De belangrijkste punten uit de Begrotingscirculaire uit het gezichtspunt van de provincie zijn;
Dividend deelneming
Dividend Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij
De Zeeuwse gemeenten ontvangen de komende jaren dividenden vanuit de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH). In het ondernemingsplan geeft ZEH een inschatting van de te verwachten dividenduitkeringen. Zoals in het ondernemersplan ZEH 2025 is aangekondigd zijn de dividenduitkeringen naar beneden bijgesteld.
De komende jaren gaat het om de volgende uitkeringen:
- 2026 - €145 mln.
- 2027 - €156 mln.
- 2028 - €177 mln.
In de aandeelhoudersvergadering gedurende het jaar maakt ZEH het definitieve dividend bekend. Gezien alle onzekerheden bij toekomstige uitkeringen doet de provincie de oproep om het dividend zorgvuldig in te zetten zodat deze leiden tot structurele opbrengsten.
Stelpost onderuitputting
Middels de motie De Vries, Van Eijk, Sneller en Wingelaar is in 2025 een oproep gedaan aan het kabinet om onderuitputting bij gemeenten toe te staan. Op 10 december 2025 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gereageerd op deze motie middels een kamerbrief. In deze brief geeft hij aan dat een algemene stelpost onderuitputting niet past binnen de uitgangspunten van het realistisch ramen en daarom niet is toegestaan. Wel is het volgens de minister mogelijk om specifieke stelposten voor onderuitputting te ramen wanneer deze nauwkeurig te ramen zijn, goed onderbouwd zijn en aansluiten bij reële verwachtingen. De minister onderschrijft dat het aan de toezichthouder is om te beoordelen of de stelposten voldoende realistisch zijn. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de onderuitputting bij realisatie toe te voegen aan de reserves en in volgende jaren, onder voorwaarden, in te zetten als structureel dekkingsmiddel.
Op dit moment werken de twaalf provincies aan een kader voor het toetsen van specifieke stelposten voor onderuitputting. Daarin zullen de aansluiting op eerdere realisaties, aansluiting op (nieuw) beleid en vragen over het aanpassen van (investerings)plannen onder andere terugkomen. Naar verwachting zullen deze kaders voor de zomer formeel worden vastgesteld in de twaalf colleges van Gedeputeerde Staten. Bij de beoordeling van de begroting 2027 zullen deze kaders worden toegepast.
Kapitaallasten
De afgelopen jaren zien we in veel gemeentelijke jaarrekeningen dat onderuitputting van kapitaallasten wordt gerapporteerd. Dit wordt veroorzaakt doordat de geplande investeringen niet tijdig kunnen worden gerealiseerd. Als toezichthouder adviseren we om in de begroting zeer kritisch te kijken naar de realiteit van de investeringsplanning en de bijhorende ambities. In de huidige marktomstandigheden waarbij krapte van personeel aan de orde van de dag is, dient te worden overwogen welke (grote) projecten in het begrotingsjaar kunnen worden gerealiseerd. En gebaseerd op ervaringen van de afgelopen jaren een realistische planning op te nemen door de projecten te spreiden over de komende jaren. Investeringen waar de gemeenteraad over heeft besloten dienen volledig verwerkt te zijn in de begroting en meerjarenraming. Van de hieruit voortvloeiende kapitaallasten dienen zowel rente- als de afschrijvingslasten over de gehele looptijd te worden geraamd.
Onder voorwaarden staat de provincie een stelpost onderuitputting toe. Wel is het van belang om te weten dat het opnemen van deze stelpost een gemeente niet van haar verplichting ontslaat om een realistische investeringsplanning op te nemen in haar begroting. Dit is en blijft de basis van een reële begroting.
BCF-plafond
Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond van het btw-compensatiefonds (BCF) in de raming van de algemene uitkering in de circulaires gewijzigd. Het ministerie van BZK heeft daarom in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies opgesteld. Hierin staat op welke wijze gemeenten de ruimte onder het plafond van het BCF kunnen opnemen als verwachte baat in hun begroting. Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het BCF-plafond mag maximaal de meest recente gerealiseerde ruimte onder het plafond ramen in uw begroting en meerjarenraming. Voor de begroting 2027 dient de raming te gebaseerd te worden op de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond in 2025 die in de meicirculaire 2026 wordt gepubliceerd. Wij wijzen u erop dat dit kan betekenen dat u de betreffende ramingen in alle begrotingsjaren moet bijstellen.