Financieel perspectief

Budgettaire ruimte 2027-2030

Terug naar navigatie - Budgettaire ruimte 2027-2030 - Stand budgettaire ruimte

Onderstaand de ontwikkeling van de budgettaire ruimte. In het overzicht is inzichtelijk gemaakt welke mutaties hebben plaatsgevonden na het vaststellen van de Programmabegroting 2026-2029.

2027 2028 2029 2030
Stand budgettaire ruimte na vaststelling Programmabegroting 2026-2030 -2.226.788 -3.609.263 -3.511.055 -2.636.068
Raadsbesluit Gedragscode integriteit raadsleden (1533769) december 2025 -91.044 -91.044 -91.044 -91.044
Raadsbesluit Financiƫle rapportage 2025 (1610856) december 2025 -222.106 -192.106 -192.106 -192.106
Raadsbesluit Decembercirculaire (1654682) maart 2026 -47.367 -48.551 -50.062 -48.710
Raadsbesluit IHP Onderwijshuisvesting (1661002) maart 2026 - - - -919.846
Raadsbesluit Huisvestingsplan JLDJ / WSZ (1585463) maart 2026 - - - -117.065
Stand budgettaire ruimte na besluitvorming raadsvergadering 5 maart 2026 -2.587.305 -3.940.964 -3.844.267 -4.004.839

Toelichting

Terug naar navigatie - Budgettaire ruimte 2027-2030 - Toelichting

Algemeen
Bij het opstellen van de NUP is gekozen om de werkelijke stand van de budgettaire ruimte te presenteren op basis van de door uw raad genomen besluiten. 

Ontwikkelingen Bestaand en Nieuw Beleid (BNB)
Voorheen werden de financiële gevolgen van de beleidsmatige ontwikkelingen (bestaand beleid) en de uitbreidingsinvesteringen (nieuw beleid) opgenomen en financieel verwerkt in de Kadernota. In verband met de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026 is besloten deze ontwikkeling los van de NUP te inventariseren. Na het opstellen van het coalitieakkoord worden de opgehaalde ontwikkelingen vergeleken met de geïnventariseerde ontwikkeling in beleid. De integrale afweging van deze aanvullende ontwikkelingen (bestaand en nieuw beleid)  zal plaatsvinden bij het behandelen van de Programmabegroting 2027-2030 tijdens de Begrotingsraad in november.

Overig
Daarnaast zijn er ontwikkelingen waarvan de omvang nog niet bekend is, maar wel van invloed zijn op de budgettaire ruimte bij het opstellen van de concept Programmabegroting 2027-2030. Normaal worden deze ontwikkelingen verwerkt in de Kadernota. Dit jaar wordt dit op aparte momenten gecommuniceerd met uw raad. Denk hierbij aan;

  • Structurele effecten nav de jaarrekening 2025
  • Meicirculaire 2026
  • (Jeugd)zorg, etc

Indexeringspercentages

Terug naar navigatie - Indexeringspercentages - Tabel uitgangspunten

Excel-tabel

Algemeen 2027 2028 2029 2030
A Loonontwikkeling: personeelslasten (salarissen) 4,20% 4,00% 3,60% 3,50%
B Prijsgevoelige lasten (kostencategorie 3) 2,10% 2,60% 2,30% 2,50%
C Bijdrage gemeenschappelijke regelingen 3,30% 3,43% 3,17% 3,17%
D Subsidies 3,15% 3,30% 2,95% 3,00%
E Belastingen en overige gemeentelijke heffingen 3,15% 3,30% 2,95% 3,00%
F Verhuur gemeentelijke objecten 1,90% 2,30% 2,10% 2,10%
G Pachten 1,90% 2,30% 2,10% 2,10%
H Grondexploitatie 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%

C. Bijdrage gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - Indexeringspercentages - C. Bijdrage gemeenschappelijke regelingen

De Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG) heeft op 16 december 2025 de richtlijnen voor de begroting 2027 vastgesteld. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de septembercirculaire van 2025 en de gemiddelde ontwikkeling van de algemene uitkering. De gemaakte afspraken worden verwerkt in het rapport over samenwerking met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland. De VZG heeft ook besloten om de richtlijnen voor indexering en bezuinigingen te combineren met de Zeeuwse richtlijnen voor 2027. Dit besluit is getroffen op basis van de cijfers uit de septembercirculaire van 2025. Deze richtlijnen zijn van belang voor de gemeenschappelijke regelingen in Zeeland en zijn een resultaat van de samenwerking tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen.

De Zeeuwse richtlijn gaat uit van een toegestane inflatiecorrectie 2027 van +3,3 %.

E. Belastingen en overige gemeentelijke heffingen

Terug naar navigatie - Indexeringspercentages - E. Belastingen en overige gemeentelijke heffingen

Voor 2027 stellen wij voor de tarieven van belastingen en overige gemeentelijke heffingen te verhogen waarbij we uitgaan van het voorheen bestendige beleid door dit indexatiecijfer te bepalen op het gemiddelde van de loon- en prijsstijgingen volgens CEP-indexatiecijfers maart 2026. Voor 2027: 50% van (loonindex 2,1 % + prijsindex 4,20%) = 3.15 %.

G. Pachten

Terug naar navigatie - Indexeringspercentages - G. Pachten

Jaarlijks wordt voor de reguliere pacht de hoogst toelaatbare pachtprijs vastgesteld. Dit kan leiden tot een stijging of daling van de pachtprijs. De hoogte is afhankelijk van de bedrijfsresultaten van middelgrote en grote ondernemingen in een voorliggende periode van vijf jaar en is dus vooraf lastig in te schatten. De geliberaliseerde pacht is gekoppeld aan het prijsindexcijfer. Voor beide pachtenvormen gaan we uit van het consumentenprijsindexcijfer (cpi).

H. Parameters grondexploitatie

Terug naar navigatie - Indexeringspercentages - H. Parameters grondexploitatie

Omschrijving (toelichting)

Voor de bouwgrondexploitaties wordt uitgegaan van het rapport “Onderbouwing parameters kosten- en opbrengststijging in grondexploitaties Schouwen-Duiveland; 2025 en 2026”. De geraamde stijging van de bouwkosten met 2% houdt rekening met recente marktontwikkelingen en overige relevante invloedsfactoren.

Excel-tabel

Stijgingspercentages 2027 2028 2029 2030
Kosten 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
Opbrengsten woningbouw 1,0% 1,0% 1,0% 1,0%
Opbrengsten bedrijventerreinen 1,0% 1,0% 1,0% 1,0%

Rentepercentages

Terug naar navigatie - Indexeringspercentages - Rentepercentages

Omschrijving (toelichting)

De rente vormt een belangrijk onderdeel binnen de gemeentelijke financiën, waarbij zowel de rente-inkomsten als de rente -uitgaven een rol spelen in de begroting en de voorliggende kadernota. De gemeente ontvangt rente over hun tegoeden en betalen rente over de leningen die zij zijn aangegaan voor investeringen en exploitatie.

De ontwikkeling van de rente wordt sterk beïnvloed door de inflatie en het beleid van de centrale banken in de Verenigde Staten (Federal Reserve, FED) en in Europa (Europese Centrale Bank, ECB). Wanneer de inflatie stijgt verhogen de centrale banken doorgaans de rente om de economie af te remmen, hetgeen leidt tot hogere financieringskosten. Omgekeerd kunnen verlagingen leiden tot lagere financieringslasten.

Op dit moment beschikt de gemeente over 38 miljoen aan liquide middelen (geld wat op de bankrekening staat). Hierdoor hoeven wij naar verwachting in het nieuwe begrotingsjaar geen nieuwe leningen aan te gaan. Deze middelen worden aangehouden in ’s Rijksschatkist* ter financiering van de toekomstige uitgaven die reeds in de begroting zijn opgenomen. De extra rentebaten worden net zoals in voorgaande jaren toegevoegd aan de baten in de begroting.

Het periodiek monitoren van de renteontwikkelingen en de inflatie is een essentieel onderdeel binnen de planning en control cyclus van de gemeente. Door het beleid van de centrale banken te volgen kan de gemeente beter anticiperen op de toekomstige rente- en inflatiebewegingen en de financiële positie van de gemeente. De evaluatie van de renteontwikkelingen worden verwerkt in de bestuursrapportages.

In onderstaande tabel de voorgestelde rentepercentages, inclusief de rentepercentages opgenomen van de leningen die verstrekt worden via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn), de zogenaamde startersleningen en overige leningen.

* Rijksschatkistbankieren: Het schatkistbankieren houdt in dat geld op een centrale bankrekening bij de huisbankier van het Rijk wordt aangehouden. Het schatkistbankieren beoogt het doelmatig en risicoarm beheer van de liquide middelen van de rijksoverheid en rechtspersonen met een wettelijke of publieke taak. 

Excel-tabel

Algemeen 2027
Vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen/nieuw beleid 3,50%
Financiering korte schuld 2,95%
Liquiditeitsoverschot (vanwege schatkistbankieren) 2,10%
Middelentoevoeging reserves en voorzieningen 0,00%
Bespaarde rente reserves en voorzieningen (*) 1,70%
Bouwgrondexploitaties 2,70%
(*) inclusief disconteringsvoet contante waarde voorziening verlies bouwgrondexploitatie
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (indicatief) 2027
op basis van de verordeningen SVn
Maatwerklening: 3,30%
5 jaar vast 3,60%
10 jaar vast 4,00%
15 jaar vast
Starterslening:
15 jaar vast 4,20%
Stimuleringslening: 3,30%
5 jaar vast 3,60%
10 jaar vast 4,00%
15 jaar vast
Duurzaamheidslening:
10 jaar vast 1,70%
15 jaar vast 1,70%
Persoonlijke lening:
10 jaar vast 2,30%
Hypothecaire lening:
10 jaar vast 1,00%
20 jaar vast 1,70%