Paragrafen

Paragraaf 1 Lokale heffingen

1.1 ALGEMEEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - 1.1 ALGEMEEN

Lokale heffingen zijn een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. In deze paragraaf geven we inzicht in de opbrengsten uit lokale heffingen, de ontwikkeling van de tarieven en de gevolgen voor de lokale lastendruk. We maken onderscheid tussen heffingen waarvan de opbrengst is bedoeld om specifieke kosten te dekken, zoals de rioolheffing en afvalstoffenheffing, en algemene belastingen, zoals de onroerendezaakbelastingen, toeristenbelasting en forensenbelasting. Deze inkomsten dragen bij aan het voorzieningenniveau en de uitvoering van gemeentelijke taken.

1.2 GEMEENTELIJK BELEID 2027-2030

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - 1.2 GEMEENTELIJK BELEID 2027-2030

Uitgangspunt is dat de tarieven voor gemeentelijke belastingen en rechten jaarlijks worden aangepast met de vastgestelde indexering. Voor 2027 bedraagt deze indexering 3,15%. Voor kostendekkende heffingen, zoals de rioolheffing en afvalstoffenheffing, geldt dat de tarieven worden gebaseerd op de geraamde kosten. In het coalitieakkoord 2026 - 2030 is opgenomen dat de gemeente financieel gezond wil blijven en inkomsten en uitgaven meer in evenwicht wil brengen. Dat vraagt om een zorgvuldige afweging van de lokale lastendruk, het gewenste voorzieningenniveau en de financiële positie van de gemeente.  Verder wordt in 2026 een nieuw Gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) vastgesteld. Welke gevolgen dat heeft voor de tarieven rioolheffingen, was bij het opstellen van deze paragraaf nog niet bekend.

1.3 GERAAMDE INKOMSTEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - 1.3 GERAAMDE INKOMSTEN

Onderstaand overzicht toont de geraamde opbrengsten van de belangrijkste lokale heffingen in meerjarig perspectief. Ter vergelijking zijn ook de meest recente realisatiecijfers en begrotingsramingen opgenomen.

(bedragen x € 1.000) Realisatie 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
Onroerende-zaakbelastingen 11.914 12.339 12.825 13.345 13.836 14.348
Afvalstoffenheffing / Reinigingsrecht 5.355 5.445 5.601 5.785 5.956 6.135
Rioolheffing 7.568 7.713 7.862 8.015 8.171 8.330
Landtoeristenbelasting 9.657 10.253 12.986 13.324 13.626 13.934
Watertoeristenbelasting 316 363 460 472 483 494
Forensenbelasting 4.130 3.999 4.125 4.261 4.386 4.518
Parkeerbelasting 2.815 2.432 2.790 2.882 2.967 3.056
Bedrijfsinvesteringszone (BIZ) 365 135 66 0 0 0
Precariobelasting 107 166 125 129 132 136
Totaal: 42.227 42.845 46.840 48.213 49.557 50.951

1.4 BELEIDSVOORNEMENS PER HEFFING

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - 1.4 BELEIDSVOORNEMENS PER HEFFING

In 2027 worden de meeste gemeentelijke belastingen en rechten verhoogd met de vastgestelde indexering van 3,15%. Voor de rioolheffingen geldt dat aan de hand van het in 2026 nieuw vast te stellen GRP de tarieven voor 2027 worden bepaald. Omdat deze nog niet bekend zijn, gaan we in deze paragraaf uit van de tarieven voor 2026, geïndexeerd met 1,9% (op basis van het vGRP 2022 – 2026).

In het coalitieakkoord 2026 - 2030 is opgenomen dat de toeristenbelasting wordt verhoogd, waarbij we de sector voor een periode van minimaal vier jaar duidelijkheid geven over de hoogte van de toeristenbelasting. De raad heeft deze verhoging vastgesteld: het tarief toeristen- en watertoeristenbelasting 2027 bedraagt € 2,61 per persoon per overnachting/etmaal, een extra verhoging van € 0,49 ten opzichte van het eerder voorgestelde tarief. Deze extra verhoging blijft tot en met 2030 nominaal ongewijzigd; in die periode indexeren we uitsluitend het basistarief.

De hiermee gerealiseerde extra opbrengst zetten we via de nieuwe bestemmingsreserve "Investeringen Agenda Toerisme" in voor investeringen vanuit de Agenda Toerisme. Deze reserve blijft ook na 2030 bestaan en wordt structureel gevoed met de dan geldende meeropbrengst. Het verloop van de reserve is opgenomen in het overzicht reserves. We werken de spelregels van de reserve nader uit en stemmen met de recreatiesector een investeringsagenda en convenant af.

Daarnaast onderzoeken we in deze raadsperiode of aanvullende maatregelen nodig zijn om inkomsten en uitgaven meer in evenwicht te brengen. Het gaat onder meer om een mogelijke verhoging van de OZB en forensenbelasting en het verruimen van betaald parkeren. Als verhogingen nodig zijn, is het uitgangspunt dat de belastingtarieven van Schouwen-Duiveland onder het Zeeuwse gemiddelde blijven.

Voor de OZB en de forensenbelasting geldt dat de definitieve tarieven mede afhankelijk zijn van de ontwikkeling van de WOZ-waarden. Na afronding van de herwaardering stelt de raad de tarieven definitief vast.

Hieronder een tabel met de ontwikkeling van de belangrijkste belastingtarieven.

Afvalstoffenheffing
Tarieven (in €) 2025 2026 2027
Eenpersoonshuishouden 225,50 230,12 237,37
Meerpersoonshuishouden 286,70 292,58 301,80
Bedrag per lediging van de rolcontainer 7,62 7,78 8,03
Bedrag per aanbieding ondergrondse container 1,89 1,93 1,99
Rioolheffing
Tarieven (in €) 2025 2026 2027
Zakelijk recht (per eigendom) 191,32 194,95 198,66
Gebruiker 73,92 75,32 76,76
+ per m3 boven 200m3 2,59 2,64 2,69
Onroerende-zaakbelastingen
Tarieven (in % van de WOZ-waarde) 2025 2026 2027
Zakelijk recht woningen 0,0948 0,0912 0,0941
Zakelijk recht niet-woningen 0,2442 0,2383 0,2458
Gebruik niet-woningen 0,1966 0,1918 0,1978
Forensenbelasting
Tarieven (in €) 2025 2026 2027
Tarief 0,3024% 0,3086% 0,3183%
(Water)toeristenbelasting
Tarieven (in € ) 2025 2026 2027
Per persoon per nacht 2,02 2,06 2,61
Vaste jaar- of seizoenplaats 371,68 379,04 480,24
Voorseizoenarrangement 165,64 168,92 214,02
Naseizoenarrangement 129,28 131,84 167,04
Maandarrangement juni 50,90 51,91 65,77
Maandarrangement september 50,90 51,91 65,77
Vaartuig 4 - 7 meter op vaste ligplaats 65,22 79,10 100,22
Vaartuig 7,01 - 12 meter op vaste ligplaats 98,85 105,47 133,63
Vaartuig langer dan 12 meter op vaste ligplaats 150,21 131,84 167,04
Parkeerbelasting
Tarieven (in €) 2025 2026 2027
Tarief 1 2,85 2,90 3,00
Tarief 2 2,15 2,20 2,30
Bezoekersvergunning 34,60 35,30 36,40

Onroerende-zaakbelastingen (OZB) 
De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. Daarnaast wordt, zoals opgenomen in het coalitieakkoord, onderzocht of een aanvullende verhoging nodig is. De definitieve tarieven worden vastgesteld na afronding van de herwaardering van de WOZ-waarden.

Toeristenbelasting 
De tarieven voor de toeristenbelasting en watertoeristenbelasting voor 2027 zijn door de raad op 27 augustus 2026 vastgesteld; zie de toelichting hierboven.

Forensenbelasting
Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd. Daarnaast wordt onderzocht of een aanvullende verhoging nodig is. De definitieve tarieven worden vastgesteld na afronding van de herwaardering van de WOZ-waarden.

Parkeerbelasting 
Het parkeerbeleid wordt geëvalueerd. Daarbij onderzoeken we of betaald parkeren kan worden verruimd en of parkeertarieven meer kunnen bijdragen aan het reguleren van verkeersstromen en het genereren van inkomsten.

Precariobelasting 
Geen bijzonderheden.

Rioolheffing
Voor 2027 gelden de tarieven op basis van het door u in 2026 vast te stellen nieuwe vGRP.

Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten
De tarieven worden vastgesteld op basis van kostendekkendheid.

1.5 KOSTENONDERBOUWING HEFFINGEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - 1.5 KOSTENONDERBOUWING HEFFINGEN

Voor rechten en heffingen geldt dat de geraamde opbrengsten niet hoger mogen zijn dan de geraamde kosten. In dit onderdeel geven we per heffing inzicht in de kostendekkendheid. De berekeningen zijn gebaseerd op de geraamde baten, lasten en toe te rekenen kosten, zoals overhead en btw. Het gaat om de volgende heffingen: 

•    Scheepvaartrechten 
•    Rioolheffingen 
•    Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 
•    Lijkbezorgingsrechten 
•    Leges
•    Naheffingsaanslag parkeerbelasting

Hierna maken wij per heffing het percentage kostendekkendheid inzichtelijk en geven we een korte tekstuele toelichting.  

Scheepvaartrechten
De gemeente beheert verschillende havens. De kosten bestaan vooral uit personeelslasten, onderhoud en kapitaallasten. De opbrengsten bestaan uit scheepvaartrechten en vergoedingen voor nutsvoorzieningen. Privaatrechtelijke baten uit vaste ligplaatsen zijn niet meegenomen in de fiscale kostendekkendheid.

Kostenonderbouwing scheepvaartrechten 2027 (bedragen x € 1.000)
Baten 934
Lasten taakvelden:
2.3 Recreatieve havens 597
2.4 Economische havens en waterwegen 432
Netto lasten taakvelden 1.029
Toe te rekenen kosten:
Overhead 64
Totale lasten 1.093
Dekkingspercentage 85%

Rioolheffingen
De rioolheffingen worden kostendekkend geraamd. De tarieven zijn gebaseerd op de geraamde lasten voor riolering, inclusief toe te rekenen kosten en mutaties in de voorziening.

Kostenonderbouwing rioolheffingen 2027 (bedragen x € 1.000)
Opbrengst heffingen 7.862
Lasten taakvelden:
2.1 Verkeer en vervoer 332
6.3 Inkomensregelingen 41
7.2 Riolering 6.583
Netto lasten taakvelden 6.956
Toe te rekenen kosten:
Overhead 321
BTW 1.267
Dotatie voorziening -682
Totale lasten 7.862
Dekkingspercentage 100%

Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten
De afvalstoffenheffing en reinigingsrechten worden kostendekkend geraamd. De lasten en baten voor gemeentereiniging worden budgettair neutraal verwerkt via de voorziening vuilverwerking.

Kostenonderbouwing afvalstoffenheffing 2027 (bedragen x € 1.000)
Opbrengst heffingen 5.362
Lasten taakvelden:
6.3 Inkomensregelingen 93
7.3 Afval 4.331
Netto lasten taakvelden 4.424
Toe te rekenen kosten:
Overhead 508
BTW 386
Dotatie voorziening 44
Totale lasten 5.362
Dekkingspercentage 100%
Kostenonderbouwing reinigingsrechten 2027 (bedragen x € 1.000)
Opbrengst heffingen 239
Lasten taakvelden:
7.3 Afval 190
Netto lasten taakvelden 190
Toe te rekenen kosten:
Overhead 14
BTW 35
Dotatie voorziening
Totale lasten 239
Dekkingspercentage 100%

Lijkbezorgingsrechten
De kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten blijft ruim onder de 100%. De tarieven worden jaarlijks aangepast volgens het vastgestelde beleid.

Kostenonderbouwing lijkbezorgingsrechten 2027 (bedragen x € 1.000)
Baten 622
Lasten taakvelden:
7.5 Begraafplaatsen en crematoria 742
Netto lasten taakvelden 742
Toe te rekenen kosten:
Overhead 179
Totale lasten 921
Dekkingspercentage 68%

Leges
Voor de leges geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid op verordeningsniveau, met een risicomarge van 5%. Binnen de wettelijke kaders wordt kruissubsidiëring toegepast. Voor hoofdstuk 3 van de tarieventabel gelden beperkingen vanwege de Europese dienstenrichtlijn.

Op het moment van opstellen van deze begroting was de definitieve berekening van de kostendekkendheid van de leges nog niet afgerond. Om die reden is de volledige berekening van de kostendekkendheid niet in deze paragraaf opgenomen. De berekening wordt betrokken bij het afzonderlijke voorstel tot vaststelling van de Legesverordening 2027 en de daarbij behorende tarieventabel. In dat voorstel wordt de kostendekkendheid van de leges inzichtelijk gemaakt, inclusief de geraamde baten, de aan de leges toe te rekenen lasten en de gehanteerde uitgangspunten voor de kostentoerekening. Bij de vaststelling van de legestarieven wordt erop toegezien dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De definitieve berekening en de daaruit voortvloeiende tarieven worden derhalve aan de gemeenteraad voorgelegd bij het voor 12 december 2026 te agenderen voorstel tot vaststelling van de Legesverordening 2027.

Naheffingsaanslag parkeerbelasting
De kosten van de naheffingsaanslag verhogen wij in principe volgens het voor 2027 geldende wettelijk maximum tarief. Uitgaande van 4.800 op te leggen naheffingsaanslagen in 2027 ramen wij de verwachte inkomsten niet hoger dan de lasten ter zake.

Kostenonderbouwing naheffingsaanslag parkeren 2027 (bedragen x € 1.000)
Opbrengst heffingen 394
A. Vaste informatieverwerkingskosten 39
B. Variabele informatiewerkingskosten 0
C. Kosten van afschrijving 183
D. Kosten van interest 26
E. Personeelskosten 139
Opbrengsten taakveld 0
Netto lasten taakveld (2.2) 387
Toe te rekenen kosten:
F. Overhead 7
Netto lasten taakveld (2.2) 394
Dekkingspercentage 100%

1.6 VERGELIJKEND OVERZICHT WOONLASTEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - 1.6 VERGELIJKEND OVERZICHT WOONLASTEN

De gemiddelde woonlasten van een eenpersoonshuishouden met een eigen woning:

De gemiddelde woonlasten van een meerpersoonshuishouden met een eigen woning:

De gemiddelde woonlasten van een eenpersoonshuishouden met een huurwoning:

De gemiddelde woonlasten van een meerpersoonshuishoudens met een huurwoning:

Bovenstaande belastingtarieven zijn op basis van de huidige opbrengsten in deze begroting tot stand gekomen. 

1.7 KWIJTSCHELDINGSBELEID

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - 1.7 KWIJTSCHELDINGSBELEID

Gemeenten kunnen op grond van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding verlenen voor gemeentelijke heffingen. De gemeente verleent kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing, met uitzondering van extra aangevraagde containers, en voor het gebruikersdeel van de rioolheffing, met uitzondering van extra waterverbruik.

Alleen natuurlijke personen komen voor kwijtschelding in aanmerking. De kwijtscheldingsnorm bedraagt 100%. Een deel van de aanvragen wordt geautomatiseerd getoetst via de Stichting Inlichtingenbureau. De overige aanvragen worden handmatig beoordeeld.

De uitgaven als gevolg van kwijtschelding zijn meerjarig begroot op € 135.806 per jaar. 

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

2.1 BEGRIPPEN, PROVINCIAAL TOEZICHT EN REGELGEVING

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.1 BEGRIPPEN, PROVINCIAAL TOEZICHT EN REGELGEVING

De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing bestaat uit:

  • Het gemeentelijke beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • Een overzicht van reserves en voorzieningen om risico’s af te wenden;
  • Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • Een inventarisatie van de risico’s.

In deze paragraaf gaan we in op de ontwikkelingen van deze vier punten.

2.3 VOORZIENING OM RISICO’S AF TE WENDEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.3 VOORZIENING OM RISICO’S AF TE WENDEN

We voorzien risico’s in het niet ontvangen van betalingen voor geleverde diensten, belastingen en andere baten of terugbetalingen van uitkeringen voor bijvoorbeeld levensonderhoud. Hiervoor zijn twee financiële voorzieningen gevormd. Op basis van vaste rekenmethodieken wordt de omvang bepaald en gevoed uit de exploitatie.
Verder is er een voorziening gevormd ter dekking van kwantificeerbare financiële risico’s binnen de bouwgrondexploitatie.

2.4 ONZE RISICO’S

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.4 ONZE RISICO’S

Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een gevolg voor de organisatie. Met behulp van een risicomanagementinformatiesysteem prioriteert, analyseert en beoordeelt de gemeentelijke organisatie risico's op systematische wijze. Op basis van de inventarisatie is een risicoprofiel opgesteld. Het onderstaande overzicht toont de tien grootste financiële risico's en de som van de overige risico’s. Onderaan de tabel is het totaalbedrag voor deze overige risico’s opgenomen.

Alle voor ons bekende relevante risico's zijn opgetekend. Wij onderzochten wat de beheersmaatregelen zijn en wat vervolgens de restrisico's zijn (impact). De restrisico's zijn qua hoogte gecategoriseerd in vijf rubrieken:
5   > € 500.000
4    € 250.000 - ≤ € 500.000
3    € 100.000 -≤ € 250.000
2    € 25.000 -≤ € 100.000
1    < € 25.000
We hebben ons ook de vraag gesteld hoe vaak kan zich het risico voordoen in een bepaalde periode (kans).

Verwachte frequentie dat het risico zich voordoet Kans
Risico doet zich minder dan 1 maal per 10 jaar voor 1
Risico doet zich 1 maal per 5-10 jaar voor 2
Risico doet zich 1 maal per 2-5 jaar voor 3
Risico doet zich 1 maal per 1-2 jaar voor 4
Risico doet zich 1 maal per jaar voor 5

Met deze twee parameters is de kans maal impact te berekenen en dus ook de hoogte van de totale risico's dat afgedekt moet worden met eigen vermogen. Om meer inzicht te krijgen in de spreiding van de risico’s naar kans, optreden en gevolg, gebruiken we de risicokaart (zie hieronder). De nummers geven de aantallen risico’s weer die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Dit maakt inzichtelijk hoe de risico’s zijn verdeeld over het groene, oranje en rode gebied.

Risicomatrix
Risico Impact 5 - > € 500.000 6 1 1
4 - € 250.000 - ≤ € 500.000 1 2 1
3 - € 100.000 - ≤ € 250.000 1
2 - € 25.000 - ≤ € 100.000 3
1 - < € 25.000 1
1 - Onwaarschijnlijk 2 - Mogelijk 3 - Aannemelijk 4 - Waarschijnlijk 5 - Zeker
Risico Waarschijnlijkheid

Een risicoscore in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Risico’s die in het oranje gebied zitten vragen om aandacht. Ze vormen individueel nog geen reëel gevaar voor de continuïteit van de organisatie, maar naarmate de tijd vordert, kan het risico wel een bedreiging gaan vormen.  Risico's in het rode gebied hebben door de financiële omvang een grote impact.  Door beheersmaatregelen te treffen houden we zoveel als mogelijk grip op de risico's. 

Risico Waarschijnlijkheid Financieel gevolg in € Financieel gevolg weging in €
1 Schadeclaims nvt nvt 1.114.000
2 Als gevolg van incidenten zoals branden,wateroverlast, ernstige ongelukken en infectieziekten is de kans dat de economische impact groot is doordat toeristen het eiland mijden en/of onze bedrijvigheid staakt. Als gevolg hiervan bestaat het risico dat de inkomsten van toeristenbelasting en parkeerheffingen dalen en de lasten van sociale uitkeringen in verband langdurige werkloosheid verhogen. 50% - Aannemelijk 2.276.000 1.138.000
3 Als gevolg van het niet betalen van rente en aflossing door woningeigenaren bestaat de kans dat de geldverstrekker ons aanspreekt uit hoofde van de garantstelling, waardoor wij gehouden zijn voor de betaling. 10% - Onwaarschijnlijk 7.860.000 786.000
4 Als gevolg van onvoldoende goede technische en organisatorische maatregelen, bestaat de kans dat een inbreuk op de bescherming van persoonsgegevens (datalek) (risico) ontstaat, waardoor schade onstaat voor de organisatie en betrokkenen. 70% - Waarschijnlijk 850.000 595.000
5 Als gevolg van het instorten/doorzakken van rioolbuizen bestaat de kans dat het riool niet kan doorstromen én schade ontstaat aan de bovengrond (terrein, gebouwen e.d.), waardoor er herstelwerkzaamheden moeten gebeuren aan het riool en verplichting tot schadeherstel. 30% - Mogelijk 1.000.000 300.000
6 Als gevolg van de uitval van ICT, of het door onbevoegden kennisnemen of manipuleren van bepaalde informatie, is het risico dat wij gegevens verliezen. 70% - Waarschijnlijk 400.000 280.000
7 Als gevolg van een ernstige technische storing of falen van fysieke voorzieningen (stroom, koeling, hardware, netwerk) in de on-premise ICT-omgeving, bestaat de kans dat onze primaire processen staken, waar de organisatie waardoor schade ontstaat voor de organisatie en betrokkenen. 50% - Aannemelijk 376.000 188.000
8 Als gevolg van een geavanceerde cyberincident (zoals randsomeware) binnen de gemeentelijke ICT-omgeveving bestaat de kans dat onze primaire processen langdurig uitvallen, waardoor wij die processen niet meer kunnen uitvoeren. 10% - Onwaarschijnlijk 1.500.000 150.000
9 Als gevolg conjunctuurwisselingen bestaat de kans dat opdrachten bij de Zuidhoek wegvallen, waardoor er een omzetverlies volgt met doorlopende kosten. Het gevolg is een negatief bedrijfsresultaat. 10% - Onwaarschijnlijk 1.000.000 100.000
10 Als gevolg van het niet meer hebben van het vertrouwen van de raad bestaat de kans een burgemeester, één of meerdere wethouders of het gehele college moet aftreden, waardoor er een een wachtgeldverplichting ontstaat. 10% - Onwaarschijnlijk 99.000 99.000
11 Rest 2.185.000 336.000
 Totaal 5.086.000

Toelichting
Ten opzichte van de meest recente risico-inventarisatie (jaarrekening 2025) is de totale impact van de financiële risico's  gestegen met € 0,7 miljoen.

Als alle risico's zich gelijktijdig in hun volle omvang zouden voordoen zou een nadeel optreden van € 5,1 miljoen. Het reserveren van een dergelijk groot bedrag als buffer voor alle risico's is echter ongewenst, omdat het niet waarschijnlijk is dat alle risico's zich gelijktijdig voordoen en in hun maximale omvang voordoen. Daarom is op basis van de ingevoerde risico's een extra weging gedaan op 90%. Het resultaat is dat met een benodigde weerstandscapaciteit van € 4,6 miljoen het voor 90% zeker is dat alle risico's die in 2027-2030 zouden kunnen optreden kunnen worden afgedekt. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door alle risico's waarvoor geen of onvoldoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

2.5 BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.5 BESCHIKBARE WEERSTANDSCAPACITEIT

De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om financiële tegenvallers te dekken. Het gaat om buffers in het eigen vermogen respectievelijk in de exploitatie. Buffers die we vrij kunnen maken dan wel beschikbaar laten komen om niet-begrote kosten die substantieel zijn te dekken, zonder dat dit gevolgen heeft voor het beleid en de uitvoering van taken.

De weerstandscapaciteit is eind 2027 als volgt:

Weerstandscapaciteit Bedragen in €
Resterende belastingcapaciteit:
·         Onroerende-zaakbelastingen 3.816.000
·         (Water)toeristenbelasting p.m.
·         Forensenbelasting p.m.
·         Lijkbezorgingsrechten 299.000
·         Parkeerbelasting p.m.
·         Scheepvaartrechten 159.000
·         Leges 0
Totale resterende belastingcapaciteit 4.274.000
Vrij aanwendbare reserves:
·         Algemene reserve 15.510.000
·         Uitvoering strategische visie 21.828.000
·         Algemene reserve De Zuidhoek 408.000
·         Egalisatiereserve algemene uitkering 1.956.000
·         Algemene reserve Ontwikkelingsbedrijf 3.548.000
·         Kabels en leidingen 249.000
·         GBE Aqua 12.798.000
Totaal weerstandscapaciteit vermogen 56.297.000
Totale weerstandscapaciteit 60.571.000

Toelichting weerstandscapaciteit
Resterende belastingcapaciteit
Belastingcapaciteit is de ruimte om de belastingen en heffingen te verhogen of in te voeren. Voor de heffingen gelden regels: de tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn.

Voor de (water-)toeristenbelasting en forensenbelasting gelden geen maximum- of normtarieven. Voor de overige heffingen verwijzen wij u naar de Paragraaf lokale heffingen, onderdeel 1.5 (Kostenonderbouwing heffingen).

2.6 WEERSTANDSVERMOGEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.6 WEERSTANDSVERMOGEN

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

      Ratio weerstandsvermogen          =      Beschikbare weerstandscapaciteit        =         60.571.000         =     13,2
                                                                                         Benodigde weerstandscapaciteit                        4.577.000

Wij streven een weerstandsvermogen na dat tenminste ruim voldoende is. Dit vereist een ratio weerstandsvermogen dat gelijk is aan of hoger is dan 1,5.

2.7 RATIO’S EN KENGETALLEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.7 RATIO’S EN KENGETALLEN

Deze paragraaf bevat op basis van wettelijke verantwoordingsregels de eerste vijf financiële kengetallen. Het zesde kengetal is geen verplicht kengetal, maar vloeit voort uit de eigen Kadernota risicomanagement. De kengetallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente.

Kengetallen Realisatie 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
1a Netto schuldquote 23,6% 37,1% 46,9% 60,1% 72,0% 80,4%
1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 18,2% 31,1% 40,7% 53,5% 65,4% 73,9%
2 Solvabiliteitsratio 40,9% 40,7% 43,2% 41,0% 38,6% 37,1%
3 Structurele exploitatieruimte 3,9% 0,4% 2,6% 1,7% 0,8% 0,8%
4 Grondexploitatie 0,0% -1,2% -0,1% 0,0% 0,0% 0,0%
5 Belastingcapaciteit 109,3% 103,6% 102,4% 102,0% 101,8% 101,5%
6 Weerstandsratio 17,6 18,0 13,2 13,2 13,2 13,2

Beoordeling van de kengetallen
In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) behoren, waarbij categorie A het meest financieel gezond is en categorie C het minst.

Kengetal Waarde kengetal Categorie A Waarde kengetal Categorie B Waarde kengetal Categorie C
1.   Netto schuldquote <90% 90-130% >130%
2.   Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%
3.   Structurele exploitatieruimte Begroting èn meerjarenbegroting Begroting of meerjarenbegroting Begroting en meerjarenbegroting
> 0% > 0% < 0%
4.   Grondexploitatie <20% 20-35% >35%
5.   Belastingcapaciteit <95% 95-105% >105%
6.   Weerstandsratio >1,5 <1,5 <1,5

In de Kadernota Risicomanagement heeft de raad voor de bepaling van de financiële gezondheid van onze gemeenten de volgende kaders vastgelegd:

Onze gemeente is financieel gezond als:
•    Kengetal structurele exploitatieruimte (meerjaren-)begroting in categorie A zit, en 
•    Drie van de overige kengetallen zitten in categorie A, of 
•    Twee kengetallen zitten in categorie A en twee in categorie B.

Onze gemeente is matig financieel gezond als:
•    Drie kengetallen in categorie A gecombineerd met structurele exploitatieruimte (begroting en meerjarenraming) en weerstandsvermogen beide in B of 
•    Drie kengetallen zitten in categorie B of 
•    Eén kengetal in categorie B en één in categorie C.

Onze gemeente is financieel ongezond als:
•    Twee of meer kengetallen zitten in categorie C.

De volgende tabel geeft weer in welke categorie onze kengetallen vallen:

Kengetallen Realisatie 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
Netto schuldquote A A A A A A
Solvabiliteitsratio B B B B B B
Structurele exploitatieruimte A A A A A A
Grondexploitatie A A A A A A
Belastingcapaciteit C B B B B B
Weerstandsratio A A A A A A

2.8 CONCLUSIES

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2.8 CONCLUSIES
Financiële situatie van de gemeente
De gemeente Schouwen-Duiveland kijkt goed naar haar financiële reserves en de mogelijke risico’s. Op dit moment is er genoeg geld om onverwachte kosten op te vangen. De verhouding tussen de risico’s en het reservegeld is namelijk goed.
De gemeente op dit moment  'financieel gezond'. 
Zorgen over personeel en materialen
Er zijn ook andere dingen die het werk van de gemeente lastiger maken. Het is bijvoorbeeld moeilijk om aan voldoende personeel en grondstoffen te komen. Ook stijgen de prijzen van bijvoorbeeld olie door de onrust in en rond Iran. Dit alles maakt het moeilijker om onze plannen uit te voeren.

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen

3.1 OVERZICHT BEHEERPLANNEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.1 OVERZICHT BEHEERPLANNEN

Onderstaand overzicht geeft een beeld van de wijze waarop onze kapitaalgoederen zijn ondergebracht in beheerplannen en zijn vertaald in de begroting. Bij de kolom achterstallig onderhoud is aangegeven of in deze beleidsdocumenten een achterstand is gerapporteerd.

 

Beheerplannen/MJOP Door de raad vastgesteld Looptijd (t/m) Financiële vertaling in de begroting Achterstallig onderhoud
Wegen 2023 2027 Ja Ja
Riolering 2026 2032 Ja Nee
Groen 2024 2028 Ja Nee
Speeltoestellen 2026 2031 Ja Nee
Gebouwen 2026 2033 Ja Nee
Openbare verlichting 2024 2029 Ja Nee
Kunstwerken en overige elementen 2025 2030 Ja Nee
Havens en waterwegen 2019 2028 Ja Nee
Baggerbeheerplan 2024 2035 Ja Nee
Onderhoud glooiingen 2024 2034 Ja Nee

Samenvatting
De fysieke leefomgeving is continue in beweging en veranderingen kunnen soms snel gaan. Om hier op in te kunnen spelen is samenwerken essentieel. Met dat in ons achterhoofd leggen we de focus op integrale  processen. Zowel binnen als buiten het ingenieursbureau is het belangrijk om alert te blijven in  de onderlinge samenwerking. Dat resulteert in de zogenaamde wijkgerichte of kerngerichte aanpak in de openbare ruimte,  waarin per gebied of kern alle aspecten van ondergrondse en bovengrondse infrastructuur, waterbeheer, groenbeheer tot en met klimaatadaptieve maatregelen een plaats hebben. Ook hergebruik van materiaal voor een meer duurzame en circulaire inzet bij restauratie of aanleg maakt hier onderdeel van uit.

De integrale aanpak zorgt voor een toekomstbestendige en meest kosteneffectieve buitenruimte. Dit resulteert in beheer- en beleidsplannen waarin we breder kijken naar ons areaal en waar we andere beleidsvelden raken de integraliteit bewaken.

We werken al samen met dertien Zeeuwse gemeenten en met nutsbedrijven, maar we gaan de samenwerking verder intensiveren.  Dit om de overlast voor burgers bij het aanleggen van kabels en leidingen zo veel mogelijk te beperken (doel is een straat zo min mogelijk open te breken). De afspraken zijn  overeengekomen in AZON (Afstemming Zeeuwse Overheden en Nutsbedrijven). Het resultaat van deze afspraken moet zorgdragen voor een betere afstemming bij uitvoeringsprojecten in de openbare ruimte. 

De nutsbedrijven hebben vanuit de  samenwerking AZON voorgesteld om kern- of wijkgericht te gaan werken. Invulling geven aan de grote opgaves aan de ondergrondse infra is alleen mogelijk wanneer een totaal plan per wijk of kern wordt opgesteld. Hiermee sluiten we ook aan op de programmalijn 3 van de Samenwerking afvalwaterketen Zeeland (SAZ+) van Toekomstbestendige Openbare Ruimte. Schouwen-Duiveland is ambtelijk trekker van deze programmalijn. De doelstelling is om faalkansen te verkleinen, efficiënt te werken in de uitvoering in de openbare ruimte en een integrale aanpak. 

Onze aandacht blijft gevestigd op het op orde krijgen en houden van de areaalgegevens. We werken steeds meer datagestuurd en cruciaal is dan uiteraard accurate data. Ook dit vertaalt zich naar nog hogere kostenefficiëntie.

Beheerplannen/MJOP's
De volgende beheerplannen/MJOP's  worden herzien;

  • In 2026 ronden we de  herijking van de meerjarige onderhoudsprogramma's  (MJOP's) af voor onze gemeentelijke gebouwen, zodat deze weer actueel zijn. Hierin nemen we verduurzamingsopgave mee.
  • In 2026 ronden we het Gemeentelijk Rioleringsplan af voor de periode 2027 - 2031
  • Eind 2026 / begin 2027 ronden we het Speelruimte- & Beweegparkenbeleid af 

Al met al zijn er genoeg uitdagingen waar we gezamenlijk onze schouders onder moeten zetten om zo te voldoen aan de klimaatdoelstellingen en een bijdrage te leveren aan het verantwoord doorgeven van onze gemeente aan de volgende generatie.

3.2 WEGEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.2 WEGEN

Algemeen
Het beheer van het gemeentelijke wegennet is een dynamisch proces tussen strategisch beheer en operationeel beheer. Strategisch beheer richten we op lange termijn onderhoud en de afstemming van middelen, terwijl we operationeel beheer richten op uitvoering en monitoring van jaarlijks onderhoud. Beide processen worden de komende jaren geoptimaliseerd om te zorgen voor een effectief en toekomstbestendig wegbeheer.

Kwaliteit
Met een tweejaarlijkse wegeninspectie en bijbehorende maatregeltoets houden we de toestand en kwaliteit van onze wegen in het oog. Het proces voor het inspecteren en bepalen van de maatregelen is in afgelopen periode sterk verbeterd en zetten we door naar de komende periode. Hierdoor zijn de geplande maatregelen verder vooruit te plannen en kan de afstemming met de andere beheersassets op de juiste wijze goed worden gelegd.

Financiën
In het beheer- en beleidsplan wegen 2023-2027 is ervoor gekozen om voornamelijk met exploitatiebudgetten te werken. Herinrichtingsprojecten verwerken we via integrale afweging bij de begroting of bieden we aan via separate voorstellen.

Voorziening achterstallig onderhoud wegen
Bij de jaarrekening 2022 hebben we een voorziening achterstallig onderhoud wegen gevormd ter hoogte van € 375.000. De verwachte uitgaven van de voorziening waren gepland in 2023 en 2024. Door langere benodigde voorbereidingstijden is het niet gelukt om deze voorziening in te zetten om de achterstand in te lopen. Hierdoor is de planning bijgesteld om de achterstand weg te werken in 2026.

Risico’s
Er blijft altijd een risico dat door niet tijdig gesignaleerde gebreken aan de weg schade of ongevallen kunnen ontstaan. Dit neemt naar verwachting toe als gevolg van klimaatverandering. Door klimaatverandering ontstaan er hevigere regenbuien en langere periodes van droogte die de kwaliteit van de wegen aantasten. Het risico op schade en ongevallen door gebreken aan de verhardingen ondervangen we zoveel mogelijk door het uitvoeren van weginspecties, waarbij schadebeelden worden vastgelegd. Gebreken van ernstige aard verhelpen we uiteraard direct. 

3.3 RIOLERING

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.3 RIOLERING

Algemeen
Aandacht voor water hoort bij het inrichten van de fysieke leefomgeving en het borgen daarvan draagt bij aan de gezondheid van de inwoners van Schouwen-Duiveland. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater is een gemeentelijke taak, vastgelegd in artikel 2.16, lid 1 van de Omgevingswet (voorheen de Wet milieubeheer). Vanuit de Wet milieubeheer lag de verplichting voor gemeenten om een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen, waarin zij hun beleid voor de rioleringszorg vaststellen. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland is deze in 2022 opgesteld voor de periode 2022 tot en met 2026. In dit GRP beschrijft de gemeente hoe ze van 2022 t/m 2026 invulling geeft aan haar watertaken en een  onderbouwing van de rioolheffing.  Hierbij is ook een doorkijk gemaakt naar toekomstige jaren.  Het nieuwe GRP, voor de periode 2027 - 2031 leggen we in het vierde kwartaal 2026 separaat aan u voor.

Financiën 
Voorziening groot onderhoud riolering

Binnen de voorziening groot onderhoud riolering zijn  vanuit het huidige GRP voor de begrotingsjaren 2027 tot en met 2030 de volgende mutaties geraamd:

Bedragen in € 2027 2028 2029 2030
Toevoeging 539.504 550.024 550.024 550.024
Geraamde lasten binnen voorziening 789.181 702.249 578.689 578.689

Deze voorziening is bedoeld voor het relinen van riolering.  In het separaat aan u voor te leggen nieuwe GRP actualiseren we de benodigde uitgaven voor de begrotingsperiode en  beoordelen we ook de benodigde toevoeging. Hierbij betrekken we ook de stand van de voorziening. 

Voorziening riool vervangingsinvesteringen
Binnen de voorziening vervangingsinvesteringen riolering zijn vanuit het huidige GRP  voor de begrotingsjaren 2027 tot en met 2030 de volgende mutaties geraamd:

Bedragen in € 2027 2028 2029 2030
Toevoeging 3.428.760 3.495.621 3.495.621 3.495.621
Geraamde lasten binnen voorziening 3.182.147 2.453.392 2.490.097 3.790.411

In het separaat aan u voor te leggen nieuwe GRP actualiseren we de benodigde uitgaven voor de begrotingsperiode en  beoordelen we bovendien  de benodigde toevoeging. Hierbij betrekken we ook de stand van de voorziening. 

De verwachting is dat we in de komende begrotingsperiode meer projecten kunnen oppakken dan in de afgelopen jaren.

3.4 GROEN EN SPEELTOESTELLEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.4 GROEN EN SPEELTOESTELLEN

Algemeen
Groen is geen luxe of alleen decoratie en aankleding maar bittere noodzaak. We moeten veel meer in functie van bomen en groen gaan denken, zoals schaduw, koeling, waterbuffering en biodiversiteit. Concreet betekent dit inheemse bomen kiezen en het aanplanten van beplanting die een bijdrage leveren aan insecten, bijen en hommels. In het algemeen worden vaak de negatieve kanten belicht van bomen en zijn mensen nog te weinig bewust van de voordelen. Bomen zijn de “airco’s” van de omgeving maar ook de “parasols”. Groen geeft beleving van de seizoenen, draagt bij aan de gezondheid van mensen en geeft verkoeling en zorgt voor plekken met sociale ontmoeting. Ook speelt vaak nog het “netheidssyndroom”. Voor de natuur mag het best wat rommeliger zijn wat bijdraagt aan soortenrijkdom. Uiteraard vergt dat uitleg en maatwerk aan bestuurders en inwoners. Daarnaast is de Europese Natuurherstel sinds 2024 van kracht. Voor stedelijk geldt de volgende regel: Het tegengaan van nettoverlies aan stedelijk groen en het vergroten van boombedekking in dorpen. Dit houdt concreet in dat vanaf 2026 de boomkroonbedekking niet meer mag afnemen, en ná 2030 moet deze aantoonbaar stijgen. Hierbij kan de richtlijn 3-30-300 ons als gemeente helpen en deze norm verder te implementeren.  De regel houdt in dat we vanuit elk huis: 3 grote bomen zien, 30% kroonbedekking in de buurt en op maximaal 300 meter een groter groengebied bereikbaar is. De ambities en kansen zijn vastgesteld in het groenbeleidsplan die we de komende jaren waar moeten maken.

Kwaliteit 
Iedere maand wordt er een uitgebreide meting gedaan naar de kwaliteit van de openbare ruimte. Voor het openbaar groen betekent dit, dat we het onderhoud in centra op kwaliteitsniveau A uitvoeren (volgens de CROW-kwaliteitscatalogus). In de woon- en verblijfsgebieden hanteren we kwaliteitsniveau B. Over het algemeen wordt het ambitieniveau gehaald. Dit geldt voor ons eigen uitvoeringsbedrijf / de aannemerscombinatie Trots en de Zuidhoek. Uiteraard moeten we alle partijen scherp houden en aanspreken als de kwaliteit niet wordt behaald. De uitdaging is wel steeds om vakmensen aan te nemen en de langdurige droogteperiodes in de zomer. Dat geldt niet alleen voor nieuw aangeplant groen maar ook voor bestaand groen. En dat ook nog voldoende zoet water kunnen vinden om in de waterbehoefte te kunnen voorzien.

Financiën
Met het vaststellen van het nieuwe groenbeleidsplan zijn de onderhouds- en vervangingsbudgetten goed verankerd. Vanwege de switch in het maaibeleid (meer maairondes) halverwege het seizoen geeft dit wel financiële gevolgen. Hierbij is het uitgangspunt om die binnen de bestaande budgetten op te vangen.

Het speelruimtebeleid wordt in 2026 vernieuwd, maar de besluitvorming hierover vindt begin 2027 plaats  en daardoor te laat om te verwerken in de begroting 2027.

Voor 2027 zijn wel al middelen nodig om de meest urgente werkzaamheden uit te voeren.
Het gaat hierbij om knelpunten in veiligheid en kwaliteit.  Hiervoor is naar verwachting € 100.000 nodig om noodzakelijke vervanging uit te voeren. Daarnaast is voor de vernieuwing van drie speelterreinen in 2027 een bedrag van € 150.000 nodig. De selectie van deze terreinen is gebaseerd op de huidige staat van het areaal, signalen uit inspecties en beheer en de reguliere vervangingsopgave, waarbij locaties met de hoogste urgentie en kwaliteitsachterstand als eerste worden aangepakt.

Deze kosten opgenomen op de lijst te honoreren prioriteiten  bij deze begroting.

De financiële consequenties na 2027 worden meegenomen bij de besluitvorming over het nieuwe speelruimteplan.

Binnen de voorziening speelruimtes zijn voor de begrotingsjaren vanuit het huidige plan de volgende mutaties geraamd:

Bedragen in € 2027 2028 2029 2030
Toevoeging 111.290 111.290 111.290 111.290
Geraamde lasten binnen voorziening 123.508 123.508 123.508 114.908

Dit zijn dus mutaties op basis van het vastgestelde beleid tot en met 2026.  

Risico’s
Risico’s in de openbare ruimte bestaan hoofdzakelijk uit aansprakelijkheid bij schade door gebreken aan elementen of objecten. Van belang is dat de gemeente voldoet aan haar wettelijke zorgplicht. Om hieraan te voldoen, inspecteren we de speeltoestellen en inspecteren we de bomen (BVC). Door het uitvoeren van inspecties en keuringen en het nemen van adequate maatregelen blijven de risico’s beperkt.

3.5 GEBOUWEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.5 GEBOUWEN

Algemeen
Wij bezitten een relatief groot aantal gebouwen. Deze gebouwen moeten op een adequate manier worden beheerd, geëxploiteerd en onderhouden. Het onderdeel Centrale Beheersorganisatie Gebouwen (CBG), onderdeel van het ingenieursbureau, is hiervoor verantwoordelijk. Voor het onderhoud werken we met een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) per gebouw. Deze onderhoudsplanning gaan wij in 2026 actualiseren.

Kwaliteit
De raad bepaalde met het vaststellen van de meerjarige onderhoudsplanning 2019-2028 het kwaliteitsniveau van het uit te voeren onderhoud. Het uitgangspunt hierbij is vervanging van het bestaande, sober en doelmatig. Dit houdt in dat we per gebouw bekijken welke onderhoudsactiviteiten uitgevoerd moeten worden om het huidige gebruik ongehinderd voortgang te laten vinden en geen achterstallig onderhoud te laten ontstaan. Uiteraard doen we dat binnen deze kaders zo duurzaam mogelijk. Bij geplande  vervangingen kijken we naar de meest duurzame en energiezuinige oplossing die binnen de beschikbare financiële middelen mogelijk is. Ook voeren we zo veel mogelijk gecombineerd uit door onderdelen door te schuiven of juist naar voren te halen. 

Financiën
Binnen de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen zijn vanuit de huidige onderhoudsplanning (2019-2028) voor de begrotingsjaren 2027 tot en met 2030  de volgende mutaties geraamd:

Bedragen in € 2027 2028 2029 2030
Toevoeging 446.724 436.575 445.554 445.554
Geraamde lasten binnen voorziening 613.765 613.765 613.765 613.765

Binnen de voorziening onderhoud gebouwen Reiniging zijn voor de begrotingsjaren de volgende mutaties geraamd:

Bedragen in € 2027 2028 2029 2030
Toevoeging 32.111 32.111 32.111 32.111
Geraamde lasten binnen voorziening 15.367 15.367 15.367 15.367

De onderhoudsvoorziening gemeentelijke gebouwen laat, vanuit de begroting 2026, een negatief saldo zien op 1 januari 2027. Dit komt omdat de jaarschijf 2026 er te hoog inzit. Op basis van de meest actuele gegeven stellen we de lasten in 2026 en 2027 neerwaarts bij in de financiële rapportage 2026. De voorziening is dan tot en met eind 2027 weer toereikend. In het nieuw op te stellen plan beoordelen we de benodigde toevoeging voor de  periode na 2027. 

Risico’s
In afwachting van plannen voor toekomstig gebruik voeren we voor sommige gebouwen alleen het hoogstnoodzakelijke onderhoud uit. Niets doen verhoogt het risico op achterstallig onderhoud en een verpauperd uiterlijk. Dit kan vandalisme in de hand werken. 

3.6 OPENBARE VERLICHTING

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.6 OPENBARE VERLICHTING

Algemeen
Voor de periode 2024 tot en met 2033 hanteren we een beheerplan voor de openbare verlichting. Dit draagt bij aan het behalen van doelstellingen, bijvoorbeeld energiebesparing en lichthinder. Gekozen is voor het scenario “Optimaal en Duurzaam”, dat een evenwicht biedt tussen kwaliteit, duurzaamheid en financiële haalbaarheid.

Kwaliteit
In de periode 2026-2029 gaat het vervangen van de armaturen naar LED door en is aan het einde van de periode het minimaal 95% van de armaturen vervangen of aangepast. Ook zijn meer gebieden voorzien van verlichting met de juiste kleurtemperatuur en kleurweergave, waardoor zowel het veiligheidsgevoel van inwoners als de beleving van toeristische gebieden zal zijn verbeterd. Daarnaast moet er een duidelijke afname merkbaar zijn van lichthinder en lichtvervuiling.

Financiën
Conform het beleidsplan Openbare Verlichting verantwoorden we alle lasten op het gebied van openbare verlichting op exploitatiebudgetten.

Risico’s
De belangrijkste risico’s die invloed hebben zijn sterk wisselende energieprijzen, snelle technologische ontwikkelingen rond slimme verlichting, strengere natuurwetgeving en operationele storingen of onderhoudspieken. Voor 2027 verwachten we dat energieprijzen nog steeds schommelen maar minder zwaar drukken door de inzet van led en dimregimes. Bij de uitvoering van het beleid evalueren en beoordelen we op de effecten uit deze risico’s en of bijsturen in het proces nodig of wenselijk is.

3.7 KUNSTWERKEN EN OVERIGE ELEMENTEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.7 KUNSTWERKEN EN OVERIGE ELEMENTEN

Algemeen
Voor het beheer van objecten zoals onder meer beweegbare- en vaste bruggen, duikers en muren is het beheerplan Civiele Kunstwerken en Inrichtingselementen opgesteld. Het plan is gestart in 2026 en loopt tot en met 2030 en geeft richting aan onderhoud en vervanging dat van toepassing is op dit type fysieke assets. Het doel is de veiligheid, functionaliteit en leefbaarheid van de openbare ruimte te waarborgen, met oog voor duurzaamheid en kostenbeheersing. 

Kwaliteit
We streven ernaar dat de objecten veilig, betrouwbaar en functioneel ingezet worden. Voor het grootste deel van de objecten werken we met beeldkwaliteit B als basisniveau. Bij bijzondere locaties, zoals dorpscentra en toeristische plekken, houden we kwaliteitsniveau A aan. De kwaliteit wordt geborgd door periodieke inspecties en monitoring, zodat we tijdig onderhoud kunnen uitvoeren.

Financiën
De financiële consequenties van het beheerplan zijn vanaf de begroting 2026 meerjarig in de begroting verwerkt.  We rapporteren hierover via de reguliere PenC cyclus (bij bestuursrapportages, financiële rapportages en de jaarrekening).

Risico’s
De voornaamste risico’s zijn onverwachte gebreken bij oudere kunstwerken, stijgende materiaal- en energieprijzen en vertragingen door schaarste op de aannemersmarkt. Daarnaast kunnen strengere wet- en regelgeving zorgen voor aanvullende maatregelen en kosten. We verwachten dat deze risico’s beheersbaar zijn dankzij tijdige inspecties en het reserveren van voldoende middelen in de begroting. We houden nadrukkelijk rekening met deze risico’s, zodat we waar nodig kunnen bijsturen.

3.8 HAVENS EN WATERWEGEN (ONDERHOUD EN BAGGEREN)

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.8 HAVENS EN WATERWEGEN (ONDERHOUD EN BAGGEREN)

Algemeen
Regulier onderhoud
Het reguliere onderhoud in de havens van de gemeente voeren wij uit samen met onze partner Van der Straaten. Hierbij hanteren wij het uitgangspunt én de resultaatafspraak: schoon, heel en veilig.
•    Schoon: kades, steigers en voorzieningen zijn vrij van vuil en afval.
•    Heel: objecten en installaties verkeren in goede staat en functioneren naar behoren.
•    Veilig: de havenomgeving is veilig voor gebruikers, bezoekers en personeel.

Het dagelijks beheer van de havens berust bij de gemeentelijke havenmeesters.

Projectmatig onderhoud
Naast het reguliere onderhoud voeren wij projectmatig onderhoud uit op basis van een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP).

•    Grote of specialistische werkzaamheden, zoals vervanging of renovatie van havenfaciliteiten, plannen we tijdig in.
•    Deze werkzaamheden zijn gericht op het duurzaam in stand houden en verbeteren van de havens.

Glooiingen
Het Plan Van Aanpak Glooiingen behelst een uitvoeringsplanning voor 26 glooiingen in de havens van Schouwen-Duiveland voor de periode 2024 - 2034.  Het plan bestaat uit locatiespecifieke hersteladviezen voor zes havenlocaties, inclusief een koppeling aan beleids- en ontwikkelplannen. De uitvoeringsplanning is opgesteld door het cluster Beheer, waarbij de prioriteiten uit het onderzoek zijn getoetst aan vastgesteld beleid en afgestemd op korte- en langetermijnontwikkelingen. 

Baggeren
De gemeente is verantwoordelijk voor het op diepte houden van de vaarwegen, ligplaatsen en havenbekkens binnen haar beheergebied. Om deze verantwoordelijkheid gestructureerd en doelmatig uit te voeren, beschikken we over een baggerbeheerplan en uitvoeringsplanning voor de periode 2024 - 2035.

Door periodiek te baggeren volgens het plan zorgen we ervoor dat scheepvaart, recreatie en economische activiteiten in de havens en vaarwegen veilig en duurzaam kunnen plaatsvinden.

Financiën
Havens
In 2019 stelde de raad het investeringsplan vast en stelde investeringskredieten beschikbaar voor een periode van tien jaar.  Mochten hier wijzigingen in plaatsvinden verwerken we dit in de komende financiële rapportages.

Baggeren 
Binnen de voorziening baggerbeheerplan zijn voor de begrotingsjaren  zowel stortingen als uitgaven begroot.  Vanuit het oorspronkelijke plan staat echter  pas in 2031 het volgende baggerwerk op de planning. Wel is het zo dat we voor de monding Brouwershaven wellicht in 2027 nog werkzaamheden moeten verrichten. Dit is afhankelijk van de inspectie die we in het najaar 2026 uitvoeren.  De actualisatie van de jaarschijven (geplande uitgaven) verwerken we via de financiële rapportage 2026.

Glooiingen
We zijn bezig met de voorbereiding van de aanbesteding van de eerste locaties. de verwachting is dat we in 2027 de eerste locaties gaan uitvoeren. Bij de komende financiële rapportages ramen we dan de desbetreffende kredieten. De dekking van de kapitaallasten hiervan is al geregeld in het besluit kostendekkendheid havens van maart 2024.

Bedragen in € 2027 2028 2029 2030
Toevoeging 226.100 226.100 226.100 226.100
Geraamde lasten binnen voorziening 247.503 247.503 247.503 247.503

De voorziening is meerjarig toereikend. De actualisatie van de stortingen heeft plaatsgevonden via het advies Kostendekkendheid havens waarmee de raad in maart 2024 deels  heeft ingestemd. Zoals hiervoor al gemeld actualiseren  we de uitgaven in de jaarschijven bij de financiële rapportage 2026.

Risico’s
Er blijft altijd een klein risico dat door niet tijdig gesignaleerde gebreken in de havens schades of ongevallen kunnen ontstaan. Het risico op schades en ongevallen door gebreken in de havens ondervangen we zoveel mogelijk door controle van de havenmeesters en schouwronde door aannemer op eventuele calamiteiten. 

3.9 Conclusie

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.9 Conclusie

We zijn gestart met meer integraal werken in de openbare ruimte. Dat  houdt in dat we steeds per wijk of kern de gehele opgave in de buitenruimte in één keer aanpakken. Van ondergrondse infrastructuur (riool, kabels- en leidingen) tot en met groenaanleg, klimaatadaptieve maatregelen en waterbeheer.  Deze aanpak vraagt de nodige gezamenlijke aanpak van beheerders, nutsbedrijven en civiele en groene projectleiders, maar heeft wat ons betreft de toekomst.  
Daarnaast actualiseren we waar nodig de beleidsplannen en actualiseren de areaaldata die steeds belangrijker worden voor een goed onderhoud van de buitenruimte. 

Paragraaf 4 Financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.0 Inleiding

De paragraaf Financiering is één van de verplichte paragrafen die het BBV voorschrijft en bevat de beleidsvoornemens voor het beheer van de financieringsportefeuille, het inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan de bedrijfsmiddelen en de taakvelden wordt toegerekend, alsmede de financieringsbehoefte voor het komende begrotingsjaar en het meerjarig perspectief.

4.1 RENTERISICOBEHEER

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.1 RENTERISICOBEHEER

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is ingesteld als instrument om de renterisico’s binnen de vlottende schulden te beheersen. Voor het rood staan op de bankrekeningen geldt een maximum bedrag. De wettelijke toegestane omvang bedraagt 8,5% van de jaarbegroting (totale lasten inclusief dotaties aan reserves) bij aanvang van het dienstjaar. Per kwartaal houden wij dit bij. Dit houdt in dat de gemeente bij overschrijding van de omvang na twee kwartalen een lening moet afsluiten. Tot op heden is er sprake van overliquiditeit en hoeven we geen leningen aan te trekken.

Berekening van de kasgeldlimiet begrotingsjaar 2027: 

Toegestane kasgeldlimiet
a) Begrotingstotaal 2027 188.056
b) Vastgestelde percentage 8,5%
c) Kasgeldlimiet a x b 15.985

Renterisiconorm
De renterisiconorm, eveneens geregeld in de Wet FIDO, geeft aan dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm kijkt vooruit en is direct gerelateerd aan het budgettaire risico. Het doel van de renterisiconorm is om inzicht te krijgen in de mate waarin de begroting gevoelig is voor renteschokken bij door te voeren renteherzieningen. Bij een overschrijding van de renterisiconorm moeten maatregelen worden getroffen om het budgettaire risico te mitigeren.

De leningportefeuille van de gemeente voorziet in een brede spreiding van het budgettaire risico. Het risico is hierdoor beperkt. De gemeente blijft in de komende jaren ruim binnen de norm. 

Stap Variabelen 2027 2028 2029 2030
1 Renteherzieningen - - - -
2 Aflossingen 5.462 5.469 5.477 4.285
3 Renterisico (1+2) 5.462 5.469 5.477 4.285
4 Bepaling renterisiconorm:
4a Begrotingstotaal 188.056 190.416 177.679 181.514
4b % in de regeling 20 20 20 20
4 = (4ax4b/100) Renterisiconorm 37.611 38.083 35.536 36.303
5a=(4>3) Ruimte onder renterisiconorm 32.149 32.614 30.059 32.018

4.2 KOERSRISICOBEHEER

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.2 KOERSRISICOBEHEER

Koersrisico is aanwezig als de waarde van de financiële vaste activa (aandelen en obligaties) van de gemeente dalen door negatieve koersontwikkelingen. Het treasurystatuut bepaalt dat de gemeente geen gebruik mag maken van producten waarbij een koersrisico aanwezig is. Binnen de financiële activa doet dit zich niet voor.

4.3 KREDIETRISICOBEHEER

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.3 KREDIETRISICOBEHEER

Kredietrisico is het risico op een waardedaling van een vordering door het niet (tijdig) na komen van de verplichtingen door financiële instellingen. Binnen het Treasurystatuut is dit risico beperkt doordat alle financiële instellingen onder het regime van de Nederlandse Bank moeten vallen of onder EER toezicht moeten staan en over ten minste een A-rating dienen te beschikken bij het aangaan van financiële verplichtingen. Ook is bepaald dat overtollige middelen eerst worden afgeroomd en worden uitgezet binnen ‘s Rijksschatkist. Daarnaast kan het risico worden beperkt door het stellen van zekerheden. Onze gemeente heeft dit niet gedaan. De uitgezette leningen zijn volledig afgesloten bij instellingen in Nederland.

4.4 FINANCIERINGSPOSITIE

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.4 FINANCIERINGSPOSITIE

De financieringspositie geeft inzicht in de ontwikkeling van het wel of niet aangaan van leningen. Hierbij houden wij rekening met de investeringen en de beschikbare interne en externe liquide middelen. Voor het bepalen van de financieringsbehoefte gaan wij uit van de te verwachten investeringen en de realisatie daarvan, de omvang van de eigen liquide middelen en  met de beschikbare middelen vanuit het Rijk.

Liquiditeitspositie
Onze gemeente heeft op dit moment een ruime liquiditeitspositie. Op basis van de begrote vervangingsinvesteringen, de reeds lopende investeringen 2027-2030 en de investeringen uit de lijst te honoreren prioriteiten kunnen de uitgaven voorlopig worden gedaan op basis van interne financiering.

Voor het begrotingsjaar 2027 verwachten wij op dit moment geen nieuwe leningen aan te hoeven trekken. Dit blijft echter afhankelijk van de daadwerkelijke uitvoering van de voorgenomen investeringen en de daarmee samenhangende looptijd, beschikbare capaciteit en menskracht. Op het moment dat dit zich voordoet zullen wij overgaan tot het afsluiten van nieuwe leningen.

Bij volledige uitvoering van alle voorgenomen investeringen zal dit vanaf begrotingsjaar 2027 leiden tot lagere rentebaten uit 's Rijksschatkist en vervolgens tot een toename van rentelasten als gevolg van het aantrekken van nieuwe leningen. We houden er derhalve rekening mee dat er vanaf 2028 nieuwe leningen zullen moeten worden aangetrokken. Als we alle voorgenomen investeringen conform planning uitvoeren, betekent dit dus dat de overtollige middelen in 's Rijksschatkist ultimo 2027 vrijwel zullen zijn uitgeput en er vanaf dat moment nieuwe leningen zullen moeten worden aangetrokken met tot gevolg een extra structurele last van € 0,3 miljoen in 2028 oplopend naar structureel € 0,9 miljoen in 2030. Deze geraamde rentelasten zijn opgenomen op de stelpost voor extra rentelasten.

Leningportefeuille 
De leningportetefeuille bestaat op dit moment uit verschillende leningen die bij diverse banken en provincies zijn afgesloten. De rente op deze leningen varieert van 0,08 % tot 4,09%. De rentelast is gemiddeld 1,68% en ten opzichte van de huidige rente op de financieringsmarkten laag te noemen. Dit wordt veroorzaakt doordat een groot deel van de leningen zijn aangegaan in een periode dat de rente erg laag was.

Mutaties in de leningenportefeuille (*) Bedrag Gemiddelde rente
Stand per 1 januari 2027 80.823 1,68%
Nieuwe lening
Reguliere aflossingen -5.462
Vervroegde aflossingen
Renteaanpassingen (oud %)
Renteaanpassingen (nieuw %)
Stand per 31 december 2027 * inclusief lening Zuidhoek 75.361 1,68%

4.5 RENTESCHEMA

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.5 RENTESCHEMA

Het renteschema is een verplicht onderdeel binnen de BBV en geeft inzicht in de wijze waarop de rentelasten aan investeringen, grondexploitaties en de taakvelden wordt toegerekend. Met behulp van onderstaande tabel is het (rente) omslagpercentage vastgesteld.

Renteschema Bedrag Saldo
a. Rentelasten korte en lange financiering 1357
b. Externe rentebaten -202
Totaal door te rekenen externe rente 1.155
c1. Rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) wordt doorberekend -21
c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld wordt toegerekend -681
c3. Rentebaat doorverstrekte leningen 43
Saldo totaal door te rekenen externe rente 496
d1. Rente over eigen vermogen en voorzieningen 2.259
Aan taakvelden toe te rekenen rente 2.755
e. Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente 2.828
Renteresultaat op taakveld Treasury 73

Ad c1, c2 en c3.
Deze rentes worden niet meegenomen in de omslagberekening

Ad d1.
Het rentepercentage over de boekwaarde van het eigen vermogen en de voorzieningen is berekend op 1,68%. Deze berekening betreft het gewogen gemiddelde rentepercentage over het vreemd vermogen (lang en kort).

Ad e.
Het totaal aan rente conform de opzet in de tabel leidt tot een totaal aan taakvelden toe te rekenen rente. Deze rente wordt omgeslagen over de taakvelden (uiteraard minus de activa die samenhangen met de categorieën c1, c2 en c3) en resulteert in een rentepercentage van 1,50%. Vanwege de afronding ontstaat een klein rentevoordeel.

De notitie rente van de BBV stelt dat het niet is toegestaan om op taakvelden te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage (behalve aan bouwgronden en investeringen die met projectfinanciering zijn gefinancierd). Hier voldoen wij aan.

4.7 INFORMATIEVOORZIENING

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - 4.7 INFORMATIEVOORZIENING

De informatievoorziening met betrekking tot de activiteiten op het gebied van het Treasury beleid en de verantwoording daarover vindt plaats in de begroting, via begrotingswijzigingen en de jaarrekening. De provinciale toezichthouder (provincie Zeeland) ontvangt jaarlijks de verantwoordingsinformatie over de treasuryactiviteiten eveneens via de begroting en de jaarrekening en tussentijds indien sprake is van een overschrijding van de kasgeldlimiet en/of renterisiconorm.

Paragraaf 5 Bedrijfsvoering

Wat houdt de paragraaf in?

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Bedrijfsvoering - Wat houdt de paragraaf in?

Inleiding
Strategische bedrijfsvoering is een belangrijke factor om de doelen te realiseren. Met een sterke bedrijfsvoering en goede dienstverlening zijn we een gemeente die maatschappelijk opgaven realiseert, die presteert, beloftes nakomt en in verbinding staat met de samenleving. 

We hebben als gemeente te maken met veel, grote en complexe uitdagingen waaraan we niet allemaal tegelijk kunnen voldoen vanwege fysieke ruimte, capaciteit en financiële middelen. De spanning hierop vraagt doorontwikkeling naar een wendbare en slagvaardige gemeente. Deze veranderopgaven vragen van ons: 

•    Focus aanbrengen en prioriteiten stellen.
•    Verder doorontwikkelen naar een wendbare en slagvaardige organisatie.
•    De dienstverlening naar een hoger plan tillen.
•    Samenwerking met inwoners, ondernemers en SDW-raden en andere (sociaal-maatschappelijke) partijen.
•    Het zijn en blijven doorontwikkelen van een aantrekkelijke organisatie om voor te werken.

Om deze veranderopgave te ondersteunen stelden we een Organisatieprogramma 2022-2026 op. Hierin staan 5 ambities centraal:

1.    Sterke teams
2.    Sterke bedrijfsvoering
3.    Ruimte voor participatie
4.    Aantrekkelijke organisatie
5.    Goed bestuurlijk-ambtelijk samenspel

Aan de hand van het vastgestelde nieuwe Coalitieakkoord Samen Koers Houden en de opbrengst uit het recentelijk gehouden medewerkersverbondenheidsonderzoek werken we aan een actualisatie van het Organisatieprogramma. Deze is eind 2026 gereed. Onze 5 ambities zijn daarin nog steeds onze speerpunten. Aanvullende activiteiten die hieruit voortkomen, betrekken we bij de Bestuursrapportage 2027.

In deze paragraaf nemen wij u mee in hoe we in 2027 uitvoering geven aan deze ambities.

Wat gaan de inwoners, ondernemers en de raad hiervan merken?
Met het optimaliseren van onze dienstverlening voelen inwoners en ondernemers zich gehoord en gezien en zich door de gemeente betrokken bij wat er in hun stad, dorp of wijk wordt aangepakt.

De raad ervaart een steeds hogere kwaliteit van de raadsstukken, wat ten goede komt aan het besluitvormingsproces. Ook ervaart de raad dat zij met een grotere informatiewaarde van de documenten in de beleids- en planning & control cyclus hun kaderstellende en controlerende rol nog beter kunnen vervullen. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Bedrijfsvoering - Wat willen we bereiken?

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Bedrijfsvoering - Wat willen we bereiken?

P.5.1 Ambitie Sterke teams: We verbeteren de resultaten en kwaliteit van de dienstverlening aan inwoners, bestuur en interne klant door het functioneren van de teams verder te versterken.

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Bedrijfsvoering - Wat willen we bereiken? - P.5.1 Ambitie Sterke teams: We verbeteren de resultaten en kwaliteit van de dienstverlening aan inwoners, bestuur en interne klant door het functioneren van de teams verder te versterken.

Wat gaan we daarvoor doen?

P.5.2 Ambitie Sterke bedrijfsvoering: We zijn aantoonbaar in control vanuit een datagedreven manier van werken en continue monitoring.

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Bedrijfsvoering - Wat willen we bereiken? - P.5.2 Ambitie Sterke bedrijfsvoering: We zijn aantoonbaar in control vanuit een datagedreven manier van werken en continue monitoring.

Wat gaan we daarvoor doen?

P.5.4 Ambitie Aantrekkelijke organisatie: We zijn een aantrekkelijke organisatie waar potentiële medewerkers willen werken en bestaande medewerkers willen blijven werken.

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Bedrijfsvoering - Wat willen we bereiken? - P.5.4 Ambitie Aantrekkelijke organisatie: We zijn een aantrekkelijke organisatie waar potentiële medewerkers willen werken en bestaande medewerkers willen blijven werken.

Wat gaan we daarvoor doen?

P.5.5 Ambitie Goed bestuurlijk-ambtelijk samenspel: We ervaren een goed afgestemde sturing op het realiseren van bestuurlijke prioriteiten.

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Bedrijfsvoering - Wat willen we bereiken? - P.5.5 Ambitie Goed bestuurlijk-ambtelijk samenspel: We ervaren een goed afgestemde sturing op het realiseren van bestuurlijke prioriteiten.

Wat gaan we daarvoor doen?

Kengetallen Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Bedrijfsvoering - Kengetallen Bedrijfsvoering

Voor de bedrijfsvoering nemen wij de volgende verplichte beleidsindicatoren op.

Naam indicator Eenheid Begroting 2026 Begroting 2027
Formatie Aantal fte per 1000 inwoners 11,21 fte 11,59 fte
Bezetting Aantal fte per 1000 inwoners 10,64 fte 10,88 fte
Apparaatskosten Kosten per inwoner € 1.332 € 1.360
Externe inhuur Kosten als % van de totale loonsom 4,83% 3,78%
Externe inhuur Totale kosten inhuur externen € 1.690.790 € 1.396721

Paragraaf 6 Verbonden partijen

6.1 Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 6.1 Algemeen

Een verbonden partij is een instelling buiten de eigen organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft.  Het is één van de vormen voor de gemeente om haar taken uit te (laten) voeren: eigen activiteiten, door een commerciële partij of door een verbonden partij.

Verbonden partijen zijn in elk geval alle gemeenschappelijke regelingen waaraan wij  deelnemen en alle naamloze en besloten vennootschappen waarvan we aandeelhouder zijn. 

Verbonden partijen leveren soms bestuurlijk complexe verhoudingen op, omdat de gemeente zowel bestuurder als klant is. Bovendien zijn meestal meerdere partijen onderdeel van de verbonden partij. Wij  zijn dan niet de enige bestuurder en niet de enige klant. Wij moeten onze bestuurlijke doelen en wensen afstemmen met die van de andere deelnemers. Dit maakt de aansturing soms complex.

Voordelen van verbonden partijen zijn de grotere schaal en de regionale aanpak van een regionaal onderwerp. In deze paragraaf leest u het totaaloverzicht van de verbonden partijen.

In deze paragraaf benoemen we ook de eventuele risico’s die wij lopen. Als de risico’s substantieel en financieel van belang zijn, benoemen we die ook de Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

6.2 Visie en beleid gemeente

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - 6.2 Visie en beleid gemeente

De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is per 1 juli 2022 gewijzigd, met als doel de democratische legitimatie van samenwerkingsverbanden tussen decentrale overheden te versterken. De wetswijziging beoogt de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen te vergroten bij de uitvoering van taken die zijn ondergebracht in gemeenschappelijke regelingen. Om de versterking te bereiken, wordt een aantal bestaande instrumenten van de volksvertegenwoordiging aangepast en uitgebreid.  De wetswijziging benadrukt het belang van een actieve rol van de gemeenteraad bij de kaderstelling en het toezicht op verbonden partijen. Gemeenteraden worden gestimuleerd om, waar mogelijk, gezamenlijk op te treden om de bestuurlijke sturing binnen samenwerkingsverbanden te versterken.

De Vereniging Zeeuwse Gemeenten (VZG) heeft een provinciale juridische werkgroep ingesteld ter ondersteuning van gemeenten, provincie en waterschap bij het actualiseren van de gemeenschappelijke regelingen in het kader van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De wettelijke deadline voor het doorvoeren van deze aanpassingen was gesteld op 1 juli 2024. Op dit moment zijn nog niet alle regelingen aangepast met de gewijzigde wetgeving.

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Verbonden partijen - Overzicht Verbonden Partijen
nr Verbonden Partij Programma Vorm van Belang Gemeentelijk belang Financiele bijdrage begroot (x1000) Eigen vermogen 1/1/27 (x1000) Eigen vermogen 31/12/27 (x1000) Vreemd vermogen 1/1/27 (x1000) Vreemd vermogen 31/12/27 (x1000) Risico's Verwachte resultaat
1 Regionaal Bureau Leerplicht 11. Opgroeien en opvoeden GR (centrum gemeente constructie) 14% 222 397 397 - - Laag Kostendekkend
2 Zeeuwse Muziekschool 13. Kunst, cultuur en erfgoed GR (openbaar lichaam) 13% 328 - - 1.035 1.025 Laag Kostendekkend
3 Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland (GGD) 12. Mentale en fysieke gezondheid GR (openbaar lichaam) 7% 2.133 4.061 3.269 28 26 Mogelijk wordt per 1-1-2028 de GGD samengevoegd met de Veiligheidsregio Zeeland tot een nieuwe GR. Er zijn aanloop- en frictiekosten in beeld gebracht. Er is enig risico dat bij de inrichting van de nieuwe organisatie de deelnemersbijdrage van de gemeente hoger zal worden vanwege nu nog niet voorziene kostenstijgingen. € 107.548
4 Veiligheidsregio Zeeland 8. Openbare orde en veiligheid GR (openbaar lichaam) 10% 3.790 1.162 1.152 32.479 53.704 Risico dat de toekomstige bijdragen verhoogd gaan worden gezien de ontwikkelingen op weerbaarheid/huisvesting en de fusie met de GGD die momenteel besproken wordt. Kostendekkend
5 Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (OLAZ) 5. Duurzaamheid en milieu GR (openbaar lichaam) 9% 2.251 3.293 4.289 24.200 35.736 Laag Kostendekkend
6 Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO) 12. Mentale en fysieke gezondheid GR (openbaar lichaam) 14% 293 869 729 13.810 15.570 Beperkte financiële risico’s; onzekerheid vooral bij Wmo-uitgaven door maatschappelijke ontwikkelingen en wetgeving. -141
8 Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) 5. Duurzaamheid en milieu GR (openbaar lichaam) 7% 1.632 790 790 6.709 6.709 339 Kostendekkend
9 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) AD. Algemene Dekkingsmiddelen Vennootschappen 0,04% - 4.777 4.777 110.819 110.819 geen n.v.t
10 Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH) N.V. AD. Algemene Dekkingsmiddelen Vennootschap 4% - nog onbekend nog onbekend nog onbekend nog onbekend Met de verkoop van de PZEM (Sloecentrale en Wholesale-activiteiten) is uitvoering gegeven aan de aandeelhoudersstrategie. De risico’s voor de gemeente zijn daarmee aanmerkelijk afgenomen. nog onbekend
11 Stedin Holdin NV AD. Algemene Dekkingsmiddelen Vennootschappen 0% - nog onbekend nog onbekend nog onbekend nog onbekend De waarde van de aandelen kan verlagen. Dit ligt niet in de lijn der verwachting, want met het aandelenkapitaal vanuit overheden is Stedin in staat om de triple A statust te behouden voor het aantrekken van het benodigde vreemd vermogen voor de investeringen in uitbreiding van de energienetwerken. nog onbekend
12 B.V. Gemeenschappelijk Bezit Evides AD. Algemene Dekkingsmiddelen Vennootschappen 1% - nog onbekend nog onbekend nog onbekend nog onbekend De bedrijfsvoering betreft het leveren van drink- en proceswater. De waterbedrijven hebben voor de toekomst het signaal gegeven nu maatregelen te treffen voor de beschikbaarheid van voldoende water vanwege klimaatverandering. Vooralsnog is de bedrijfsvoering niet aan economische invloeden onderhevig. nog onbekend
13 Zuidhoek-Flex bv 10. Bestaanszekerheid Vennootschappen 100% - 340 345 175 170 Laag Beperkt negatief saldo
14 Zuidhoek-Reïntegratie bv 10. Bestaanszekerheid Vennootschappen 100% 265 74 14 270 280 Matig Negatief saldo
15 Zuidhoek-Personeels bv 10. Bestaanszekerheid Vennootschappen 100% 975 150 160 165 155 Matig Beperkt positief saldo
16 Economische Impuls Zeeland (EIZ) 6. Lokale economie Vennootschap 9% 43 27.100 27.100 166 166 Gezien de beperkte financiele bijdrage is het risico in beginsel beperkt. uit de risicoparagraaf blijkt dat de belangrijkste risico's zijn: - De dynamische geopolitieke wereld en economische veiligheid - Niet voldoende bedrijfsgrond - Verslechtering ondernemers en Investeringsklimaat en deelnemingen Onbekend, er is geen begroting 2027 ontvangen. De cijfers zijn afkomstig uit de JRK 2025
20 Publiek Vervoer Zeeland 12. Mentale en fysieke gezondheid GR (openbaar lichaam) 5% 1.135 - - 1.880 1.932 Overschrijding gefixeerde lasten: Als door toename van het gebruik van het vervoer de werkelijke kosten hoger worden dan de gefixeerde bijdrage door de deelnemers, is een risico dat deelnemers een extra bijdrage moeten betalen. Er kan ook geen beroep worden gedaan op een reserve, omdat de gemeenschappelijke regeling nog geen reserve heeft. Kostendekkend
21 Zeeuws Archief 13. Kunst, cultuur en erfgoed GR (openbaar lichaam) 7% 624 2.256 1.497 4.639 4.733 In de begroting worden als risico's geopolitieke ontwikkelingen die van invloed zijn op de ICT-infrastructuur en de energielasten en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt Kostendekkend

Paragraaf 7 Grondbeleid

7.1 AANDUIDING VAN DE WIJZE WAAROP DE GEMEENTE HET GRONDBELEID UITVOERT

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Grondbeleid - 7.1 AANDUIDING VAN DE WIJZE WAAROP DE GEMEENTE HET GRONDBELEID UITVOERT

Op 12 december 2024 is de nota grondbeleid vastgesteld. De nieuwe nota grondbeleid is geschreven op basis van de nieuwe Omgevingswet en veranderingen in jurisprudentie en regelgeving.

Met de nota grondbeleid beogen wij:
•    Onze strategische ruimtelijke (en maatschappelijke) doelen te realiseren door;
a.    het gewenste ruimtegebruik te realiseren;
b.    de gewenste ruimtelijke kwaliteit te bevorderen;
•    Te zorgen voor een rechtvaardige verdeling van kosten en opbrengsten (tussen eigenaren, exploitanten, gebruikers en de gemeente);
•    De gemeentelijke financiële risico’s van ruimtelijke ontwikkelingen te beheersen.

Grondbeleid is in zowel juridisch als financieel opzicht instrumenteel van aard en is volgend ten aanzien van de doelstellingen, die de gemeente heeft gesteld met betrekking tot sectoraal gerichte beleidsvelden, zoals volkshuisvesting, werkgelegenheid en maatschappelijke ontwikkeling. Grondbeleid is ondersteunend aan de (ruimtelijke) ambities en doelstellingen van marktpartijen en particulieren, maar uiteraard ook aan de doelstellingen van de gemeente, zoals omschreven in gebiedsgerichte programma’s en beleidsnota’s.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen zien we het als onze publieke taak om zoveel mogelijk regie te voeren, zodat we onze beleidsdoelstellingen zo goed mogelijk kunnen realiseren. Onze uitvoeringspraktijk laat zien dat we bij het voeren van ons grondbeleid kiezen voor flexibel maatwerk (dynamisch grondbeleid). Per project zoeken we naar de gewenste vorm van grondbeleid, actief, actief-faciliterend of facilitair, om verantwoord en gecontroleerd te kunnen sturen op de ruimtelijke ambities en beleidsdoelstellingen. Onze gemeente heeft als voorkeur een actieve houding voor een initiatief om haar beleid, visie of bestuurlijke ambities waar te maken. Als de markt een initiatief niet oppakt kan worden besloten grond en/of opstallen te verwerven. In dat geval zet de gemeente in op minnelijke verwerving waarbij op grond van de Omgevingswet een voorkeursrecht gevestigd kan worden. In het uiterste geval kan de gemeenteraad besluiten te onteigenen.

Wanneer we als gemeente facilitair optreden beperkt onze rol zich meestal tot het doorlopen van de ruimtelijke procedure om de plannen mogelijk te maken en het verhalen van gemeentelijke kosten op de ontwikkelende partij. De afspraken tussen de ontwikkelende partij en onze gemeente worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst.

Bij verkoop van vastgoed hanteren we marktconforme prijzen, die door taxatie worden onderbouwd volgens de residuele grondwaardebepaling en/of comparatieve methode.

7.2 EEN PROGNOSE VAN DE TE VERWACHTEN RESULTATEN VAN DE GRONDEXPLOITATIE

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Grondbeleid - 7.2 EEN PROGNOSE VAN DE TE VERWACHTEN RESULTATEN VAN DE GRONDEXPLOITATIE

Kosten- en opbrengststijging 
In de grondexploitaties houden we rekening met onderstaande kosten- en opbrengstenstijgingen:

  • Kostenstijging 2027–2030: 2,0%
  • Opbrengst stijging 2027–2030: 1,0%

Bij de herziening van de grondexploitaties bij het opstellen van de jaarrekening 2025 is voor de jaarschijf 2026 rekening gehouden met 2% kostenstijging. Het blijkt dat de kostenstijging voor het bouw- en woonrijp maken ongeveer uitkomt op 9,5% in 2026. Deze grote stijging komt met name door de oorlog in het Midden-Oosten waardoor de prijs van asfalt enorm is gestegen. De stijging van de prijs voor asfalt heeft grote invloed op het prijsindexcijfer grond-, weg- en waterbouw (GWW).  Als gevolg hiervan neemt de winst van een aantal positief sluitende grondexploitaties af met ongeveer € 63.000. Daarnaast neemt het verlies van een aantal negatief sluitende grondexploitaties toe met ongeveer € 361.000. Hiervoor dient de voorziening bouwgrondexploitatie te worden verhoogd ten laste van de reserve woonconcepten en de algemene reserve ontwikkelingsbedrijf.  Op grond van bestendige gedragslijn verwerken we dit bij de eerstvolgende herziening van de grondexploitaties bij het opstellen van de jaarrekening 2026.

Rente 
Omdat wij de grondexploitaties 1 keer per jaar herzien (tijdens het opstellen van de jaarrekening) is voor de rente aangesloten bij het percentage zoals gebruikt bij de jaarrekening 2025, 2,7%. Bij de herziening van de grondexploitaties voor de jaarrekening 2026 hanteren wij ook de 2,7% die is opgenomen in de uitgangspunten voor de begroting 2027-2030. De disconteringsvoet voor de negatief sluitende plannen voor het bepalen van de hoogte van de verliesvoorziening bedraagt 2,0%, volgens de notitie grondbeleid van de Commissie Besluit Begroting en Verantwoording.

Grondprijzen 
De bouwgrondprijzen worden jaarlijks vastgesteld via de grondprijsbrief. De in de grondprijsbrief opgenomen prijzen toetsen we aan de huidige marktsituatie. Eind 2026 volgt het advies voor het vaststellen van de grondprijsbrief 2027.

Plancapaciteit woningbouw 
De regionale woningmarktafspraken met de provincie Zeeland en de Woondeal Zeeland vormen het kader voor de woningbouwopgave op Schouwen-Duiveland. Deze afspraken bieden ruimte voor de realisatie van 1.615 woningen, waaronder 300 woningen voor jongeren en ouderen en 235 woningen boven de regionale woningbehoefte tot 2030. We zetten daarbij in op voldoende betaalbare, passende en toekomstbestendige woningen die aansluiten bij de woonbehoefte van onze inwoners. In 2027 wordt dit afsprakenkader herijkt en verlengd tot 2035.

De mogelijkheid om 235 woningen boven de regionale behoefte te realiseren is gekoppeld aan een transitieopgave. Omdat de toekomstige woningbehoefte lager is ingeschat dan de gewenste plancapaciteit, is met de provincie afgesproken dat de gemeente anticipeert op een eventuele toekomstige overcapaciteit in de woningvoorraad. Daarom is in 2022 het transitiefonds ingesteld. Dit fonds maakt de extra woningbouw boven de regionale behoefte mogelijk en biedt de financiële basis om, als de woningbehoefte daar in de toekomst om vraagt, woningen uit de markt te nemen. Hiermee spelen we tijdig in op een mogelijke toekomstige sloop- en herstructureringsopgave, terwijl we nu voldoende ruimte creëren om in de huidige woningvraag te voorzien. Daarbij geven we prioriteit aan structuurversterkende locaties en werken we met een adaptieve woningbouwprogrammering, waarbij woningbouwplannen periodiek worden herijkt op basis van de actuele woningbehoefte. Het transitiefonds evalueren we in 2026.

De Natura-2000 gebieden Kop van Schouwen, Voordelta, Oosterschelde en Grevelingen zijn van grote ecologische waarde, maar beperken tegelijkertijd de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. De aangescherpte stikstofjurisprudentie zet de uitvoerbaarheid van met name woningbouwprojecten verder onder druk.  Daarom brengen we de stikstofeffecten al in een vroeg stadium van nieuwe initiatieven in beeld en zoeken wij waar nodig afstemming met de provincie Zeeland en andere betrokken partijen. Zo vergroten we de kans dat woningbouwprojecten binnen de geldende wet- en regelgeving doorgang vinden. Tegelijkertijd blijft de stikstofproblematiek een belangrijke risicofactor voor de planning, uitvoerbaarheid en kosten van ruimtelijke ontwikkelingen.

Bedrijventerreinenprogramma
Het nieuwe bedrijventerreinenprogramma is in 2025 vastgesteld. We zetten in op het doorontwikkelen van sterke sectoren, duurzaamheid, een optimaal ondernemersklimaat en een balans op de arbeidsmarkt. Nieuwe bedrijven vestigen zich op het nieuw te realiseren bedrijventerrein Zierikzee Oost en bedrijven op bestaande kleinschalige bedrijventerreinen hebben onder voorwaarden een beperkte uitbreidingsruimte.

Voor de periode 2024 tot en met 2035 verwachten we een totale ruimtevraag vanuit reguliere bedrijventerreinsectoren van ongeveer 11 tot 20 hectare. Volgens het bedrijventerreinenprogramma is er in de periode 2024 tot en met 2032 een ruimtevraag van gemiddeld 0,8 tot 1,5 hectare per jaar. Voor de periode 2033 tot en met 2035 gemiddeld 0,5 tot 1,5 hectare per jaar.

In 2026 is de laatst beschikbare gemeentelijke bouwgrond geleverd op bedrijventerrein Gouwepoort. Er is weinig leegstand op de bedrijventerreinen.

Ten behoeve van het beoogde nieuwe bedrijventerrein "Zierikzee Zuidoost" is de structuurvisie Zierikzee aangepast en wordt in het najaar van 2026 een wijziging van het omgevingsplan ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. 

Vennootschapsbelasting (Vpb)
Voor wat betreft de Vpb verwijzen wij u naar de algemene toelichting in de Beleidsbegroting. Hoewel we vanuit het cluster Ontwikkelingsbedrijf economische activiteiten ontplooien, is voor 2027 en verder geen begrote post te betalen vennootschapsbelasting opgenomen. Dit, omdat het erg lastig is voorspellingen hierover te doen. Niet alleen de gerealiseerde baten, maar ook de gerealiseerde lasten zijn daarbij bepalend. Het financiële risico dat wij hiermee lopen, is goed te overzien. Immers, een fiscale afdracht vindt plaats vanuit gerealiseerde winst.

Te verwachten resultaten grondexploitatie
De contante waarde van het resultaat van de in exploitatie genomen plannen per 1 januari 2027 (inclusief tussentijdse winstnemingen) bedraagt ongeveer € 134.600. 

De financiële consequenties van de eerder genoemde stijging van het indexcijfer in 2026 is niet meegenomen in dit resultaat. De afname van het resultaat met € 424.000 wordt meegenomen in de eerst volgende herziening van de grondexploitaties, met het opstellen van de jaarrekening 2026. Door deze afname slaat het positief resultaat om in een negatief resultaat. Dekking van dit bedrag vindt plaats via de reserve woonconcepten en de algemene reserve Ontwikkelingsbedrijf.

In exploitatie begroting 2027 Boekwaarde 1-1-2026 Geraamde nog te maken kosten Geraamde nog te realiseren opbrengsten Geraamde tussentijdse winstneming/ verliesneming Geraamd eindresultaat (nominaal) Totaal geraamd eindresultaat (nominaal) Geraamd resultaat begroting 2027 (contant) 1-1-2027 Geraamd resultaat jaarrekening 2025 (contant) 1-1-2027 Verschil begroting 2027 rekening 2025 (contant) 1-1-2027
Emil Sandstromweg - Zierikzee 286.700 2.814.741 -2.999.129 102.312 102.312 98.339 98.339 0
Elkerzeeseweg - Scharendijke 40.000 3.338.885 -2.417.150 961.735 961.735 924.390 924.390 0
Haneweg - Ouwerkerk 177.842 731.788 -812.977 96.653 96.653 94.758 94.758 0
Bedrijventerrein fase 3 – Bruinisse -175.899 149.334 -26.565 -26.565 -26.565 -26.565 0
Business park ZO/centrum - Zierikzee -150.856 147.247 24.172 -27.781 -3.609 -2.476 -2.476 0
Bedrijventerrein Straalweg 2 - Zierikzee -1.349.039 759.971 -132.341 -456.727 -589.068 -577.062 -577.062 0
Gouwepoort - Zierikzee 494.715 319.660 -542.600 271.775 271.775 266.446 266.446 0
Compensatielocatie Zoomgebied - Renesse 1.122.357 1.088.029 -3.147.411 -1.642 -935.383 -937.025 -912.434 -912.434 0
Totaal in exploitatie 445.820 9.349.655 -9.919.267 -109.811 -13.981 -123.792 -134.604 -134.604 0

7.2.1 In exploitatie genomen plannen

7.2.1.1 Woningbouw
Het programma van de gemeentelijke grondexploitaties is volledig opgenomen in het woningbouwprogramma. 

Modulaire woonconcepten
In 2026 is gestart met de sloop van het voormalig verzorgingshuis Cornelia. Op de vrijkomende locatie worden in samenwerking met Stichting woningbouwvereniging Zeeuwland 90 duurzame modulaire sociale huurwoningen gerealiseerd. Een deel van de woningen wordt levensloopbestendig. De helft van de woningen is bestemd voor de doelgroep Oekraïense vluchtelingen en de andere helft van de woningen voor de doelgroepen starters, senioren en spoedzoekers. Met de bouw van de nieuwe woningen verwachten wij een flinke doorstroming in de bestaande woningvoorraad te realiseren. De verkoop van de bouwgrond voor de eerste fase vindt in 2026 plaats. Het tekort op de grondexploitatie Emil Sandstromweg wordt via de gevormde voorziening gedekt uit de reserve woonconcepten.

Op de landbouwgrond ten zuiden van de Elkerzeeseweg in Scharendijke vindt eveneens een woningbouwontwikkeling met het modulaire woonconcept plaats. In samenwerking met woningbouwvereniging Zeeuwland worden hier 60 duurzame modulaire sociale huurwoningen gerealiseerd. Ook hier is het de bedoeling de helft van de woningen toe te wijzen aan Oekraïense vluchtelingen en de andere helft aan starters, senioren en spoedzoekers. In 2026 is gestart met het bouwrijp en is de bouwgrond geleverd aan Stichting Zeeuwland. Ook voor deze grondexploitatie wordt het tekort gedekt via de gevormde verliesvoorziening uit de reserve woonconcepten.

Haneweg Ouwerkerk
Op de locatie van de voormalige basisschool aan de Haneweg worden 14 sociale huurwoningen gerealiseerd door Stichting Zeeuwland. De locatie is in 2026 bouwrijp gemaakt waarna de bouwgrond aan Stichting Zeeuwland geleverd is. De woningen worden waarschijnlijk opgeleverd in 2027 waarna gestart wordt met het woonrijp maken van de openbare ruimte.

Toekomstige gemeentelijke grondexploitaties woningbouw
De voorbereiding voor de woningbouwplannen aan de IM van der Bijlstraat (voormalige basisschool) en de Christinastraat in Zonnemaire verlopen voorspoedig. Wij verwachten het openen van de grondexploitatiecomplexen in 2026 ter besluitvorming voor te leggen. Daarnaast loopt de ontwikkeling van het woningbouwplan Bloesemhof aan de Plataanstraat in Nieuwerkerk. Nog niet duidelijk is of wij deze grondexploitatie zelf in uitvoering nemen of een marktpartij zoeken die dit voor haar rekening en risico oppakt zoals ook het geval is met het woningbouwplan Riekusweel V in Bruinisse. In Zierikzee zijn we gestart met de voorbereidingen voor woningbouwontwikkeling op de locatie van de voormalige Beatrixschool en de Meie aan de Mulockstraat/Grachtweg alsook met de woningbouwontwikkeling op de locatie van de brandweergarage aan de Regenboogstraat.  Op de locatie van de voormalige peuterspeelzaal aan Havenzuidzijde 25 in Brouwershaven zijn we in samenwerking met Zeeuwland aan het onderzoeken of hier ongeveer 20 huurwoningen gerealiseerd kunnen worden.  De gebiedsvisie Zierikzee Noordwest wordt waarschijnlijk eind 2026 ter vaststelling aan de raad voorgelegd.

7.2.1.2 Bedrijven- en industriegronden
Bedrijventerrein (Bruinisse), Business Park ZO / Centrum (Zierikzee) en Straalweg 2 (Zierikzee)
Alle bouwgrond op de bedrijventerreinen Bruinisse, Businesspark Zuidoost-Centrum  en Straalweg 2 in Zierikzee  is uitgegeven. De voorbereiding voor de aanleg van de openbare ruimte voor het Bedrijventerrein Bruinisse en de Straalweg 2 in Zierikzee is afgerond.  De realisatie start in 2026 en wordt in 2027 afgerond waarna de grondexploitaties gesloten worden. 

Gouwepoort (Zierikzee)
Het grootste deel van het uitgeefbare gebied is bebouwd. De bouwgrond van het resterende deel wordt in 2026 geleverd. Met de aanleg van waterberging en groenvoorzieningen wordt gestart in 2026. 

Toekomstige gemeentelijke grondexploitaties bedrijventerreinen
Vanuit het voorbereidingskrediet Kromme Koolweg wordt het gebied tussen de Boerenweg en de N59/Nieuwe Koolweg ontwikkeld als bedrijfsverplaatsingszone zoals genoemd in de concept gebiedsvisie Noordwest Zierikzee. Daarnaast worden in 2026 de grond voor het 150 kV-station en het leidingentracé geleverd aan Tennet en Stedin. Met grondeigenaren wordt gesproken over de verwerving voor het beoogde bedrijventerrein Zierikzee Zuidoost.

7.2.1.3 Recreatiegronden
Compensatielocatie Zoomgebied (Renesse)
De levering van de bouwgrond voor de beoogde kwaliteitsverbetering van camping de Oase vindt plaats, nadat het bestemmingsplan voor het aangepaste plan onherroepelijk is. Vanwege een beroepsprocedure bij de Raad van State is er nog geen zicht op een onherroepelijk plan. Wij verwachten dat de levering in 2027 plaats vindt als de Raad van State een positieve uitspraak doet.

7.2.1.4 Afzet bouwgrond 2026 – 2027 in exploitatie genomen plannen
Meerjarig zien de productiecijfers er als volgt uit:

Afzet 2026 2027
Aantal bouwkavels (woningen) 164
Bedrijventerreinen in m2 4.673
Recreatie in m2 84.433
Omzet (bedragen in € miljoen)
Woningbouw 3,3
Bedrijfsterreinen 0,5
Recreatie 2,1

7.3 EEN ONDERBOUWING VAN DE WINSTNEMING

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Grondbeleid - 7.3 EEN ONDERBOUWING VAN DE WINSTNEMING

Tussentijdse winst
Voor de tussentijdse winstnemingen gebruiken we de Percentage of Completion (POC) methode. Voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd moet tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Daarmee moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

•    Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat;
•    De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht;
•    De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

Uit onderstaande tabel blijkt op welke momenten er middelen vrijkomen zijn uit de grondexploitaties of er eerder genomen winstnemingen gecorrigeerd moeten worden. Omdat de correcties in het huidige boekjaar moeten plaatsvinden kunnen er negatieve winstnemingen ontstaan.

Plan Winstneming/afsluiten 2026 2027 2028
Zierikzee Emil Sandstromweg Afsluiten -102.312
Scharendijke Elkerzeeseweg Afsluiten -961.735
Ouwerkerk Haneweg Afsluiten -96.653
Bruinisse Bedrijventerrein fase 3 Afsluiten 26.565
Zierikzee Bedrijventerrein Straalweg Fase 2 Winstneming 132.341
Afsluiten 456.728
Zierikzee Business Park ZO Winstneming -12.501 -11.671
Afsluiten 27.783
Zierikzee Gouwepoort Afsluiten -271.775
Renesse Comp. Zoomgebied Winstneming 1.642
Afsluiten 935.383
Totaal 148.047 1.012.012 -1.036.264

Geprognosticeerd verlies
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording moet een geprognosticeerd verlies binnen een grondexploitatie afgeboekt te worden of moet er voor het verlies een voorziening getroffen te worden ten laste van de reserves. Wij kiezen ervoor om bij een geprognosticeerd verlies ten laste van de algemene reserve Ontwikkelingsbedrijf of de reserve woonconcepten een voorziening te treffen ter hoogte van het geprognosticeerde verlies op einddatum.

Onder hoofdstuk 7.4, ‘de beleidsuitgangspunten voor reserves voor grondzaken’ is het verloop van de voorziening bouwgrondexploitatie weergegeven.

De resultaten uit de grondexploitatie worden toegevoegd of onttrokken aan de algemene reserve Ontwikkelingsbedrijf. 

7.4 DE BELEIDSUITGANGSPUNTEN VOOR DE RESERVES VOOR GRONDZAKEN

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Grondbeleid - 7.4 DE BELEIDSUITGANGSPUNTEN VOOR DE RESERVES VOOR GRONDZAKEN

Algemene reserve OWB
De algemene reserve OWB vormen we voor verschillende doelen

a. Als financieel weerstandsvermogen voor het opvangen van onvoorziene tegenvallers in de exploitatie van bouwgrond. De reserve wordt gevoed door tussentijdse winstnemingen vanuit lopende grondexploitaties en exploitatieoverschotten van afgewikkelde plannen. Voor nadelige exploitatieresultaten vormen we ten laste van de reserve een voorziening.

b. Als buffer voor het eventueel afwaarderen van de boekwaarde van aangekocht strategisch vastgoed of (na het verliezen van de functie) af te stoten vastgoed indien de waarde op basis van de bestemming lager ligt dan de boekwaarde.

c. Als egalisatiefunctie voor de resultaten uit de exploitatie van gemeentelijk onroerend goed.

De algemene reserve OWB is bedoeld om tegenvallers in de grondexploitatie op te vangen. Deze reserve is vastgesteld op 5% van de omzet van de bouwgrondexploitatie per ultimo van een jaar. Met ‘omzet’ bedoelen we de boekwaarde op dat moment, plus de nog te verwachten kosten.  Voor de doelen die onder b) en c) zijn genoemd, mag de reserve OWB maximaal € 2,0 miljoen bedragen. Alles daarboven voegen we toe aan de algemene reserve van onze gemeente. 

Algemene reserve ontwikkelingsbedrijf Bedrag in €
Stand per 1-1-2026 2.489.800
Tussentijdse winst en afgesloten plannen bouwgrondexploitatie 148.000
Facilitair grondbeleid 25.300
Saldo beheer en exploitatie vastgoed -463.700
Dotatie voorziening bouwgrondexploitatie 0
Overheveling naar algemene reserve -7.100
Stand per 31-12-2026 2.192.300
Berekening benodigde reserve per ultimo 2026 Bedrag in €
Boekwaarde -2.030.500
Verwachte lasten 5.876.600
Totale “Omzet” 3.846.100
5% hierover is (minimale hoogte algemene reserve ontwikkelingsbedrijf) 192.300
Maximale buffer strategische aankopen en vastgoedexploitatie 2.000.000
Maximale hoogte algemene reserve ontwikkelingsbedrijf 2.192.300
Algemene reserve ontwikkelingsbedrijf Bedrag in €
Stand per 1-1-2027 2.192.300
Tussentijdse winst en afgesloten plannen bouwgrondexploitatie 1.380.400
Facilitair grondbeleid 1.700
Saldo beheer en exploitatie vastgoed -472.100
Dotatie voorziening bouwgrondexploitatie 0
Overheveling naar algemene reserve -1.050.500
Stand per 31-12-2027 2.051.800
Berekening benodigde reserve per ultimo 2027 Bedrag in €
Boekwaarde 684.000
Verwachte lasten 352.300
Totale “Omzet” 1.036.300
5% hierover is (minimale hoogte algemene reserve ontwikkelingsbedrijf) 51.800
Maximale buffer strategische aankopen en vastgoedexploitatie 2.000.000
Maximale hoogte algemene reserve ontwikkelingsbedrijf 2.051.800

Uit het financiële overzicht blijkt dat de maximale grens voor de algemene reserve OWB in 2026 en 2027 wordt overschreden, zodat er wordt overgeheveld naar de algemene reserve van het concern. Dit zijn voorlopige bedragen op basis van de ramingen op dit moment. Pas in de betreffende jaarrekeningen wordt het definitieve bedrag bekend en in de reserves verwerkt.

Voorziening bouwgrondexploitatie
De voorziening bouwgrondexploitatie wordt gevormd ter dekking van kwantificeerbare financiële risico’s binnen de bouwgrondexploitatie. De hoogte van de voorziening wordt jaarlijks opnieuw beoordeeld. Voeding van de voorziening vindt plaats via de algemene reserve OWB of de reserve woonconcepten. Een surplus wordt teruggestort in de betreffende reserve.  

Verloop voorziening bouwgrondexploitatie Bedrag in €
Stand per 1-1-2026 1.432.500
Mutatie p.m.
Stand per 31-12-2026 1.432.500
Mutatie p.m.
Stand per 31-12-2027 1.432.500

De voorziening is gevormd voor het financiële risico van de onderstaande negatief sluitende grondexploitaties.

Naam grondexploitatie 1-1-2026 in € mutatie 2026 in € 31-12-2026 in € mutatie 2027 in € 31-12-2027 in €
Gouwepoort te Zierikzee 271.800 p.m. 271.800 p.m. 271.800
Elkerzeeseweg te Scharendijke 961.700 p.m. 961.700 p.m. 961.700
Emil Sandstromweg te Zierikzee 102.311 p.m. 102.311 p.m. 102.311
Haneweg te Ouwerkerk 96.700 p.m. 96.700 p.m. 96.700
Totaal voorziening bouwgrondexploitatie 1.432.511 0 1.432.511 0 1.432.511

Reserve bovenwijkse voorzieningen
De reserve bovenwijkse voorzieningen dient ter realisatie van infrastructurele werken met een bestemmingsplan overschrijdende betekenis. De voeding van de reserve vindt plaats door het storten van een vast bedrag per verkochte m2 bouwgrond.

De bestaande grondexploitaties waarvoor de bijdrage aan de reserve bovenwijkse voorzieningen op een vast bedrag is berekend, blijven gehandhaafd. Voor grondexploitaties voor nieuwe (bestemmings)plannen passen we de systematiek van toerekening uit de nota kostenverhaal Schouwen-Duiveland toe.

Een onttrekking ten laste van de grondexploitatie aan de reserve bovenwijkse voorzieningen, waarbij niet aangetoond kan worden dat er sprake is van profijt of toerekenbaarheid, wordt gezien als een tussentijdse winstneming. Deze kan daarom niet eerder genomen worden dan nadat er sprake is van winst binnen een grondexploitatie. Voor de toevoeging aan de reserve gebruiken we daarom in die gevallen de criteria zoals die eveneens gelden voor het nemen van tussentijdse winst. Indien er geen sprake is van “gerealiseerde winst” schuift de onttrekking aan de grondexploitatie ten behoeve van de reserve bovenwijkse voorzieningen door naar het moment wanneer wel aan de criteria wordt voldaan.

Verloop reserve bovenwijkse voorzieningen Bedrag in €
Stand per 1-1-2026 335.400
Toevoegingen vanuit grondexploitaties 39.000
Stand per 31-12-2026 374.400
Toevoegingen vanuit grondexploitaties 43.900
Stand per 31-12-2027 418.300

Weerstandsvermogen
De vermogenspositie van de grondexploitatie drukken we uit in het begrip “weerstandsvermogen”. De algemene reserve Ontwikkelingsbedrijf is ook een buffer voor het opvangen van eventuele nadelige plansaldi. Hierbij kunnen zich meerdere risico’s voordoen waarvan de hoogte en het moment waarop zij zich naar verwachting aandienen, nu nog niet is in te schatten. Daarbij kan gedacht worden aan:

  • Ontwikkelingen op de onroerend goed markt:

Vanwege de grote vraag naar woningen verwachten wij op dit moment geen risico's in de uitgifte van bouwgrond.

  • Prijsontwikkelingen

Zoals hiervoor vermeld zijn de kosten voor het bouw- en woonrijp maken in 2026 fors gestegen met 9,5%. Aangezien er in de meerjarenbegroting rekening is gehouden met 2% neemt het resultaat van de grondexploitaties af. De financiële gevolgen nemen wij mee in de eerstvolgende herziening van de grondexploitaties, met het opstellen van de jaarrekening 2026.  De nadelige financiële gevolgen worden gedekt uit de algemene reserve ontwikkelingsbedrijf en de reserve woonconcepten. 

Paragraaf 8 Wet open overheid

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 Wet open overheid - Ontwikkelingen

De Wet open overheid (Woo) zorgt ervoor dat inwoners, bedrijven en organisaties makkelijker toegang krijgen tot overheidsinformatie. Overheden zijn verplicht om bepaalde informatie actief openbaar te maken. Daarnaast kunnen inwoners en organisaties informatie opvragen via een Woo-verzoek.

Gemeente Schouwen-Duiveland voldoet sinds 1 november 2024 aan de verplichtingen uit de eerste fase van actieve openbaarmaking.

De landelijke invoering van volgende fases van actieve openbaarmaking loopt vertraging op doordat landelijke voorzieningen nog niet gereed zijn. De gemeente bereidt zich ondertussen verder voor, zodat tijdig kan worden voldaan aan toekomstige verplichtingen.

Sinds 1 augustus 2026 beschikt de gemeente over een structurele Woo-coördinator. Deze functionaris coördineert de afhandeling van Woo-verzoeken, ondersteunt collega's bij vragen over openbaarheid van informatie en draagt bij aan de verdere ontwikkeling van de Woo binnen de organisatie.

De komende jaren voeren we actieve openbaarmaking verder in, handelen we Woo-verzoeken zorgvuldig af en borgen we de bijbehorende processen, rollen en verantwoordelijkheden. Daarnaast bereiden we ons voor op de invoering van de nieuwe Archiefwet per 1 januari 2027 en blijven we werken aan een goede informatiehuishouding. Zo werken we aan een open, transparante en toegankelijke overheid.

Wat gaan we hiervoor doen?

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 Wet open overheid - Wat gaan we hiervoor doen?

Gemeente Schouwen-Duiveland voert de Woo stap voor stap in en zorgt ervoor dat de uitvoering steeds meer onderdeel wordt van de reguliere werkzaamheden binnen de organisatie.
In de periode 2027-2030:

  • voeren we actieve openbaarmaking uit en beheren we de publicatieprocessen;
  • voeren we nieuwe informatiecategorieën in volgens de landelijke planning;
  • verbeteren we publicatieprocessen en kwaliteitscontroles;
  • ontwikkelen we de afhandeling van Woo-verzoeken verder door;
  • implementeren we de nieuwe Archiefwet en verbeteren we de informatiehuishouding;
  • ondersteunen en trainen we medewerkers;
  • monitoren en verbeteren we de uitvoering van de Woo.

Financiën

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 Wet open overheid - Financiën

Het Rijk stelt structurele middelen beschikbaar voor de uitvoering van de Woo. Deze middelen zetten we in voor de uitvoering en verdere ontwikkeling van de Woo binnen de organisatie.

We beoordelen periodiek of de beschikbare middelen voldoende zijn om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen. Eventuele aanvullende financiële gevolgen leggen we via de reguliere planning- en control cyclus voor aan de raad.

Paragraaf 9 Stads- en dorpsvisies

Wat houdt de paragraaf in?

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Stads- en dorpsvisies - Wat houdt de paragraaf in?

Onze gemeente werkt al jaren aan het opstellen en uitvoeren van masterplannen en stads- en dorpsvisies. De komende periode blijven we ons inzetten om alle projecten onder de vlag van masterplannen en stads- en dorpsvisies uit te voeren. Ook stellen we waar mogelijk nieuwe visies en/of uitvoeringsprogramma’s op. Dat doen we door de investeringsruimte voor de periode 2019-2029 en de middelen (€ 11.750.000) van het in november 2025 aangenomen amendement 'Budget reserveren vooruitvoering stads- en dorpsvisies en dorpsplannen' in te zetten voor de voorbereiding en uitvoering van diverse projecten. In deze paragraaf geven wij per kern inzicht in de lopende projecten, de planning en een toelichting op de inzet van de investeringsruimte. In het schema hierna vindt u het geactualiseerde financieel overzicht.

Voor de uitvoering van stads- en dorpsvisies hanteren we een uniforme, standaard aanpak:

  • Stuurgroep: de uitvoering van stads- en dorpsvisies wordt per kern aangestuurd door een stuurgroep. De stuurgroep is opdrachtgever voor projecten en besluit over de advisering aan raad en college;
  • Projectgroep: de projectgroep is opdrachtnemer van de opdrachten vanuit de stuurgroep en heeft de dagelijkse leiding over projecten. In de projectgroep neemt in ieder geval een vertegenwoordiging van de stads- of dorpsraad en de ondernemersvereniging deel en waar nodig ook een inwoner en/of ondernemer;
  • In een enkel geval is er in een kern een specifieke werkgroep actief, die adviezen geeft aan de projectgroep voor het betreffende project.

Door het vervallen van een tweetal paragrafen is dit de 9e paragraaf geworden. Voor de vergelijkbaarheid met voorgaande jaren hebben de activiteiten in deze paragraaf dezelfde nummering behouden.

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Stads- en dorpsvisies - Wat willen we bereiken?

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Stads- en dorpsvisies - Wat willen we bereiken?

P10.1 We voeren de dorpsvisie Burgh-Haamstede uit

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Stads- en dorpsvisies - Wat willen we bereiken? - P10.1 We voeren de dorpsvisie Burgh-Haamstede uit

We geven uitvoering aan de in 2020 vastgestelde Dorpsvisie Burgh-Haamstede, een tijdloos dorp omringd door waardevolle landschappen. Dat doen we aan de hand van onder meer het procesvoorstel uitvoering Dorpsvisie Burgh-Haamstede en de door de raad opgestelde aanvullende ontwikkelkaders uit oktober 2021.

Wat gaan we daarvoor doen?

P10.4 We voeren het Masterplan Renesse uit

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Stads- en dorpsvisies - Wat willen we bereiken? - P10.4 We voeren het Masterplan Renesse uit

We geven uitvoering aan het Masterplan Renesse. Met het Masterplan zetten wij in op een forse kwaliteitsimpuls, zodat Renesse ook in de toekomst een bruisende badplaats met een onderscheidend karakter blijft.  

Wat gaan we daarvoor doen?

P10.6 We voeren het Programma Zierikzee / Structuurvisie Zierikzee 2030 uit

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Stads- en dorpsvisies - Wat willen we bereiken? - P10.6 We voeren het Programma Zierikzee / Structuurvisie Zierikzee 2030 uit

Het programma Zierikzee uit 2013 is verder verfijnd met aangepaste ambities en opgaven, die zijn geformuleerd in de vastgestelde Structuurvisie Zierikzee 2030. Het programma Zierikzee / Structuurvisie kent een uitvoeringprogramma, met als doel de door de raad vastgestelde ambities projectmatig te realiseren. De uitvoering van een groot aantal projecten is al gestart. Door gebruik te maken van een programma kunnen we lastige en grotere opgaven beter en integraler aansturen. Zo borgen we dat we doelstellingen uit het programma behalen en middelen zo efficiënt mogelijk inzetten.

Wat gaan we daarvoor doen?

P10.7 We verlenen maatwerk bij dorpsplannen van kleine kernen

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Stads- en dorpsvisies - Wat willen we bereiken? - P10.7 We verlenen maatwerk bij dorpsplannen van kleine kernen

In diverse kernen op Schouwen-Duiveland worden er onder de vlag van de stads- en dorpsvisies kleinere projecten uitgevoerd. Voor Dreischor, Ouwerkerk, Noordgouwe/Schuddebeurs en Kerkwerve geldt dat we vanaf 2027 en verder aan de slag gaan met het opstellen een uitvoeringsprogramma of een concreet plan. Per kern bepalen we welke rol, taken en verantwoordelijkheden we als gemeente hebben.

Wat gaan we daarvoor doen?

P10.8 We voeren de Dorpsvisie Oosterland uit

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 Stads- en dorpsvisies - Wat willen we bereiken? - P10.8 We voeren de Dorpsvisie Oosterland uit

Eind 2025 is de Dorpsvisie Oosterland vastgesteld. In deze visie kijken we vooruit naar 2040: hoe houden we Oosterland het fijne, échte Zeeuwse dorp dat het nu is? Een plek waar inwoners en ondernemers elkaar kennen en voor elkaar klaarstaan. Waar iedereen fijn kan wonen en prettig kan verblijven in een veilige, gemoedelijke en groene omgeving. We zetten via het uitvoeringsprogramma onder meer in op behoud en verbetering van het voorzieningenniveau, nieuwbouw van woningen, oplossing van verkeersknelpunten en verbetering van de openbare ruimte.

Wat gaan we daarvoor doen?

Financieel overzicht Masterplannen stads- en dorpsvisies

Terug naar navigatie - Financieel overzicht Masterplannen stads- en dorpsvisies - Financieel overzichten amendementen masterplannen stads- en dorpsvisies
Investeringskredieten Jaarrekening Begroting
< 2024 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal
Beschikbaar uit amendement begroting 2018 6.500.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 13.000.000
Beschikbaar uit amendement begroting 2019 3.500.000 700.000 700.000 700.000 700.000 700.000 7.000.000
Beschikbaar uit amendement begroting 2021 5.625.000 1.875.000 1.875.000 1.875.000 1.875.000 1.875.000 15.000.000
Beschikbaar uit kadernota 2025-2028 (prijsstijgingen) 562.500 562.500 562.500 562.500 2.250.000
Toevoeging vanuit reserve strategische visie (via reserve dekking afschrijvingslasten) 525.000 525.000
Dekking vanuit stelpost prijsstijgingen 283.333 283.333 283.333 850.000
Toevoeging vanuit Kadernota / Begroting 2026-2029 500.000 1.500.000 1.500.000 1.500.000 5.000.000
Toevoeging vanuit amendement Begroting 2026-2029 (geoormerkt binnen reserve strategische visie) 2.937.500 2.937.500 2.937.500 2.937.500 11.750.000
Totaal 15.625.000 4.158.333 5.245.833 8.158.333 8.875.000 8.875.000 4.437.500 55.375.000
Burgh-Haamstede:
Openbare ruimte Noordstraat/Ring/begin Weststraat Haamstede 199.612 1.219.744 1.892.313 148.041
Openbare ruimte Burghseweg, Burghse Ring, Kerkstraat, deel Hogeweg 58.034 806.173 1.143.443
Openbare ruimte Burghseweg/Weststraat 28.225 1.178.072 1.049.007
Hogeweg Burgh-Haamstede 0 184.857 1.848.571 2.634.571
Inprikker Burgh 3.440 21.649 126.239 100.000 100.000 426.083 426.083
Optimalisatie verkeersveiligheid Kloosterweg 104.900 1.286.156 2.341.230 410.508
Upgrade fietsenstalling nabij horecapleintje Westenschouwen inclusief oplaadplaats(en) voor elektrische fietsen 42.977
Herinrichting Torenweg 45.917 262.090
Quick win verfraaien rotondes en entrée's Burgh-Haamstede 444 5.000
Kruising Kloosterweg/Vertonsweg/Badweg (project in regie stuurgroep) 190.190
Bosplein en verkeersmaatregelen Kraaijensteinweg (project in regie stuurgroep) 229.741
Geluksmoment Burgh-Haamstede 7.328 77.910
Herinr. Bernhardstraat/Zandweg 750.000 750.000
Totaal Burgh-Haamstede 821.109 2.882.565 5.491.298 2.724.825 3.092.014 3.484.571 1.176.083 426.083 20.098.548
Scharendijke:
Dijktrap 215.538
Herinrichting Dorpsstraat 776.051
Aanvulling op uitvoering Recreatieverdeelweg 117.000
Herinrichting Bethlehemplein fase 2, inclusief beplanting en verlichting 667.332
Herinrichting Dijkstraat 897 272.826 476.925
Parkeerterrein Middelplaatstraat 40.000
Parkeren op voormalige gemeentewerf 9.153 304 -9.044
Bethlehemplein; herinrichting kerktuin fase 1 253.312
Quickwin verbijzondering dorpsingang Akkerbloemstraat 19.240
Uitbreiding herinrichting Elkerzeeseweg met herinrichting kruising Putmeet 135.000
Totaal Scharendijke 2.233.523 273.130 467.881 0 0 0 0 0 2.974.534
Renesse
Hogezoom 1 tussen Kerkring en dorpspodium 505.241
Hogezoom 2 Watermeterplein en omgeving 603.370
Aanpassing kruising Hogezoom / Jan van Renesseweg 28.451
Aanvullend krediet Strandkerk en omgeving; Aanpassing Vroonweg, Kabbelaarsweg en Hoogenboomlaan 850.000
Aanpassing Roelandsweg 10.673
Hogezoom deel 3 471.604
Kerkring 1.550.086
Aanleg rotonde aansluiting Roelandsweg/ingang Transferium 1.014 4.342 54.610 163.076 801.572 675.000
Kruispunt Jan van Renesseweg en Zeeanemoonweg 34.437
Kruispunt Jan van Renesseweg en Oude Moolweg 37.057
Fietsenstalling hoek Jan van Renesseweg en Zeeanemoonweg 35.543
Uitvoering verkeersstudie centrum Renesse 2023 53.746 16.295
Uitvoering verkeersstudie centrum Renesse 2024 50.159
Uitvoering verkeersstudie centrum Renesse 2025 64.357 45.443
Herinrichting VKH Fase 2 689.712 791.398
Herinrichting parkeerterrein aan de Laone 308.453
Kwaliteitsverbetering P+R Renesse 160.364
Pumptrack Renesse 40.582 159.418
Herinr. Korte Moermondsweg Renes. 750.000 750.000
Totaal Renesse 5.079.442 962.139 159.549 528.301 1.551.572 1.425.000 0 0 9.706.003
Bruinisse:
Inrichting omgeving Dreef inclusief bibliotheek 856.061
Aanvullend krediet aanpassing Deestraat 354.313 258.641
Herinrichting Nieuwstraat 174.618
Herinrichting Oudestraat 652.652
Grond nabij Dreef 12 3.071
Totaal Bruinisse 2.040.715 258.641 0 0 0 0 0 0 2.299.356
Brouwershaven:
Reconstructie parkeerterrein Haven zuidkant 171.085 242.440
Herinrichting Markt Brouwershaven (inclusief Haven Noord- en Haven Zuidzijde) 1.812.178
Bebording in kern eenduidig en actueel maken 1.853 26.897
Haventerras 27.119
Brug/loopplank over Sluis Nieuwe haven 304.945
Maritiem Greenpoint (gemeentelijk deel) 63.123
Totaal Brouwershaven 2.207.365 171.085 244.293 26.897 0 0 0 0 2.649.640
Zierikzee:
Herinrichting stadspark Zaagmolen 87.783 263.346
Herstel en Herinrichting Wegvak: Trambaan-Julianastraat 50.000 100.000 251.300
Herstel en Herinrichting Wegvak: 2e deel Calandweg - Kruising Scheepstimmersdijk 50.000 100.000 315.757
Herstel en Herinrichting Wegvak: Scheepstimmerdijk - Duiker 't Sas 50.000 100.000 320.761
Herinrichting omgeving Borrendamme 110.000
Herinrichting Poststraat 313.794
Herinrichting Schuithaven 0
Herinrichting Weststraat/Balie 10.000 100.000 1.446.522
Herinrichting Lange Nobelstraat 0 0
Optimaliseren gemeentelijke vervallen schuur en omgeving van de Schaapskooi 3.022 79.478
Totaal Zierikzee 313.794 3.022 0 199.478 337.783 2.009.868 887.818 0 3.751.763
Noordgouwe:
Herinrichting parkeervoorziening dorpshuis 42.685
Totaal Noordgouwe 42.685 0 0 0 0 0 0 0 42.685
Kerkwerve:
Verlichting oefenterrein SV WIK 55.835
Totaal Kerkwerve 55.835 0 0 0 0 0 0 0 55.835
Ellemeet:
Doorontwikkeling speelveld 22.556
Fase 2 sport en speelterrein 0 32.000
Totaal Ellemeet 22.556 0 0 32.000 0 0 0 0 54.556
Nieuwerkerk:
Dorpsvisie Nieuwerkerk 500.000 1.500.000 1.500.000 1.500.000
Totaal Nieuwerkerk 0 0 0 0 500.000 1.500.000 1.500.000 1.500.000 5.000.000
Sirjansland:
Uitvoering werkzaamheden centrumgebied 0 6.132 93.868 727.330
Totaal Sirjansland 0 0 6.132 93.868 727.330 0 0 0 827.330
Zonnemaire:
Aanleg Buurtplek 36.685
Totaal Zonnemaire 36.685 0 0 0 0 0 0 0 36.685
Dreischor:
Herinrichting Ring 65.000
Totaal Dreischor 65.000 0 0 0 0 0 0 0 65.000
Oosterland:
Herinrichting oosterl Schaatsbaan 122.500 825.000 525.000
Herinrichting Oosterl Entreegebied 110.000
Aanvang projecten openbare ruimte 75.000 100.000 100.000 100.000
Herinrichting Quick Wins 50.000
Herinrichting Weelstraat 375.000 275.000 200.000
Herinrichting Dorpshart 75.000 575.000 1.100.000
Herinrichting Dorpsweide 175.000
Totaal Oosterland 357.500 1.375.000 1.475.000 1.575.000 0 4.782.500
Totaal 12.918.709 4.550.582 6.369.153 3.962.869 7.583.699 9.894.439 5.138.901 1.926.083 52.344.435
Verschil 2.706.291 -392.249 -1.123.320 4.195.464 1.291.301 -1.019.439 -701.401 -1.926.083 3.030.565