Dit vanwege visuele aantrekkelijkheid, gezondheid en klimaatbestendigheid. In 2025 worden deze plannen daadwerkelijk gerealiseerd.

Herinrichting 'Eultje Ouwerkerk

In 2024 is in overleg met de dorpsraad en inwoners een plan opgesteld voor het voormalige voetbalveld. Uitgangspunt was het vergroten van de biodiversiteit. Dit wordt bereikt door het aanleggen van een poel, een steil wand, aanplanten van (fruit)bomen, het aanplanten van bosplantsoenstroken met soorten die van nature voorkomen in Zeeland en het inzaaien van bloemenmengsel. Ook wordt door het plangebied een padenstructuur aangelegd en zitplekken aangelegd. 

Speelruimtes

In 2024 hebben we een aantal centrale speelplekken aangelegd. Een nieuw skatepark in Zierikzee en in Burgh-Haamstede een natuurspeelplaats. In Oosterland is op het voormalige trainingsveld van SV Duiveland een speelkooi gerealiseerd. Naast deze uitbreidingen hebben we speeltoestellen geïnspecteerd en gerepareerd. Hiermee voldoen we als gemeente aan onze zorgplicht.  

Beheer oppervlaktewater bebouwd gebied

Sloten en singels zijn belangrijk voor de aan-en afvoer van water. Dit moet ongehinderd kunnen plaatsvinden. Jaarlijks worden de waterkanten gemaaid en eens in de 8 jaar wordt de bagger (sliblaag) verwijderd.  De gemeente is opgedeeld in 8 baggerblokken. In 2024 is het baggerblok  Zierikzee en Kerkwerve ontdaan van de sliblaag. Doel is ook om steeds meer  (natuurvriendelijke) oevers ook ecologische te gaan beheren. Dit kan worden bereikt door bijvoorbeeld een deel van de rietkraag te laten staan. Dit biedt weer schuil-en verblijfsmogelijkheden voor flora en fauna. Het Waterschap Scheldestromen is hierbij een belangrijke gesprekspartner.  Deze partner zal uiteindelijk haar fiat moeten geven omdat zij verantwoordelijk is voor de kwaliteit en kwantiteit van het watersysteem.

Dorpsboomgaarden
2024 was het laatste jaar dat de aanleg van dorpsboomgaarden voorbereid kon worden. Niet in alle 16 kernen is een dorpsboomgaard gerealiseerd, vaak omdat er geen geschikte locatie voorhanden was. Met de uitvoering van een dorpsboomgaard in Nieuwerkerk in 2024 en de voorbereiding van de dorpsboomgaarden in Kerkwerve, Sirjansland en Noordgouwe realiseerden we in 8 kernen een groene ontmoetingsplek.

Akkerranden
Het akkerrandenproject had in 2024 een succesvol jaar. Met 25 deelnemers werd een oppervlakte van 24,7 ha aan bloemenmengsels ingezaaid. De evaluatie van de periode 2019 – 2024 gaf een positief beeld van dit project. De akkerranden worden door zowel deelnemers als door inwoners en recreanten gewaardeerd. In 2025 wordt het project nog gecontinueerd met de huidige opzet. Daarnaast wordt in 2025 een visie biodiversiteit opgesteld door de afdeling Ruimte en Milieu. Het akkerrandenproject wordt hier een onderdeel van en krijgt een nieuwe vorm. Vanaf 2026 valt dit project dan ook niet meer onder de verantwoording van deze paragraaf  onderhoud kapitaalgoederen groen.

Ontwikkelingen

Bewegen en ontmoeten

 In 2024 is verder gegaan met de uitwerking van het beweegpark wat tussen woonlocatie Borrendamme en het Pieter Zeeman Lyceum komt. In 2025 zal hierover besluitvorming plaats vinden en kan gestart worden met de realisatie.

Op 26 november 2024 besloot het college een calisthenicspark te realiseren in het Westplantsoen Bruinisse en hiervoor € 25.000 toe te kennen vanuit de eenmalige impulsregeling voor stads- en dorpsvernieuwing. 
Het plan van de Dorpsraad Bruinisse voor de aanleg van het calisthenicspark biedt een laagdrempelige sportvoorziening die sociale cohesie en een gezonde levensstijl stimuleert. Het park wordt in de eerste helft van 2025 gerealiseerd.

Financiën

Exploitatiebudgetten groen

Nu het nieuwe groenbeleidsplan is vastgesteld met bijbehorende financiën zijn vanaf 2025 de budgetten op orde. In 2024 sluiten we wel met een klein negatief saldo. Dit heeft als hoofdreden dat we uit groen meebetalen in projecten waar een vergroeningsopgave in zit. Door de extra budgetten die in 2025 zijn toegekend zal dit in de toekomst niet meer plaats vinden.

Voorziening speelruimtes
Financieel zijn er binnen de voorziening speelruimtes geen bijzonderheden te melden.

Toereikendheid
De voorziening is meerjarig toereikend.

Risico’s

Risico’s in de openbare ruimte bestaan hoofdzakelijk uit aansprakelijkheid bij schade door gebreken aan elementen of objecten. Van belang is dat de gemeente voldoet aan haar wettelijke zorgplicht. Om hieraan te voldoen, keuren we de speeltoestellen en inspecteren we de bomen (BVC). Door het uitvoeren van inspecties en keuringen en het nemen van adequate maatregelen blijven de risico’s beperkt.

Excel-tabel

3.5 GEBOUWEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.5 GEBOUWEN

Omschrijving (toelichting)

Algemeen

Wij bezitten een relatief groot aantal gebouwen. Deze gebouwen moeten op een adequate manier worden beheerd, geëxploiteerd en onderhouden. Het complete beheer is gecentraliseerd, onder andere via Wish. Het cluster Centrale Beheersorganisatie Gebouwen (CBG) is hiervoor verantwoordelijk. Voor het onderhoud wordt gewerkt met een meerjarenonderhoudsplan (mjop) per gebouw. In de begroting zijn alle kosten en baten die behoren tot de centrale beheersorganisatie bij elkaar gezet, zodat hiervoor de (budget)verantwoordelijkheid is gewaarborgd.

Kwaliteit

De raad heeft het kwaliteitsniveau van het uit te voeren onderhoud vastgesteld. Uitgangspunt hierbij is vervanging van het bestaande, sober en doelmatig. Dit houdt in dat we per gebouw bekijken welke onderhoudsactiviteiten uitgevoerd moeten worden om het huidige gebruik ongehinderd voortgang te laten vinden en geen achterstallig onderhoud te laten ontstaan.
Uiteraard doen we dat binnen deze kaders zo duurzaam mogelijk en kijken we bij geplande vervangingen naar de meest duurzame en energiezuinige oplossing die binnen de beschikbare financiële middelen mogelijk is. Ook proberen we, door in de uitvoering verschillende zaken gecombineerd uit te laten voeren door onderdelen door te schuiven of juist naar voren te halen, in de planning zoveel mogelijk voordeel te halen, zodat op het gebied van verduurzaming binnen de voorziening gebouwenonderhoud al zo veel mogelijk gerealiseerd kan worden.  Met de nu onderhanden zijnde  actualisering van de voorziening onderhoud  brengen we de consequenties in beeld voor de actualisatie van de meerjarige onderhoudsplanning 2025-2033, inclusief verduurzamen. Hierdoor kan vanaf 2026 verduurzaming mee lopen in het regulier onderhoud en niet meer apart via de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed en de begroting.

Uitvoeringsplannen 

De uitvoeringsplannen voor 2024 zijn grotendeels conform onderhoudsplan en beleid uitgevoerd. De afwijkingen worden verder toegelicht bij het onderdeel financiën.

Ontwikkelingen

In 2019 is ingestemd met de actualisering van de meerjarige onderhoudsplanning 2019-2028 en zijn de financiële consequenties daarvan betrokken bij de integrale begrotingsvoorbereiding 2020. Deze actualisering dient om de vijf jaar plaats te vinden en in 2024 hebben we hier zoals al eerder gemeld in samenwerking met bouwbedrijf Boogert en Wish een aanvang mee gemaakt. Zoals in de onderhoudsparagraaf kaitaalgoederen aangekondigd werken we in de loop van 2025 gezamenlijk verder aan de actualisering van de voorziening onderhoud  en brengen we de consequenties in beeld voor de actualisatie van de meerjarige onderhoudsplanning 2025-2033, inclusief verduurzamen. Gezien de prijsstijgingen van de laatste jaren en het implementeren van het verduurzamen in het regulier gemeentelijk vastgoedonderhoud zullen de huidige opgenomen toevoegingen aan de voorziening gemeenlijk gebouwenonderhoud naar verwachting daarvoor niet meer toereikend zijn. Ook laten de exploitatie budgetten gebouwenonderhoud met de overschreidingen van vorig jaar en dit jaar zien  dat ook daarvoor de huidige ramingen niet meer toereikend zijn. Dit laatste ligt ook aan het feit dat we de afgelopen 2 jaar weer een volledige bezetting hebben op team CBG en daardoor alles wat nodig is ook uitgevoerd krijgen.

Financien 

Binnen de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen melden we een overschot aan de lastenkant van €79.000.  Dit overschot is benodigd voor de restauratie van de toren van het stadhuismuseum. Dit verwerken we via de bestuursrapportage 2025.  

Verder zijn er Brim subsidies in 2024 aan de voorziening toegevoegd. 

Binnen de exploitatiebudgetten gebouwenonderhoud melden we in totaal een overschrijding  van €246.000 veroorzaakt door een combinatie van een aantal factoren. Storingen en defecten nemen toe doordat onze gebouwen ouder worden, een relatie van meer klein onderhoud ten opzichte van groot onderhoud afgelopen jaar, een toenemend aantal uitgaven  op verzoek van gebruikers die niet onder planmatig onderhoud te scharen waren en een aanzienlijke toename van vandalisme op met name de toiletgebouwen. Ook zijn er dit jaar veel kosten voortgekomen uit aanscherping van wet en regelgeving op het gebied van legionella en de werktuigbouwkundige installaties en stond de vijfjaarlijkse NEN 3140 keuring voor een groot aantal panden op de planning waaruit gebreken aan de elektrotechnische installaties van onze gebouwen verholpen dienden te worden.

Toereikendheid

Beide voorzieningen (gebouwen en gebouwen reiniging) zijn meerjarig toereikend.

Risico`s

Binnen het gebouwenonderhoud bepaalt de beleidsmatige afdeling in principe wat er wordt uitgevoerd aan onderhoud aan een gebouw binnen zijn/haar beleidsveld. Het is bij een aantal gebouwen zo, dat bepaald is om alleen het hoogstnoodzakelijke aan onderhoud uit te voeren, omdat nog niet duidelijk is wat er met het gebouw gaat gebeuren (bijvoorbeeld afstoting). Verpaupering en vandalisme kunnen hiervan een gevolg zijn/worden.

Excel-tabel

3.6 OPENBARE VERLICHTING

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.6 OPENBARE VERLICHTING

Algemeen

In het Beheer- en Beleidsplan Openbare Verlichting 2024-2033 zijn onder andere de volgende uitgangspunten opgenomen:

  • Het huidige Beleidsplan Openbare Verlichting kan worden beschouwd als een handboek waarin is vastgelegd hoe er binnen de gemeente met openbare verlichting omgegaan wordt.
  • Het plan geeft het kader waarbinnen er binnen de openbare ruimte effectief, kostenefficiënt en milieubewust wordt verlicht en benoemt de voor openbare verlichting belangrijkste wettelijke bepalingen en richtlijnen. Zo passen we bij nieuwbouw of herinrichting de meest recente Richtlijn Openbare Verlichting NPR13201 toe op de verlichtingskwaliteit.

Ontwikkelingen

Het onderhoud van de openbare verlichting wordt uitgevoerd door het bedrijf Swarco. Het aantal lampstoringen was minder dan in de voorgaande jaren. Ten opzicht van 2023 is het aantal storingen in 2024 gedaald met ongeveer 22%. De ontwikkeling in dynamische ledverlichting heeft daar mede aan bijgedragen. De oude conventionele armaturen worden standaard door dynamische led armaturen vervangen.  

Kwaliteit

De huidige openbare verlichtingsinstallaties houden we bij op kwaliteitsniveau B, conform publicatie 380 van het CROW.  Eventuele vervanging vond plaats op basis van inspectie. Masten die de technische levensduur hebben bereikt, maar nog in goede staat verkeren, werden niet vervangen. Energie onzuinige armaturen zijn vervangen door led. Deze leverden een energiebesparing op van ruim 6%. De beschikbare middelen zijn afgestemd op het vastgelegde kwaliteitsniveau.

Financiën

Zie de toelichting op het overzicht van baten en lasten bij sub-programma 2.2.  Er is sprake van een incidenteel nadeel van € 349.000.

Conform het beleidsplan Openbare Verlichting verantwoorden we alle lasten op het gebied van openbare verlichting op exploitatiebudgetten.

Verlichting sportvelden

In 2024 hebben we voetbalvereniging ASV Brouwershaven een bijdrage gegeven en een subsidie verleend om heel de sportparkverlichting te vervangen door LED-armaturen. Hierbij is ook heel de lichtinstallatie over gedragen aan de vereniging. Bij twee verenigingen ZSC’62 (Scharendijke) en SV DZC’09 (Dreischor), zijn de trainingsvelden nog voorzien van traditionele-halogeenlampen. In 2026 willen we deze vervangen. Hier moet nog wel budget voor worden aangevraagd. Als deze is uitgevoerd zijn alle lichtinstallaties die nog in beheer en onderhoud zijn voorzien van duurzame veldverlichting.  

Risico’s

Op plaatsen waar geen openbare verlichting staat zijn altijd zekere risico’s ten aanzien van verkeersveiligheid en sociale veiligheid. In het beleid is hier voldoende aandacht voor.

3.7 KUNSTWERKEN EN OVERIGE ELEMENTEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.7 KUNSTWERKEN EN OVERIGE ELEMENTEN

Algemeen

De grotere objecten in de openbare ruimte, zoals bruggen en steigers in binnenwateren, muren, trappen en hekwerken, worden structureel geïnspecteerd en onderhouden.  
Daar waar geen kwaliteitsniveau is vastgelegd betreft het feitelijk het schoon, heel en veilig houden van de objecten. Alle (elektrische en hydraulische) installaties moeten voldoen aan de geldende NEN-normen.

Uitvoeringsplannen

In 2023 is er op basis van de machinerichtlijn begonnen met een PVA voor het groot onderhoud aan de Zuidhavenpoortbrug. Het uitvoeren van de werken aan de Noordhavenpoortbrug is opgepakt maar momenteel nog niet afgerond. Dit komt vooral door de afstemming met de rijksdienst. In samenspraak met  onze contractpartner Haasnoot wordt een plan gemaakt om tot een uitvoeringsplan te maken voor het groot onderhoud van de brug. 

Kwaliteit

In 2023 is een begin gemaakt met het opstellen van objectpaspoorten binnen ons beheerprogramma Obsurv welke in 2024 geheel is gevuld en de inspecties uitgevoerd.  Afspraken met onze contractpartner Haasnoot werden aangescherpt en er is een nieuw contract met hen afgesloten. Door deze acties kunnen we de kwaliteit nog beter bewaken.

Financiën

Omdat we geen actueel beheerplan hebben, werken we met een vast exploitatiebudget voor het onderhoud. Op het exploitatiebudget melden we in 2024 een kleien overschrijding. In 2024 zijn de eerste initiatieven genomen tot het opstellen van het beheerplan. Dit beheerplan zal in de loop van 2025 worden opgesteld.

Voorziening achterstallig onderhoud objecten

Binnen de voorziening achterstallig onderhoud objecten staat enkel nog een raming voor de Noordhavenpoortbrug. In 2023 hebben we gesprekken gehad met de rijksdienst over de uitvoering van de werken aan de Noordhavenpoortbrug. Hierdoor konden we pas in 2024 starten met de uitvoering. In het eerste kwartaal 2025 wordt de voorbereiding in gang gezet voor de werkzaamheden. In de fase wordt nagegaan aan welke eisen voldaan moet worden. Als deze opgave duidelijk is zal dit in een bestuurlijk voorstel worden aangeboden met daarbij de definitief verwachte kosten. Vooruitlopend daarop is het geraamde bedrag binnen de voorziening bij de tweede financiële rapportage 2024 doorgeschoven naar 2025.

Risico’s

De kwaliteit van de meeste kunstwerken is in beeld. Om risico’s te beheersen voeren we periodiek inventarisaties en inspecties uit en volgen we advies. Het blijft van belang, zeker bij oude kunstwerken, de juiste onderzoeken tijdig en juist uit te voeren.

3.8 HAVENS EN WATERWEGEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.8 HAVENS EN WATERWEGEN

Omschrijving (toelichting)

Algemeen

In het meerjarenperspectief is het onderhoud opgenomen om de havens op een adequaat niveau te houden aan de hand van een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) voor de periode 2020 tot en met 2040. Daarbij spelen we ook in op prioriteiten, die vooral in een onderhoudsgevoelig gebied als havens voorkomen. Het dagelijks beheer van de havens berust bij de gemeentelijke havenmeesters, het reguliere onderhoud wordt uitgevoerd door een gespecialiseerde aannemer.

Uitvoeringsplannen

Het regulier onderhoud voerden we met onze partner Aquavia uit op basis van het beginsel en de resultaatafspraak schoon, heel en veilig.

In 2024 hebben we geen projecten gerealiseerd op basis van het MJOP maar wel verschillende werkzaamheden uitgevoerd zoals:

  • Amoveren (verwijderen) van een steigerdek in de Vluchthaven te Bruinisse;
  • Plaatsen van veiligheidsladders en reddingsboeikasten in haven Brouwershaven;
  • Schilderen van paalkoppen in Vluchthaven Bruinisse;
  • Plaatsen van vier masten voor WIFI netwerk haven Zierikzee;
  • Upgrade WIFI netwerk haven Zierikzee;
  • Plaatsen van een mast voor een camera in de Vluchthaven Bruinisse;
  • Installatie narrowcasting ten behoeve van informatievoorziening in havens te Brouwershaven en Zierikzee.

Er zijn een aantal projecten die oorspronkelijk in 2024 gepland waren maar doorschuiven naar 2025:

  • Conserveren van een golfbreker in de Vluchthaven Bruinisse;
  • Betonreparatie betonnen kademuur in haven  Brouwershaven.

De restauratie van de kademuren van de Oude Haven in Zierikzee is nog niet gestart wegens een hoger beroep procedure bij de Raad van State. 

De gemeenteraad stelde in 2024 de herijking van het baggerbeheerplan en Plan van aanpak glooiingen en de financiële consequenties vast.

Baggeren

Op basis van het beheersplan Baggeren hebben er in 2024 geen baggerwerkzaamheden plaatsgevonden.

Ontwikkelingen

Het rapport Kostendekkendheid havens, op basis van de uitgangspunten vanuit de Wet Markt & Overheid, is door de gemeenteraad vastgesteld met een ingroeimodel van vijf jaar vanaf 1 januari 2025.

Er is sprake van een contractverlenging met Aquavia voor het raamcontract regulier onderhoud havens voor de jaren 2024 en 2025.

Voorbereiding van de realisatie van een lozingspunt in de Vluchthaven Bruinisse wegens een verplichting vanuit het Rijk. Een dergelijk lozingspunt is verplicht voor locaties waar cruiseschepen afmeren. In de haven te Zierikzee is deze reeds aanwezig.

Financiën

Over de onderhoudsbudgetten van de havens in 2024 zijn geen bijzonderheden te vermelden. Bij de jaarrekening is sprake van een kleine onderschrijding.

Voorziening baggerbeheerplan

Zoals hiervoor is aangegeven is het baggerbeheerplan in 2024 geactualiseerd. Abusievelijk is de oude raming binnen de voorziening aan de lastenkant in 2024 blijven staan. 

Toereikendheid

De voorziening is meerjarig toereikend. Actualisatie heeft plaatsgevonden via het advies onderhoud havens en baggeren dat in de raad van december 2019 is vastgesteld.

Havens

Op basis van de MJOP is het  onderhoud in de havens adequaat uitgevoerd, we maakten  daarbij gebruik van de beschikbare budgetten.

Risico’s

Er blijft altijd een klein risico dat door niet tijdig gesignaleerde gebreken in de havens schades of ongevallen ontstaan. Het risico op schades en ongevallen door gebreken in de havens wordt zoveel mogelijk ondervangen door controle van de havenmeesters en Aquavia op eventuele calamiteiten.

Excel-tabel

3.9 CONCLUSIE

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.9 CONCLUSIE

Het noodzakelijke inzicht in de consequenties van beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is voldoende. In 2024 was het verder optimaliseren van het beheersproces wederom het speerpunt.

Voor de onderdelen  Groen en Openbare Verlichting is in 2024 een nieuwe beleidsperiode gestart en is het zaak om de periodiek inspecties en de prioritering van de te nemen maatregelen te blijven  uitvoeren.

Paragraaf 4 Financiering

4.1 RENTERISICOBEHEER

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.1 RENTERISICOBEHEER

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is ingesteld als instrument om de renterisico’s bij de vlottende schuld te beheersen. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) stelt een maximum bij het gebruik van korte financiering (looptijd maximaal één jaar). De wettelijke toegestane omvang bedraagt 8,5% van de jaarbegroting bij aanvang van het dienstjaar.

In 2024 is per kwartaal de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet getoetst aan de wettelijke norm en in dit jaar behoefden er geen kasgeldleningen te worden afgesloten.

Berekening van de kasgeldlimiet begrotingsjaar 2024 (x € 1.000):

Toegestane kasgeldlimiet 2024 Bedragen x € 1.000
a) Begrotingstotaal per 1-1-2024 141.180
b) Vastgestelde percentage 8,5%
c) Kasgeldlimiet a x b 12.000
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - renterisiconorm

Renterisiconorm
De renterisiconorm, eveneens op basis van de Wet FIDO, geeft aan dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm ziet vooruit en is direct gerelateerd aan het budgettaire risico. Het doel van de renterisiconorm is hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij renteherzieningen. Bij een overschrijding van de renterisiconorm dienen maatregelen te worden getroffen ter voorkoming van het budgettaire risico. 

Onderstaande tabel geeft aan dat de renterisiconorm in 2024 niet is overschreden.

Stap Variabelen Begroting primitief 2024 x € 1.000
1 Renteherzieningen 0
2 Aflossingen 6.756
3 Renterisico (1+2) 6.756
4 Bepaling renterisiconorm:
4a Begrotingstotaal 141.180
4b % in de regeling 20%
4 = (4ax4b/100) Renterisiconorm 28.236
5a=(4>3) Ruimte onder renterisiconorm 21.480

4.2 KOERSRISICOBEHEER

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.2 KOERSRISICOBEHEER

Koersrisico is het risico dat de financiële vaste activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Op basis van artikel 6 van het Treasurystatuut van onze gemeente is het risico beperkt, doordat alle uitzettingen een hoofdsomgarantie aan het einde van de looptijd een vastrentende waarde hebben. 

4.3 KREDIETRISICOBEHEER

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.3 KREDIETRISICOBEHEER

Kredietrisico is het risico dat ziet op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door financiële instellingen. Op basis van artikel 7 van het Treasurystatuut van onze gemeente wordt dit risico beperkt, doordat alle financiële instellingen zijn gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie met ten minste een AA-rating en dat alle uitzettingen ten minste een AA-minus rating hebben. De leningen uit de huidige portefeuille zijn volledig afgesloten bij bankinstellingen of overheden in Nederland.

4.4 INTERN LIQUIDITEITSRISICOBEHEER

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.4 INTERN LIQUIDITEITSRISICOBEHEER

Zoals verwacht zijn in 2024 geen nieuwe leningen aangetrokken. Uit de analyse van de liquiditeit in 2024 blijkt dat eind 2024 liquide middelen zijn gestegen als gevolg van uitgestelde investeringen en een toename van rentebaten en dividenden.

De beschikbare liquide middelen zullen worden ingezet voor de investeringen in 2025 en daarop volgende jaren.

Rentekosten in 2024

Rentekosten bedragen x € 1.000 Raming bedrag rente in 2024 (primitief) Werkelijk bedrag rente in 2024 Verschil
Kortgeld 0 29 29
Langgeld 1.703 1.704 1
Totaal 1.703 1.733 30

Leningenportefeuille
De onderhandse leningen vormen een belangrijk deel van het totale vreemd vermogen van de gemeente. De reguliere aflossingen en de gemiddelde rente in 2024 zijn in onderstaande tabel weergegeven.  Alle leningen hebben verschillende vaste rente over de gehele looptijd.

Mutaties in de leningenportefeuille Bedrag in € Gemiddelde rente in %
Stand per 1 januari 2024 99.240.947 1,778
Nieuwe lening
Reguliere aflossingen 6.755.938
Vervroegde aflossingen
Stand per 31 december 2024 92.485.009 1,778

Uitzettingen kortgeld
Bij het tijdelijk verstrekken van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen spreekt men van uitzettingen. Wij mogen uitzettingen per kwartaal van kortgeld boven de 2%  (met een minimum van € 1 miljoen) van het begrotingstotaal alleen uitzetten bij de Rijks schatkist.  Om binnen het drempelbedrag te blijven wordt dagelijks het saldo dat boven de norm uitkomt automatisch overgeboekt naar de schatkist.

Uit onderstaande tabel blijkt dat er geen overschrijdingen van het drempelbedrag hebben plaatsgevonden.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000) inclusief de Zuidhoek

Nr. Omschrijving, bedragen x €1.000 jaar 2024 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
1 Drempelbedrag 2.899 2.899 2.899 2.899
2 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 210 269 347 284
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 2.689 2.630 2.552 2.807
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag 0 0 0 0

Aandelen
De gemeente neemt deel in aandelenkapitalen en/of heeft bij verschillende organisatie een kapitaal gestort. In onderstaande tabel is de deelname weergegeven en het in 2024 ontvangen dividend.

Sinds het jaar 2024 neemt de gemeente ook deel in het kapitaal van Stedin holding N.V. In het afgelopen jaar met betrekking tot de deelneming in GBE Aqua een bedrag van afgerond € 6,1 miljoen bijgestort.

Instantie jaar 2024 Nominaal bedrag van de deelneming in € Dividenduitkering of renteopbrengst in €
BNG Bank 59.475 43.678
Delta nutsbedrijven 270.907 18.714.856
Zuidhoek BV’s 36.302 0
GBE/Aqua 12.837.297 393.317
Aandelen Economische Impuls Zeeland 2.310
Stedin Holding N.V. 45.000 4.506
Zeeuwind 15.851 536,19
GOA Groen 5.399 311,94
Totaal 13.272.541 19.157.205

Relatiebeheer
Sinds 2019 hebben we op de rekening-courant van de BNG een kredietfaciliteit van € 4 miljoen en een intra-daglimiet van € 10 miljoen. Doelstelling is om de hoogte van de kredietlimiet te verlagen om op het ongebruikte deel van de kredietlimiet kosten te besparen. Daarbij is een intra-daglimiet geïntroduceerd als aanvulling op de kredietlimiet. Deze intra-daglimiet is één kalenderdag beschikbaar ter overbrugging om overstanden op de kredietfaciliteit te voorkomen.  

4.5 RENTE VISIE EN RENTESCHEMA

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.5 RENTE VISIE EN RENTESCHEMA

Rente visie

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in het jaar 2024 de rente bijgesteld van 4 naar 2,5 procent. De wijzigingen vloeien voert uit de dalende inflatie binnen Europa. De ECB streeft naar gemiddeld percentage van 2 procent en de verwachting is dat de rente nog verder zal dalen. Dit is afhankelijk van de economische situatie in de Verenigde Staten van Amerika. Door het huidige beleid zal daar de inflatie gaan toenemen, waardoor deze in Europa verder afneemt. Hierdoor ontstaat een nieuwe situatie want in de regel loopt tussen Europa en de VS de rente in de pas. Als gevolg van deze situatie blijft de renteontwikkeling moeilijk te bepalen. 

Verder wordt verwacht dat de rentedaling minder omvangrijk zal zijn, omdat de risico’s voor de kredietverstrekkers vanwege de onzekere economische omgeving in de rentetarieven worden doorberekend.

Conform het Besluit Begroting en Verantwoording maken wij een renteschema op. Deze geeft inzicht in de totale rentelasten en de wijze van toerekening aan de grondexploitaties en de diverse taakvelden binnen de programma’s.

Renteschema 2024 Bedrag Bedrag
a. Rentelasten korte en lange financiering 1.726.924
b. Externe rentebaten -1.625.241
Totaal door te rekenen externe rente 101.683
c1. Rente die aan de grondexploitatie wordt doorgerekend -32.373
c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld wordt toegerekend -886.492
Saldo totaal door te rekenen externe rente -817.182
d1. Rente over eigen vermogen en voorzieningen 1.241.977
Aan taakvelden toe te rekenen rente 424.795
e. Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente 791.905
Renteresultaat op taakveld Treasury -367.110

Externe rentebaten ad b.
De externe rentebaten betreffen voornamelijk de ontvangen rente vanuit Rijks schatkist. Gemiddeld ontvangt de gemeente een rentepercentage van 2,6 %.

Door te berekenen rente ad c1 en c2.
Er mag geen rente aan het eigen vermogen en voorzieningen worden toegerekend. Dit geschiedt wel aan de grondexploitaties en investeringen, waarbij sprake is van projectfinanciering. Op dit moment is sprake van projectfinanciering voor de bouw van het sportcentrum in Zierikzee en de Pontes.

Rente over eigen vermogen en voorzieningen ad d1.
Het rentepercentage over het eigen vermogen en de voorzieningen mag maximaal het rentepercentage zijn dat door ons aan rentelasten over de extern aangetrokken korte en lange financiering wordt betaald. Voor het jaar 2024  is dit 1,78 %. Zie onderdeel 4.4, Leningenportefeuille.

Werkelijk aan taakvelden toegerekende ad e.
De resterende rente wordt via het rente-omslagpercentage toegerekend aan de taakvelden. De notitie rente van het BBV stelt dat het niet is toegestaan om op taakvelden te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage (behalve aan bouwgronden en investeringen die met projectfinanciering zijn gefinancierd). Aan deze uitspraak voldoen wij. 

4.7 INFORMATIEVOORZIENING

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.7 INFORMATIEVOORZIENING

Aan de toezichthouder (provincie Zeeland) verstrekken wij verantwoordingsinformatie over de treasury. Dit doen wij op basis van onderstaande activiteiten:

1.    bij overschrijding van de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartaalrapportages.
2.    jaarlijks bij de begroting en de jaarstukken via de paragraaf financiering.
3.    de leningsbesluiten bij het aantrekken van leningen

Paragraaf 5 Bedrijfsvoering

5.1 Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Bedrijfsvoering - 5.1 Inleiding

De doelen die de gemeente op tal van terreinen wil bereiken, staan beschreven in de vier programma’s en de daaronder opgenomen sub-programma’s van de programmabegroting. Om deze doelen en de daarbij te leveren producten te verwezenlijken, is interne ondersteuning en facilitering nodig. De bedrijfsvoeringsprocessen in onze gemeente ondersteunen de uitvoering van de programma’s. Daarmee is bedrijfsvoering iets van de gehele organisatie en ondersteunt het ons in wat we willen bereiken.

Leeswijzer
In deze bedrijfsvoeringparagraaf geven we informatie over de wijze waarop we een adequate bedrijfsvoering (willen) bereiken en waarborgen. Eerst gaan we hierbij in op de ontwikkeling die we met de organisatie al zijn ingegaan en die we in de volgende jaren doortrekken. Vervolgens vermelden we de ontwikkelingen op het punt van de structuur en inrichting van de organisatie. Daarna beschrijven we wat die ontwikkelingen inhouden op de verschillende deelterreinen. Voor de deelterreinen gebruiken we de indeling van het overheidsontwikkelmodel. Dat betekent dat we achtereenvolgens ingaan op beleid en strategie, management, medewerkers, informatie en processen.

5.2 Organisatieontwikkeling

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 5.2 Organisatieontwikkeling - Wat willen we bereiken?

5.3 Structuur en inrichting

Terug naar navigatie - 5.3 Structuur en inrichting - Sub 1

Omschrijving (toelichting)

Als overheidsorganisatie zoeken we constant naar mogelijkheden om onze organisatie structureel in evenwicht te houden, met enerzijds de taken waar we voor staan en anderzijds de kosten voor onze inwoners. Om de plannen en dynamiek van ondernemende en actieve inwoners in Schouwen-Duiveland optimaal te stimuleren en te ondersteunen, moet je immers voldoende toegerust zijn.

Het ambitieniveau van raad en college was hoog. Voor het realiseren van wensen openden we benodigde vacatures en vulden die in 2024 zoveel mogelijk in. Het vervullen van vacatures is en blijft lastig in de huidige krappe arbeidsmarkt. 

Terug naar navigatie - 5.3 Structuur en inrichting - Sub 2

Omschrijving (toelichting)

Onderstaande tabel geeft de gemeentelijke salarislasten over 2024 weer.

Excel-tabel

Primitieve begroting 2024 in € Realisatie 2024 in €
Salarislasten ambtelijke organisatie 30.416.877 28.446.823
Salarislasten college van B&W en raad 1.527.790 1.552.798
Terug naar navigatie - 5.3 Structuur en inrichting - Sub 3

Omschrijving (toelichting)

In onderstaande tabel zijn de kosten voor ingeleend personeel opgenomen. Deze vallen te verdelen in drie categorieën:
1.    Inhuur wegens ziekte en vacatures, trainees etc.
2.    Inhuur waar specifieke budgetten voor zijn opgenomen in de begroting
3.    Inhuur waar specifieke budgetten voor zijn opgenomen in de begroting waarvoor een speciaal regime geldt

Ad 1 - De kosten voor deze categorie incidentele inhuur dekken we hoofdzakelijk uit het verschil dat gedurende het jaar ontstaat tussen de begrote loonkosten en de werkelijke (loon)uitgaven. Dit verschil ontstaat, doordat vacatures (nog) niet ingevuld zijn (en de salariskosten dus wel zijn begroot) en doordat salarissen lager zijn dan in de begroting is opgenomen (bijvoorbeeld omdat een medewerker nog niet het maximum van de salarisschaal heeft bereikt).

Ad 2 – De kosten voor incidentele inhuur voor projecten dekken we uit specifiek daarvoor beschikbaar gestelde budgetten. 

Ad 3 – Ook hiervoor geldt dat we de kosten dekken uit beschikbaar gestelde budgetten. Verschil met categorie 2 is dat het hier gaat om investeringsbudgetten, taken waarvoor we de bestedingen apart moeten verantwoorden (zoals subsidies en specifieke uitkeringen), budgettair neutrale producten (zoals reiniging en riolering), bouwgronden / exploitatieovereenkomsten en inhuur voor opvanglocaties waarvan we positieve saldi verrekenen met de reserve woonconcepten. Afwijkingen op dergelijke budgetten verantwoorden wij onder de verschillende (sub-)programma’s en niet centraal binnen deze paragraaf. 

Bij deze jaarrekening zien we dat we een fors bedrag overhouden op inhuur op de eerste twee categorieën die we centraal verantwoorden binnen deze paragraaf. Het forse overschot wordt met name veroorzaakt om de volgende twee redenen:
1.    De vrijval van salarislasten valt € 553.000 hoger uit dan de totale kosten voor incidentele inhuur wegens ziekte en vacatures. Belangrijkste redenen hiervoor zijn dat we niet op elke vacature één-op-één inhuren en dat ook voor ingeleend personeel geldt dat de krapte op de arbeidsmarkt een issue is.  
2.    Vanuit een efficiënte inzet van eigen- en inleenpersoneel huurden we uiteindelijk minder in. De werkelijke kosten voor ingeleend personeel vallen in totaal € 578.000 lager uit waarvan € 304.000 valt onder categorie 2. 

Excel-tabel

Inhuur en uitbesteding Begroting na wijziging 2024 Realisatie 2024
Inhuur ziekte / vacatures etc. 4.543.000 6.591.000
Inhuur met specifieke dekking 2.905.000
Inhuur met specifieke dekking met een specifiek regime 2.007.000 1.733.000
Subtotaal 9.455.000 8.324.000
Terug naar navigatie - 5.3 Structuur en inrichting - Sub 4

Excel-tabel

Naam indicator Eenheid Waarde begroting 2024 Waarde gerealiseerd 2024
Formatie Aantal fte per 1.000 inwoners 10,61 fte 10,61 fte
Bezetting Aantal fte per 1.000 inwoners 10,61 fte 10,46 fte
Apparaatskosten Kosten per inwoner € 1.241 € 1.239
Terug naar navigatie - 5.3 Structuur en inrichting - Sub 5

Definitie Apparaatskosten

Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.

In vergelijking met andere gemeenten kunnen de apparaatskosten per inwoner afwijken als gevolg van in- of uitbesteden van gemeentelijke taken, zoals gemeentelijke reiniging, afvalverwerking, en dergelijke. Wanneer deze taken zijn uitbesteed worden deze kosten niet meer meegeteld in de apparaatskosten, waardoor de apparaatskosten per inwoner lager worden gepresenteerd. In feite zitten deze kosten in de overige kosten opgenomen.

5.4 Beleid en Strategie

5.5 Management

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 5.5 Management - Wat willen we bereiken?

5.6 Medewerkers

5.7 Informatie

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 5.7 Informatie - Wat willen we bereiken?

5.7.1. We zetten data gericht in om te monitoren en te sturen en de data waarover we beschikken zijn veilig bij ons.

Terug naar navigatie - 5.7 Informatie - Wat willen we bereiken? - 5.7.1. We zetten data gericht in om te monitoren en te sturen en de data waarover we beschikken zijn veilig bij ons.

Wat deden we daarvoor?

5.8 Processen

5.9 Rechtmatigheid

Terug naar navigatie - 5.9 Rechtmatigheid - Rechtmatigheid

Kadernota rechtmatigheid 2024

Op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV nemen we in de paragraaf Bedrijfsvoering aanvullende informatie op over de financiële rechtmatigheid. Het college geeft in de paragraaf Bedrijfsvoering een toelichting op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de rapportagegrens overschrijden en welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. De rapportagegrens zijn de geconstateerde afwijkingen groter dan € 100.000. Voor het begrotingscriterium geldt dat de geconstateerde afwijkingen groter dan € 100.000 zijn toegelicht in de afzonderlijke subprogramma's.

De in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen blijven onder de verantwoordingsgrens. De verantwoordingsgrens is 3% van de totale lasten inclusief de toevoegingen aan de reserves. 

Op basis van artikel 12 lid 4 van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie van de gemeente Schouwen-Duiveland 2024 zijn de volgende afspraken gemaakt:

  • Overschrijdingen van lasten en investeringskredieten zijn onrechtmatig.
  • Onderschrijdingen van baten, lasten en investeringskredieten zijn rechtmatig, mits deze tijdig aan de gemeenteraad zijn gemeld en toegelicht.
  • Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves die niet door de gemeenteraad zijn vastgesteld zijn onrechtmatig.

Afwijkingen die in de jaarrekening aan de raad worden gemeld en toegelicht worden in deze als tijdig beschouwd.

 

Voorwaardencriterium

De totale inkopen die ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed bedragen € 2.927.903. Hiervan zijn € 2.646.203 gekwalificeerd als fouten en € 281.700 als onduidelijkheden. Hieronder lichten we de bedragen vanaf € 100.000 toe.

€ 107.598 - Fout - Enkelvoudig: Inkoop food- non food. Er was sprake van een toename in kosten na corona jaren en door prijsstijgingen. In 2024 is er een EU-aanbesteding uitgevoerd. Per 1-1-2025 is er een nieuwe overeenkomst afgesloten.

€ 118.532 - Fout - Enkelvoudig: Schoonmaak. In het verleden is altijd onder de EU-grens gebleven, maar door schoonmaak in een noodopvang is de EU-grens overschreden. In 2024 zijn er twee EU-aanbestedingen uitgevoerd: 1 voor openbare toiletten en 1 voor schoonmaak Opvanglocaties. Beide opdrachten gegund en ingegaan per 1-1-2025 en 1-11-2024.

€ 787.429 - Fout - Meervoudig: Onderhoud aan elementenverharding. Over de gehele looptijd van de overeenkomst zijn er meer opdrachten verstrekt dan voorzien. Extra kosten zijn veroorzaakt door grote prijsstijgingen in de laatste jaren en in praktijk blijkt veel meer onderhoud nodig dan voorzien om het afgesproken kwaliteitsniveau van onze verhardingen te waarborgen. In 2024 hebben we een meervoudige onderhandse aanbesteding uitgevoerd. Per 1-1-2025 hebben we een nieuwe overeenkomst afgesloten.

€ 705.413 - Fout - Europees: Hogere bestedingen in de afgelopen jaren. We kozen ervoor om in een hoog tempo de traditionele verlichting om te zetten naar led inclusief dynamisch verlichten zodat we op zo kort mogelijke termijn energie gaan besparen. Daarnaast is bij een aantal Infra projecten de openbare verlichting rechtstreeks geleverd.

€ 766.557 - Fout - Enkelvoudig: Een leverancier heeft op eigen initiatief een aanbod gedaan om een locatie te kopen om opvangplekken te creëren. Er is 2023 een 1-jarige overeenkomst afgesloten en vervolgens met 1 jaar verlengt. In 2024 is een EU-aanbesteding opgestart. Per 5-3-2025 is een nieuwe overeenkomst  ingegaan. 

€ 281.700 - Onduidelijkheid - Europees: EU-aanbesteed in 2000. Jaarlijks opzegbaar. Onduidelijk of er sprake is van een onrechtmatigheid.

 

M&O  criterium

We constateren dat het M&O beleid juist is uitgevoerd en op een getrouwe wijze is verwerkt in de jaarrekening.  Dit betrekken we niet bij het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. Op basis van een stellige uitspraak van de commissie BBV lichten we wel de financiële impact toe van het bij de gemeente geconstateerde misbruik en oneigenlijk gebruik. 

In 2024 is er op grond van de Participatiewet één vordering opgelegd in verband met een schending van de inlichtingenplicht. Het gaat om het verzwijgen van inkomsten uit werk. De hoogte van de vordering bedraagt afgerond € 5.500.

 

 

Paragraaf 6 Verbonden partijen

6.1 ALGEMEEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 6.1 ALGEMEEN

Een verbonden partij is een instelling buiten de eigen organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft.  Het is één van de vormen voor de gemeente om haar taken uit te (laten) voeren: eigen activiteiten, door een commerciële partij of door een verbonden partij.

Verbonden partijen zijn in elk geval alle gemeenschappelijke regelingen waaraan wij  deelnemen en alle naamloze en besloten vennootschappen waarvan we aandeelhouder zijn. 

Verbonden partijen leveren soms bestuurlijk complexe verhoudingen op, omdat de gemeente bestuurder én klant is. Bovendien doen meestal meerdere partijen mee aan de verbonden partij. Wij  zijn dan niet de enige bestuurder en niet de enige klant. Wij moeten onze bestuurlijke doelen en wensen afstemmen met die van de andere deelnemers. Dit maakt de aansturing soms complex.

Voordelen van verbonden partijen zijn de grotere schaal en de regionale aanpak van een regionaal onderwerp. In deze paragraaf leest u het totaaloverzicht van de verbonden partijen.

In deze paragraaf benoemen we ook de risico’s die wij lopen, mits er risico's zijn. Indien de risico’s substantieel en financieel van belang zijn, benoemen we die ook de Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

6.2 VISIE EN BELEID GEMEENTE

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 6.2 VISIE EN BELEID GEMEENTE

De Wet gemeenschappelijke regelingen is per 1 juli 2022 gewijzigd. De wijziging beoogt de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Het gaat daarbij om de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen bij de uitvoering van taken in gemeenschappelijke regelingen. Om de versterking te bereiken, wordt een aantal bestaande instrumenten van de volksvertegenwoordiging aangepast en aangevuld. Daarnaast richt de wijziging op het vergroten van participatiemogelijkheden van burgers en belanghebbenden bij de besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. 

De Vereniging Zeeuwse Gemeenten (VZG) heeft een provinciale juridische werkgroep samengesteld, die de gemeenschappelijke regelingen en de deelnemende partijen (gemeenten, provincie en waterschap) ondersteunt bij het aanpassen van de regelingen aan de eisen van de wet. De implementatie zou uiterlijk 1 juli 2024 afgerond moeten zijn.  We constateren dat nog niet alle regelingen zijn aangepast.

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 01 Regionaal bureau leerplicht (RBL)
Regionaal Bureau Leerplicht (RBL)
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (centrum gemeente)
Vestigingsplaats Goes
Doelstelling en openbaar belang Jongeren maximale kansen bieden op een zelfstandige positie op de arbeidsmarkt en een zelfredzame toekomst in de maatschappij door uitvoering van de Leerplichtwet en Doorstroompunt Oosterschelderegio om zo voortijdige schooluitval terug te dringen en te voorkomen.
Sub-Programma 2.1 Goed en realistisch voorzieningenniveau.
Deelnemende partijen Gemeenten Goes, Borsele, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen.
Bestuurlijk belang De wethouder onderwijs is lid van het bestuur.
Financieel belang De gemeente betaalt jaarlijks een bijdrage.
Bijdragen

Werkelijk jaarrekening 2023: € 113.895
Begroot begroting 2024: € 143.591
Werkelijk jaarrekening 2024: €143.591

Eigen vermogen Per 01-01-2024: € 0
Per 31-12-2024: € 0
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € 0
Per 31-12-2024: € 0
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € 24.631 negatief
Risico’s Het nieuwe wetsvoorstel ‘van school naar duurzaam werk’ zorgde voor een verschuiving van de financiële middelen. Deze verschuiving heeft impact op leerplicht, zowel op de taakuitvoering als de begroting.  Het bestuur verhoogde daarom de gemeentelijke bijdrage tijdens begrotingsjaar 2024.  RBL voorziet een verdere stijging van de kosten.  En legt in 2025 het bestuur een aantal scenario's voor. Deze scenario's stelt het bestuur in staat keuzes te maken over de inzet van beschikbare middelen en welke taken al dan niet worden uitgevoerd. Het tekort voor 2024 dekt RBL vanuit haar algemene reserve.
Ontwikkelingen Alle leerlingen uit de Oosterschelderegio in beeld en alle leerplichtige leerlingen die spijbelen, dreigen uit te vallen of uitgevallen zijn, bieden we begeleiding met als doel het succesvol (ver)volgen van hun schoolcarrière. 
Beleidsverantwoording

Sinds 2020 stijgt het aantal verzuimmeldingen. Aan de ene kant is de signalering bij scholen verbeterd en komen meer verzuimzaken aan de oppervlakte. Aan de andere kant signaleert RBL dat de problematiek rond verzuim complexer wordt.  In haar methodiek werkt RBL preventief, waardoor jeugdigen worden begeleid in de oorzaken van het verzuim. In samenwerking met ouders, scholen  en andere betrokkenen. 

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 02 GR de Zeeuwse Muziekschool (ZMS)
De Zeeuwse Muziekschool (ZMS)
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam)
Vestigingsplaats Middelburg
Doelstelling en openbaar belang Bevordering van de kunstzinnige vorming in de ruimste zin
Sub-Programma 2.1 Goed en realistisch voorzieningenniveau.
Deelnemende partijen Alle Zeeuwse gemeenten, behalve Sluis, Terneuzen en Vlissingen
Bestuurlijk belang De gemeente heeft zitting in het algemeen en dagelijks bestuur.
Financieel belang Deels een bedrag per inwoner en deels variabel in verband met overeengekomen budget (aantal leseenheden).
Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023: € 321.464
Begroot begroting 2024: € 267.929
Werkelijk jaarrekening 2024: € 310.330
Eigen vermogen  Per 01-01-2024:  € 47.576 negatief
Per 31-12-2024: €  26.824 negatief
Vreemd vermogen Per 01-01-2024: € 1.164.618
Per 31-12-2024: €  1.032.480
Financieel resultaat  Werkelijk jaarrekening  € 20.752
Risico's  
Ontwikkelingen

Voor 2024 werkt Muziekschool Zeeland aan het terugdringen van het structurele tekort volgens het herstelplan. In het plan zal onder andere worden uitgegaan van productieverhoging en bezuiniging op personeelslasten waar wenselijk.
Belangrijkste knelpunten om aan te werken zijn:
• stijging sociale en pensioenlasten
• vervangingskosten bij ziekteverzuim
• garantiekosten (minder ingekochte uren dan begroot)
• (verminderde afhankelijkheid van kortdurende subsidies)

Beleidsverantwoording De ZMS verkeert al langer in financieel zwaar weer en er zijn zowel gemeentelijk als provinciaal zorgen geuit over de toekomst van het Zeeuwse muziekonderwijs. 
Er loopt een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar het organiseren van muziekonderwijs in Zeeland door bureau Blueyard dat in Q1 van 2025 zal worden afgerond. Daarbij maken we expliciet onderscheid tussen de inrichting van het muziekonderwijs en de ZMS. De ZMS is namelijk niet het muzikale ecosysteem maar onderdeel hiervan. Doelstelling is om het muziekonderwijs in Zeeland op een duurzame manier te organiseren en te borgen voor de toekomst.

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 03 GR Gemeenschappelijke gezondheidsdienst Zeeland (GGD)
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland (GGD)
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam)
Vestigingsplaats Goes
Doelstelling en openbaar belang

De GGD voert taken uit die de Wet publieke gezondheid, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet aan de gemeente opdragen. Het gaat om de volgende taken:
a.  Publieke gezondheid: het bevorderen en beschermen van de gezondheid van de burgers van Zeeland door middel van het verkrijgen van inzicht in de gezondheidssituatie en het voorkomen van ziekten (waaronder infectie- en welvaartsziekten), het treffen van maatregelen om uitbreiding te voorkomen en het bevorderen van een gezonde levensstijl.
b.  Jeugdgezondheidszorg: het bevorderen en veiligstellen van een gezonde lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling van 0- tot 19-jarigen zodat het kind een optimaal niveau van individueel en maatschappelijk functioneren kan bereiken. Hierbij wordt uitgegaan van de eigen verantwoordelijkheid van de ouders of verzorgers van het kind.
c.  Veilig Thuis: de integrale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling door één meldpunt te hebben voor burgers en professionals en waarbij wordt uitgegaan van één gezin, één plan.
d.  Inkoop Jeugdhulp Zeeland: het contracteren en subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp, -reclassering en –beschermingsmaatregelen, de monitoring en advisering.

d. uitvoeren van taken die voortvloeien uit het Integraal Zorgakkoord (IZA). Dit betreft hoofdzakelijk de projectorganisatie en -ondersteuning van de vijf 'ketenaanpakken' binnen het IZA waarvoor de gemeenten verantwoordelijk zijn.

Sub-Programma 2.4 Goed en betaalbaar aanbod zorg en welzijn.
Deelnemende partijen Alle Zeeuwse gemeenten.
Bestuurlijk belang De wethouder welzijn en volksgezondheid is lid van het algemeen bestuur.
Financieel belang

Een bijdrage in de exploitatielasten voor gezondheidsdiensten op basis van het inwoneraantal (totaal & 0-19-jarigen).

Bijdragen

Werkelijk jaarrekening 2023: €  1.873.474 
Begroot begroting 2024: €  2.214.517
Werkelijk jaarrekening 2024: €  2.095.829

Eigen vermogen Per 01-01-2024: €  7.423.115 
Per 31-12-2024: €  6.515.882
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: €  31.663.198
Per 31-12-2024: €  33.504.665
Financieel resultaat  Werkelijk jaarrekening 2024: €  1.202.129
Risico’s

 

Ontwikkelingen

Het onderdeel GGD draagt bij aan ons gezondheidspreventiebeleid, dat zich richt op een gezonde leefomgeving, het verkleinen van gezondheidsachterstanden, mentale gezondheid voor jeugdigen en jongvolwassenen en vitaal ouder worden.

Voor Oekraïense ontheemden is een (ambulant) JGZ-team, team Oekraïne, samengesteld voor de uitvoering van de JGZ-taken. Dit team bezoekt de opvanglocaties en levert vanuit de reguliere JGZ een bijdrage aan de zorg en ondersteuning aan Oekraïense kinderen.

Voor de meldingen kindermishandeling bij Veilig Thuis wordt onderzocht in hoeverre dit kan worden ondergebracht bij het meldpunt zorgwekkend gedrag bij het Zorg- en Veiligheidshuis.

Verder levert de GGD inspanningen om het tekort aan artsen in Zeeland op te lossen. 

GGD Zeeland, RUD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland verkennen de praktische en inhoudelijke samenwerking tussen de genoemde partijen. 

Beleidsverantwoording

Het programma 'Basis op Orde' is in 2024 voortgezet. De rapportage over 2024 toont aan dat op de hoofdzaken gewenste verbeterdoelen zijn behaald.

In 2024 heeft de GGD een nieuwe en toekomstgerichte visie op de dienstverlening door de JGZ gepresenteerd. Deze wordt uitgerold in goed overleg met de gemeenten.

Wat betreft de positionering van Veilig Thuis bij het meldpunt zorgwekkend gedrag bij het Zorg- en Veiligheidshuis is in 2024 nog geen besluit genomen. Ondanks een formatieuitbreiding in 2024 is de werkdruk is onverminderd hoog, vooral door de veelheid van meldingen en de complexiteit van casuïstiek.

De GGD nam in 2024 een relevante ondersteunende rol bij de uitvoering van het Integraal Zorgakkoord (IZA), met name door coördinatie en programmaontwikkeling  bij de vijf 'ketenaanpakken' waarvoor de gemeenten vanuit het IZA verantwoordelijk zijn.  Verder levert de GGD inspanningen om het tekort aan artsen in Zeeland op te lossen. 

GGD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland hebben in 2024 de praktische en inhoudelijke samenwerking verder geconcretiseerd. Er zijn stappen gezet richting een gezamenlijke directievoering en huisvesting. De RUD zal hierin vooralsnog niet deelnemen. 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 04 GR Veiligheidsregio Zeeland (VRZ)

Veiligheidsregio Zeeland (VRZ)
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam)
Vestigingsplaats Middelburg
Doelstelling en openbaar belang Het inrichten en in stand houden van een regionale crisisorganisatie en brandweerzorg.
Sub-Programma 2.1 Goed en realistisch voorzieningenniveau.
Deelnemende partijen Alle Zeeuwse gemeenten.
Bestuurlijk belang De burgemeester heeft zitting in het algemeen bestuur.
Financieel belang De belangrijkste inkomstenbron van de Veiligheidsregio Zeeland is de gemeentelijke bijdrage. 
De verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op de uitkeringsmaatstaf Veiligheid in het Gemeentefonds.
Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023:  €  4.129.959   
Begroot begroting 2024: €  3.494.080
Werkelijk jaarrekening 2024: € 3.518.722
Eigen vermogen Per 01-01-2024: € 1.708.841
Per 31-12-2024: € 1.717.688
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € 30.740.674
Per 31-12-2024: € 29.948.077
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € 686.511 
Risico’s Niet van toepassing
Ontwikkelingen

In het proces voor de realisatie van de nieuwe kazerne Zierikzee zijn we bezig met het verwerven van de grond en het afronden van het programma van eisen.

GGD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland onderzoeken de praktische en inhoudelijke samenwerking en de mogelijkheid voor gemeenschappelijke huisvesting.

Beleidsverantwoording

De beleidsvoornemens zijn in 2024 gestart. GGD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland werken een businesscase uit en onderzoeken hiermee de mogelijkheden tot gezamenlijk huisvesting en inhoudelijke samenwerking.

Het programma van eisen voor de nieuwe kazerne Zierikzee is afgerond. De vergunningaanvragen voor de kazerne bereiden we voor en we voeren aanvullend onderzoek uit. 

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 05 GR Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (OLAZ)

Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (OLAZ)
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam)
Vestigingsplaats Borssele
Doelstelling en openbaar belang Behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemers op het gebied van de afvalstoffenverwijdering, waaronder de zorg voor verwijdering van afvalstoffen en het inrichten en beheren van installaties voor inzameling, overslag en transport van afvalstoffen.
Sub-Programma 2.2 Wonen naar wens.
Deelnemende partijen Alle Zeeuwse gemeenten.
Bestuurlijk belang De wethouder afvalstoffen heeft zitting in het dagelijks bestuur.
Financieel belang De kosten worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners en verwerking van de afvalstroom in tonnages.
Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023 € 747.545
Begroot begroting 2024: € 872.701
Werkelijk jaarrekening 2024: € 917.375
Eigen vermogen Per 01-01-2024: € 551.638
Per 31-12-2024: € 638.024
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € 12.431.335
Per 31-12-2024: € 12.970.000
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: €129.846
Risico’s  
Ontwikkelingen
  • Momenteel  loopt een onderzoek naar de haalbaarheid  van een nieuw te ontwikkelen milieustraat in samenwerking met een circulair ambachtscentrum in de regio De Bevelanden.  Dit omdat er op de milieustraten steeds meer afvalstromen moeten worden gescheiden om de VANG-doelstelling te behalen.
    Bij succes wordt dit concept overgenomen in de regio's Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen.
    De ambachtscentra zoeken de lokale samenwerking met bestaande kringloopwinkels.
  • Begin 2024 wordt op alle Zeeuwse milieustraten toegangscontrole ingevoerd.
  • Uitvoering geven aan de ketenovereenkomst verpakkingen 2020-2029.

Beleidsverantwoording

 

De onderhandelingen voor het realiseren van een milieustraat , remise en kantoor voor de ZRD op het bedrijventerrein van Goes zijn lopende. Daar is ook de realisatie van een  circulair ambachtscentrum voor de regio de Bevelanden betrokken. De toegangscontrole is niet in 2024 ingevoerd, maar volgt pas in november 2025. 

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 06 GR Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO)

Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO)
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam)
Vestigingsplaats Goes
Doelstelling en openbaar belang Het Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO) is een Gemeenschappelijke Regeling en voert beleids- en uitvoeringstaken uit op het terrein van zorg, jeugd, maatschappelijke ondersteuning, cultuur- en volwasseneducatie. Het SWVO heeft bovendien een overleg- en adviesfunctie op andere en nieuwe terreinen van welzijn en zorg.
Sub-Programma 2.4 Goed en betaalbaar aanbod zorg en welzijn.
Deelnemende partijen De gemeenten Borsele, Kapelle, Reimerswaal, Tholen, Goes, Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland.
Bestuurlijk belang De wethouder Sociaal Domein heeft zitting in het algemeen bestuur.
Financieel belang Bijdrage in de kosten van het secretariaat, beleidscapaciteit en de kosten van uitvoering van een aantal werksoorten. 
Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023: € 9.713.365
Begroot begroting 2024: € 1.217.502
Werkelijk jaarrekening 2024: € 1.211.847
Eigen vermogen Per 01-01-2024: € 1.205.366
Per 31-12-2024: € 1.243.123
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € 7.276.701
Per 31-12-2024: € 16.774.503
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € 316.563
Risico’s  
Ontwikkelingen

Binnen het SWVO werken de gemeenten samen aan de gewenste transformatie van de samenleving. Bij initiatieven die bijdragen aan vernieuwing in het sociaal domein kan SWVO een ondersteunende rol spelen.

Vanuit de Zeeuwse samenwerking Sociaal Domein (SWVO, CZW en GGD inclusief Inkoop Jeugdzorg kunnen zowel inhoudelijke, organisatorische als financiële wijzigingen voor SWVO komen. Hierover is op dit moment nog niets bekend. Berenschot presenteerde in mei 2020 het rapport: ‘Naar een werkende samenwerking in het sociale domein, voor goede, bereikbare en betaalbare zorg in Zeeland’. Deze rapportage ligt nu ter advisering bij de ambtelijke gremia in Zeeland met het doel beslissingen te nemen wat te doen met het rapport en hoe te implementeren. De gemeenteraden zullen in eind 2023/begin 2024 een besluit nemen over een toekomstig model met betrekking tot een integrale inkoop van maatschappelijke - en jeugdzorg, inclusief Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang en Vrouwen Opvang.  Het toekomstige model heeft invloed op bestaande samenwerkingsverbanden zoals het SWVO, de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland, het CZW-bureau en de GGD Zeeland. 

Beleidsverantwoording

Belangrijk is dat in 2024 de financiële verantwoording van de Wmo-maatwerkvoorzieningen als gevolg van landelijke regelgeving buiten de begroting van SWVO is geplaatst. Deze komt nu terug in de begroting van de individuele gemeenten. In de begroting van SWVO is daarom alleen nog sprake van secretariaatskosten, cultuur-en volwassenen educatie, regiotaxi en gezondheidsbeleid. SWVO blijft wel inkoop, contractmanagement en de betalingen aan zorgaanbieders voor deze voorzieningen verrichten zodat in het uitvoeren van hun taken feitelijk niets is veranderd.

Vanuit de Zeeuwse samenwerking Sociaal Domein (SWVO, CZW en GGD inclusief Inkoop Jeugdzorg) kunnen zowel inhoudelijke, organisatorische als verdere financiële wijzigingen voor SWVO komen. Hierover is op dit moment nog niets bekend. Berenschot presenteerde in mei 2020 het rapport: ‘Naar een werkende samenwerking in het sociale domein, voor goede, bereikbare en betaalbare zorg in Zeeland’. Deze rapportage kan aanleiding geven tot een nieuw model met integrale inkoop van maatschappelijke - en jeugdzorg, inclusief Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang en Vrouwen Opvang.  Hierover is nog geen besluit genomen. Het eventuele toekomstige model zal invloed hebben op bestaande samenwerkingsverbanden zoals het SWVO, de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland, het CZW-bureau en de GGD Zeeland. 

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 07 Bureau College Zorg en Welzijn (CZW-bureau)


Bureau College Zorg en Welzijn (CZW-bureau) 
Rechtsvorm Entiteit binnen de gemeenschappelijke regeling SWVO
Vestigingsplaats Goes
Doelstelling en openbaar belang

Het CZW Bureau voert de gezamenlijke beleidsvoorbereiding en -uitvoering uit voor alle 13 Zeeuwse gemeenten. Het gaat om de invulling van: 

  • De gemeentelijke Anti Discriminatie Voorziening, tegenwoordig bekend als Discriminatie.nl/Zeeland.
  • Huiselijk Geweld/ Huisverbod.
  • Project Laat Ze Niet Verzuipen Zeeland: aanpak jeugd en alcohol.
  • Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang (in opdracht van de centrumgemeente Vlissingen).
  • uitvoering van de Zeeuwse organisatie voor fraudebestrijding in Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet.
  • aandeel in de uitvoering van domeinoverstijgend samenwerken zorg en veiligheid Zeeland.
Sub-Programma 2.4 Goed en betaalbaar aanbod zorg en welzijn.
Deelnemende partijen Alle Zeeuwse gemeenten.
Bestuurlijk belang De gemeente is deelnemer in het Overleg Zeeuwse Overheden, waar de stukken van het CZW-bureau worden behandeld.
Financieel belang Bijdrage in de kosten van het secretariaat en bijdragen in de kosten van uitvoering van de werksoorten.
Bijdragen

Werkelijk jaarrekening 2023: € 118.784
Begroot begroting 2024: € 195.000
Werkelijk jaarrekening 2024:  €  186.518

Eigen vermogen Per 01-01-2024: €  81.626
Per 31-12-2024: €  82.056
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: €  3.001.920
Per 31-12-2024: € 9.427.611
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € 0
Risico’s

Naarmate de taken van CZW-bureau in de regio toenemen (zie hieronder) wordt het ontbreken van een regionale governance een groter risico voor de bedrijfsvoering. In financieel opzicht worden de eigen kosten en activiteiten grotendeels gedekt vanuit de centrumgemeentemiddelen van gemeente Vlissingen en door bijdragen naar rato van inwoneraantal van alle gemeenten. Hiervoor zijn de regionale partnerschapsafspraken de juridische basis. Binnen de regiobegroting is voldoende ruimte om de kosten te dekken. De deelnemersbijdragen van afzonderlijke gemeenten lopen op doordat op onderdelen de uitvoering meer menskracht vergt.

Ontwikkelingen

Het CZW-Bureau voert het namens centrumgemeente Vlissingen de inkoop en beleidsvoorbereiding uit voor beschermd wonen (BW) , maatschappelijke en vrouwenopvang in Zeeland. Rijk en gemeenten spraken af om in tien jaar tijd te komen tot de doordecentralisatie van BW.  Dit voorjaar werd bekend dat een nieuwe financiële verdeling over de gemeenten niet eerder dan 2025 zal worden doorgevoerd.  Vooralsnog blijft daarom de 'status quo' gehandhaafd.  De Zeeuwse gemeenten dragen niet bij in de inkoop (bekostiging) maar wel in kosten van beleidsuitvoering en secretariaat, naar rato van inwoneraantal.

Er is op dit moment nog geen helderheid over een nieuwe governance voor de taken in het sociaal domein in Zeeland. Wel is uitgesproken dat een besluit hierover voor 1-1-2024 moet zijn genomen. De keuze zal gaan tussen de vorming van een GR voor de inkoop van jeugdzorg en de centrumgemeentetaken (BW, MO en VO) ofwel toevoeging van de inkoop van de centrumgemeentetaken  aan de GR GGD uiterlijk per 1-1-2025.  Naar alle waarschijnlijkheid zal het CZW-bureau voor wat betreft de inkoop van BW, MO en VO  in een nieuw te vormen uitvoeringsorganisatie opgaan. Voor overige taken die het CZW-bureau nu uitvoert dient tussen de gemeenten een oplossing te worden gevonden. 

Beleidsverantwoording

In afwachting van besluiten over een nieuwe governance voor het sociaal domein in Zeeland bleef het CZW bureau juridisch en financieel ressorteren onder het SWVO en levert het zijn diensten in regionaal verband. In 2024 heeft de Zeeuwse samenwerking in het sociaal domein (ZSSD) meer vorm gekregen in een projectorganisatie waaraan ook CZW-bureau beleidscapaciteit levert.

In 2024 zijn de taken in het domein Zorg en Veiligheid uitgebreid, onder meer op basis van het rapport 'Pijlers voor domeinoverstijgend samenwerken' dat in 2024 is uitgebracht in opdracht van de Zeeuwse gemeenten. Op diverse deelprojecten die hieruit voortvloeien  zijn acties uitgevoerd of wordt (tijdelijk) personeel ingezet. In 2024 is vanuit het CZW-bureau hiervoor een projectleider aangesteld .

In 2024 startte de uitvoering van de Zeeuwse organisatie voor fraudebestrijding Wmo en JW met de aanstelling van een coördinator.

Discriminatie.nl rapporteert over 2024 een totaal van 243 meldingen. De stijgende trend hierin zet door. Niet eerder was het aantal registraties zo hoog. Ten opzichte van de vorige jaren is het aantal meldingen flink gestegen. 

Op het beleidsonderdeel beschermd wonen verrichtte het CZW-bureau het contractmanagement door geregelde gesprekken met de aanbieders over KPI's en kwaliteitsbeleid. In 2024 is gestart met het voorbereiden van de nieuwe aanbesteding en contractering per 1-1-2026.

Het CZW-bureau leverde inhoudelijke expertise aan onze toegang  wat betreft casuïstiek bij de GGZ-doelgroep.

Ook verzorgde het CZW-bureau de registratie en administratie van cliëntbewegingen in beschermd wonen.  In 2024 is vastgesteld dat technisch onmogelijk is om het iWMO-berichtenverkeer in en tussen de gemeenten geautomatiseerd in te richten. De gegevensverzameling moet daarom vooral nog handmatig worden uitgevoerd. 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 08 GR Regionale Uitvoeringsdienst (RUD)
Regionale Uitvoeringsdienst (RUD)
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam)
Vestigingsplaats Terneuzen
Doelstelling en openbaar belang

De RUD voert de wettelijke taken voortvloeiende uit de Wet Vergunningverlening, toezicht en handhaving (Wth) van de milieu-inrichtingen uit.

Sub-Programma

2.2 Wonen naar wens.

Deelnemende partijen

Alle Zeeuwse gemeenten en de provincie Zeeland.

Bestuurlijk belang

De wethouder milieu heeft zitting in het algemeen bestuur. Daarnaast is deze regiovertegenwoordiger in het dagelijks bestuur.

Financieel belang

De randvoorwaarden waren nog niet rond om in 2021 te starten met de betaling voor het product via P*Q. De invoeringsdatum is nog onderdeel van het onderzoek.

Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023: € 645.501
Begroot begroting 2024: € 839.000
Werkelijk jaarrekening 2024: € 1.034.027
Eigen vermogen Per 01-01-2024: € 541.901
Per 31-12-2024: €  110.000
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € 4.335.855
Per 31-12-2024: € 7.783.107
Financieel resultaat  Werkelijk jaarrekening 2024: €  661.026 negatief
Risico’s

De RUD kent een hoog aantal risico’s van structureel ruim € 3 miljoen per jaar. Volgens de VZG-richtlijn mogen zij 5% van de omzet (is € 0,5 miljoen) als algemene reserve aanhouden.
De RUD is in overleg gegaan met de VZG om een passende norm af te spreken.

In verband met onvoldoende weerstandvermogen  en de doorontwikkeling naar een robuuste omgevingsdienst  is er nog steeds een risico dat de RUD niet uitkomt met de reguliere gemeentelijke bijdrage.

Ontwikkelingen

De RUD past bij de advisering over handhaving de Landelijke Sanctiestrategie toe en voert taken uit conform de landelijk vastgelegde kwaliteitscriteria.
De RUD werkt conform het Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)-beleid Zeeland en versterken dit op basis van Landelijk beleid en het  Interbestuurlijk Programma  versterking VTH.
GGD Zeeland, RUD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland verkennen de praktische en inhoudelijke samenwerking tussen de genoemde partijen.
Invoering Omgevingswet per 1 januari 2024.

Beleidsverantwoording
  •  In september 2024 is het plan van aanpak om te komen tot een Robuuste  RUD aangenomen.  Voor de deelnemende gemeenten betekend dit een verhoging van de deelnemersbijdrage.
  • De RUD gaat over naar huisvesting in Middelburg en het overhevelen van de PIOFACH taken naar de provincie Zeeland. Voor de deelnemende gemeenten betekend dit een verhoging van de deelnemersbijdrage.

Er zijn in 2024  Zeeland breed ongeveer 1.006 periodieke controles uitgevoerd en dit is significant minder dan de 1.501 controles uit  2023. RUD Zeeland ziet dat de gemiddelde duur van een controle met ruim 50% is toegenomen (van 8,8 naar 13,7 uur), het werken met de Omgevingswet is daar een oorzaak van. Niet alleen is dat nieuw, maar binnen de Omgevingswet worden minder voorschriften opgenomen, waardoor toezicht extra nadruk krijgt. 

 In 2024 heeft  RUD Zeeland  niet op alles de inzet kunnen leveren, soms door personeelsgebrek, maar ook door prioritaire dossiers of acute klachten en meldingen. 

De objectcontroles zijn in 2024 op basis van het bestaande risicomodel geprioriteerd waarbij is gekeken naar:
• De risicoscore van de branche;
• De datum van de laatste reguliere controle;
• Of er sprake is van aandachtsbedrijven (bijvoorbeeld bestuurlijk gevoelig);
Naast deze prioriteitsstelling is RUD Zeeland in 2024 gestart met de ontwikkeling van een ‘quick scan’ aanpak voor bedrijven met een risico-categorie 2 (laag risico). Kort gezegd betekent dit dat RUD Zeeland in minder tijd meer controles op hoofdlijnen  wil kunnen doen. Als dat aanleiding geeft voor een meer diepgaande controle, plant RUD Zeeland die uiteraard in. De ervaringen met deze  aanpak zijn positief: RUD Zeeland wil deze werkwijze in 2025 verder verfijnen.

Het negatieve resultaat is voornamelijk toe te schrijven aan het achterblijven in productie. 

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 09 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

 

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Rechtsvorm Vennootschappen/Coöperaties
Vestigingsplaats

Den Haag

Doelstelling en openbaar belang

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De gemeente heeft de BNG als huisbankier.

Sub-Programma A.1 Algemene dekkingsmiddelen.
Deelnemende partijen De Rijksoverheid, gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen.
Bestuurlijk belang De gemeente heeft geen zetel in het bestuur van de BNG. De gemeente heeft als aandeelhouder wel stemrecht in de algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang De gemeente bezit 0,04% van aandelen, zijnde 23.790 aandelen van € 2,50 per aandeel. 
Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023: € 0
Begroot begroting 2024: € 0
Werkelijk jaarrekening 2024: € 0
Eigen vermogen Per 01-01-2024: € 4.721 miljoen
Per 31-12-2024: € 4.777 miljoen
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € 110.819 miljoen
Per 31-12-2024: € 123.164 miljoen
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € 294 miljoen
Risico’s Niet van toepassing.
Ontwikkelingen

De BNG is DE BANK voor de publieke sector. De BNG biedt concurrerende tarieven aan, investeert in duurzaamheid en onderscheid zich als een bank die zich inzet voor maatschappelijke impact. Zij streeft naar het versnellen van de overgang naar betaalbare duurzame energie via warmtenetten en willen de sociale infrastructuur binnen gemeenten verder verbeteren. Ook de energietransitie, de woningnood en de gezondheidszorg zijn in beeld. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak en de BNG ondersteunt gemeenten en andere partijen hierin en treedt op als verbindende rol tussen publieke en private partijen. De samenwerking met klanten, partners en investeerders hebben in het jaar 2024 bijgedragen aan de economische, sociale en duurzame ontwikkeling van Nederland. De BNG is hierin de drijvende kracht. Niet alleen met financieringen maar ook met kennis, betrokkenheid en met de overtuiging gezamenlijk impact te maken.

Beleidsverantwoording

De BNG ziet zich als drijvende kracht achter positieve veranderingen. Zij werkt mee aan het socialer en groener maken van Nederland. De sterke kapitaal- en liquiditeitspositie biedt de BNG een solide basis vooruit te kijken naar een grote maatschappelijke impact op het blijven investeren in duurzaamheid en sociale vooruitgang voor iedereen.
De BNG is een betrouwbare partner. Eén van de veiligste banken met een triple A-status. Financieringen zijn betaalbaar en hebben een duurzame en maatschappelijke impact. Zij faciliteert hierin en creëert maatschappelijke waarden en draagt bij aan een veerkrachtige en toekomstbestendige samenleving binnen Nederland.

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 19 Stedin Holding N.V.

Stedin Holdin NV

Rechtsvorm Vennootschappen/Coöperaties
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling en openbaar belang Het aanleggen, beheren en onderhouden van energienetten.
Sub-Programma 1.1 Economie sterk water gerelateerd.
Deelnemende partijen De Staat der Nederlanden, 2 provincies en 61 gemeenten in Nederland.
Bestuurlijk belang De gemeente is vertegenwoordigd in de algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang De gemeente bezit aandelen ter waarde van € 450.000
Bijdragen

Werkelijk jaarrekening 2023: € 0
Begroot begroting 2024: €  0
Werkelijk jaarrekening 2024: € 0 

Eigen vermogen Per 01-01-2024: €  3.221 miljoen
Per 31-12-2024: €  3.370 miljoen
Vreemd vermogen Per 01-01-2024: € 5.063 miljoen
Per 31-12-2024: € 5.704 miljoen
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € 158 miljoen
Risico's De waarde van de aandelen kan verlagen. Dit ligt niet in de lijn der verwachting, want met het aandelenkapitaal vanuit overheden is Stedin in staat om de triple A statust te behouden voor het aantrekken van het benodigde vreemd vermogen voor de investeringen in uitbreiding van de energienetwerken. 
Ontwikkelingen  
Beleidsverantwoording Ook andere gemeenten in het verzorgingsgebied van Stedin buiten Zeeland hebben geïnvesteerd in aandelen. 

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 10 ZEH

Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH) N.V.
Rechtsvorm Vennootschappen/Coöperaties
Vestigingsplaats Middelburg
Doelstelling en openbaar belang Werkzaam zijn op het gebied van de openbare gas-, elektriciteits- en warmtevoorziening.
Sub-Programma 1.1 Economie sterk water gerelateerd.
Deelnemende partijen Alle Zeeuwse gemeenten, gemeente Bergen op Zoom, Woensdrecht, Goeree-Overflakkee en de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland.
Bestuurlijk belang De gemeente is vertegenwoordigd in de Algemene vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang De gemeente bezit 3,9 % van de aandelen. 
Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023: € 0
Begroot begroting 2024: €  0
Werkelijk jaarrekening 2024: € 0 
Eigen vermogen Per 01-01-2024: €  1.721,8 miljoen
Per 31-12-2024: €  1.306,3 miljoen
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € 580,5 miljoen
Per 31-12-2024: € 666,6 miljoen
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € onbekend
Risico’s Met de verkoop van de PZEM (Sloecentrale en Wholesale-activiteiten) is uitvoering gegeven aan de aandeelhoudersstrategie. De risico’s voor de gemeente zijn daarmee aanmerkelijk afgenomen. 
Het prognoses voor een voldoende gevulde reserve voor eventuele sluiting van de kerncentrale zijn stevig onderbouwd. Momenteel wordt onderzoek uitgevoerd naar eventueel langer openhouden van de huidige kerncentrale. Daarbij worden risico’s wat betreft toekomstige eigendom en exploitatie goed afgewogen en nadrukkelijk onderwerp van gesprek met de minister van Klimaat en Groene Groei.
Ontwikkelingen

In 2022 is door de aandeelhouders van PZEM NV besloten tot verkoop van de Sloecentrale en Wholesale-activiteiten.  Met de verkoop is tegemoet gekomen aan de aandeelhouderstrategie de voor een belangrijk deel is gericht op risicobeperking. In 2023 is de transactie definitief gemaakt en is ZEH NV opgericht. De zogenoemde final closure van deze transactie vindt in de loop van 2024 plaats. Een beperkt azehantal bedrijfsactiviteiten en het aandeel in de kerncentrale zijn in ZEH NV ondergebracht. In het afgelopen jaar is de situatie op de energiemarkt aanzienlijk veranderd. De inzet is nu om de levensduur van de kerncentrale te verlengen. Daarnaast vindt onderzoek plaats naar de bouw van één of twee kleinere kerncentrales om de energieparagraaf van het Regeerakkoord in te vullen. 
Het beleid is gericht op het financieel gezond houden van het bedrijf. De doelstelling van ZEH NV is om de energieproductie die op grond van wetgeving niet overdraagbaar is zo duurzaam mogelijk te laten verlopen. 

Beleidsverantwoording In 2024 is final closure van de verkooptransactie van de PZEM-activiteiten afgerond. Met de opbrengst is de aangegane lening voor de overname van GBE Aqua /Evides vervroegd afgelost en is een éénmalig (super)dividend uitgekeerd. 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 11 B.V. Gemeenschappelijk Bezit Evides
B.V. Gemeenschappelijk Bezit Evides
Rechtsvorm Vennootschap
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling en openbaar belang Werkzaam zijn op het gebied van de openbare watervoorziening ten behoeve van drinkwater en industriewater. 
Sub-Programma 1.1 Economie sterk water gerelateerd
Deelnemende partijen Alle Zeeuwse gemeenten en provincie Zeeland
Bestuurlijk belang De gemeente is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. 
Financieel belang De gemeente bezit 3,9% van de volgestorte aandelen. 
Bijdragen

Werkelijk jaarrekening 2023: € 0
Begroot begroting 2024: € 0
Werkelijk jaarrekening 2024: € 0

Eigen vermogen Per 01-01-2024: € onbekend
Per 31-12-2024: € 625,5 miljoen
Vreemd vermogen 

Per 01-01-2024: € onbekend
Per 31-12-2024: € 884,6 miljoen

Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € 53,3 miljoen
Risico’s De belangrijkste risico's zijn het verminderd vertrouwen in drinkwater of Evides, de reductie van winvergunningen, de toenemende cyberdreiging, personeelstekort en financieringsrisico. 
Ontwikkelingen Er wordt gestreefd naar een zo spoedig mogelijke aflossing van de aangegane lening en een dividenduitkering die zich trendmatig en stabiel ontwikkelt conform de uitgangspunten als vermeld in het rapport "Wind in de zeilen" van 26 juni 2020.
Beleidsverantwoording Eind 2023 is de verkoop van PZEM (Sloecentrale en Wholesale) tot stand gekomen en in 2024 verder afgewikkeld. 
Bij deze afwikkeling is de versnelde aflossing van de lening gerealiseerd en betrokken bij de bepaling van de hoogte van het eenmalig dividend vanwege deze verkoop. 
Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 12 Zuidhoek-Flex bv

Zuidhoek-Flex bv
Rechtsvorm Vennootschappen/Coöperaties
Vestigingsplaats Zierikzee
Doelstelling en openbaar belang Het al dan niet tijdelijk inzetten van arbeidskrachten. 
Sub-Programma 1.4 Arbeidsmarkt in balans.
Deelnemende partijen Gemeente Schouwen-Duiveland.
Bestuurlijk belang Het college van burgemeester en wethouders vormt de Algemene vergadering van aandeelhouders.
Financieel belang De gemeente is enig aandeelhouder.
Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023: € 0
Begroot begroting 2024: € 0
Werkelijk jaarrekening 2024: € 0
Eigen vermogen Per 01-01-2024: € 291.000
Per 31-12-2024: € 328.000
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € 229.000
Per 31-12-2024: € 212.000
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024:  € 36.000
Risico’s N.v.t.
Ontwikkelingen Deze B.V. treedt op als formeel werkgever van tijdelijk regulier personeel, welke uitgeleend worden aan De Zuidhoek en/of Zuidhoek Re-integratie B.V. De B.V. maakt deel uit van een groep met Zuidhoek Personeels B.V., waarvan de gemeente Schouwen-Duiveland (het college van B&W)  aan het hoofd staat.
Beleidsverantwoording Bij de BV waren in 2024 gemiddeld 3 personen werkzaam.

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 13 Zuidhoek-Reïntegratie bv

Zuidhoek-Reïntegratie bv
Rechtsvorm Vennootschappen/Coöperaties
Vestigingsplaats Zierikzee
Doelstelling en openbaar belang Het bevorderen van de re-integratie van uitkeringsgerechtigden naar zo regulier mogelijke werk en het verrichten van allerlei daarmee verband houdende werkzaamheden, zowel voor publiekrechtelijke als privaatrechtelijke instellingen en ondernemingen. Handelsnaam: Startbloq.
Sub-Programma 1.4 Arbeidsmarkt in balans.
Deelnemende partijen Gemeente Schouwen-Duiveland.
Bestuurlijk belang Het college van burgemeester en wethouders vormt de Algemene vergadering van aandeelhouders.
Financieel belang De gemeente is enig aandeelhouder.
Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023: € 176.000
Begroot begroting 2024: € 186.000
Werkelijk jaarrekening 2024: € 186.000
Eigen vermogen Per 01-01-2024: € 311.000
Per 31-12-2024: € 246.000
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: €  296.000
Per 31-12-2024: € 261.000
Financieel resultaat  Werkelijk jaarrekening 2024: € - 65.000
Risico’s  
Ontwikkelingen In de B.V. worden kosten geboekt van inleen van personeel via De Zuidhoek, Zuidhoek Flex B.V., Zuidhoek Personeels B.V. en externe marktpartijen. Via deze B.V. wordt ook het project werkinnovatie (Duurzame Sociale Mobiliteit Schouwen-Duiveland) bekostigd en uitgevoerd.
Beleidsverantwoording Gedurende 2024 waren continue gemiddeld zo'n 43 personen in traject bij Startbloq.

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 14 Zuidhoek-Personeels bv

Zuidhoek-Personeels bv
Rechtsvorm Vennootschappen/Coöperaties
Vestigingsplaats Zierikzee
Doelstelling en openbaar belang

De activiteiten van Zuidhoek-Personeels B.V. (KvK-nr. 22057495) bestaan voornamelijk uit het al dan niet tijdelijk inzetten van arbeidskrachten, welke uitgeleend worden aan de gelieerde maatschappijen De Zuidhoek, Zuidhoek-Reïntegratie B.V., de gemeente Schouwen-Duiveland en bij bedrijven en instellingen.

Sub-Programma 1.4 Arbeidsmarkt in balans.
Deelnemende partijen Gemeente Schouwen-Duiveland.
Bestuurlijk belang Het college van burgemeester en wethouders vormt de Algemene vergadering van aandeelhouders.
Financieel belang De gemeente is enig aandeelhouder.
Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023:  € 719.000
Begroot begroting 2024: € 690.000
Werkelijk jaarrekening 2024: € 695.000
Eigen vermogen Per 01-01-2024: € 86.000
Per 31-12-2024: € 127.000
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € 163.000
Per 31-12-2024: € 180.000
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € 40.000
Risico’s N.v.t.
Ontwikkelingen

Deze vennootschap treedt op als formeel werkgever van het (tijdelijk en vast) personeel waarop de CAO Aan de slag van toepassing is.  Veelal zijn deze medewerkers werkzaam op basis van een indicatie nieuw beschut werk of hebben een (tijdelijk) dienstverband op basis van verminderde loonwaarde (met loonkostensubsidie).

Beleidsverantwoording Bij de BV waren in 2024 gemiddeld 30 personeelsleden werkzaam.

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 15 NV Economische Impuls Zeeland (EIZ)

Economische Impuls Zeeland (EIZ)
Rechtsvorm Vennootschappen/Coöperaties
Vestigingsplaats Vlissingen
Doelstelling en openbaar belang Het vergroten van de dynamiek van de Zeeuwse economie, met groei van werkgelegenheid, door uitvoering van concrete structuurversterkende projecten, een betere instroming van de Zeeuwse beroepsbevolking in de kenniseconomie door acquisitie van bedrijven en investeringen van elders.
Sub-Programma 1.3 Florerende kleinschalige bedrijvigheid.
Deelnemende partijen Bemiddelde en gevestigde bedrijven, alle Zeeuwse gemeenten, Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA), provincie Zeeland, de regionale ontwikkelingsmaatschappij REWIN West-Brabant, Zeeland Seaports, dienstverleners, maatschappelijke organisaties, makelaars en ontwikkelaars.
Bestuurlijk belang De gemeente is vertegenwoordigd in de Algemene vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang De jaarlijkse bijdrage is gerelateerd aan het aantal inwoners.
Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023: € 37.658 
Begroot begroting 2024: € 68.000
Werkelijk jaarrekening 2024: 68.000
Eigen vermogen Per 01-01-2024: € 11.417.000
Per 31-12-2024: € onbekend 
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € 31.010
Per 31-12-2024: € onbekend 
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € 1.283.000 (negatief) 
Risico’s  
Ontwikkelingen

De Beleidsvoornemens zijn vastgelegd in een uitgebreid jaarprogramma. Impuls voert, vooral samen met het Kenniscentrum Kusttoerisme, Toeristisch Ondernemend Zeeland (TOZ, de provincie en gemeenten (Europese) projecten uit op het gebied van de Vrijetijdseconomie. Daarnaast begeleidt Impuls ondernemers in innovatietrajecten en innovatiefinancieringen, bijvoorbeeld op het gebied van circulaire economie en energieneutraal.

Beleidsverantwoording  Impuls voert, vooral samen met het Kenniscentrum Kusttoerisme, Toeristisch Ondernemend Zeeland (TOZ, de provincie en gemeenten (Europese) projecten uit op het gebied van de vrijetijdseconomie en duurzaamheid. 

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 16 Stichting Sportbedrijf Schouwen-Duiveland

Stichting Sportbedrijf Schouwen-Duiveland
Rechtsvorm Stichting
Vestigingsplaats Zierikzee
Doelstelling en openbaar belang De stichting heeft onder meer ten doel gelegenheid te bieden voor bewegingsonderwijs en tegen maatschappelijk aanvaardbare prijzen, sport te beoefenen en het beheer en de exploitatie van sportfaciliteiten.
Sub-Programma 2.1 Goed en realistisch voorzieningenniveau.
Deelnemende partijen

Stichting Sportbedrijf Schouwen-Duiveland, gemeente Schouwen-Duiveland en (in eerste instantie) de drie gebruikers van de nieuwe buitensportaccommodatie Lange Blokweg Zierikzee.
Momenteel is de hockeyvereniging nog de enige gebruiker van die accommodatie; korfbal- en handbalvereniging hebben de gebruikersovereenkomst opgezegd. 

Bestuurlijk belang Bestuurders worden benoemd (en geschorst) door burgemeester en wethouders. 
Financieel belang Aan de stichting is een lening verstrekt.
Bijdragen

Werkelijk jaarrekening 2023: € 19.185
Begroot begroting 2024: € 20.000
Werkelijk jaarrekening 2024: € 20.000

Eigen vermogen Per 01-01-2024:  onbekend
Per 31-12-2024: onbekend
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € onbekend
Per 31-12-2024: € onbekend
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € onbekend
Risico’s De stichting heeft ingeteerd op haar vermogen, omdat twee gebruikers hebben opgezegd, waardoor geen huur meer werd ontvangen. Dit terwijl de lasten van de huur, de aflossing en rente van de lening en de gemeentelijke lasten van het betreffende complex jaarlijks doorgaan. 
Ontwikkelingen  
Beleidsverantwoording De functie van de stichting is inmiddels achterhaald. Wellicht wordt de stichting in 2025 geliquideerd.

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 17 Regionaal Informatie en Expertise Centrum Zuid-West Nederland (RIEC)

Regionaal Informatie en Expertise Centrum Zeeland-West-Brabant (TF-RIEC)
Rechtsvorm Organisatie met een maatschappelijk of algemeen belang.
Vestigingsplaats Tilburg
Doelstelling en openbaar belang Informatiedeling op gebied van BIBOB-zaken, witwaspraktijken en risicovolle criminele gedragingen voor lokaal bestuur. 
Sub-Programma 2.2 Wonen naar wens.
Deelnemende partijen Alle partners in de (deel-) provincies Zeeland en West-Brabant.
Bestuurlijk belang Geen
Financieel belang Een bijdrage per inwoner.
Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023: € 29.180
Begroot begroting 2024: €30.053 
Werkelijk jaarrekening 2024: €30.053
Eigen vermogen Per 01-01-2024: € niet bekend
Per 31-12-2024: € niet bekend
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € niet bekend
Per 31-12-2024: € niet bekend
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € niet bekend
Risico’s Niet van toepassing
Ontwikkelingen Beleidsmatige uitwerking van de aanpak van specifieke thema's waaronder criminele uitbuiting onder jongeren, toepassing van de wet BIBOB en de inzet van de versterkingsgelden Brabant-Zeeland 2023-2025. 
Beleidsverantwoording De beleidsmatige uitwerking voor 2024 is afgerond. Er is een nieuw meerjarenbeleidsplan voor 2025-2028 opgeleverd. De uitvoering blijft in ontwikkeling. Er is een Zeeuws concept Bibob-beleid opgesteld, er zijn weerbaarheidstrainingen georganiseerd en een deel van de versterkingsgelden zijn ingezet voor het Zeeuwse project aanpak jeugdcriminaliteit. Daarnaast behandelen we doorlopend casuïstiek in TF-RIEC met aangesloten partners.  

 

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 18 Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland

Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland
Rechtsvorm Organisatie met een maatschappelijk of algemeen belang.
Vestigingsplaats

Middelburg

Doelstelling en openbaar belang De stichting koppelt de justitiële keten en de zorg- en welzijnsketen fysiek aan elkaar om op een zo effectief mogelijke wijze criminaliteit, recidive en overlast tegen te gaan en daarmee de (sociale) veiligheid in Zeeland te verhogen.
Sub-Programma 2.2 Wonen naar wens.
Deelnemende partijen Alle 13 Zeeuwse gemeenten en andere relevantie maatschappelijke partners.
Bestuurlijk belang Het bestuur van de stichting bestaat uit een afgevaardigde van het College Zorg en Welzijn (de dertien wethouders Zorg van de provincie Zeeland), een afgevaardigde van het bestuursoverleg Integrale Veiligheid (de overlegstructuur van de dertien burgemeesters van de provincie Zeeland), Politie Zeeland-West-Brabant en het Openbaar Ministerie.
Financieel belang Bijdrage Zorg- en Veiligheidshuis en zorgcoördinatie mensenhandel een bedrag per inwoner.
Bijdrage coördinatie re-integratie (nazorg) ex-gedetineerden op basis van de verdeelsleutel 50% en 50% van de uitstroom detentie.
Bijdragen Werkelijk jaarrekening 2023: € 40.310
Begroot begroting 2024: € 44.657
Werkelijk jaarrekening 2024: €44.176
Eigen vermogen Per 01-01-2024: € 438.837
Per 31-12-2024: € 520.130
Vreemd vermogen  Per 01-01-2024: € 195.590
Per 31-12-2024: € 427.273
Financieel resultaat Werkelijk jaarrekening 2024: € 81.293
Risico’s  Niet van toepassing
Ontwikkelingen  
Beleidsverantwoording  

 

Paragraaf 7 Grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Grondbeleid - Inleiding

Via deze paragraaf brengen we verslag uit en leggen we verantwoording af over het gevoerde grondbeleid. We bieden inzicht in de voortgang van de ruimtelijke ontwikkelingen voor de bouwgrondexploitaties die we zelf actief uitvoeren. 
De jaarrekening toont inzicht in verschillen tussen de begrootte en gerealiseerde kosten en opbrengsten van de bouwgrondexploitaties. Daarnaast biedt de jaarrekening inzicht in eventuele afwijkingen in het inhoudelijke programma en in de tijdsplanning ten opzichte van de vastgestelde uitgangspunten. Onderwerpen die eveneens aan bod komen zijn de winst- en verliesnemingen, afgesloten plannen, risico’s en weerstandvermogen in de vorm van reserves en voorzieningen.

7.1 Gemeentelijk grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Grondbeleid - 7.1 Gemeentelijk grondbeleid

De gemeenteraad heeft op 12 december 2024 de nota grondbeleid vastgesteld. De nieuwe nota grondbeleid is geschreven op basis van de nieuwe Omgevingswet en veranderingen in jurisprudentie en regelgeving.

Met de nota grondbeleid beoogt de gemeente Schouwen-Duiveland:
•    haar strategische ruimtelijke (en maatschappelijke) doelen te realiseren door
a.    het gewenste ruimtegebruik te realiseren;
b.    de gewenste ruimtelijke kwaliteit te bevorderen;
•    te zorgen voor een rechtvaardige verdeling van kosten en opbrengsten (tussen eigenaren, exploitanten, gebruikers en de gemeente);
•    de gemeentelijke financiële risico’s van ruimtelijke ontwikkelingen te beheersen.

Grondbeleid is in zowel juridisch als financieel opzicht instrumenteel van aard en is volgend ten aanzien van de doelstellingen, die de gemeente heeft gesteld met betrekking tot sectoraal gerichte beleidsvelden, zoals  volkshuisvesting, werkgelegenheid en maatschappelijke ontwikkeling. Grondbeleid is ondersteunend aan de (ruimtelijke) ambities en doelstellingen van marktpartijen en particulieren, maar uiteraard ook aan de doelstellingen van de gemeente, zoals omschreven in gebiedsgerichte programma’s en beleidsnota’s.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen ziet de gemeente Schouwen-Duiveland het als haar publieke taak om zoveel mogelijk regie te voeren, zodat zij haar beleidsdoelstellingen zo goed mogelijk kan realiseren. De uitvoeringspraktijk van de gemeente Schouwen-Duiveland laat zien dat zij bij het voeren van haar grondbeleid kiest voor flexibel maatwerk (dynamisch grondbeleid). Per project wordt gezocht naar de gewenste vorm van grondbeleid, actief, actief-faciliterend of facilitair, om verantwoord en gecontroleerd te kunnen sturen op de ruimtelijke ambities en beleidsdoelstellingen. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft als voorkeur een actieve houding voor een initiatief om haar beleid, visie of bestuurlijke ambities waar te maken. Als de markt een initiatief niet oppakt kan worden besloten grond en/of opstallen te verwerven. In dat geval zet de gemeente in op minnelijke verwerving waarbij op grond van de Omgevingswet een voorkeursrecht gevestigd kan worden. In het uiterste geval kan de gemeenteraad besluiten te onteigenen.

Wanneer de gemeente facilitair optreedt beperkt de rol van de gemeente zich meestal tot het doorlopen van de ruimtelijke procedure om de plannen mogelijk te maken en het verhalen van gemeentelijke kosten op de ontwikkelende partij. De afspraken tussen de ontwikkelende partij en de gemeente worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst.

Bij verkoop van vastgoed hanteert de gemeente marktconforme prijzen, die door taxatie worden onderbouwd volgens de residuele grondwaardebepaling en/of comparatieve methode.

7.2 Hoofdlijnen ontwikkelingsprogramma

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Grondbeleid - 7.2 Hoofdlijnen ontwikkelingsprogramma

Met het vaststellen van de begroting 2025 zijn alle grondexploitaties voor de laatste keer herzien. Hierna gaan we in op de voor 2024 beoogde en gerealiseerde doelen van de in exploitatie genomen plannen.

Voor de juiste waardering van de grondexploitaties zijn in het kader van de jaarrekening 2024 voor alle plannen de nog te verwachten kosten en opbrengsten geactualiseerd. Per grondexploitatie is gekeken welke werkzaamheden er nog plaats moeten vinden en zijn de te verwachten kosten herrekend op basis van actuele prijzen. De nog te verwachten opbrengsten zijn bijgesteld aan de hand van de nog uitgeefbare m2 bouwgrond en de grondprijsbrief 2025. Voor de kostenstijging bouw- en woonrijp maken is rekening gehouden met 4% in 2025 en vanaf 2026 2%. Voor de gemeentelijke apparaatskosten met 4% in 2025, 4% in 2026 en 5% vanaf 2027. Voor de opbrengststijging is rekening gehouden met 1%. In de meerjarige grondexploitaties is rekening gehouden met een rentepercentage van 1,7%. Voor de negatief sluitende plannen is rekening gehouden met een disconteringsvoet van 2% voor het berekenen van de contante waarde.

Bedragen in €

Categorie In exploitatie Boekwaarde 1-1-2024 Kosten Opbrengsten (Tussentijdse) winst- of verliesneming Voorziening bouwgrondexploitatie Boekwaarde 31-12-2024
Wonen Vuufgemeten 2 – Kerkwerve -166.017 104.640 -61.377 0
Wonen d'Heule 2 - Nieuwerkerk -39.797 37.028 -2.769 0
Wonen Oostkenshil 2 – Oosterland -1.201 106.163 -4.660 100.301 0
Wonen Irenestraat - Burgh-Haamstede 42.063 224.544 -122.867 143.740
Wonen Sluispad - Burgh-Haamstede 43.223 440.024 -152.187 331.060
Wonen Julianastraat - Burgh-Haamstede 0 317.270 -233.500 83.770
Wonen Emil Sandstromweg - Zierikzee 0 403.439 -403.439 0
Wonen Elkerzeeseweg - Scharendijke 0 152.736 -152.736 0
Wonen Subtotaal woningbouw -121.729 1.785.843 -1.069.389 -64.146 100.301 558.570
Bedrijvigheid/recreatie Bedrijventerrein 3 – Bruinisse -124.816 25 -3.230 -2.580 -125.440
Bedrijvigheid/recreatie Business Park NW – Zierikzee 1.097.944 24.462 10.222 1.112.184
Bedrijvigheid/recreatie Business Park ZO - Zierikzee -177.742 13.292 -4.955 -159.495
Bedrijvigheid/recreatie Straalweg 2 – Zierikzee -1.016.776 -10.439 -11.208 -41.252 -997.171
Bedrijvigheid/recreatie Gouwepoort – Zierikzee 1.245.939 131.664 1.377.603
Bedrijvigheid/recreatie Zoomgebied 1e fase - Renesse 1.086.767 28.512 -3.460 1.118.738
Subtotaal bedrijvigheid / recreatie 2.111.316 187.516 -14.438 -42.025 2.326.419
Totaal in exploitatie 1.989.586 1.973.359 -1.083.827 -106.171 100.301 2.884.989
In exploitatie Boekwaarde 31-12-2024 Nog te maken kosten Nog te verwachten opbrengsten Nog te verwachten Tussentijdse winstneming Geraamd nog te realiseren resultaat (Vermoedelijk) resultaat jaarrekening 2024 contant 1-1-2025 (Vermoedelijk) resultaat jaarrekening 2023 contant 1-1-2025
Wonen:
Vuufgemeten 2 – Kerkwerve -61.377 -55.661
d'Heule 2 - Nieuwerkerk -2.769 -3.973
Oostkenshil 2 – Oosterland 100.301 110.723
Irenestraat - Burgh-Haamstede 143.740 10.570 154.310 151.284 198.494
Sluispad - Burgh-Haamstede 331.060 14.902 345.962 339.178 377.293
Julianastraat - Burgh-Haamstede 83.770 215.511 -42.843 256.438 251.410
Emil Sandstromweg - Zierikzee 2.748.777 -2.764.561 -7.186 -8.598 -15.379
Elkerzeeseweg - Scharendijke 2.810.496 -2.499.263 311.233 299.147
Subtotaal woningbouw 558.570 5.800.256 -5.306.667 -7.186 1.059.345 1.061.795 626.876
Bedrijvigheid/recreatie:
Bedrijventerrein 3 - Bruinisse -125.440 105.153 -20.287 -22.529 -21.484
Business Park NW – Zierikzee 1.112.184 291.763 -1.437.106 -29.062 -4.097 -21.708 -53.473
Business Park ZO – Zierikzee -159.495 149.199 23.009 -33.305 -13.817 -28.830
Straalweg 2 - Zierikzee -997.171 894.384 -860.265 -554.377 -408.675 -970.382 -929.585
Gouwepoort – Zierikzee 1.377.603 570.975 -1.498.008 450.570 424.580 265.250
Zoomgebied 1e fase - Renesse 1.118.738 1.050.287 -3.147.411 -978.386 -965.491 -960.872
Subtotaal bedrijvigheid / recreatie 2.326.419 3.061.761 -6.942.790 -560.430 -994.180 -1.569.347 -1.728.994
Totaal in exploitatie 2.884.989 8.862.017 -12.249.457 -567.616 65.165 -507.552 -1.102.118

NB De winstnemingen zorgen voor een toename van de boekwaarde.

Resultaat
Zoals blijkt uit het overzicht is het vermoedelijke resultaat van de in exploitatie genomen gronden (inclusief de tussentijdse winstneming jaarrekening 2024) €  507.600 positief (contante waarde 1-1-2025). In dit resultaat zijn zes negatief sluitende grondexploitaties meegenomen waarvoor een voorziening is getroffen. Het verwachte resultaat exclusief de negatief sluitende grondexploitaties bedraagt €  2.073.500. (contante waarde 1-1-2025) 

Voortgang en ontwikkelingen 2024 woningbouw
De gemeentelijke grondexploitaties voor woningbouw zijn allen opgenomen in het woningbouwprogramma. In 2024 zijn drie nieuwe grondexploitaties geopend. De Julianastraat Burgh-Haamstede en de modulaire woonconcepten aan de Emil Sandströmweg te Zierikzee en de Elkerzeeseweg te Scharendijke. 

Vuufgemeten 2 (Kerkwerve), d'Heule 2 (Nieuwerkerk), Oostkenshil 2 (Oosterland) 
In 2024 is het woonrijp maken van deze drie woningbouwplannen afgerond en worden de grondexploitatiecomplexen gesloten. In Vuufgemeten 2 zijn 5 vrijstaande woningen gerealiseerd. De grondexploitatie wordt gesloten met een winst van € 61.400. In voorgaande jaren is er voor dit plan een tussentijdse winst genomen van € 240.600. In d'Heule 2 zijn 47 woningen in de vrije sector gerealiseerd. Deze grondexploitatie wordt afgesloten met een positief resultaat van € 2.800. In voorgaande jaren is er een tussentijdse winst genomen van € 2.685.400.  Het woningbouwplan Oostkenshil 2 sluit met een tekort op einddatum van € 100.300.  Voor dit bedrag is een verliesvoorziening gevormd. In voorgaande jaren is een tussentijdse winst genomen van € 12.500. Er zijn binnen het woningbouwplan Oostkenshil 15 vrijstaande woningen gerealiseerd.  

Irenestraat (Burgh-Haamstede), Sluispad (Burgh-Haamstede) en Julianastraat (Burgh-Haamstede)

In 2024 is de grond voor deze drie woningbouwplannen bouwrijp gemaakt waarna er in totaal 21 bouwkavels zijn geleverd aan Stichting Zeeuwland voor de realisatie van levensloopgeschikte grondgebonden sociale huurwoningen. Met Zeeuwland is de afspraak gemaakt dat zij vanuit de eigen woningvoorraad een aantal woningen verkoopt. Op deze manier komen er een aantal goedkope koopwoningen op de markt waardoor er doorstroming op de woningmarkt ontstaat. De woningen aan de Irenestraat en het Sluispad zijn in 2024 opgeleverd en het woonrijp maken van de plangebieden zijn nagenoeg afgerond. De kosten voor de bodemsanering aan de Julianastraat vallen hoger uit dan voorzien, daarentegen vallen de kosten voor het bouw- en woonrijp maken lager uit dan voorzien in de begroting. Verwacht wordt dat in het eerste kwartaal van 2025 gestart wordt met de woningbouw aan de Julianastraat. Alle drie de grondexploitaties sluiten met een tekort op einddatum waarvoor een voorziening is getroffen om dit tekort af te dekken.

Modulair wonen Emil Sandströmweg (Zierikzee) en Elkerzeeseweg (Scharendijke)

In 2024 heeft de gemeenteraad de twee grondexploitatiecomplexen geopend. De ontwikkeling op de locatie van het voormalige woonzorgcomplex Cornelia in Zierikzee voorziet in de realisatie van 90 modulaire sociale huurwoningen. Het plan in Scharendijke gaat uit van 60 modulaire sociale huurwoningen. De gemeente werkt in deze plannen samen met Stichting Zeeuwland die de woningen gaat realiseren en exploiteren. In 2024 zijn de voorbereidingen op de ruimtelijke procedure en het bouwrijp maken gestart. In de herziene grondexploitatie vallen de kosten voor de ambtelijke inzet lager uit dan voorzien. Bij het opstellen van de primaire begroting is rekening gehouden met kengetallen maar in werkelijkheid worden minder uren besteed dan op basis van de  kengetallen zijn opgenomen.

Woningmarktafspraken

De nieuwe woningmarktafspraken met de provincie bieden ruimte voor 1.615 te bouwen wooneenheden. Voor het realiseren van woningen wordt ingezet op structuurversterkende plekken en locaties waarvan de gronden en of opstallen in bezit zijn van de gemeente.

De Natura-2000 gebieden Kop van Schouwen, Voordelta, Oosterschelde en Grevelingen zijn waardevol, maar beperken tegelijkertijd diverse ontwikkelingen die onze gemeente en initiatiefnemers willen realiseren. Op 18 december 2024 heeft de Raad van State twee uitspraken gedaan waardoor de impact van het aspect stikstof op initiatieven, vooral op het westelijk deel van Schouwen-Duiveland, verder is toegenomen. Door de uitspraken is het toestsingskader rondom intern salderen gewijzigd. Wij onderzoeken de (mogelijke) gevolgen voor de lopende (woningbouw)ontwikkelingen. 

Om zo efficiënt mogelijk te werken, proberen we bij aanvang van een project de stikstofproblematiek inzichtelijk te maken en zo nodig het overleg aan te gaan met het bevoegd gezag (provincie Zeeland) en deskundigen. Dit alles gericht op het zoveel mogelijk (laten) uitvoeren van diverse (woning)bouwprojecten, zonder regelgeving en geldende jurisprudentie uit het oog te verliezen. Al met al kosten de stikstofdossiers veel tijd, energie, creativiteit en financiële middelen.

Voortgang en ontwikkelingen 2024 bedrijventerreinen en recreatiegronden
Bedrijventerreinenprogramma
In opdracht van de provincie Zeeland stelde STEC een nieuwe prognose op van de ruimtevraag naar bedrijventerreinen. De nieuwe prognose geeft een inschatting van de vraag naar bedrijfsgrond per regio en per sector in de periode 2019-2030.
De uitbreidingsvraag voor Schouwen-Duiveland in de periode 2019–2030 is geraamd op 10 hectare (scenario laag) tot 19 hectare (scenario hoog) bedrijventerrein. 

In 2024 is er geen bouwgrond verkocht. Er blijft interesse in bedrijfskavels. Alle nog beschikbare bouwgrond, totaal ongeveer 30.900 m2, was op 31 december 2024 in optie uitgegeven. Er is in 2024, net als in andere jaren, weinig leegstand op de bedrijventerreinen.

Met het project 150 kV station is, mede vanwege de verwachting op korte termijn alle bouwgrond te hebben verkocht, gestart met een onderzoek naar een uitbreiding van het bedrijventerrein ten zuiden van Zierikzee. Om uitbreiding van bedrijventerreinen mogelijk te maken is eind 2022 gestart met het opstellen van een nieuw bedrijventerreinenprogramma voor onze gemeente. De verwachting is dat nieuwe bedrijventerreinenprogramma medio 2025 ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.

Prognose bedrijventerreinen 2025 tot en met 2026

Uitgifte 1-1-2025 in m2 2025 2026 Totaal in m2
Zierikzee Straalweg fase 2 8.823 8.823 8.823
Zierikzee Businesspark NW 8.825 8.825 8.825
Zierikzee Gouwepoort 13.292 13.292 13.292
Totaal 30.940 8.823 22.117 30.940

Bedrijventerrein Straalweg 2 (Zierikzee)
Wij verwachten de laatste bouwgrond die volledig in optie is uitgegeven in 2025 te verkopen en leveren waarna in 2026 gestart kan worden met het bedrijfsrijp maken van het plan gebied.

Gouwepoort (Zierikzee)
Aan twee ondernemers die zich willen vestigen op het bedrijventerrein Gouwepoort zijn opties verleend. Bezwaren uit de omgeving op de geplande nieuwbouw zorgen ervoor dat de levering van de grond aan de ondernemers nog niet heeft plaatsgevonden.

Door een onverwacht noodzakelijk uitgebreid onderzoek naar niet gesprongen explosieven in het plangebied zijn de kosten voor het grondwerk fors overschreden. Hierdoor neemt het tekort op de grondexploitatie verder toe. Voor het tekort op einddatum is een verliesvoorziening getroffen. 

Zoomgebied 1e fase (Renesse)
Aan de initiatiefnemer is, ten behoeve van de beoogde kwaliteitsverbetering van zijn recreatieterrein, extra grond verkocht. Levering van deze grond vindt plaats na wijziging van het bestemmingsplan. Op de wijziging van het bestemmingsplan loopt een beroepsprocedure. Het is niet duidelijk wanneer de uitspraak op het beroep plaatsvindt. In de met de initiatiefnemer gesloten overeenkomst is ook een afspraak gemaakt over compensatie van natuur. 

Afzet 2024 Realisatie 2023 Begroting 2025 Realisatie 2024
Aantal bouwkavels (woningen) 21 21
Bedrijventerreinen in m2 27.768 13.292
Recreatie in m2
Omzet 2024 (bedragen in € mln.) Realisatie 2023 Begroting 2025 Realisatie 2024
Woningbouw 0,4 0,5
Bedrijventerreinen 2,0 1,5
Recreatie

7.3 Financieel resultaat/reserves en voorzieningen

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Grondbeleid - 7.3 Financieel resultaat/reserves en voorzieningen

Boekwaarden

In exploitatie genomen gronden
De totale boekwaarde van de in exploitatie genomen gronden is in 2024 toegenomen van € 2,0 miljoen naar € 2,9 miljoen per 31 december 2024.

Boekwaarde in exploitatie genomen gronden (in €)
Boekwaarde 1 januari 2024 1.989.586
Bij: vermeerdering 2024 1.973.359
Af: vermindering 2024 -1.083.827
Bij: (tussentijdse) winst 2024 106.171
Af: Verlies 2024 -100.301
Boekwaarde 31 december 2024 2.884.988

De vermeerdering met € 1,9 miljoen wordt vooral veroorzaakt door het bouw- en woonrijp maken van de verschillende woningbouwplannen. De vermindering van € 1,1 miljoen betreft de verkoop van bouwgrond aan Stichting Zeeuwland voor de realisatie van 21 grondgebonden levensloopgeschikte sociale huurwoningen te Burgh-Haamstede voor € 0,5 miljoen. Daarnaast is er op de grondexploitaties van de modulaire woonconcepten te Zierikzee en Scharendijke € 0,6 miljoen aan subsidie ontvangen.  Er voor € 0,1 miljoen aan tussentijdse winst genomen en voor € 0,1 miljoen verlies gedekt vanuit de voorziening bouwgrondexploitatie. 

Resultaten
Voor de tussentijdse winstnemingen wordt de Percentage of Completion (POC) methode gebruikt. Voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd moet tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Daarmee moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
•    Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden geschat;
•    De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht;
•    De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

Uit herberekening van de winstnemingen kan blijken dat er in het verleden te veel tussentijdse winst is genomen. Als dit het geval is, vindt er een correctie plaats, een zogenaamde ‘negatieve’ winstneming. 

De herziening van de grondexploitaties heeft in de volgende tussentijdse (gecorrigeerde) winstnemingen en resultaten van afgesloten plannen geresulteerd:

Plan Winst- en verliesneming < 2024 (gecorrigeerde) Winstneming 2024 Winstneming 2025 en verder
Bruinisse, Bedrijventerrein fase 3 730.843 2.580 20.287
Nieuwerkerk, d'Heule 2 2.685.412 2.769
Zierikzee, Business Park ZO C 1.339.477 4.955 10.296
Zierikzee, Business NW -113.324 -10.222 33.159
Zierikzee, Straalweg 2 1.847.212 41.252 963.052
Renesse, Zoomgebied fase 1 88.792 3.460 978.386
Kerkwerve, Vuufgemeten 2 240.605 61.377
Oosterland, Oostkenshil 2 12.500
Zierikzee, Emil Sandstromweg 15.784
6.831.517 106.171 2.020.964

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er in 2024 een tussentijdse winst genomen wordt van € 106.200, waarvan circa € 3.500 is toegevoegd aan de reserve Regiovisie Schouwen West (Zoomgebied fase 1) en circa € 102.700 is toegevoegd aan de algemene reserve ontwikkelingsbedrijf. Voor de jaren vanaf 2025 is een tussentijdse winst geprognosticeerd van circa € 2,0 miljoen, waarvan € 1,0 miljoen voor de regiovisie Schouwen-West.

Voorziening en reserves

Algemene reserve ontwikkelingsbedrijf
De algemene reserve ontwikkelingsbedrijf wordt voor verschillende doelen gevormd:
a.    Als financieel weerstandsvermogen voor het opvangen van onvoorziene tegenvallers in de exploitatie van bouwgrond. De reserve wordt gevoed door tussentijdse winstnemingen vanuit lopende grondexploitaties en exploitatieoverschotten van afgewikkelde plannen. Eventueel nadelige exploitatieresultaten worden ten laste van de reserve gebracht indien hiervoor geen voorziening is gevormd. 
b.    Als buffer voor het opvangen van een eventueel onrendabel deel van een strategische (grond)aankoop. Het betreft aankopen waarbij het risico bestaat dat de gronden mogelijk niet voor het beoogde doel in exploitatie kunnen worden genomen en risicovol zijn.
c.    Als egalisatiefunctie voor de resultaten uit de exploitatie van gemeentelijk onroerend goed in tijdelijk beheer.
    
De hoogte van de algemene reserve ontwikkelingsbedrijf voor het opvangen van tegenvallers binnen de grondexploitatie, zoals genoemd onder a), is bepaald op 5% van “de omzet van de bouwgrondexploitatie per ultimo van enig jaar”. Onder de omzet zoals genoemd in de vorige zin gaan we uit van de boekwaarde per ultimo van enig jaar te vermeerderen met de nog te verwachten kosten. De hoogte van de algemene reserve ontwikkelingsbedrijf voor de doelen als benoemd onder b) en c) is maximaal € 2,0 miljoen.

Als het saldo van de algemene reserve ontwikkelingsbedrijf lager is dan de hiervoor genoemde 5% van de omzet wordt de reserve aangevuld tot dit bedrag vanuit de algemene reserve van het concern. Indien het saldo van de reserve hoger is dan de hiervoor genoemde 5% van de omzet plus de € 2,0 miljoen wordt het surplus overgeheveld naar de algemene reserve van het concern.

Algemene reserve ontwikkelingsbedrijf Bedrag in €
Stand per 1 januari 2024 2.213.400
Facilitaire grondexploitatie -25.700
Saldo beheer en exploitatie vastgoed -209.300
Vennootschapsbelasting p.m.
(Tussentijdse) winst bouwgrondexploitatie 104.700
Dotatie voorziening bouwgrondexploitatie -77.100
Stand per 31 december 2024 2.006.000
Berekening benodigde reserve per ultimo 2024
Boekwaarde 2.885.000
Verwachte lasten 8.862.000
Totale "Omzet" 11.747.000
5% hierover is 587.400
Minimale hoogte algemene reserve ontwikkelingsbedrijf 587.400
Maximale buffer strategische aankopen en vastgoedexploitatie 2.000.000
Maximale hoogte algemene reserve ontwikkelingsbedrijf 2.587.400

Op grond van de uitgangspunten voor de hoogte van de algemene reserve ontwikkelingsbedrijf blijkt dat het saldo ultimo 2024 niet boven het maximum zit. Er vindt dus geen overheveling plaats naar de algemene reserve van het concern.

Voorziening bouwgrondexploitatie
De voorziening bouwgrondexploitatie wordt gevormd ter dekking van kwantificeerbare financiële risico’s binnen de bouwgrondexploitatie. De hoogte van de voorziening wordt jaarlijks opnieuw beoordeeld. Voeding van de voorziening vindt plaats via de algemene reserve ontwikkelingsbedrijf. Een surplus wordt overgeheveld naar de algemene reserve ontwikkelingsbedrijf.

Het saldo van de voorziening bouwgrondexploitatie per 31-12-2024 bedraagt € 1.518.500. Dit bedrag is gereserveerd voor de volgende negatief sluitende grondexploitaties:

Gouwepoort (Zierikzee) € 450.600

Irenestraat (Burgh-Haamstede) € 154.300

Sluispad (Burgh-Haamstede) € 346.000

Julianastraat (Burgh-Haamstede) € 256.400

Elkerzeeseweg (Scharendijke) € 311.200

Van de voorziening van € 1.518.500 is € 1.009.183 gesaldeerd onder de actiefzijde van de balans, onder de post voorraden. En is € 509.330 gepresenteerd aan de passiefzijde van de balans onder de voorzieningen, omdat van deze grondexploitaties de voorziening groter is dan de boekwaarde en de voorziening hierdoor niet gesaldeerd kan worden.

Verloop voorziening bouwgrondexploitatie Bedrag in €
Stand per 1 januari 2024 974.000
Van algemene reserve ontwikkelingsbedrijf 77.100
Van reserve woonconcepten 567.700
Dekking Oostkenshil 2 Oosterland -100.300
Stand per 31 december 2024 1.518.500
Waarvan gepresenteerd onder actiefzijde van de balans, onder voorraden 1.009.813
Waarvan gepresenteerd onder de passiefzijde van de balans, onder voorzieningen 509.330

Reserve bovenwijkse voorzieningen
De reserve bovenwijkse voorzieningen dient ter realisatie van infrastructurele werken met een bestemmingsplan overschrijdende betekenis.

De voeding van de reserve vindt plaats volgens het bepaalde in de nota kostenverhaal. Indien sprake is van profijt en toerekenbaarheid dient de toerekening plaats te vinden op basis van proportionaliteit. Voor plannen die in werking traden voor 1 juli 2008 wordt een bijdrage van € 5 per verkochte m2 bouwgrond toegevoegd aan deze reserve. De onttrekkingen geschieden ten behoeve van de aanleg van infrastructurele werken, nadat hier een besluit over is genomen.

In 2024 zijn er geen bedragen toegevoegd en onttrokken aan de reserve bovenwijkse voorzieningen.

Verloop reserve bovenwijkse voorzieningen Bedrag in €
Stand per 1 januari 2024 256.500
Stand per 31 december 2024 256.500

Risico’s
Binnen de grondexploitatie kunnen zich verschillende risico’s voordoen, waarvan de hoogte, evenmin als het moment waarop zij zich kunnen aandienen, nu nog niet is in te schatten. Door de lange looptijden en aard van de projecten loopt de gemeente bij het uitvoeren van haar grondbeleid financiële risico’s.

Deze risico’s kunnen ontstaan, doordat parameters die ten grondslag liggen aan de financiële ramingen, zoals rentestand, inflatie en fasering, wijzigen, alsook door wijzigingen in de afzetmarkt, economische ontwikkelingen of wet- en regelgeving.

Daarnaast kunnen risico's voortkomen uit meer projectgebonden aspecten, zoals risico's die samenhangen met de bodemkwaliteit, planstructuur, infrastructurele investeringen, hogere verwervingskosten, concurrerende plannen en interne oorzaken (capaciteit en prioritering projecten).

Als gevolg van de eerder genoemde uitspraak van de Raad van State rondom interne saldering bij stikstofdepositie wordt nader onderzocht wat de consequenties zijn voor de lopende grondexploitaties. De verwachting is dat mogelijke consequenties zich voordoen bij ontwikkelingen in de Kop van Schouwen.

Paragraaf 8 Demografische ontwikkeling

8.1 DEMOGRAFISCHE VERANDERINGEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 Demografische ontwikkeling - 8.1 DEMOGRAFISCHE VERANDERINGEN

Schouwen-Duiveland is sinds 2014 één van de elf anticipeerregio’s in Nederland. In 2019 zijn de krimp- en anticipeerregio's opnieuw vastgesteld(1). Inmiddels blijkt uit de jaarlijks rapportages van het CBS dat de bevolkingsomvang in onze gemeente voor het eerst licht is afgenomen:

  • januari 2022: 34.148
  • januari 2023: 34.541
  • januari 2024: 34.633
  • januari 2025: 34.408

Een lichte afname van de bevolking op Schouwen-Duiveland ondanks de groei van het aantal inwoners in Nederland en de opvang van vluchtelingen is opvallend.  De krimp is toe te schrijven aan verdergaande vergrijzing en ontgroening. In onze gemeentelijke inwonersamenstelling daalt het aantal jongeren en neemt het aantal oudere één- en tweepersoonshuishoudens toe. Voor bijvoorbeeld het domein wonen, voorzieningen, zorg, mobiliteit en onderwijs levert dit specifieke vraagstukken op.  

Zowel het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) als provincie Zeeland hebben in 2023 nieuwe prognoses gepubliceerd over de voorziene bevolkingsontwikkeling. De verwachting is dat de natuurlijke aanwas van de Schouwen-Duivelandse bevolking negatief blijft. De desondanks feitelijke lichte afname is vooral toe te schrijven aan het binnenlandse en buitenlandse migratiesaldo, dus verhuizingen binnen en van buiten Nederland. Daarbij valt op dat er een licht vestigingsoverschot is door verhuizingen binnen Zeeland, aangevuld met een vestigingsoverschot van huishoudens afkomstig uit de Randstad en de provincie Noord-Brabant.

In 2024 boden we aan 345 Oekraïners opvang. Oekraïners integreren snel, gaan naar school of hebben werk gevonden. Het lijkt erop dat een deel van deze mensen blijft, maar zeker niet alle vluchtelingen doen dat, al was het maar vanwege de familiebanden.  In navolging op een tweede onderzoek naar woonwensen van vluchtelingen, realiseren we mede voor de opvang van Oekraïners een modulair woonconcept. 

Daarnaast is sinds 2022 een opgave ontstaan voor alle regio’s om overige vluchtelingen op te vangen. Dit betrof allereerst tijdelijke noodopvang, maar ook een verhoogde taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Naar verwachting neemt de omvang van de taakstelling steeds verder toe.  In 2022 was de taakstelling huisvesting statushouders 46 waarvan in datzelfde jaar er 49 zijn gerealiseerd. In 2023 was de opgave 75, maar er werden slechts 44 statushouders gehuisvest.  Voor 2024 was de oorspronkelijke opgave 70, maar door de achterstand van 23 uit 2023 groeide de daadwerkelijke taakstelling naar 93.  Hiervan zijn er in 2024 slechts 27 gerealiseerd. Door de achterstanden in realisatie neemt de jaarlijkse taakstelling steeds verder toe. Om de taakstelling statushouders het hoofd te bieden, hebben we een plan van aanpak gemaakt.

(1)https://open.overheid.nl/documenten/ronl-d666257d-e7e1-4a75-9c55-94c0f66d9d54/pdf

8.2 LANDELIJKE BEELD

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 Demografische ontwikkeling - 8.2 LANDELIJKE BEELD

Nederland is in de afgelopen decennia exponentieel gegroeid in inwoneraantal. Inmiddels leidt dat in de economische kerngebieden in de Randstad en rond Eindhoven tot grote druk op de woningmarkt, op de voorzieningen (wachttijden), de infrastructuur (auto’s, treinen, luchtvaart), natuur en milieu (stikstof), sociale vraagstukken en een gebrek aan ruimte.  
Grote delen van Zeeland zijn in diezelfde periode echter niet meegegroeid. Sterker nog, in de afgelopen 200 jaar zijn die ongeveer gelijk gebleven wat betreft inwoneraantal. In bepaalde delen van Zeeland is sprake van krimp, soms al jarenlang. Het Rijksbeleid, dat zich veelal op nationale of Europese indicatoren richt, is niet altijd toegesneden op regio’s als Zeeland. De specifieke omstandigheden rechtvaardigen ook specifiek beleid: de omstandigheden zijn hier nu eenmaal niet het landelijk gemiddelde. 
 
De lage bevolkingsdichtheid (ongeveer 10% van die van Zuid-Holland) heeft voordelen; ze biedt rust, ruimte en uitzicht op groen, horizon en water. Maar de keerzijde is dat de eilandenstructuur en de lage bevolkingsdichtheid ook grote afstanden tot werk en voorzieningen oplevert. Het gevolg hiervan (zo blijkt uit de monitor Brede Welvaart en de evaluatie van de eerste Regio Deal) is dat Zeeland steeds indringender te maken heeft met:

  • bereikbaarheidsproblemen (intern en extern) en toenemende vervoersarmoede;  
  • ontgroening, tot driedubbele vergrijzing, en een afname van de beroepsbevolking;  
  • toename van de zorgvraag (o.a. vanwege een lager gezondheidsprofiel, vergrijzing);
  • krapte op de arbeidsmarkt (met name binnen de zorg, het toerisme en de techniek). 

In aanvulling op bovenstaande blijkt ook uit de monitor Brede Welvaart ‘Leven in Zeeland’ (2024) een aantal belangrijke zorgpunten over de leefbaarheid. Namelijk rondom:  

  • sociale cohesie, eenzaamheid en gezondheidsproblemen;  
  • bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen;
  • mismatch arbeidsmarkt en weinig baankansen jongeren. 

 

Elke Regio Telt

Het rapport Elke Regio Telt schetst een spiraal van verschraling. Dat nemen we in heel Zeeland waar en met name in Zeeuws-Vlaanderen. Het speelt ook in het landelijk gebied van Zeeuwse gemeenten zoals Sluis en Hulst, maar ook Schouwen-Duivenland, Noord-Beveland en Tholen. Daardoor staat zowel welvaart als welzijn (brede welvaart) onder druk. In deze gebieden stagneert de woningmarkt en het aantal inwoners loopt terug. Dat leidt tot het wegvallen van voorzieningen en de aantasting van de sociale cohesie.

Inmiddels is het voorstel voor een Regio Deal "Mensen, Ruimte en Vitaliteit – Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland" door het Rijk geselecteerd. Dit betekent dat samen met het Rijk het voorstel verder wordt uitgewerkt tot een Regio Deal. Het gaat om het samenbrengen van kennis, kunde en expertise in een samenwerking tussen Rijk en Regio én om middelen die nodig zijn om oplossingen voor de urgente vraagstukken te versnellen en te implementeren. Het Rijk erkent hiermee de problematiek, die mede een gevolg is van de huidige beleids- en investeringslogica. Het doel is de regio een impuls te geven en bij te dragen aan het  versterken van brede welvaart. Voor het voorstel "Mensen, Ruimte en Vitaliteit - Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland" is een bedrag gereserveerd van €13 miljoen (inclusief BTW) als Rijksbijdrage voor de te sluiten Regio Deal. Bij het sluiten van het convenant Regio Deal wordt de definitieve financiële bijdrage vastgesteld.  

 

Bevolkingsontwikkeling

Kijken we naar de ontwikkeling van het aantal huishoudens in krimp- en anticipeerregio’s, dan blijkt dat het aantal huishoudens vrijwel in alle gebieden is toegenomen. Dit is toe te schrijven aan gezinsverdunning door het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen en een groeiend aantal alleenstaanden al dan niet al gevolg van echtscheidingen. De verwachting is dat deze ontwikkelingen doorzetten.

Tegelijkertijd blijft de trek van inwoners uit de Randstad naar randgemeenten toenemen en naar verwachting aanhouden. Voor Zeeland is Schouwen-Duiveland een gemeente die na respectievelijk Noord-Beveland en Tholen het meest van deze trek uit de Randstad profiteert. 

 

8.3 WERKELIJKE CIJFERS VERSUS PROGNOSES

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 Demografische ontwikkeling - 8.3 WERKELIJKE CIJFERS VERSUS PROGNOSES

De bevolkingsontwikkeling van onze gemeente loopt in de pas met de bevolkingsontwikkeling van de meeste Zeeuwse plattelandsgemeenten. 

Op grond van de provinciale bevolkings- en huishoudensprognose hebben Gedeputeerde Staten van Zeeland de zogenoemde “ladderruimte” per woningmarktregio verruimd.  In deze prognoses zijn meegenomen binnenlandse verhuizingen, buitenlandse instroom en de situatie op de woningmarkt. Voor woningmarktregio Schouwen-Duiveland betekent dit een verruiming van 1.025 huishoudens voor de periode 2022-2032. Dit is verder verruimd op grond van de woondeal uit 2023 https://www.zeeland.nl/sites/default/files/digitaalarchief/IB22_da3ef116.pdf). In 2024 zijn in totaal op Schouwen-Duiveland 59 woningen gerealiseerd. De meeste woningen zijn opgeleverd in Zierikzee, Burgh-Haamstede, Bruinisse, Renesse en Oosterland. De verkoop van goedkopere huurwoningen door de woningbouwvereniging heeft geleid tot meer doorstroming op de woningmarkt. Het streven is een jaarlijkse toevoeging van ongeveer 160 woningen verdeeld over de gemeente.

8.4 WAT HEBBEN WE HIERVOOR GEDAAN

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 Demografische ontwikkeling - 8.4 WAT HEBBEN WE HIERVOOR GEDAAN

Het coalitieakkoord “Samen koers houden“ legt een hele hoge prioriteit bij de bouwopgave. We zetten conform het coalitieakkoord “alles op alles om woningen te realiseren”. In de nog vast te stellen geactualiseerde strategische visie, 'Tij van de toekomst, bouwen we, tegen de verwachtingen van bevolkingskrimp in, samen aan verantwoorde groei.  Met de strategische visie kijken we vijftien jaar vooruit naar Schouwen-Duiveland in 2040: een mooi en krachtig wooneiland. We zetten in op groei van het aantal inwoners richting 40.000+ om het draagvlak voor zorg en voorzieningen te vergroten en de basis voor toekomstige welvaart en welzijn te versterken.  De toenemende zorgvraag vraagt om sterke gemeenschappen en het versterken van zorg en ondersteuning. Hierbij zit de sleutel in het aantrekkelijk houden van het eiland voor jongeren en jonge gezinnen. Deze gewenste bevolkingsgroei helpt voorzieningen toegankelijk en betaalbaar te houden en vergroot onze beroepsbevolking. Zo versterken we het verdienvermogen van het eiland en creëren we toekomstperspectief voor jong en oud.

Voor de bouwopgave wordt, mede in het kader van de stikstofproblematiek, de twee sporenbenadering met de sporen “kansrijk” en “complex” gevolgd.  Verder gebruiken we de kernprofielen die voor alle kernen van Schouwen-Duiveland zijn opgesteld. Met dit kernprofiel is de analyse met feitelijke gegevens over de kern (demografisch, sociaal en economisch) beschikbaar. Die is relevant voor de lokale woningbouwopgave. Daarnaast zoeken we naar creatieve mogelijkheden om in de vraag naar woningen te voorzien, zoals het bieden van tijdelijke oplossingen in de vorm van tiny houses en modulaire woonconcepten.  

Een belangrijke verandering ten opzichte van voorgaande jaren is de huisvestingsopgave van Oekraïense, maar ook overige vluchtelingen. In deze nationale en regionale opgave dragen we ons aandeel naar vermogen bij. Daarbij proberen we ook zo goed mogelijk te voorzien in voorzieningen om zo goed mogelijk te integreren. Dan gaat het om slechten van taalbarrières, scholing, toeleiding naar werk en sociale activiteiten. Voor het in stand kunnen houden van voorzieningen is het noodzakelijk dat zoveel mogelijk inwoners daar direct of indirect aan bijdragen. 

In het kader van het landelijke programma Bevolkingsdaling blijven we input leveren en met voorstellen komen om de gevolgen van demografische ontwikkelingen voor met name plattelandsgebieden zo goed mogelijk op te vangen. Bijvoorbeeld op het gebied van behoud van voorzieningen, goede bereikbaarheid en mobiliteit en nieuwe sociaaleconomische perspectieven. Via lobby proberen wij daar relevante punten voor onze gemeente, vergelijkbare Zeeuwse gemeenten en P10 gemeenten een belangrijke plaats in te geven. Momenteel brengen we via beleidsbeïnvloeding en lobby prominente vraagstukken zoals (digitale) bereikbaarheid, voorzieningenniveau, aanpak bestaande woningvoorraad, bereikbaarheid van onderwijs en zorg en (sociale) mobiliteit in. Niet alleen sectoraal bij de verschillende Ministeries maar ook integraal via het proces van "Elke regio telt".  Inmiddels is aan de hand van de aanvraag "Mensen, Ruimte en Vitaliteit – Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland" een Regio Deal in voorbereiding.

In het kader van de subsidieregelingen "Aantrekkelijk vestigingsklimaat op basis van de Regiodealgelden" en "Zeeland in Stroomversnelling", stimuleren we organisaties en instellingen in onze gemeente om aanvragen in te dienen om de leefbaarheid en sociale cohesie in kernen te verbeteren. Hetzelfde geldt voor de periodieke openstelling  van de Europese maar regionaal geoormerkte Leader-gelden.  

We volgen de uitrol van het 5G-netwerk en de verglazing van het kabelnetwerk om een zo hoog mogelijk dekkings- en aansluitpercentage voor onze inwoners en bedrijven te realiseren. Om te binden en te boeien hebben we ingezet op de vernieuwende onderwijsvormen en kennisontwikkeling via Living Labs. De actiepunten uit “Onderwijs nabij” en het gesloten convenant tussen onderwijs, ondernemers en overheid zijn verder uitgewerkt. De eerste resultaten zijn zichtbaar, zoals de opzet van bedrijfsscholen en toeristische opleidingen op locatie. Daarnaast is Hospitality Hub operationeel. 

Bestuurlijk en ambtelijk is ingezet op betere en vooral relevantere verbindingen met en tussen kernen. Aan de hand van de Regionale Mobiliteitsstrategie Zeeland zetten we in op een betere ontsluiting van de kernen en de toegang tot voorzieningen, met name via Flex. Vanuit het principe "vraag gestuurd" in plaats van "aanbodgericht".  De afsluitingen van de Haringvlietbrug en de Heinenoordtunnel voor renovatie en onderhoud maken duidelijk hoe belangrijk de aansluiting met de Randstad is. Voor de kwaliteit van die verbinding maar ook die van de Midden-Zeeland route inclusief de Zeelandbrug blijven we ons inzetten. Dit geldt voor de infrastructuur maar ook voor de kwaliteit van het openbaar vervoer. 

De betrokkenheid van de lokale bevolking bij het opstellen en uitvoeren van dorpsvisies en masterplannen is en blijft groot. De inwoners in de betreffende kern krijgen meer waardering voor de directe eigen leefomgeving. Dit levert sociale effecten op als het oprichten van hulpkringen en lokale initiatieven waarbij omzien naar elkaar centraal staat. 

We zetten in op het medisch-specialistisch steunpunt Borrendamme, de GGZ Zierikzee in relatie tot voorzieningen, wonen, SD vitaal, BLOEI en OKO (Opgroeien in een Kansrijke Omgeving) om ouderen en jongeren een aantrekkelijke omgeving te bieden en actief en weerbaar te houden. SD vitaal stimuleert samen met het onderwijs, de zorg en de sportverenigingen het sporten en bewegen op Schouwen-Duiveland. BLOEI organiseert voor kinderen en jongeren leuke activiteiten. 

Tot slot is ingezet op samenwerking met  P10 en VNG, provincie Zeeland en andere Zeeuwse gemeenten. We werken samen om van elkaar te leren en om de problematiek van plattelandsgemeenten te agenderen bij het Rijk. De landelijke samenwerking levert voordelen op zoals het aansluiten bij de Greendeal Autodelen, het landelijk programma Ondernemersdienstverlening en het agenderen van plattelandsvraagstukken bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit is in lijn met de uitkomst van het plattelandsonderzoek P10. Hieruit blijkt dat het bevorderen van de leefbaarheid in de kernen en de onderlinge verbondenheid van de lokale samenleving in kernen een belangrijk antwoord is op het omgaan met demografische ontwikkelingen.  Aanvullend biedt de verdere uitwerking van "Elke regio telt" hier handvatten voor met meer maatwerk voor de regio. 

Paragraaf 9 Sociaal Domein

9.1 INLEIDING

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Sociaal Domein - 9.1 INLEIDING

In de paragraaf sociaal domein beschrijven we in onderlinge samenhang de belangrijkste ontwikkelingen in het brede sociaal domein en geven we een totaalbeeld van de uitgaven. De transformatie die we willen realiseren is omvangrijk en vraagt om een lange adem om de gewenste effecten te bereiken. Ook is de opgave complex, omdat we alleen in samenwerking met veel en verschillende partijen de doelstellingen kunnen bereiken. Dit alles gaat gepaard met beperkte budgetten en een groeiende doelgroep kwetsbare inwoners, vooral onder ouderen. Ons doel blijft: de inwoners krijgen de ondersteuning die ze nodig hebben, er is veel aandacht voor preventie en vroegsignalering en de financiën zijn beheersbaar. 

In sub-programma 1.4 en programma 2 van deze begroting vindt u een gedetailleerde uitwerking van de geplande activiteiten en uitgaven.

De definitie van het sociaal domein die wij hanteren is breder dan de drie decentralisaties Wmo, Jeugdzorg en Participatiewet. Wij verstaan onder het sociaal domein ook de taken op het gebied van volksgezondheid, onderwijs, armoedebestrijding en minimabeleid, schuldhulpverlening, inburgering, welzijn (waaronder sport en cultuur) en preventie. 

9.2 SCHETS VAN DE BREDE ONTWIKKELING IN HET SOCIAAL DOMEIN

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Sociaal Domein - 9.2 SCHETS VAN DE BREDE ONTWIKKELING IN HET SOCIAAL DOMEIN

Zeeuwse samenwerking in het sociaal domein
Als 13 Zeeuwse gemeenten werken we op veel terreinen samen. In 2024 heeft met name de governance voor de inkoop van Jeugdhulp, Beschermd Wonen, en Maatschappelijke en Vrouwenopvang centraal gestaan. Keuzes over de vorm en inrichting volgen definitief in 2025. De Zeeuwse samenwerking in het sociaal domein dient ook verder invulling te krijgen met het uitvoeren van de regiovisie voor Jeugdhulp in het kader van de Hervormingsagenda en de samenwerking voor het uitvoeren van het landelijke Integraal Zorgakkoord in Zeeland.

Arbeidsmarkt
De afgelopen jaren hebben diverse grote Zeeuwse zorginstellingen moeilijkheden gekend in hun voortbestaan. Het zijn organisaties die voor het zorgaanbod in Zeeland ‘too big to fail’ zijn en waar we als gemeenten de verantwoordelijkheid voor voelen en nemen om het voortbestaan veilig te stellen. De decentralisaties met nieuwe contractafspraken, de gevraagde transformatie, het hoge personeelsverloop en de moeilijkheid om aan nieuw personeel te komen, zorgen bij een aantal grote zorgorganisaties voor een grote opgave om een kwalitatief goed en qua omvang voldoende zorgaanbod aan te blijven bieden. Het Rijk heeft dit ook geconstateerd en onderneemt momenteel stappen om met name binnen de specialistische jeugdzorg toe te werken naar meer centralisatie via verplichte regionale samenwerking.


De krappe arbeidsmarkt in de zorgsector werkt door in heel Zeeland. Het is lastig om deskundig personeel naar Zeeland te halen en jongeren te binden. In de zorg ontstaan hierdoor personeelstekorten en wachtlijsten, maar ook de opvolging van huisartsen is een groot vraagstuk. Om de zorg in Zeeland toegankelijk te houden en daarmee de leefbaarheid voor Zeeuwen te borgen, heeft een groot aantal partijen de krachten gebundeld in de Zeeuwse Zorg Coalitie. Het samenwerkingsverband wil een oplossing vinden voor de gevolgen van de vergrijzing en ontgroening, met problemen als personeelstekorten, een toename van het aantal kwetsbare ouderen en lange aanrijtijden voor acute zorg. Inmiddels zijn ook provincie en gemeenten aangesloten bij de initiatiefnemers. Wij hebben ons aangesloten bij deze coalitie om samen aan oplossingen te kunnen werken.

9.3 LANDELIJK EN LOKAAL BEELD SOCIAAL DOMEIN

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Sociaal Domein - 9.3 LANDELIJK EN LOKAAL BEELD SOCIAAL DOMEIN

Wmo
Binnen de Wmo is het doel de inwoners die het echt nodig hebben, de hulp te kunnen blijven bieden die ze nodig hebben. De grote uitdaging hierbij ligt in de stijgende vraag als gevolg van de dubbele vergrijzing en de tegelijkertijd steeds voelbaarder krapte op de arbeidsmarkt, gecombineerd met stijgende tarieven. Ergo een stijgende vraag met dalende middelen.
 
Sinds 1 mei 2024 is er een nieuw inkoopkader voor Wmo-maatwerkvoorzieningen waarbij sprake is van een nieuwe financiering. Het lumpsum tarief werd vervangen door een uurtarief. Het uurtarief is aanmerkelijk gestegen. Er is twee jaar tijd om alle lopende maatwerkvoorzieningen om te zetten naar dit nieuwe inkoopkader. We startten hiermee in 2024. Het is aan de gemeentelijke toegang om te bepalen hoeveel uur hulp nodig is voor een cliënt. Dit legt een aanmerkelijke druk op de toegang. Samen met zorgaanbieders startten we de samenwerking om er samen voor te zorgen dat ondanks gestegen tarieven en personeelstekort de beschikbare zorg goed verdeeld terecht komt bij onze inwoners. 
 
Dit alles heeft plaats binnen een landelijk kader dat zich kenmerkte door bezuinigingen, moeizame onderhandelingen tussen landelijke partners over het Integraal Zorgakkoord en veelvuldig incidenteel geld beschikbaar stellen voor problemen die een structurele inzet vergen. Ook werd de invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage met een jaar uitgesteld tot 1-1-2027.
 
Om de hierboven geschetste contouren het hoofd te bieden, hebben wij ingezet op beheersmaatregelen. Dit blijven we doen. Zo wordt huishoudelijke hulp waar mogelijk tweewekelijks geleverd in plaats van wekelijks. En startten we een pilot met een ergotherapeut om mensen weer in staat te stellen zelf de regie te pakken en huishoudelijke taken (deels) zelf uit te voeren. Ook vroegen we via een brochure en advertenties aandacht voor de eigen verantwoordelijkheid van inwoners ten aanzien van de Wmo-maatwerkvoorzieningen. Dit blijven we de komende jaren doen. Tot slot voerden we in het kader van ‘Grip op Wmo’ maandelijks data-overleg tussen beleid en toegang om de ontwikkelingen te monitoren. 
 
Samen met Jeugd onderzochten we hoe we de overgang van cliënten vanuit Jeugd naar Wmo zo soepel mogelijk kunnen laten verlopen. Een aandachtspunt hierbij is de verschuiving van specialistische jeugdhulp naar Wmo-maatwerk. Voorheen werd bij een hulpvraag van ouders, hulp ingezet vanuit Jeugd. We zagen dat in 2024 in toenemende mate geacteerd werd vanuit Wmo. 
 
Als gevolg van langer zelfstandig wonen wordt de behoefte aan andere woonvormen groter, temeer omdat de demografische ontwikkeling laat zien dat in onze gemeente relatief veel ouderen wonen. De afbouw van intramurale plaatsen gaat sneller dan de ontwikkeling van nieuwe woonvormen. Om sturing te kunnen geven aan de ontwikkeling van woonvormen waar onze inwoners behoefte aan hebben gaven we ook in 2024 uitvoering aan de beleidsvisie Zorglandschap. 
 
We zetten in op overlegstructuren en laagdrempelige hulp zoals de Sociaal Medisch Overleggen, waarbij op initiatief van de huisarts, samen met de gemeente, welzijn en/of zorg rechtstreeks werd overlegd over casuïstiek. Met als doel optimale en snelle inzet van hulp. Welzijn op Recept werd via SMWO in 2024 ingezet bij een aantal huisartsenpraktijken in onze gemeente. Dit willen we uitbreiden naar alle praktijken en financieren we in 2025 en 2026 nog zelf, maar met de GGD zijn gesprekken gaande om financiering via de zorgverzekeraar te onderzoeken.

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Sociaal Domein - 9.3.1. Beschermd wonen

Beschermd Wonen

In 2024 zetten we in regionaal verband belangrijke inhoudelijke stappen rondom de zorg en ondersteuning voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. De Zeeuwse gemeenten zijn hiervoor samen verantwoordelijk vanuit het regionale partnerschap. De maatwerkvoorziening beschermd wonen kopen we gezamenlijk in. In onze gemeente maakten omstreeks 16 inwoners hiervan gebruik, de meesten wonen in de voorziening van Emergis in Zierikzee. In 2024 kreeg het voornemen vaste vorm om deze vestiging van Emergis te verhuizen van de Karnemelksvaart naar het nieuwe complex ‘Medina’, zodra dit gebouw gereed is. Vooral door een tekort aan betaalbare woningen staat de ambitie onder druk om cliënten zoveel mogelijk zelfstandig te laten wonen. Door de afbouw van klinische ggz-voorzieningen wordt psychische problematiek zichtbaarder in de samenleving en neemt maatschappelijke onrust rondom onbegrepen gedrag ook in onze gemeente toe. We acteren hierop. In 2024 stelden we de voortzetting van ‘kansrijk wonen’ in Zierikzee veilig, dat erop gericht is om sterk overlastgevende bewoners met ingewikkelde problematiek toch een eigen woning te laten behouden. Hierin werkten we goed samen met Emergis en Zeeuwland. Ook zetten we een locatieonderzoek in gang naar een vestiging van ‘skaeve huse’ in onze gemeente, bedoeld om een aantal inwoners te huisvesten die vanwege een stapeling van problematisch gedrag zich niet langer binnen de samenleviing kunnen handhaven. Tenslotte kende het rijkssubsidieloket ZonMW aan ons een grote subsidie toe om tussen 2025 en 2027 bij wijze van proef een ‘Wijk-GGD’er’ in te zetten die, zichtbaar aanwezig in wijken en kernen, snel efficiënte hulpverlening kan regelen voor verwarde en overlastgevende bewoners. We zien dit als een grote aanwinst in ons gemeentelijke OGGZ-netwerk. 

Onze gemeente werkte intensief en met succes samen met de stichting Hersteltalent. Met de inloopcentra van ‘Ammekare’ in vier kernen voldoen we als een van de eerste Zeeuwse gemeenten aan de eis vanuit het integraal Zorgakkoord (IZA) om in de gemeente een ’laagdrempelige inloopvoorziening’ in te richten voor inwoners met mentale problemen. Ervaringsdeskundigen van Hersteltalent werken samen met onze consulenten in de toegang aan goede ondersteuning voor inwoners, en bieden daarbij een luisterend oor en goede hulp. 

Binnen het Zeeuwse partnerschap participeerde onze gemeente in de regionale ambtelijke werkgroepen inkoop en partnerschap, daarnaast ook in de werkgroep die is belast met de inrichting van een toekomstbestendig voorzieningenlandschap. Met deze inzet gaven we mede vorm aan beleidsontwikkeling in de regio.

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Sociaal Domein - 9.3.2. Jeugd

Jeugdzorg 

In 2024 hebben we lokaal en regionaal uitvoering gegeven aan de opgave beschreven in de Hervormingsagenda Jeugd 2023 – 2028. Dat wil zeggen dat we lokaal verder aan de slag zijn gegaan met het versterken van ons voorliggend veld. Dat deden we al binnen de BSO met Zorg. Waarbij expertise van een jeugdhulpaanbieder is toegevoegd. In 2024 hebben we deze werkwijze uitgebreid binnen het voortgezet onderwijs. Gelijktijdig is gewerkt aan het verbeteren van het jeugdpreventie overleg (JPO). In het JPO werken professionals vanuit verschillende disciplines samen aan een aanpak voor jeugdigen waarover zorgen gemeld zijn. Hierdoor zijn jongeren met een intensieve ondersteuningsbehoefte eerder in beeld en worden er gericht afspraken gemaakt over de aanpak. 

Binnen de projecten Bloei! en Opgroeien in een Kansrijke (OKO) zorgden we voor voldoende activiteiten voor de jongeren op ons eiland. We voerden dialoogsessies uit met ouders en betrokken partners die actief zijn in de leefomgeving van jongeren. We stelden gezamenlijk speerpunten op met daaraan gekoppeld een uitvoeringsagenda. Binnen verschillende werkgroepen wordt gewerkt aan de interventies opgenomen in de uitvoeringsagenda.

Regionaal startte de voorbereidingen voor de nieuwe aanbesteding. Op 31 december 2025 lopen de huidige contracten af. Er ligt een enorme uitdaging om de instroom naar specialistische jeugdhulp te verminderen zodat het systeem betaalbaar en uitvoerbaar blijft.  In Zeeland zijn daarom beheersmaatregelen afgesproken. Een belangrijke beheersmaatregel is het aanscherpen van de verordening jeugd. Binnen de verordening sturen we op normaliseren en bepalen we wat binnen specialistische jeugdhulp valt en wat niet meer. In 2024 zijn een aantal bijeenkomsten geweest om daarover input op te halen. Vaststellen van de nieuwe verordening staat gepland in december 2025. 

Tot slot bouwden we de JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp) verder af. Om de transformatieopgave naar 0 plaatsen in 2030 vorm te geven deden we onderzoek naar de jeugdigen die gebruik hebben gemaakt van deze vorm van jeugdhulp. Aan de hand van de uitkomst voerden we een dialoogsessie om te komen tot gerichte interventies.

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Sociaal Domein - 9.3.3. PW

Participatiewet 
Medio 2024 werd het wetsvoorstel ‘Participatiewet in Balans’ ter behandeling aan de Tweede Kamer voorgelegd. Het wetsvoorstel wil erin voorzien dat in de dienstverlening aan mensen met een bijstandsuitkering meer uit wordt gegaan van vertrouwen. Ook moet de uitvoering voor gemeenten gemakkelijker worden en mogen professionals meer rekening houden met wat er speelt in iemands leven. De maatregelen uit het wetsvoorstel zijn gericht op menselijke maat, vertrouwen en eenvoud. Bij aanname door de Staten Generaal treedt de nieuwe wet naar verwachting per 1 januari 2026 in werking. Voor de invulling zijn verschillende acties nodig. We verwachten dat dit in 2025 veel werk van ons zal vragen in de voorbereiding, implementatie en uitbreiding van gemeentelijke taken.
 
De krapte op de arbeidsmarkt bleef ook in 2024 in alle sectoren onverminderd hoog. De instroom in de bijstand was relatief laag. De achterstand in de invulling van de taakstelling huisvesting statushouders in onze gemeente speelt hierin een rol. Met de inzet van gerichte instrumenten en ontwikkeling ondersteunden we de verschillende doelgroepen van werkzoekenden richting (zo regulier mogelijk) werk. We werkten hierbij succesvol samen met maatschappelijke partners en werkgevers. Zoals de leerwerkplekken van The Launch bij YourSurprise in samenwerking met Gors. Bijstandsgerechtigden waarvoor werk ook op de lange termijn waarschijnlijk (nog) niet aan de orde is, ondersteunden we in hun mogelijkheden om maatschappelijk te participeren. Doordat de uitstroom gelijke tred hield met de instroom, slaagden we erin om per saldo ons bijstandsvolume nagenoeg stabiel te houden op zo’n 365 uitkeringen in het kader van de Participatiewet. Een belangrijk deel van de bijstandsgerechtigden in onze gemeente (zo’n 15%) zat in 2024 niet aan de kant maar ontving een aanvullende bijstandsuitkering, die hun inkomen uit werk of zelfstandig bedrijf (of anderszins) aanvult tot het sociaal minimum. Tegelijk is er een groep van jarenlange bijstandsontvangers, waarvoor de afstand tot de arbeidsmarkt groot is en naast werkloosheid vaak ook andere maatschappelijke problemen aan de orde zijn.
 
Berenschot voerde een evaluatie van de uitvoering van de Participatiewet in onze gemeente uit en verkende voor de toekomst mogelijke uitvoeringsscenario's. We startten samen met de Zuidhoek het proces op om de verkregen informatie en inzichten verder te duiden en uit te werken, met verdieping en concretisering naar onze specifieke lokale situatie. Op basis daarvan informeren we in het tweede/derde kwartaal 2025 uw raad over de bevindingen en beoogde vervolgstappen.

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Sociaal Domein - Gezondheid - Schouwen-Duiveland Vitaal

Gezondheid en sport – Schouwen-Duiveland Vitaal
Preventie op het gebied van gezondheid heeft de afgelopen jaren een grotere rol gekregen in landelijke regelingen als Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Integraal zorgakkoord (IZA) en het Wonen met Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO). In 2024 voerden we ons lokale plan voor GALA voornamelijk uit binnen ons uitvoeringsprogramma Schouwen-Duiveland Vitaal. Voor IZA werkten we samen in Zeeland en stelden we een uitvoeringsplan op. Waar mogelijk verbinden we de kansen en middelen vanuit IZA aan onze lokale gezondheids- en welzijnsplannen, voornamelijk Schouwen-Duiveland Vitaal.

Het herijken van het beleid op het gebied van sport en gezondheid namen we mee bij het opstellen van het beleidskader breed sociaal domein. We werkten verder aan het plan voor samenhang en integratie met andere projecten als BLOEI! en Opgroeien in een Kansrijke Omgeving. Dit ronden we in 2025 af.

Op het gebied van de gezondheidszorg intensiveerden we onze relatie met de huisartsen met zowel bestuurlijk en casuïstiek overleg en praktische samenwerking via de uitvoering van Welzijn op Recept. Begin 2024 werden we verrast door de ontwikkelingen rondom de polikliniek van Adrz. Het lukte om in samenwerking met huisartsen en Adrz een deel van de zorg voor het eiland te behouden via een medisch-specialistisch spreekpunt in Borrendamme.

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Sociaal Domein - Onderwijs

Onderwijs 
We investeerden in de ontwikkeling van jeugdigen in samenwerking met het onderwijs en de kinderopvang. De samenwerking met onze partners is vastgelegd in het Onderwijsakkoord, dat we in 2025 herzien.  Door in huisvesting te investeren, versterken we de kwaliteit van onderwijs en opvang en ondersteunen we onze partners in de uitvoering van hun taken. In deze ontwikkeling houden wij oog voor de verbinding met de jeugdzorg. We faciliteerden het ondersteuningsteam en zorgden voor een goede verbinding met bestaande overlegvormen als het Jeugd Preventieoverleg en onze toegang. Leerlingenvervoer zorgde dat ieder kind toegang had tot passend onderwijs.

Voor kinderen die onderwijsachterstanden hebben of oplopen voeren we het onderwijsachterstandenbeleid uit. Belangrijke partners hierbij zijn de bibliotheek, primair onderwijs en kinderopvang. We monitoren de toeleiding en effecten hiervan. We bouwden verder aan BLOEI!, het naschoolse activiteitenprogramma van Schouwen-Duiveland. Het doel hiervan is om talenten (opnieuw) tot bloei te brengen en kansengelijkheid bevorderen.  We stimuleerden scholen om via bewegingsonderwijs of gezond eten de fysieke en mentale gezondheid van jeugdigen te bevorderen. Met scholen is nauw contact om snel te schakelen bij maatschappelijke ontwikkelingen.

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Sociaal Domein - Kunst, Cultuur en Erfgoed

Kunst, Cultuur en Erfgoed 
Het jaar 2024 stond vooral in het teken van de nieuwe cultuurvisie, waarvoor bureau BMC in onze opdracht de basis legde. BMC verzorgde de hoofdtekst, waarvoor in de eerste maanden van 2024 in drie geslaagde ‘ophaalavonden’ een schat aan informatie werd vergaard bij culturele organisaties, makers en inwoners. In een ‘miniconferentie’ met de voornaamste stakeholders kreeg de nota defintief vorm. De cultuurvisie werd in februari 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. In afwachting van deze nota werden door ons niet veel grote nieuwe ontwikkelingen aangepakt.

Wel formuleerden we een nieuwe erfgoedvisie waarin onze grote rijkdom aan monumenten, streekgeschiedenis, museale collecties en bijzondere landschappen een plaats kreeg, en we beleid schreven voor ontsluiting, behoud en beheer daarvan. Op het gebied van cultuureducatie zetten we in subregionaal verband stappen voor een nieuwe, meer toekomstbestendige vorm voor het muziekonderwijs. Ook konden we eind 2024 een ‘cultuurcoach’ aanstellen, die in onze gemeente een praktische, verbindende en initiërende rol zal gaan spelen in het culturele landschap. In 2024 kwam het definitief ontwerp gereed voor het nieuwe cultuurpodium Brogum, waar vanaf najaar 2026 een zaal voor 300-350 bezoekers nieuwe kansen gaat bieden voor een levendige muziekcultuur op ons eiland.

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Sociaal Domein - 9.3.4. Wet Inburgering

Opvang van vluchtelingen en inburgering

In 2024 was er door stagnatie in de asielopvangketen en de oorlog in Oekraïne een groot aantal opvangplekken nodig voor asielzoekers en statushouders en voor Oekraïense vluchtelingen. 

Asiel-opvang
In 2024 boden we samen met de andere Zeeuwse gemeenten het provinciaal verslag voor de spreidingswet aan. Ons aanbod daarin is het realiseren van een noodopvanglocatie voor 250 asielzoekers. In 2024 startte het COA samen met ons met het voorbereiden voor deze locatie. Deze zal in de loop van 2025 gereed zijn. In 2024 hadden we daarnaast vrijwel het hele jaar een crisisnoodopvanglocatie voor asielzoekers. De locatie aan de Grachtweg sloot in december 2024 haar deuren.

Opvang van Oekraïners
 In het provinciaal verslag maakten de gemeenten ook afspraken over het aantal bedden voor de opvang van Oekraïners. Gemeente Schouwen-Duiveland moest voor 392 bedden zorgen. In 2024 hadden wij 345 bedden ter beschikking. We werkten verder aan de ontwikkeling van het modulair woonconcept en planden de sloop voor de Cornelia. Omdat we nog niet voldoende bedden hebben startten we een aanbesteding op zoek naar meer locaties. Daarnaast onderhandelden we met een vastgoedpartij. De aanbesteding en onderhandeling leveren op z’n vroegst in 2025 meer opvangplekken voor Oekraïners op.
 
Huisvesting statushouders
De gemeente heeft een wettelijke taak voor de huisvesting van statushouders. In 2024 bedroeg de totale taak 93 plekken. Hiervan waren 22 plekken een achterstand uit 2023. In de 1e helft van 2024 moest de gemeente 37 personen huisvesten en in de 2e helft 34.  In totaal huisvestte we in 2024 27 personen. De achterstand liep op tot 66 plekken. De provincie plaatste ons vervolgens op een hogere trede van de interventieladder van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Daarom werd ons eind 2024 gevraagd een plan van aanpak aan te leveren waarin we aangeven hoe we de achterstand gaan wegwerken en de taakstelling voor de komende periode wel gaan halen. Naar aanleiding van dit plan van aanpak maakten we een prestatieafspraak met Zeeuwland en onderzochten we mogelijkheden om op andere manieren aan woonruimte te komen. Ook voor de statushouders gebruikten we daarvoor de aanbesteding. De acties uit het plan van aanpak zullen op z’n vroegst in 2025 resultaat geven.

Inburgering 
In 2024 zetten we de uitvoering van de Wet Inburgering onverminderd voort. We versterkten in de uitvoering onze regierol.
In 2024 besteedden wij extra aandacht aan de samenwerking met Scalda in relatie tot de leertrajecten inburgering. We kwamen een nieuwe samenwerkingsovereenkomst overeen met Scalda, waarmee we de leertrajecten inburgering goed inregelden. Dit deden wij in samenwerking met de gemeenten op Walcheren en de 6 andere gemeentes in de Oosterschelderegio. Wij gingen een gezamenlijke overeenkomst aan voor de leertrajecten inburgering met gezamenlijk contractmanagement.

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Sociaal Domein - 9.3.5. Schuldhulpverlening en minimabeleid

Schuldhulpverlening en minimabeleid
In 2024 zetten we ons actief in voor vroegsignalering, schuldhulpverlening en de ondersteuning van minima. We voerden het beleidskader schuldhulpverlening uit en realiseerden een integrale aanpak, waarbij naast schuldenaanpak ook armoedebestrijding centraal stond. De samenwerking met SMWO, Vroegsignalering, Schuld Hulp Vrijwilligers van SHV Zeeland en de lokale schuldhulpverlening via ‘Verder’ werd opgezet en verder verstevigd. De behaalde resultaten binnen Vroegsignalering lagen hoger dan het landelijke gemiddelde, waarmee deze aanpak succesvol bleek in de gemeente. Ook de schuldhulpverlening door ‘Verder’ kende succes, met een slagingspercentage van 100%. Daarnaast ontstonden er in 2024 meer samenwerkingsverbanden en overlegvormen met ‘Verder’, wat bijdroeg aan een betere ondersteuning van inwoners.

We hanteerden een minimabeleid waarin diverse inkomensondersteunende regelingen centraal stonden. Elke regeling kende een inkomens- en soms een vermogensgrens. Huishoudens met een inkomen en vermogen onder deze grens kregen toegang tot de betreffende regeling.

In 2024 voerden we onderzoek uit naar armoedeproblematiek op Schouwen-Duiveland en het bereik van minimaregelingen. Hieruit bleek dat alleenstaanden, (alleenstaande) ouders met kinderen van 8 tot 13 jaar en 65-plussers tot de meest kwetsbare groepen behoorden. Wanneer deze doelgroepen geen gebruikmaakten van zowel lokale als landelijke regelingen, hadden zij nauwelijks bestedingsruimte. Om deze reden besloot uw raad in 2024 de inkomensgrenzen van vijf minimaregelingen te verruimen en de maximale bedragen voor het Volwassenfonds Sport en Cultuur en zwemlessen voor kinderen (5-18 jaar) te verhogen. Hierdoor kreeg een grotere groep, waaronder werkende armen, toegang tot extra ondersteuning.

We lanceerden het platform ‘Datgeldtvoormij’. Dit platform bood inwoners en intermediairs een online rekentool waarmee zij in één oogopslag inzicht kregen in hun aanspraak op zowel landelijke als lokale regelingen.

In het derde en vierde kwartaal zetten we een grootschalige communicatiecampagne op om de Collectieve Aanvullende Ziektekostenverzekering onder de aandacht te brengen. Daarnaast richtten we de campagne ook op het platform ‘Datgeldtvoormij’ en andere minimaregelingen, zodat meer inwoners bekend raakten met de beschikbare ondersteuning. Verder nam het college van burgemeester en wethouders in 2024 een besluit over wijzigingen in de uitvoering van de Collectieve Aanvullende Ziektekostenverzekering. De vermogensgrens werd losgelaten en er werd een Startpakket toegevoegd, zodat meer inwoners hiervan gebruik konden maken.

9.4 WAAR STAAN WE MET DE TRANSFORMATIE IN HET SOCIAAL DOMEIN?

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Sociaal Domein - 9.4 WAAR STAAN WE MET DE TRANSFORMATIE IN HET SOCIAAL DOMEIN?

De dynamiek in het sociaal domein blijft onveranderd hoog: er komt nog steeds nieuwe wet- en regelgeving naar gemeenten toe en de onderlinge relatie is groot. Om het geheel te overzien en aan te sturen is regie vanuit de gemeente hard nodig. We kunnen het niet alleen. Een goede samenwerking met onze partners en met de overige (Zeeuwse) gemeenten is noodzakelijk om onze doelen te behalen, kennis te delen en realistische afspraken te maken. Met dit alles in het achterhoofd, richtten we ons op de volgende hoofdlijnen:

1. Een (nog) betere kwaliteit van zorg en ondersteuning
a. We ontwikkelden een uitvoeringsplan voor de lokale toegang. We richtten ons hierbij op het verbreden van de toegang in verbondenheid met het welzijnsnetwerk op Schouwen-Duiveland. Dit uitvoeringsplan wordt in 2025 ter besluitvorming aan ons college voorgelegd en per raadsbrief aan u toegezonden.
b. We investeerden in de kwaliteit van de toegang op basis van de bedrijfsvoering, zoals datakwaliteit.
c. We investeerden in regionale samenwerking op het gebied van gezamenlijke inkoop en streven naar gerichte samenwerking op het gebied van beleid en uitvoering. In 2024 stond de governance van de inkoop voor Jeugd en Beschermd Wonen centraal, inclusief het aanbestedingstraject Jeugdhulp dat we in 2025 afronden. De inhoudelijke samenwerking liep via de Zeeuwse Samenwerking in het Sociaal Domein.

2. Integraal samenwerken
We startten het traject om te komen tot een nieuw beleidskader breed sociaal domein. De inhoudelijke koers is getoetst bij college, inwoners, uw raad en begin 2025 onze partners. We leggen dit beleidskader in 2025 aan u ter besluitvorming voor. Dit is inclusief sturingsmodel waar we nader in gaan op de wijze van uitvoeren van de kaders in integrale samenwerking met partners, inwoners en de gemeentelijke organisatie. De contouren van het beleidskader verbonden we aan het actualiseren van de gemeentelijke strategische visie ‘Tij van de Toekomst’. 
Een belangrijk onderdeel in de uitvoering van het beleidskader breed sociaal domein is de subsidie aan SMWO. In opdracht van de gemeenteraad startten we in 2024 samen met SMWO een traject om te komen tot een nieuwe opdracht aan SMWO gebaseerd op de visie vanuit het beleidskader breed sociaal domein, gekoppeld aan benodigde inzet en financiën. Dit resultaat leveren we in 2025 op.

3. Grip op financiën
Naast de inhoudelijke agenda blijft de focus de komende jaren liggen op het beheersen van de oplopende kosten binnen het sociaal domein. Voor de Wmo bleven we de maatregelen uitvoeren zoals opgenomen in het plan ‘Grip op de kosten Wmo’ met meer aandacht voor communicatie, uitwisseling tussen gemeenten en met andere gemeenten gezamenlijke data-analyse. We werkten hierbij samen met gemeenten in de Oosterscheldregio. Specifieke aandacht had de huishoudelijke hulp waarbij we samen met zorgaanbieders inzetten om het beroep op de huishoudelijke hulp te beheersen om zo personeel en geld beschikbaar te houden voor onze kwetsbare inwoners. In het kader van het aanbestedingstraject Jeugdhulp én onze verplichtingen vanuit de Hervormingsagenda ontwikkelden we met de 13 Zeeuwse gemeenten beheersmaatregelen die vanuit het nieuwe inkoopcontract, aanpassen van de verordening en ontwikkeling van Sterke Lokale Teams de komende jaren hun effect moeten gaan hebben. Vanuit de Participatiewet bleven we inzetten op het verhogen van de uitstroom en deden dat door het inzetten van het beschikbaar instrumentarium en samenwerking met de Zuidhoek en werkgevers. Op al deze drie de taken willen we in 2024 blijven inzetten op het beïnvloeden van de vraag naar specialistische hulp door een breder aanbod van alternatieve basisvoorzieningen te ontwikkelen.

Een manier om de oplopende kosten in het sociale domein tegen te gaan is het voorkomen en tegengaan van onrechtmatigheid en zorgfraude. We zijn hiervoor aangesloten bij het Informatieknooppunt zorgfraude. In 2024 startten we met het uitvoering geven aan het Zeeuwse beleidsplan zorgfraude, inclusief het aanstellen van toezichthouders. We stelden de kwartiermaker en de eerste toezichthouders aan.

4. Monitoren en analyseren
Informatie gestuurd werken blijft een belangrijk speerpunt voor de komende jaren, zodat we inhoudelijk en financieel goed geïnformeerd zijn en daardoor beter kunnen sturen. We hebben een monitor sociaal domein ontwikkeld, waarin verschillende indicatoren zijn opgenomen, die ons bedrijfsvoeringsinformatie geven over en laten zien hoe we er financieel voorstaan. In 2024 ontwikkelden we de monitor sociaal domein door, zodat we meer zicht krijgen in de mate waarin we toewerken naar de gewenste inhoudelijke resultaten. We doen dit stapsgewijs. De kwaliteit van de monitor is sterk afhankelijk van de toegankelijkheid, beschikbaarheid en juistheid van gegevens. We steken veel energie in het op orde (laten) brengen van de kwaliteit van de gegevens en de uitwisseling, zowel binnen de eigen organisatie als de samenwerkingsverbanden IJZ en SWVO. In 2024 hebben we ingezet om de datakwaliteit te verhogen en inzichtelijk te maken voor meer inzicht in onze toegang en de dagelijkse sturing daarop.

Paragraaf 10 Stads- en dorpsvisies

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 Stads- en dorpsvisies - Wat willen we bereiken?

P10.1 We voeren de dorpsvisie Burgh-Haamstede uit

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 Stads- en dorpsvisies - Wat willen we bereiken? - P10.1 We voeren de dorpsvisie Burgh-Haamstede uit

Wat deden we daarvoor?

P10.4 We voeren het Masterplan Renesse uit

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 Stads- en dorpsvisies - Wat willen we bereiken? - P10.4 We voeren het Masterplan Renesse uit

Wat deden we daarvoor?

P10.6 We voeren het Programma Zierikzee / Structuurvisie Zierikzee 2030 uit

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 Stads- en dorpsvisies - Wat willen we bereiken? - P10.6 We voeren het Programma Zierikzee / Structuurvisie Zierikzee 2030 uit

Wat deden we daarvoor?

Overzicht masterplannen

Investeringskredieten

Terug naar navigatie - Overzicht masterplannen - Investeringskredieten

Omschrijving (toelichting)

Excel-tabel

Investeringskredieten Jaarrekening Begroting
< 2023 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Totaal
Beschikbaar uit amendement begroting 2018 5.200.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 13.000.000
Beschikbaar uit amendement begroting 2019 2.800.000 700.000 700.000 700.000 700.000 700.000 700.000 7.000.000
Inzet lagere afschrijvingstermijn voor budgettaire ruimte
Beschikbaar uit amendement begroting 2021 3.750.000 1.875.000 1.875.000 1.875.000 1.875.000 1.875.000 1.875.000 15.000.000
Inzet budgettaire ruimte ter dekking rentelasten
Beschikbaar uit kadernota 2025-2028 (prijsstijgingen) 562.500 562.500 562.500 562.500 2.250.000
Toevoeging vanuit reserve strategische visie (via reserve dekking afschrijvingslasten) 525.000 525.000
Dekking vanuit stelpost prijsstijgingen 283.333 283.333 283.333 850.000
Totaal 11.750.000 3.875.000 4.158.333 5.245.833 4.720.833 4.437.500 4.437.500 38.625.000
Burgh-Haamstede:
Openbare ruimte Noordstraat/Ring/begin Weststraat Haamstede 82 199.530 1.219.744 2.080.354
Openbare ruimte Burghseweg, Burghse Ring, Kerkstraat, deel Hogeweg 78.564 785.643 1.143.443
Openbare ruimte Burghseweg/Weststraat 28.225 571.902 825.902
Hogeweg Burgh-Haamstede 184.857 1.848.571 2.634.571
Inprikker Burgh 3.440 702.329 451.165
Optimalisatie verkeersveiligheid Kloosterweg 104.900 1.339.077 1.658.818 1.000.000
Upgrade fietsenstalling nabij horecapleintje Westenschouwen inclusief oplaadplaats(en) voor elektrische fietsen 42.977
Herinrichting Torenweg 39.806 6.111 262.090
Quick win verfraaien rotondes en entrée's Burgh-Haamstede 260 184 5.000 10.146
Kruising Kloosterweg/Vertonsweg/Badweg (project in regie stuurgroep) 190.190
Bosplein en verkeersmaatregelen Kraaijensteinweg (project in regie stuurgroep) 229.741
Geluksmoment Burgh-Haamstede 7.328 77.910
Totaal Burgh-Haamstede 503.056 318.053 2.935.486 5.102.113 3.247.567 2.992.014 2.634.571 17.732.860
Scharendijke:
Dijktrap 42.502 173.036
Herinrichting Dorpsstraat 776.051
Aanvulling op uitvoering Recreatieverdeelweg 117.000
Herinrichting Bethlehemplein fase 2, inclusief beplanting en verlichting 667.332
Herinrichting Dijkstraat 897 272.826 526.975
Parkeerterrein Middelplaatstraat 40.000
Parkeren op voormalige gemeentewerf 8.509 644 304 180.544
Bethlehemplein; herinrichting kerktuin fase 1 253.312
Quickwin verbijzondering dorpsingang Akkerbloemstraat 19.240
Uitbreiding herinrichting Elkerzeeseweg met herinrichting kruising Putmeet 135.000
Totaal Scharendijke 2.058.946 174.577 273.130 707.519 0 0 0 3.214.172
Renesse
Hogezoom 1 tussen Kerkring en dorpspodium 505.241
Hogezoom 2 Watermeterplein en omgeving 603.370
Aanpassing kruising Hogezoom / Jan van Renesseweg 28.451
Aanvullend krediet Strandkerk en omgeving; Aanpassing Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan 306.625 543.375
Aanpassing Roelandsweg 10.673
Hogezoom deel 3 471.604
Kerkring 1.508.847 41.239
Aanleg rotonde aansluiting Roelandsweg/ingang Transferium 1.014 4.342 245.481 501.572
Kruispunt Jan van Renesseweg en Zeeanemoonweg 34.437
Kruispunt Jan van Renesseweg en Oude Moolweg 37.057
Fietsenstalling hoek Jan van Renesseweg en Zeeanemoonweg 35.543
Uitvoering verkeersstudie centrum Renesse 2023 53.746 16.295 14.959
Uitvoering verkeersstudie centrum Renesse 2024 50.159
Uitvoering verkeersstudie centrum Renesse 2025 160.000
Herinrichting VKH Fase 2 689.712 791.398
Herinrichting parkeerterrein aan de Laone 308.453
Totaal Renesse 3.751.370 1.328.072 962.139 420.440 501.572 0 0 6.963.593
Bruinisse:
Inrichting omgeving Dreef inclusief bibliotheek 856.061
Aanvullend krediet aanpassing Deestraat 354.313 258.641 6.846
Herinrichting Nieuwstraat 174.618
Herinrichting Oudestraat 449.679 202.973
Grond nabij Dreef 12 3.071
Totaal Bruinisse 1.480.358 560.357 258.641 6.846 0 0 0 2.306.202
Brouwershaven:
Reconstructie parkeerterrein Haven zuidkant 171.085 192.415
Herinrichting Markt Brouwershaven (inclusief Haven Noord- en Haven Zuidzijde) 1.772.861 39.317
Bebording in kern eenduidig en actueel maken 28.750
Haventerras 27.119
Brug/loopplank over Sluis Nieuwe haven 304.945
Maritiem Greenpoint (gemeentelijk deel) 63.123
Totaal Brouwershaven 2.168.048 39.317 171.085 221.165 0 0 0 2.599.615
Zierikzee:
Herinrichting stadspark Zaagmolen 351.129
Herstel en Herinrichting Wegvak: Trambaan-Julianastraat 182.650 218.650
Herstel en Herinrichting Wegvak: 2e deel Calandweg - Kruising Scheepstimmersdijk 212.000 253.757
Herstel en Herinrichting Wegvak: Scheepstimmerdijk - Duiker 't Sas 213.000 257.761
Herinrichting omgeving Borrendamme 0 110.000
Herinrichting Poststraat 313.794
Herinrichting Schuithaven 150.000 266.048
Herinrichting Weststraat/Balie 602.795 953.727
Herinrichting Lange Nobelstraat 100.466 120.466
Optimaliseren gemeentelijke vervallen schuur en omgeving van de Schaapskooi 3.022 79.478
Totaal Zierikzee 313.794 0 3.022 1.901.052 2.050.409 120.466 0 4.388.743
Noordgouwe:
Herinrichting parkeervoorziening dorpshuis 42.685
Totaal Noordgouwe 42.685 0 0 0 0 0 0 42.685
Kerkwerve:
Verlichting oefenterrein SV WIK 55.835
Totaal Kerkwerve 55.835 0 0 0 0 0 0 55.835
Ellemeet:
Doorontwikkeling speelveld 22.556
Fase 2 sport en speelterrein 32.000
Totaal Ellemeet 22.556 0 0 32.000 0 0 0 54.556
Sirjansland:
Uitvoering werkzaamheden centrumgebied 0 251.165 576.165
Totaal Sirjansland 0 0 0 251.165 576.165 0 0 827.330
Zonnemaire:
Aanleg Buurtplek 36.685
Totaal Zonnemaire 36.685 0 0 0 0 0 0 36.685
Dreischor:
Herinrichting Ring 8.911 56.089
Totaal Dreischor 8.911 56.089 0 0 0 0 0 65.000
Totaal 10.442.244 2.476.465 4.603.503 8.642.300 6.375.713 3.112.480 2.634.571 38.287.276
Verschil 1.307.756 1.398.535 -445.170 -3.396.467 -1.654.880 1.325.020 1.802.929 337.724

Exploitatiebudgetten

Terug naar navigatie - Overzicht masterplannen - Exploitatiebudgetten

Omschrijving (toelichting)

Excel-tabel

Explotatiebudgetten/kapitaallasten Jaarrekening Begroting
< 2023 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Beschikbaar uit amendement begroting 2018 800.000 400.000 480.000 560.000 640.000 720.000 800.000 800.000
Beschikbaar uit amendement begroting 2019 258.000 172.000 215.000 258.000 301.000 344.000 387.000 430.000
Inzet lagere afschrijvingstermijn voor budgettaire ruimte -152.420 -157.495 -162.495 -162.495 -164.775 -164.775 -164.775 -164.775
Beschikbaar uit amendement begroting 2021 1.000.000 1.000.000 1.000.000 950.000 925.000 900.000 875.000 850.000
Inzet budgettaire ruimte ter dekking rentelasten 129.000 129.000 129.000
Beschikbaar uit kadernota 2025-2028 2.000 24.000 54.000 73.000 110.000
Toevoeging vanuit reserve strategische visie (via reserve dekking afschrijvingslasten) 30.009 30.009 30.009 30.009
Dekking vanuit stelpost prijsstijgingen 48.586 48.586 48.586 48.586
Totaal 1.905.580 1.414.505 1.532.505 1.607.505 1.803.820 2.060.820 2.177.820 2.232.820
Burgh-Haamstede:
Promotie en marketing kunst, cultuur en erfgoed 5.814
Opstellen verkeers(circulatie)plan Haamstede-Burgh-Westenschouwen 53.589
Stedenbouwkundig plan / beeldkwaliteitsplan centrum Burgh-Haamstede 89.320 30.633 21.366
Aanvullende onderzoeken dorpsvisie Burgh-Haamstede 86.072
Kruispunten Hogeweg 28.669
Voorbereidingskosten Kop Haamstede 750 14.708 35.000
Onderzoek inprikker Burgh 33.500
Onderzoek optimalisatie Kloosterweg 51.655 22.707
Externe projectmanager 58.200 61.082 48.704 56.332
Opstellen draaiboek en uitvoering participatievoorstel 42.820 9.180
Ondersteunend budget participatie Burgh Haamstede 8.624 9.180 1.210
Onderzoekskosten Noordstraat 34-36 8.221
Voorzichterschap en ondersteuning projecten kunst, cultuur en erfgoed 11.130 5.000 21.250 17.432
Pilot mobiliteitshub 25.948 578
Opfrisbeurt centrum Burg en centrum Haamstede voor aanvang seizoen 2022 15.388 11.614 4.803
Ondersteuning werkgroepen vormgeving participatieproces 23.000 30.000
Ondersteuning Ondernemersvereniging Burg-Haamstede voor uitvoering Dorpsvisie 15.000
Voorzitterschap 1.500 20.000 53.800
Diverse projecten uitvoering Programma Kunst, Cultuur en Erfgoed 2.000
Bijdrage dorpsraad participatie 7.500 7.500 7.500 7.500
Totaal Burgh-Haamstede 496.261 204.660 147.717 194.640 7.500 7.500 7.500 0
Scharendijke:
Aanpassen pand JOP 10.000
Onderzoek en verkenning fietsroute op de dijk 25.000
Onderzoek en planuitwerking Blauwe Boulevard 50.000
Totaal Scharendijke 10.000 0 75.000 0 0 0 0 0
Renesse
Opstellen verkeersplan 33.680
Verkeerstellingen na aanpassing Roelandsweg 6.902
Onderzoek aanleg rotonde aansluiting Roelandsweg/ingang Transferium 4.700 15.640
Ondersteunend budget participatie Renesse 14.946 48.582
Aanvullend onderzoek fietsstraat Laone 25.000
Totaal Renesse 45.282 14.946 89.222 0 0 0 0 0
Bruinisse:
Vervangen of verwijderen hekwerk en optimaliseren groen en bestrating rondom de Pul 4.475
Evaluatie en afsluiting Masterplan Bruinisse 10.000
Onderzoek gebruik OV halte Deltastraat 39.753
Aankleding havenplateau
Verkeersmaatregelen algemeen 55.119
Totaal Bruinisse 44.228 0 65.119 0 0 0 0 0
Brouwershaven:
Bedrijventerrein middels groenvoorziening vriendelijker uitstraling geven
Onderhoud en opknappen havenhoofd 18.000
Zichtbaar maken en opknappen wallen en redoutes 5.250
Ontwikkelperspectief Grote Kerk en omgeving 69.000
Totaal Brouwershaven 5.250 0 87.000 0 0 0 0 0
Zierikzee:
Marktverkenning- en concultatie stadspoorten 53.050
Totaal Zierikzee 0 0 53.050 0 0 0 0 0
Noordgouwe:
Onderzoek naar parkeren Ring
Opstellen uitvoeringsprogramma 27.559
Totaal Noordgouwe 0 0 0 0 0 27.559 0 0
Kerkwerve:
Voetbalkooi 4.602
Totaal Kerkwerve 4.602 0 0 0 0 0 0 0
Sirjansland:
Opstellen ontwerp centrumgebied 42
Right to challenge 26.993
Totaal Sirjansland 0 0 27.035 0 0 0 0 0
Oosterland:
Opstellen dorpsvisie 26.525
Totaal Oosterland 0 0 0 26.525 0 0 0 0
Ouwerkerk:
Onderzoek bestemming sportpark 't Eultje 6.415
Opstellen dorpsvisie 26.525
Cofinanciering aanvraag haalbaarheidsonderzoek Sportpark 't Eultje: Biodiversiteit & Energietransitie 5.000
Totaal Ouwerkerk 0 0 11.415 0 26.525 0 0 0
Zonnemaire:
Verkeersstudie 5.424 3.678 17.000
Totaal Zonnemaire 5.424 3.678 28.415 0 26.525 0 0 0
Dreischor:
Opstellen en realiseren verkeerscirculatie- en parkeerplan 10.590
Speeltoestellen De Klimop
Ondersteunen initiatief Kabouterbos 1.000
Ondersteunen inititatief Rondje Dreischor 1.000
Voetbalkooi schoolplein basisschool 4.380
Aanleg jeu de boulesbaan
Totaal Dreischor 16.970 0 0 0 0 0 0 0
Algemeen:
Het realiseren van dorpsboomgaarden 20.000 57.969
Externe kosten versterking advies-, stads-, dorps- en wijkraden 45.000
Totaal algemeen 0 20.000 57.969 45.000 0 0 0 0
Totale exploitatiekosten 628.017 243.284 641.942 266.165 60.550 35.059 7.500 0
Totale kapitaallasten investeringen 60.776 339.879 670.026 875.110 1.151.370 1.593.260 1.697.320 1.895.319
Totaal 688.793 583.163 1.311.968 1.141.275 1.211.920 1.628.319 1.704.820 1.895.319
Verschil 1.216.787 831.342 220.537 466.230 591.900 432.501 473.000 337.501

Paragraaf 11 Wet open overheid

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 11 Wet open overheid - Ontwikkelingen

De Wet open overheid (hierna: Woo) is ingegaan per 1 mei 2022. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) en bevat zowel openbaarmaking uit eigen beweging als openbaarmaking op verzoek. Onder actieve openbaarmaking valt de inspanningsverplichting en de openbaarmaking van verplichte informatiecategorieën.

De wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Door open en transparant te zijn, wordt er maatschappelijk draagvlak gecreëerd voor bijvoorbeeld beleidskeuzes. Maar ook zorgt het voor vertrouwen in de overheid en een goede werking van de democratie.

De invoering van de Woo betekent dat we als gemeente een elftal informatiecategorieën actief openbaar moeten maken.  Dit gebeurt in vier tranches. De eerste tranche is op 1 november 2024 ingegaan.  Het gaat hierbij om informatie over de organisatie, de werkwijze (waaronder de taken en bevoegdheden) en de bereikbaarheid van het bestuursorgaan en haar organisatieonderdelen. Gemeente Schouwen-Duiveland voldoet aan deze verplichting.

Het is nog niet bekend wanneer de actieve openbaarmakingsverplichting voor de volgende drie tranches precies ingaat, dit gebeurt per Koninklijk Besluit. 

Wat hebben we hiervoor gedaan

Terug naar navigatie - Paragraaf 11 Wet open overheid - Wat hebben we hiervoor gedaan

We voeren de implementatie van de Woo voor actieve openbaarmaking projectmatig uit en huren hiervoor landelijke expertise in om ons op inhoud en uitvoering te adviseren en te ondersteunen. We brachten onze startpositie in kaart met betrekking tot het actief openbaar maken van documenten door onze gemeente. Hierdoor hebben wij inzichtelijk welke documenten wij al actief openbaar maken en welke nog actief openbaar gemaakt moeten worden. Daarnaast implementeerden we de benodigde anonimiseringssoftware, maakten we een keuze voor een publicatieplatform en voerden we een bewustwordingsscan uit onder alle medewerkers.