Kosten- en opbrengststijging
In de grondexploitaties houden we rekening met onderstaande kosten- en opbrengstenstijgingen:
- Kostenstijging 2027–2030: 2,0%
- Opbrengst stijging 2027–2030: 1,0%
Bij de herziening van de grondexploitaties bij het opstellen van de jaarrekening 2025 is voor de jaarschijf 2026 rekening gehouden met 2% kostenstijging. Het blijkt dat de kostenstijging voor het bouw- en woonrijp maken ongeveer uitkomt op 9,5% in 2026. Deze grote stijging komt met name door de oorlog in het Midden-Oosten waardoor de prijs van asfalt enorm is gestegen. De stijging van de prijs voor asfalt heeft grote invloed op het prijsindexcijfer grond-, weg- en waterbouw (GWW). Als gevolg hiervan neemt de winst van een aantal positief sluitende grondexploitaties af met ongeveer € 63.000. Daarnaast neemt het verlies van een aantal negatief sluitende grondexploitaties toe met ongeveer € 361.000. Hiervoor dient de voorziening bouwgrondexploitatie te worden verhoogd ten laste van de reserve woonconcepten en de algemene reserve ontwikkelingsbedrijf. Op grond van bestendige gedragslijn verwerken we dit bij de eerstvolgende herziening van de grondexploitaties bij het opstellen van de jaarrekening 2026.
Rente
Omdat wij de grondexploitaties 1 keer per jaar herzien (tijdens het opstellen van de jaarrekening) is voor de rente aangesloten bij het percentage zoals gebruikt bij de jaarrekening 2025, 2,7%. Bij de herziening van de grondexploitaties voor de jaarrekening 2026 hanteren wij ook de 2,7% die is opgenomen in de uitgangspunten voor de begroting 2027-2030. De disconteringsvoet voor de negatief sluitende plannen voor het bepalen van de hoogte van de verliesvoorziening bedraagt 2,0%, volgens de notitie grondbeleid van de Commissie Besluit Begroting en Verantwoording.
Grondprijzen
De bouwgrondprijzen worden jaarlijks vastgesteld via de grondprijsbrief. De in de grondprijsbrief opgenomen prijzen toetsen we aan de huidige marktsituatie. Eind 2026 volgt het advies voor het vaststellen van de grondprijsbrief 2027.
Plancapaciteit woningbouw
De regionale woningmarktafspraken met de provincie Zeeland en de Woondeal Zeeland vormen het kader voor de woningbouwopgave op Schouwen-Duiveland. Deze afspraken bieden ruimte voor de realisatie van 1.615 woningen, waaronder 300 woningen voor jongeren en ouderen en 235 woningen boven de regionale woningbehoefte tot 2030. We zetten daarbij in op voldoende betaalbare, passende en toekomstbestendige woningen die aansluiten bij de woonbehoefte van onze inwoners. In 2027 wordt dit afsprakenkader herijkt en verlengd tot 2035.
De mogelijkheid om 235 woningen boven de regionale behoefte te realiseren is gekoppeld aan een transitieopgave. Omdat de toekomstige woningbehoefte lager is ingeschat dan de gewenste plancapaciteit, is met de provincie afgesproken dat de gemeente anticipeert op een eventuele toekomstige overcapaciteit in de woningvoorraad. Daarom is in 2022 het transitiefonds ingesteld. Dit fonds maakt de extra woningbouw boven de regionale behoefte mogelijk en biedt de financiële basis om, als de woningbehoefte daar in de toekomst om vraagt, woningen uit de markt te nemen. Hiermee spelen we tijdig in op een mogelijke toekomstige sloop- en herstructureringsopgave, terwijl we nu voldoende ruimte creëren om in de huidige woningvraag te voorzien. Daarbij geven we prioriteit aan structuurversterkende locaties en werken we met een adaptieve woningbouwprogrammering, waarbij woningbouwplannen periodiek worden herijkt op basis van de actuele woningbehoefte. Het transitiefonds evalueren we in 2026.
De Natura-2000 gebieden Kop van Schouwen, Voordelta, Oosterschelde en Grevelingen zijn van grote ecologische waarde, maar beperken tegelijkertijd de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. De aangescherpte stikstofjurisprudentie zet de uitvoerbaarheid van met name woningbouwprojecten verder onder druk. Daarom brengen we de stikstofeffecten al in een vroeg stadium van nieuwe initiatieven in beeld en zoeken wij waar nodig afstemming met de provincie Zeeland en andere betrokken partijen. Zo vergroten we de kans dat woningbouwprojecten binnen de geldende wet- en regelgeving doorgang vinden. Tegelijkertijd blijft de stikstofproblematiek een belangrijke risicofactor voor de planning, uitvoerbaarheid en kosten van ruimtelijke ontwikkelingen.
Bedrijventerreinenprogramma
Het nieuwe bedrijventerreinenprogramma is in 2025 vastgesteld. We zetten in op het doorontwikkelen van sterke sectoren, duurzaamheid, een optimaal ondernemersklimaat en een balans op de arbeidsmarkt. Nieuwe bedrijven vestigen zich op het nieuw te realiseren bedrijventerrein Zierikzee Oost en bedrijven op bestaande kleinschalige bedrijventerreinen hebben onder voorwaarden een beperkte uitbreidingsruimte.
Voor de periode 2024 tot en met 2035 verwachten we een totale ruimtevraag vanuit reguliere bedrijventerreinsectoren van ongeveer 11 tot 20 hectare. Volgens het bedrijventerreinenprogramma is er in de periode 2024 tot en met 2032 een ruimtevraag van gemiddeld 0,8 tot 1,5 hectare per jaar. Voor de periode 2033 tot en met 2035 gemiddeld 0,5 tot 1,5 hectare per jaar.
In 2026 is de laatst beschikbare gemeentelijke bouwgrond geleverd op bedrijventerrein Gouwepoort. Er is weinig leegstand op de bedrijventerreinen.
Ten behoeve van het beoogde nieuwe bedrijventerrein "Zierikzee Zuidoost" is de structuurvisie Zierikzee aangepast en wordt in het najaar van 2026 een wijziging van het omgevingsplan ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.